De uitreis naar Ned. Indië met het ms "Tegelberg"

Hieronder een reisverslag van dhr. Tom Alders die in 1946 als dienstplichtig militair met het ms "Tegelberg" voor drie jaar naar Nederlandsch Indië vertrok.

Begin mei 1946 moest ik opkomen voor de militairendienstplicht en werd ingedeeld bij de 2e Hup. V.A. Mijn opleiding kreeg ik in de Johan Willem Frisokazerne te Assen en zou 6 maanden in beslag nemen, met inbegrip van praktijkervaring door stage te lopen in het Militair-Hospitaal aldaar.

Het Militair-Hospitaal in Assen

Aansluitend hierop vertrokken wij naar Ned. Indië om, zoals later zou blijken, voor drie jaar dienst te gaan doen. Dat hield in dat we niet alleen de medische hulp in het hospitaal verzorgde, maar ook die te velde. Verder werd ook regelmatig eerste hulp verleend aan de Indische burgers, die daar dan ook dankbaar gebruik van maakte.

De grote reis kan beginnen

Het s.s. "Tegelberg" aan de kade in Amsterdam

Donderdag 3 okt. ‘46. Vandaag is de grote dag aangebroken en om 07.45 uur verlaten we de kazernepoort richting het NS-station. Daar aangekomen ontving iedere militair 10 sigaretten, een reep chocolade en een peer voor onderweg. Rond de klok van 9 uur vertrok de trein; met zes man zaten we in een ouderwetse coupé en na een langdurige reis arriveerden we op het haventerrein in Amsterdam. Hier aangekomen werden we naar een loods gedirigeerd waar we een bakje koffie en een spritskoek en voor we aan boord gingen ook nog een pakje Camel-sigaretten kregen.

 

De inscheping is in volle gang

Eenmaal aan boord moesten we, kreunend onder onze zware plunjezak, diverse trappen af om in een van de ruimen onder in het schip terecht te komen. Hier stonden lange tafels, waarboven de hangmatten, onze slaapplaatsen voor de komende 26 dagen, moesten worden opgehangen. De warme hap die ons werd aangeboden lieten we onaangeroerd, om vooral niets te missen van de afvaart.

De inscheping is inmiddels voltooid

Om 16.30 uur werden de trossen losgemaakt en begonnen we aan 'DE REIS VAN ONS LEVEN'. In het Noordzeekanaal kregen we meteen al te maken met een sloepenrol en om 19.45 uur voeren we de sluizen van IJmuiden uit. Tegen 10 uur die avond worstelden we ons voor het eerst in de hangmat.

 

Nog maar net los van de kade vaart het schip over het IJ

Bootjes met uitzwaaiers volgen ons op de route over het IJ

Nog een laatste groet aan de achterblijvers

Bij het passeren van IJmuiden

Vrijdag 4 okt. ’46.  Na de eerste nacht op zee werden we ’s ochtends verrast met een Engels ontbijt: gortepap, witbrood, roomboter, jam, thee en een zalmbokking? Na het verlaten van Het Kanaal voelden we de deining van de oceaan; het was kleumen aan dek, een kantine was er niet en drinkwater was er alleen tussen 6 en 8 uur.

Zaterdag 5 okt. ’46. We voeren in de Golf van Biskaje en de eerste zeezieken lagen inmiddels aan dek. Tussen 8.00 en 11.00 uur mochten we niet in de ruimen en ’s middags tussen 14.00 en 16.00 uur moest het rustig zijn. Verder kregen we die dag een pakje Marvels-sigaretten en een stukje zeep om de handen te wassen.

Zondag 6 okt. ’46. Onze route voerde ons langs de kust van Portugal; we kregen vandaag een kop chocolademelk; we kwamen er al vrij snel achter dat de Brits-Indiërs, die in de keuken werkten, het niet zo nauw namen met de hygiëne; ze krabden zich regelmatig op het hoofd en veegden hun vuile handen af aan hun smerige kleding, enz.

We varen momenteel langs de Portugese kust

Maandag 7 okt. ’46. We passeerden vandaag Gibraltar; er is nagenoeg geen deining meer op de blauwe Middellandse Zee. Overdag is het warm en ’s avonds koel en in de ruimen was het tamelijk benauwd.

Het wordt steeds mooier weer, maar we hebben nog geen tropenuniform

Dinsdag 8 okt. ’46. Omstreeks 11.00 uur voeren we langs de kust van Algiers met een snelheid van ongeveer 30 km per uur; vandaag mochten we voor het eerst ons tropenuniform aan.

