Het leven van Dick Rooseboom in Nederlands Indië
Als gezagvoerder op koopvaardijschepen van de KPM en als luitenant ter zee 2e klasse van de Koninklijke Marine
Over de loopbaan van Dick Rooseboom bij de Marine, de KPM en vervolgens zijn verblijf in krijgsgevangenschap schreef zijn vrouw Greet Rooseboom-van Driel regelmatig in haar kampverslag. Tijdens zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine en KPM heeft Dick het nodige meegemaakt en dat met name bij de Koninklijke Marine. In zijn Indië-periode voer Dick op diverse schepen van de KPM en marine om na de capitulatie van dat land als krijgsgevangene in de kampen Tjimahi te Bandoeng terecht te komen. In dit verslag kan ik alleen omschrijven wat zijn vrouw Greet Rooseboom-van Driel tijdens haar kampleven over hem schreef en uit de documenten die van hem bewaard zijn gebleven.
Sergeant Dick Rooseboom bij aanvang van zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine (foto nov. '28)
Zoals ik uit de papieren van Dick kan opmaken, begon zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine in oktober 1928 als sergeant tweede klas en wist hij zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine af te sluiten als Luitenant ter Zee 1e klasse KMR. Dick Rooseboom heeft in een tussenliggende periode als tweede stuurman bij de KPM gevaren, om in februari '41 weer bij de Koninklijke Marine terug te keren. Na drie jaar krijgsgevangenschap is Dick Rosseboom hoofd van het M.P.K.B. Marine-postkantoor in Batavia en Bandoeng geweest, om uiteindelijk in november 1946 voorgoed naar Nederland terug te keren.
Luitenant ter zee 2e klasse Dick Rooseboom tijdens een cursus zittend op de voorgrond en op de rechter foto de tweede van links
Makassar: als tweede stuurman bij de KPM
1 April 1940: Makassar: Vanaf 1 april is Dick officieel bevorderd tot Luitenant ter Zee 2e klasse KMR. Twee dagen na de huwelijksvoltrekking te Soerabaja reizen Dick en Greet Rooseboom naar Makassar, waar zij bij aankomst regelrecht naar het Empress Hotel rijden. Daar huurt het nog maar kort gehuwde echtpaar een kamer met een aparte badkamer. Greet weet die kamer met wat aangekochte spulletjes gezellig in te richten. Het is daar goed vertoeven, mede omdat Greet een radio en een grammofoon met pick-up heeft aangeschaft. Greet omschrijft de hotelkamer als bar gezellig! Als Dick weer naar zee vertrekt kan het 'schriftelijk leventje' waaraan ze inmiddels al gewend zijn weer beginnen.
In zijn Makassar-periode heeft Dick op diverse lijnen gevaren. Eerst op Oost-Celebes naar Kendari en dergelijk, maar ook naar Gorontalo dat helemaal in het noorden van Celebes ligt. Hij is dan 25 dagen weg en drie dagen thuis, Greet noemt dat 'hun driedaagse', maar hij heeft ook wel eens een 'zesdaagse. 'Greet haalt hem dan bij de steigers op, maar het komt ook wel eens voor dat zijn schip op de rede voor anker gaat.
Als Greet op 10 mei moederziel alleen op haar hotelkamer zit, begrijpt ze maar niet waar alle opschudding beneden in de hal van het hotel vandaan komt. Als ze naar beneden gaat krijg ze voor het eerst te horen over de Duitse inval van Nederland. Niet veel later krijgt ze van Dick een telegram waarin staat, dat Greet maar beter naar Soerabaja kan vertrekken als hij niet meer in staat is om naar Makassar te komen. Gelukkig is dat het geval, want Dick komt wel degelijk naar Makassar. Vanaf vandaag zit Greet iedere dag aan de radio gekluisterd.
De meest beroerde tijd bij de KPM was toen Dick op Oost-Borneo ging varen. Hij was toen 14 dagen weg en met veel gehaast en gejacht slechts één avond thuis. Vanwege al het gejaag was dat een zenuwslopende tijd. Daar kwam nog bij dat hij ieder moment overgeplaatst kon worden. Hij kreeg toen ook nog paratyfus, waarmee hij in het ziekenhuis belandde.
