Met het Kennemerbataljon (2-4 RI) naar Nederlandsch-Indië

        

Een militair verstuurde kaart van het m.s. "Alcantara" toen nog met twee schoorstenen

Wat er allemaal aan voorafging

Nederland bevrijd….

De Nederlandse regering realiseerde zich eind 1942 dat het tijdstip van de bevrijding in Europa niet gelijk zou zijn met die van Azië. Europa zou vermoedelijk eerder bevrijd worden en de troepen die Nederland dan zou kunnen inzetten voor de bevrijding van Nederlands-Indië waren alleen het restant van het KNIL dat in 1942 wist uit te wijken naar Australië en dat zou op militair gebied ongetwijfeld problemen opleveren. De Nederlandse regering die vanwege de oorlog naar Londen was uitgeweken vroeg zich af hoe zij een Expeditionaire Macht (EM) kon voorbereiden om op kort termijn aan de strijd van een herbezetting van Ned. Indië deel te nemen.

Eind 1942 werden er plannen gemaakt om na de bevrijding van Nederland de reeds geoefende jongste lichtingen van vóór de bezetting op te roepen en daar 15 bataljons mee te formeren. Dat hield wel in dat de Britten voor de uitrusting moesten zorgen en dat in Australië een aanvullende gevechtstraining zou volgen. Onze regering maakte in 1944 bekend dat buiten de 15 geformeerde bataljons ook 5.000 vrijwilligers (OVW'ers) naar Ned. Indië gestuurd zouden worden. Op 10 mei van datzelfde jaar kreeg de Minister van Oorlog een volmacht om OVW'ers, reservepersoneel en dienstplichtigen op te roepen voor werkelijke dienst zodra de bevrijding een feit was.

Toen het zuidelijk deel van Nederland was bevrijd, werd bekend gemaakt dat mannen zich konden aanmelden als OVW'er, zodat ze ingezet konden worden om Ned. Indië te bevrijden van de Japanse bezetter. Het eerste aanmeldingsbureau werd op 22 september 1944 opengesteld en al snel volgden bureaus in meerdere bevrijde steden. Er werden pamfletten in omloop gebracht en boeken uitgegeven om zoveel mogelijk mannen te kunnen bereiken die geïnteresseerd waren. De interesse was overweldigend, mannen gaven zich in grote getalen op en niet zelden melden complete verzetsgroepen zich in een keer aan om Indië te helpen bevrijden. Op 30 november 1944 werden er twee verschillende verbandakten uitgeroepen: De eerste was de lange verbandakte, wie voor deze verbandakte tekende kon voor onbepaalde tijd en overal ter wereld worden ingezet, wie voor de tweede korte verbandakte koos kon tot een half jaar na de bevrijding worden ingezet, maar dat dan alleen binnen Europa.

Niet alleen de Nederlandse regering wilde dat er troepen naar Ned. Indië gingen, ook de Amerikaanse Generaal Mac Arthur drong er in februari 1945 bij Nederland op aan om zo snel mogelijk minimaal 4.000 man naar Indië te sturen. Op 5 mei 1945 was de toestand in Nederland als volgt: In het eerder bevrijde zuiden is al een begin gemaakt met het formuleren van een OVW-bataljon (LIB'ers) en in het overige deel van bevrijd Nederland wachtten veel mannen op de mogelijkheid om zich aan te kunnen melden.

Leden van de B.S. in Purmerend

Het Kennemerbataljon in wording

Zaterdag 5 mei 1945: De Binnenlandse Strijdkrachten in Haarlem en omstreken is na de bevrijding meteen bovengronds gaan werken en handhaafde vanaf toen de orde in Zuid-Kennemerland, registreerde opgepakte gevangenen en verzorgde de werving van oorlogsvrijwilligers. Veel leden van de BS hadden in de oorlog al afgesproken dat ze zich zouden aanmelden als OVW'er om mee te kunnen helpen met de bevrijding van Nederlands-Indië.

Net als bij andere aanmeldbureaus kwamen ook in Haarlem problemen voor bij de inschrijving. Leden van verzetsgroepen hadden er geen rekening mee gehouden dat de regering een leeftijdsgrens van 18 tot 36 jaar had ingesteld voor het aanmelden van OVW'ers en dat bij een leeftijd onder de 21 jaar toestemming van beide ouders nodig was. Deze criteria leverden dus ook voor verzetsgroepen uit Haarlem de nodige problemen op. Dankzij protesten en het medeleven van veel mensen werden jongens van 16 en 17 jaar, die toestemming van hun ouders hadden, oogluikend toegelaten. Ook de limiet van 36 jaar werd in sommige gevallen overschreden, maar doorgaans werd daar streng op gecontroleerd. Vandaar dat mannen op illegale wijze toch toelating voor elkaar probeerden te krijgen. 