Woensdag 9 okt. ’46. Om 06.45 uur passeerden we het eiland Bizerta en om 8 uur de stad Tunis; om 11.00 passeerden we Kaap Bon en omstreeks 12.30 uur een Italiaans fort op het eiland Pantellaria dat onder Sicilië ligt.

Een onderonsje tussen twee bemanningsleden en een militair op het sloependek

Donderdag 10 en vrijdag 11 okt. ’46.  Deze dagen zijn niet echt noemenswaardig, wel hebben we beide dagen de klok een half uur vooruit moeten zetten.

Shellolietanks bij het naderen van Port Saïd

Zaterdag 12 okt. ’46. Port Saïd werd bereikt; we lagen nog maar net aan de boeien of kooplieden in hun kleine bootjes, afgeladen met lederwaren van koffers tot horlogebandjes, evenals dadels, sinaasappels, druiven, enz. waren er ook al. Een aantal van hen waren zelfs ook al aan boord geklommen.

De handelaren in hun bootjes vol koopwaar

Ook een goochelaar was aan boord met 'Kippetje hier, kippetje daar en nu is kippetje weg'. De verveling sloeg al snel toe, de jongens wierpen zelfs overgebleven zalmbokkingen naar de kooplui in hun bootjes, waarop een aantal van hun messen naar boven vlogen. Egyptische politie in zwarte uniformen en een rode fez kwam aan boord en joeg iedereen van de reling. Twee zieke militairen gingen van boord en werden naar een Engels militair hospitaal gebracht. Tegen 15.30 uur werden de trossen weer binnengehaald en voeren we het Suezkanaal in. De zon ging onder en om 18.00 uur was het pikkedonker.

Zondag 13 okt. ’46. Deze dag kwamen we om 4 uur in de ochtend aan in de stad Suez. Hier werd kleding ingeladen voor repatrianten en tegen 9 uur voeren we weer verder. We zagen haaien en vliegende vissen naast de boot en om 16.30 uur was heel in de verte de berg Sinaï te zien. Wat was het weer heet vandaag!

Maandag 14 okt. ’46. Vandaag voeren we door de Rode Zee. Er was geen land te bekennen en verder was er ook niet veel te beleven vandaag.

Passage van een vrachtboot in de Rode Zee

Dinsdag 15 okt. ’46. Vandaag gaat wederom de klok een half uur vooruit; we krijgen vandaag 80 Engelse Woodbine-sigaretten, 20 Amerikaanse Marvels, 5 sigaren, een reep chocolade en een sinaasappel. Vandaag was het eten redelijk terwijl het gisteren ronduit slecht was te noemen. Ook vandaag weer niets dan water te zien, de verveling stak dan ook de kop op.

In alle rust en genietend van de zon

Woensdag 16 okt. ‘46. De klok moest weer een half uur vooruit. Om ongeveer 11.30 uur passeerden we Perim en verlieten we de Rode Zee. We kregen een rondleiding over het schip door de 2e stuurman. Om 17.30 uur voeren we in het donker voorbij Aden. Ook hebben we vandaag onze geweren in moeten leveren omdat er een aantal overboord was gegooid.

Donderdag 17 okt. ’46. Opnieuw gaat de klok een half uur vooruit. Het eten werd er helaas niet beter op en een aantal officieren en onderofficieren is inmiddels ziek; maagpijn diarree en koorts.

Vrijdag 18 okt. ’46. Ook vandaag gaat de klok weer een half uur vooruit. De vervuiling nam toe en het eten was een groot vraagteken; aardappelen als glazen knikkers en de maden zaten in de pap. We kregen weer sigaretten enz. en vijf repen chocolade.

Zaterdag 19 okt. ’46. Weer gaat de klok een half uur vooruit; het tijdverschil werd hierdoor al 3½ uur. Er was inmiddels wat wind opgestoken en het schip slingerde nu een beetje. Opnieuw maden in de pap, ze waren wel 2 cm.

Zondag 20 okt. ’46. Nogmaals een half uur erbij; hopelijk is de wapenstilstand ook gunstig voor onze diensttijd in de Oost.

Maandag 21 okt. ’46. Het tijdverschil werd op 4½ uur gebracht. Het ritme van slapen en wakker zijn raakte meer en meer van slag. Om 12 uur voeren we ten zuiden van Ceylon. Ook was er nu tussen 12 en 13 uur geen zoet water meer beschikbaar.