Overstap van het ms "van Overtraten" op het ss "Speelman" te Bandjarmasin (Borneo)
Het vele van huis zijn en het haastige leven wat het varen bij de KPM met zich meebracht begon het stel steeds minder te bevallen. Dick dacht steeds vaker terug aan zijn tijd bij de Koninklijke Marine en nam uiteindelijk het besluit om de KPM vaarwel te zeggen. Juist op het goede tijdstip, want niet veel later wordt de KPM uitgeroepen tot vitaal bedrijf en dan had hij geen ontslag meer kunnen nemen. Trouwens de kans op promotie was bij de KPM ook gering. Met zijn 34 jaar staat Dick ergens op plek 88 van de lijst om 1e stuurman te worden. Na het indienen van zijn ontslag zijn Dick en Greet naar Batavia gereisd om bij het hoofdkantoor op het Koningsplein af te rekenen. Op het kantoor geven ze hem nog wel een tip dat er een vacature open staat bij de nautische afdeling van het deviezen-instituut, maar de marine trekt Dick toch meer.
Hoofdkantoor van de KPM op het Koningsplein te Batavia
Soerabaja; Dick keert als luitenant ter zee tweede klasse terug bij de Koninklijke Marine
Dick en Greet Rooseboom poseren in de woonkamer van hun huis aan de Bankastraat 9 Soerabaja
17 februari ’41: Dick is inmiddels teruggekeerd bij de Koninklijke Marine. Hij is dan wel langer van huis, maar zijn verlofdagen zijn beduidend meer dan bij de KPM. Dick en Greet zijn weer naar Soerabaja teruggegaan. In de Bankastraat 9 huren ze een huis inclusief overname van al het meubilair. Bij terugkeer van zijn eerste reis bij zijn nieuwe werkgever herkend Dick zijn eigen huis niet meer. Greet is net net zo lang met de meubels aan het schuiven geweest tot het helemaal naar haar zin is. Dat is dan ook de rede dat Dick en Greet de foto's hierboven hebben genomen.
Passeerbiljet waarmee Greet toegang heeft tot het Marine-Etablissement te Soerabaja
27 februari 1942: Als Dick op de torpedobootjager Hr. Ms. “Witte de With” komt te varen, weet hij nog niet dat dit schip aan de Slag op de Javazee zal deelnemen. Nadat de Japanners op zowel Celebes als Borneo succes hebben geboekt is Java hun volgende doelwit. Vanwege de centrale ligging zal Java van doorslaggevend belang zijn voor het verdere verloop van de oorlog. Uit westelijke en oostelijke richting wordt het eiland aangevallen. Een Japans eskadron, bestaande uit twee zware en twee lichte kruisers en veertien torpedojagers, escorteert eenenveertig Japanse vrachtschepen die invasietroepen en militair materiaal vervoeren om op Java af te zetten.
Machtiging tot gedeeltelijke uitbetaling soldij
Schout-bij-nacht Karel Doorman is met een aantal ABDA-schepen al geruime tijd opzoek naar deze vrachtschepen. Omdat schout-bij-nacht Doorman geen ondersteuning van vliegtuigen krijgt, verloopt de zoektocht naar de eenenveertig schepen uiterst moeizaam. In de namiddag van 27 februari ontdekt de vloot van Doorman de vrachtschepen inclusief het Japanse eskadron dat deze vrachtschepen begeleid. De eenenveertig vrachtschepen krijgen opdracht om zich terug te trekken. Wanneer de ABDA-schepen onder leiding van Schout-bij-nacht Karel Doorman het Japanse eskadron op schietafstand heeft genaderd ontstaat een hevig vuurgevecht. Al snel blijken de ABDA-schepen niet opgewassen tegen het Japanse eskadron met zware kruisers. De Britse kruiser HMS “Exeter” wordt als eerste getroffen en raakt zwaar beschadigd aan een ketelruim. Hierbij vallen veertien doden. Niet veel later krijgt de Hr. Ms. Kortenear de volle laag. Na een voltreffer van een torpedo breekt het schip in tweeën en verdwijnt in twintig minuten naar de zeebodem. Opvarenden weten op tijd overboord te springen en klampen zich aan ronddrijvende wrakstukken vast. Voor deze mannen duurt het uren voordat ze uit zee worden gered.
Volmacht bij krijgsgevangenschap of vermissing (09-01-'42)
Schout-bij-nacht Karel Doorman heeft de gehavende HMS “Exeter” inmiddels opdracht gegeven om zich met de Hr. Ms. "Witte With” en HMS "Electra" terug te trekken. De HMS "Electra” zou hierbij de aftocht dekken, maar raakt dusdanig beschadigd dat het eveneens zinkt. Bij aankomst in Soerabaja ondergaat het HMS "Exeter" een noodreparatie en zal vervolgens naar Ceylon vertrekken. Vanwege brandstof- en munitiegebrek moeten nog vier torpedobootjagers van de ABDA-vloot zich van het slagveld terugtrekken. Hierbij vaart het de HMS "Encounter" op een mijn. Uiteindelijk heeft de Schout-bij-nacht Karel Doorman geen andere keus dan zich met de overige schepen van het slagveld terug te trekken.
28 februari 1942: Bij een tweede aanval op de eenenveertig Japanse transportschepen probeert Schout-bij-nacht Karel Doorman het Japanse eskadron te ontwijken. Dat plan mislukt, zodat de schepen van Doorman alsnog onder vuur worden genomen. De kruiser Hr. Ms "Java " valt als eerste ten prooi aan de vijandelijke torpedo’s en ook dit schip verdwijnt binnen de kortste keren in de golven. Anderhalf uur later ondergaat de kruiser Hr. Ms. "De Ruyter" hetzelfde lot, het schip gaat inclusief de Schout-bij-nacht Karel Doorman op de Javazee ten onder. De twee resterende kruisers HMAS "Perth" en USS "Houston" weten te ontkomen, maar worden een dag later op de Straat Soenda alsnog tot zinken gebracht. Het verlies van de Slag op de Javazee zou voor het verdere verloop van de oorlog doorslaggevend zijn.
Een van Dick Rooseboom zijn opdrachten was de gehavende HMS "Exeter" na de noodreparatie in Soerabaja via de Straat Soedan naar Colombo te begeleiden. De HMS "Exeter" werd door zowel de torpedobootjager Hr. Ms. "Witte de With" als een Engelse en Amerikaanse torpedobootjagers naar de haven van Colombo geëscorteerd. Eenmaal bij Ceylon aangekomen verlaat de Hr Ms "Witte de with" op de late avond van 28 februari de haven van Colombo. Niet wetende dat de HMS “Exeter" op 1 maart '42 tijdens de tweede fase van de Slag op de Javazee alsnog zou vergaan.
Links de Britse kruiser HMS "Exeter" in januari '42 en rechts op 1 maart '42
01 maart 1942: Onderweg naar de Javazee worden de HMS "Exeter”, HMS “Encounter” en de USS ‘Pope” op de Straat Soenda door de Japanners ontdekt. Eenmaal op de Javazee worden de HMS “Exeter’ en HMS "Encounter" getorpedeerd en tot zinken gebracht. Hierbij komen alle bemanningsleden om het leven. De USS "Pope" weet te ontsnappen, maar wordt later op de dag alsnog tot zinken gebracht.
Het marine-etablissement aan de Oedjong en de luchtaanvallen op de haven van Soerabaja
Tijdens een poging om de haven van Soerabaja te verdedigen wordt Hr. Ms. “Witte de With” vanuit de lucht aangevallen. Door meerder voltreffers loopt het schip dusdanig veel schade op dat het niet meer te redden is. Een dag later op 2 maart ’42 wordt het schip door de bemanningsleden tot zinken gebracht, zodat het niet in handen van de Jappen zou vallen.
De torpedobootjager Hr. Ms. "Witte de With" in de haven van Soerabaja
Als Greet haar man Dick op het Marine-Etablissement komt ophalen, treft zij alleen Dick en een collega op het terrein aan. Zij staan naast een enorme berg bagage, bultzakken, koffers en losse kleren te wachten. De mannen weten alle barang in de auto te laden. De collega propt zich in de dicky-seat tussen allerlei spullen. Dick gaat achter het stuur zitten, Greet daarnaast met tussen hen in een plunjebaal en een sabel.