Dinsdag 22 okt. ’46. Het tijdsverschil werd opgevoerd tot 5 uur en het weer veranderde. Er was geen zon meer en de wind werd heviger met af toe regen; het eten was weer eens slecht en de stemming aan boord werd er niet beter op. Opgeroepen werd om de warme hap niet meer te gaan halen. In een discussie zei een korporaal dat er zo misschien wel doden zouden kunnen vallen; waarop een overste antwoordde; Nu, dan gaan ze maar dood! Tegen 17.30 uur hield een arts van hospitaal een toespraak: Het eten is goed, alleen smakeloos klaargemaakt. Als je de maden uit de pap vist is deze goed te eten. De aardappelen moet je maar even pitten en de kool kun je zelf wel even klein snijden. Het eten is dus goed en als je het weg gooit heb je jezelf er mee. Ook de soep, warm water met een hele aardappel, is goed! Klap op de vuurpijl was wel, dat het broodrantsoen verlaagd zou worden.

Woensdag 23 okt. ’46. De klok gaat weer een half uur vooruit. We kwamen vandaag enkele schepen tegen. Behalve dat we van dr. Augustijn les in EHBO kregen, viel er niets te beleven.

 

We naderen de baai van Sabang

Donderdag 24 okt. ’46. Om ongeveer 7 uur voeren we de baai van Sabang binnen. Hier werd water gebunkerd en konden we van de plaatselijk bevolking kokosnoten kopen voor 5 cent per stuk. We mogen hier van boord! 

 

Het aanleggen aan de kade te Sabang is bijna voltooid

 

Zicht over de baai aan bakboordzijde

Om 14.45 uur zetten we na drie weken weer eens de voeten op vaste bodem. We zagen kokospalmen, palmen met trossen bananen, inlandse vrouwen gekleed in een sarong en een jasje en op blote voeten. Verder zagen we een Japans krijgsgevangenkamp en Japanse soldaten en officieren die ons beleefd groeten. Om 18.00 uur waren we weer aan boord. Wat was het warm en wat waren we moe na onze wandeling!

 

De "Tegelberg" wachtend aan de houten kade van Sabang

Vrijdag 25 okt. ’46. Het tijdverschil is inmiddels opgelopen tot 6½ uur. We waren om 18.00 uur vertrokken uit Sabang en voeren langs de westkust van Sumatra. Overdag hebben we veel regen, maar de temperatuur is hierdoor wel heerlijk. In het ruim was het echter erg benauwd zodat velen ’s nachts op het dek sliepen.

Zaterdag 26 okt. ’46. Een dag als vele voorgaande dagen, gelukkig dat de reis bijna ten einde was. De klok ging weer een half uur vooruit.

Zondag 27 okt. ’46. We passeerden de evenaar en een paar gelukkigen werden 'geknipt en geschoren'. Ter hoogte van Padang werden de scheepsmotoren gestopt. Onder doodse stilte werd een scheepsramp herdacht. Een schip met 1700 burgers die door de japanners van Java naar Sumatra werden vervoerd was hier door de geallieerden getorpedeerd. De 1400 mensen die hierbij de dood vonden werd hier plechtig herdacht.

Verslag van de herdenking

Nadat het Wilhelmus had geklonken werden er drie stoten op de scheepshoorn gegeven, waarna de motoren weer op volle kracht werden ingezet.

Maandag 28 okt. ’46. We voeren op halve kracht door de Straat Soenda omdat er gevaar voor mijnen bestond. Tegen 10 uur passeerden we de vulkaan Krakatau. Daar er een ernstig gewonde aan boord was, werd er alweer snel op volle kracht gevaren. Daar er het vermoeden was dat er het een en ander overboord geraakt was tijdens de reis, werd er ’s middags een inspectie van de uitrusting gehouden. Om 18.30 uur lagen we op de rede van Tandjong Priok.

Aankomst van de "Tegelberg" gezien vanaf de kade

Dinsdag 29 okt. ’46. Vanochtend om 08.00 uur moesten we met alle bagage aan dek staan en voeren we de haven binnen. Op de kade stonden de kwartiermakers ons te verwelkomen.

Langzaam naderen we de drukbezette kade

Kwartiermakers en de muziekkapel begroeten ons spontaan

Ze gooiden kokosnoten en bananen naar boven en om 10 uur gingen we van boord. Van het VHK (Vrouwen Hulp Korps) kregen we een pakje Player-sigaretten, een blikje bier en twee bananen.

 

Het schip ligt aangemeerd en de kade is vrijgemaakt voor debarkatie

Daarna werden we op drietonners geladen en reden we via Batavia en Meester Cornelis naar Depok, in de richting van Buitenzorg (22 km.).

 Tom Alders te Krawang (16 april '49)

Met dank aan dhr. Tom Alders van het 2e Hup. V.A. voor zijn medewerking aan dit verslag.