Nog voordat Dick het terrein is afgereden klinkt een waarschuwingsschot. Geschrokken zette hij zijn auto stil. Als Dick vraagt waar dat schieten voor nodig is vertelt de wacht dat hij hen alleen wil laten stoppen. Dick roept de wacht gehaast toe dat hij vandaag nog naar de marinebasis in Tjilatjap moet en mag dan meteen doorrijden. Onderweg naar huis laat Dick zijn pet aan Greet zien. Vlak naast het embleem van de pet zit een gat van een granaatscherf, ontstaan tijdens het vuurgevecht van de Hr. Ms. "Witte de With" met de Japanse vloot. Hij vertelt ook dat hij tijdens een eerdere aanval op de Hr. Ms. “Kortenear” mensen hulpeloos in het water heeft zien drijven. Tijdens de rit naar de Bankastraat klinkt voortdurend het luchtalarm. Eenmaal thuis blijft het luchtalarm alsmaar klinken, maar ze zijn er inmiddels aan gewend. Er wordt niet eens schuilkelders opgezocht.
Dick in zijn Ford cabriolet type 78 van het bouwjaar 1937 en het opsporingsbevel
De Ford van Dick en Greet is ten tijde van de bezetting verdwenen en nooit teruggevonden. Ook niet na de bevrijding. Toen Dick alweer geruime tijd in Nederland terug was heeft hij nog wel geprobeerd zijn auto terug te krijgen. Dat deed hij via een opsporingsbevel vanuit Soerabaja, maar ook dat was zonder resultaat.
Tjilatjap
08 maart 1942: Ten tijde dat Dick in Tjilatjap verblijft liggen Japanse onderzeeërs niet ver van de kust vijandelijke schepen op te wachten. Als Greet dat te horen krijgt verwacht zij dat Dick iets zal overkomen en dat zij dan alleen in Soerabaja zal achterblijven. Gelukkig wordt Greet een week later door een onbekende man opgebeld, met de mededeling dat Dick inmiddels in Bandoeng in krijgsgevangenschap zit.
Bekendmaking geïnterneerden van de marine uit de krant van 7 april '42
Als Greet de eerste brief van Dick ontvangt, vraagt hij aan haar of ze naar Bandoeng wil komen. Ze zou dan tijdelijk bij zijn oom Chris en tante Enny in huis kunnen inwonen. Voor Greet is dat een lastige beslissing, enerzijds omdat ze haar huis in Soerabaja dan moet verlaten en anderzijds omdat ze niet verwacht dat ze Dick in het kamp mag bezoeken. In Soerabaja mogen krijgsgevangene ook niet bezocht worden.
Na de bombardementen op Soerabaja en Tandjong Priok is Tjilatjap ineens de belangrijkste af- en aanvoerhaven van Java
Omdat beide grote noordelijk gelegen havens van Java door de Jappen bezet zijn is Tjilatjap aan de zuidkust de belangrijkste haven van Java. Tjilatjap is gelegen aan de monding van de rivier Donan en de Indische oceaan. Alleen vanuit deze haven is het nog mogelijk om Java te ontvluchten. Op 2 maart '42 is de situatie in de haven van Tjilatjap hectisch. Daar zijn drieduizend marinemensen en vele duizenden burgers wachtende om ingescheept te worden en Java te verlaten. Japanse verkenningsvliegtuigen vliegen dan al over Tjilatjap om de haven in de gaten te houden. Op de avond van 2 maart vertrekken de “Sloterdijk”, “Kota Baroe”, “Tjisaroea”, “Duymaar van Twist” en de “Gen. Verspijk” de haven met evacuees. Mensen die op weg zijn naar veiliger oorden. De dag daarop vertrekken de “Janssens” en “Tawali” als laatsten de haven en ook weer met evacuees. Op 4 en 5 maart zijn de eerste Japanse luchtaanvallen op Tjilatjap. De schade is enorm en er vallen veel slachtoffers.
Schepen aan de kade in Tjilatjap om evacuees op te pikken en rechts de "Kota Gede" die al op 27 februari '42 met evacuees vertrok
12 april 1942: Uiteindelijk neemt Greet op 12 april het besluit om toch naar Bandoeng te vertrekken. Ze heeft van de LBD in Soerabaja een verlofpas gekregen om een maand om naar Bandoeng te kunnen. Ze regelt al haar zaakjes, pakt haar spullen en vertrekt de volgende dag om 08.00 uur naar het station Goebeng. Voor acht gulden koopt zij een kaartje enkele reis derde klasse en vertrekt naar Bandoeng. De reis verloopt niet bepaald voorspoedig. In Djocja moet ze overnachten, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De Jappen hebben overal voorrang, zodat alle hotels vol zitten. Uiteindelijk vind Greet een achterafkamertje in Hotel Mataram. De volgende dag gaat de reis verder, maar dit keer moet iedereen bij het plaatsje Laos dat vlakbij de Serayu rivier ligt uitstappen. De brug over de Serayu rivier blijkt opgeblazen. Nadat de reizigers met bootjes de rivier zijn overgezet moeten ze op een trein wachten die vanuit Bandoeng moet komen. Met deze trein moet de reis vervolgd worden. Het wachten op de trein duurd uren, terwijl het ook nog eens bloedheet is.
13 april 1942: In de stromende regen komt Greet uiteindelijk om 20.30 uur in Bandoeng aan, terwijl de avondklok daar al om 19.30 uur ingaat. Wat was Greet moe toen ze op de Burgemeester Kührweg 51 bij het huis van oom Chris en tante Enny aanklopte. Het ontvangst is buitengewoon vriendelijk en na wat gepraat en gegeten te hebben is er nog maar een ding waar Greet behoefte aan heeft en dat is slapen. De volgende dag, terwijl Greet de wanhoop eigenlijk al een beetje nabij is, stopt in de middag een auto voor het huis en daar stapt zowaar Dick uit. Hij wist met een valse pas naar buiten te glippen, maar wordt helaas alweer over een uur met diezelfde auto opgehaald.
Dick zat voordat hij als krijgsgevangene naar Tjimahi ging met andere officieren in het ‘LOG’ (2) (’s Land- Opvoedings- Gesticht), een voormalige jeugdgevangenis en een heel eind bij het huis van oom Chris vandaan. Toen Greet op een dag een kennisje van haar ging opzoeken, bleek deze vlak tegenover het 'LOG' te wonen. Ze trof het want ze mocht toen bij haar komen inwonen. Zo kon ze Dick regelmatig zien, soms wel 10 keer op een dag. De kamer van Greet was tegenover het sportveld, waar Dick ’s ochtends vroeg al haasje-over aan het springen was, of aan het voetballen of iets dergelijks. Ook zag ze hem ’s middags wel eens tennissen, of hij liep met een groepje gevangenen langs om te fourageren. Eigenlijk hadden ze elkaar nog nooit zo vaak gezien als hier bij het “LOG”. Er werden zelfs brieven uitgewisseld, stiekem via een vuilniskar of verstopt in een tennisbal die buiten het terrein werd geslagen. Kortom, naar omstandigheden was het niet eens zo’n slechte tijd daar.
Aquarel van 's Lands-Opvoedings-Gesticht het 'LOG' te Bandoeng door Diedrich Heinrich Volz (17 mei '42)
(2) Het Lands Opvoedings Gesticht (LOG) aan de Daendelsweg in Bandoeng-Oost was van maart tot en met mei 1942 een krijgsgevangenkamp, van juli 1942 tot april 1944 een burgermannenkamp, en in augustus 1945 een opvangkamp.
mei '42: Helaas werd Dick eind mei ’42 overgeplaatst naar een kamp in Tjimahi, 8 km buiten Bandoeng en dat was voorlopig de laatste keer dat ze elkaar zouden zien.
Vanaf oktober ’42 werden dagelijks grote transporten uit Tjimahi weggevoerd, maar waarheen wist niemand.
Dick zijn interneringskaart en kampnummer die hij begin '43 in Tjimahi had
Greet zat voortdurend in angst. Later bleek dat bijna alle Marinemensen werden afgevoerd naar Singapore, Thailand, Burma, Japan en ga zo maar door. Dick wist op de een of andere manier in Tjimahi te blijven. Dat wist Greet omdat zij iedere maand een postwissel van Dick uit Tjimahi ontving. Zelf ging Greet pas in december ’42 het kamp Tjihapit in en kwam daar op de Rijpwijk 15 terecht.
Kaart van Greet (Tjihapit) aan Dick (Tjimahi)
Vertaling wat Greet aan Dick schreef:
Baasje, Hier is alles goed, ik ben net ziek geweest (5daagse), maar nu ben ik bijna beter. Ben gauw moe, maar dat geeft niet, maak je maar geen zorgen. Met oom moet het goed gaan, schrijft hij, maar is nog niet verhuisd. Pa B.O. is regelmatig in de kerk, maar is al lang terug in Soerabaja. Alles goed, Sepp woont buiten met kennissen van Hella. Ans woont nog steeds bij ons in huis. Het geld moet voldoende zijn, omdat ik iedere maand fl. 10,00 van jou krijg, ben daar heel blij mee. Ontmoet hier regelmatig Jet en tante Milly. Elke dag plaatsen kennissen van de dames hun fietsen in onze tuin, dat is dicht bij de markt. Ik maak regelmatig cadeautjes enz. voor Dick.
Vele groetjes Baasje, van ons allemaal. Taske".
In al die jaren dat Dick en Greet in diverse kampen zaten heeft zij maar vijf briefkaarten van Dick ontvangen, alle kaarten, op één kaart van Dick na, werden in het Maleis geschreven met altijd weer dezelfde standaardzinnen. Enkele van die kaarten waren zelfs al een jaar eerder verstuurd voordat ze aankwamen.
Een kaart van Dick (Tjimahi) aan Greet (Tjihapit) Dit keer niet in de gebruikelijke Maleise maar Engelse taal geschreven (april '43)
Na de capitulatie
15 augustus 1945: Om 12.00 uur werd bekend gemaakt dat Japan capituleerde. De Japanse keizer gaf in zijn boodschap via de radio opdracht om de bevelen van de geallieerden op te volgen. Greet had toen maar een wens en dat was om zo snel mogelijk weer bij haar man te zijn. Ze wist dat Dick inmiddels weer in Bandoeng zat en besloot om samen met nog twee dames die ook weg wilden vroegtijdig het kamp te verlaten. Officieel was dat verboden, want er was nog geen toestemming van het Rode Kruis om te vertrekken. Het Rode Kruis was echter enorm traag met het nemen van beslissingen. Wanneer Greet haar reiscollega’s herhaaldelijk voorstelde om dan maar zonder toestemming te vertrekken, bedachten beide dames zich iedere keer en toen is ze maar op eigen houtje vertrokken. Hierdoor had ze geen Soerat Lepas (vertrekpas), die ze wel nodig zou hebben om allerlei faciliteiten en giften te kunnen ontvangen.
Verontruste broer Arend informeerde naar het welzijn van Dick en Greet en omschrijft de situatie zoals die in Holland was op 25 aug. '45
De laatste kaart die Greet vanuit Sompok (Semarang) aan Dick stuurde was op 27 augustus '45. Hierin vermelde ze: Ik werk in het kampkantoor Sompok in Semarang en denk dat het beter is dat ik hier wacht tot jij Liefke komt. Daarna kunnen wij samen naar Bandoeng gaan. Taske.
De laatste kaart die Greet schreef vanuit Lampersari-Sompok (Semarang) naar Dick in Batavia-1e Depôt (27 augustus '45)
Op de keerzijde van de kaart staat in het Maleis de standaard voorwaarden vermeld:
1. Banjaknja perkataan haroes diseboet dalam 25 perkataan = Een mededeling moet vermeld worden in 25 woorden.
2. Haroes dengan mesin toelis atau dengan tjara hoeroef besar tjetakan soepaja terang dan moedah dibatjakan = Moet met schrijfmachine of met grote letters gedrukt worden zodat het duidelijk en gemakkelijk gelezen kan worden.
Het kamp Lampersari-Sompok in 1945
16 september 1945: Zonder problemen liep Greet met haar koffer in de hand de poort van het kamp in Semarang uit. Maar waar moest ze eigenlijk heen? Ze wist niet eens in welke richting ze moest lopen? Welk station moest ze eigenlijk hebben en waar zou ze kunnen overnachten? Ze heeft toen maar een inlander met een betja aangehouden en gevraagd welk station ze moest hebben voor de trein naar Bandoeng en of hij haar naar dat station kon brengen. Ze heeft toen anderhalf uur in die betja gezeten, over meer dan beroerde wegen gereden, tot ze uiteindelijk ergens in het westen van Semarang bij station Pontjol aankwam. Voor het ritje met die betja hoefde ze slechts fl. 7,50 neer te tellen.
Er bleek echter geen nachttrein te gaan en na flink wat gesmoesd te hebben met de Indo-stationschef, heeft hij haar een papiertje gegeven, waarmee ze de volgende dag om 08.00 uur een kaartje kon kopen. Hij raadde haar aan om een 2e klas kaartje á 32,40 te nemen, omdat de trein wel overvol zou zijn. Aan een jongen van het Rode Kruis vroeg ze vervolgens waar ze zou kunnen slapen en die verwees haar naar het Kebon Kawung, waar het Chinese Rode Kruis zat. Na heel veel heen- en weer praten met de Chinese baas, die haar eerst niet wilde toelaten omdat ze zonder officiële Rode Kruisbescherming reisde, lukte het haar uiteindelijk toch om daar te overnachten.
De volgende ochtend om 05.00 uur, dat is dan weer Javaanse tijd, stond ze op en reed in een betja naar het station. Om precies 08.00 uur kocht ze haar kaartje en stapte in een 2e klas wagon. De trein zat bij vertrek inderdaad propvol, op de leuning van haar bank zat iemand en op haar koffer nog een ander. Tijdens een tussenstop In Cheribon probeerde ze de trein uit te komen, om iets eetbaars te kopen, maar wegens de enorme drukte lukte dat niet. Een Chinees die dat zag had via het toiletraampje wel iets weten te kopen en heeft haar toen nog op een kippenpootje getrakteerd. In Tjikampek moesten ze overstappen, maar doordat de trein waarin Greet zat te laat aankwam, moest ze rennen om op tijd in die andere trein te komen. Precies op tijd, want ze stond nog maar net op het achterbalkon toen hij begon te rijden. Ook deze trein was overvol, de inlanders zaten zelfs op de daken van de wagons. Doordat er achter de locomotief 20 wagons hingen, moest hij ongelogen 4 keer terugrijden naar het station om de aanloop voor de berghelling te kunnen nemen. Achteraf gezien was het maar goed dat Greet op eigen houtje het kamp verliet, want die anderen hadden nog twee maanden moeten wachten voordat ook zij mochten vertrekken.
Registratieformulier voor krijgsgevangenen en geïnterneerden (29 september '45)
Terug naar de vrijheid
Rond middernacht kwam Greet in Bandoeng aan. Bij het station stond een autobus van het Rode Kruis klaar om alle mensen naar hun bestemming te brengen. Greet had pech want zij was één van de laatsten die aan de beurt was en kwam daardoor pas om 01.30 uur bij het Huis van oom Chris en tante Enny aan. Die waren natuurlijk niet op de hoogte van haar komst en schrokken zich dood toen ze haar zo midden in de nacht voor het hek zagen staan; een geraamte van 1.74 m. lang en nog maar 38 kilo zwaar, dat er ook nog eens vermoeid, goor en verreisd uitzag. Ze was zo moe dat ze meteen naar bed is gegaan, zonder zich te verfrissen.
De volgende ochtend heeft ze voor het eerst sinds jaren weer eens een goed bad kunnen nemen en toen kreeg ze het gevoel, dat ze pas echt de laatste resten kampvuil wegspoelde. Natuurlijk was ze nog niet echt gelukkig, want ze had haar Klorisje nog niet gezien.
Verklaring om 's nachts buiten het Militair Kamp Tjihapit te mogen vertoeven (6 oktober '45)
Heel toevallig kwam Dick juist die ochtend een kopje koffie drinken bij zijn oom. Je had zijn verbaasde gezicht moeten zien, toen hij zijn vrouw daar op een stoel in de tuin zag zitten. Hoe hun weerzien verliep spreekt voor zich. Ze hadden elkaar per slot al 3 ½ jaar niet meer gezien!
Eerste passeerbiljet naar een vrij leven (9 oktober '45)
Nu ze elkaar weer hadden teruggevonden, beseften ze ook meteen dat er nog veel moois van het leven te maken viel. Een heerlijk gevoel natuurlijk, als je eerst jarenlang alleen maar ontzettend cynisch bent geweest.
Toch weer terug naar het kamp Tjihapit
Ondanks hun terugkeer naar de vrijheid werd het steeds gevaarlijker op straat. De opstandelingen lieten steeds vaker van zich horen en over het nieuws werd steeds vaker melding gedaan over de gruwelheden die op Java al geruime tijd werden uitgevoerd door deze opstandelingen. Alle blanken en iedere Indo die met hen samenwerkten waren hun leven niet meer zeker. De meest gruwelijke moorden werden verricht en de massagraven met al die weerloze mensen kwamen steeds vaker aan het licht. Dick en Greet waren er dan ook niet zo heel erg verdrietig over dat ze beiden terug waren gekeerd naar het kamp Tjihapit, waar Dick sinds september '45 werk had op het kantoor van de Koninklijke Marine Junioren. Op het kamp waren ze in ieder geval een stuk veiliger dan op de Burgemeester Kührweg bij oom Chris en tante Enny, of elders in de stad.
Vergunning voor Dick uitgegeven op 13 oktober '45 en voor Greet op 9 november '45
Greet kwam op 1 november '45 ook het kantoor van de Marine-Junioren werken, dat was gehuisvest op de hoek van de Tandjoenglaan en de Blimbinglaan. In het begin waren er ongeveer 120 jongens onder hun hoede, die daar een opleiding genoten. Later in januari '46, toen Dick opdracht kreeg om naar Batavia te verhuizen voor een functie als hoofd bij het M.P.K.B., waren er bij de Marine-Junioren nog maar 49 personen gehuisvest en dat was dan inclusief moeders, broertjes en zusjes.
Tekening van het kantoor Koninklijke Marine-Junioren te Tjihapit (Greet)
Slechts één van de 120 Marine-jongens die uit Tjihapit was vertrokken stuurde een brief
Medicijnen voor Dick, verstrekt op 12 december '45
1946
Benoeming tot Verbindingsofficier (16 januari '46)
Vanaf het moment dat Dick weer vrij man was heeft hij bij de Marine diverse functies bekleed, waarbij hij diverse dienstreizen maakte met het vliegtuig, waaronder zijn oude woonplaats Soerabaja, maar meestal vloog hij naar Batavia.
Dienstopdracht om naar Batavia te reizen (21 januari '46)
Enkele reis voor Dick en Greet om van Bandoeng naar Batavia te gaan (30 januari '46)
Alweer vertrok Dick per vliegtuig naar Batavia, nu samen met zijn vrouw en dit zou tevens de laatste reis worden dat zij gezamenlijke reis naar Batavia gingen, want Greet zou enkele maanden later naar Holland vertrekken.
Aankoop bij de noodwinkel Tjikini 26 te Batavia (2 maart '46)
M.P.K.B. (Militair Postkantoor Batavia)
Buiten alle werkzaamheden om had Dick ook een functie als Hoofd-MPKB, die hij tot vlak voor zijn vertrek naar Holland vervulde. Vanuit dit kantoor werden alle militaire postzaken geregeld die over de gehele wereld verzonden werden. Ook Greet had op dit kantoor een functie als secretaresse van de 'grote baas'.
Ook Greet kwam op de loonlijst van het MPKB
De baas, zijn vrouw als secretaresse en het 'Schippertje' zoals de beste man werd genoemd (27 juni '46)
Havenpas van Dick om als hoofd van het Militair Postkantoor schepen te kunnen bezoeken in Tandjong Priok (1 oktober '46)
Beiden keren apart terug naar Holland
Zoals uit de havenpas van Dick blijkt, is hij na het vertrek van Greet naar Holland ingetrokken in het alom bekende Hotel Schomper te Batavia.
Greet verdwijnt alweer van de loonlijst bij het MPKB vanwege haar reis naar Holland
Afscheidskaart met handtekeningen en brief van collega's MPKB vlak voor het vertrek van Dick naar Holland
Gouvernementspassage 1e klasse voor Dick om de reis naar Holland te maken met de m.s. "Oranje" (15 november '46)








