Zaterdag 31 mei 1945: Vier weken later bevond een administratieve ploeg van voormalig B.S.-leden zich in de gebouwen van de psychiatrische inrichting voor vrouwen ‘Huize Sancta Maria’ te Noordwijkerhout, kortweg 'De Sancta' genoemd. Deze administratieve ploeg had opdracht om de foerage voor te bereiden voor de ontvangst van aspirant-militairen. Dat betekende in de eerste plaats onderdak regelen voor al deze mannen en dat was op zo'n groot terrein als 'De Sancta' geen enkel probleem.

De eerste oorlogsvrijwilliger die naar 'De 'Sancta' kwam was Jaap de Witt Hamer, afkomstig uit de ondergrondse ploeg Haarlemmermeer/Halfweg. Jaap de Witt Hamer had geregeld dat zijn ploeg, gestart in de suikerfabriek in Halfweg, daar geconcentreerd gelegerd zou worden. Deze latere 1e compagnie heeft in al de jaren van haar bestaan 'De Bietenbak’ als bijnaam behouden, de plek waar die werd opgericht. De afspraak was dat andere compagnieën zouden volgen en beetje bij beetje gebeurde dat ook.

Krankzinnigengesticht Huize Sancta Maria in Noordwijkerhout werd kortweg 'De Sancta' genoemd

Ongezellig was het bepaald niet op 'De Sancta', tot in lengte van dagen circuleerden er verhalen over de gezellige en vriendelijke verpleegsters van 'De Sancta. Vooral voor de heel jonge jongens die voor het eerste van huis waren bleken zij een grote steun. De sfeer onderling was ook prima. In die periode waren er nog maar weinig patiënten in het pand aanwezig, zodat de meeste vetrekken meteen in gebruik genomen konden worden. Huisvesting was dus geen probleem, maar het organiseren en aanvoer van eten, militaire kleding en schoeisel wel. Vooral uniformen waren een groot probleem, heel wat mannen hadden alleen de armband van de BS en de kleding die ze dagelijks droegen. Ondanks de enorme inspanning kon aan de vraag naar voldoende uniformen op kort termijn geen antwoord worden gegeven.

Een non en enkele bewoners van Huize Sancta Maria fungeren als keukenhulpje

Tijdens hun verblijf op 'De Sancta' werd er vooral geëxerceerd en bij sommige jongens moest dat zelfs op blote voeten gebeuren, want ook schoeisel was er onvoldoende. Voor zover er oefeningen waren was dat het illegaal gooien van handgranaten en schietoefeningen in de duinen bij Noordwijkerhout. Dat handgranaatwerpen had ook zijn voordelen, want een aspirant-militair leerde niet alleen hoe hij granaten moest gooien, er werden meteen achtergebleven mijnen mee tot ontploffing gebracht. De Duitsers die na de oorlog gevangen werden genomen moesten hun eigen mijnen langs het strand en in de duinen opruimen, maar hadden blijkbaar heel wat mijnen over het hoofd gezien. De daaropvolgende maanden zouden de aspirant-militairen ook nog aanvals- en verdedigingstechnieken in de duinen gaan oefenen. 

Nogmaals enkele keukenhulpjes maar nu is die functie overgenomen door mannen van het Kennemerbataljon (links Jan Klaas de Graaf 2e cie.)

Maandag 30 juli 1945: Het Kennemerbataljon in wording wordt vandaag bezocht door Majoor Clutton, een Brits officier die werd toegevoegd als regionaal trainingsofficier van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het bataljon bestond alleen nog maar uit medisch goedgekeurde en aangemelde vrijwillige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten en viel dus onder de bevelen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Majoor Clutton was onder de indruk van de goede sfeer die er onder de jongens heerste, hun uitstraling, efficiency en de militaire houding van deze mannen. Wel constateerde hij dat er geen uniformen waren en dat schoenen ook een ernstig probleem vormde. In een officieel rapport nam hij alles op wat de leden van dit bataljon hem vertelden, ook over de oefeningen op blote voeten door gebrek aan schoeisel en de verhalen over het opblazen van mijnen bij het handgranaatwerpen in de duinen. Hij beschouwde dat niet als een optimale voorbereiding voor militaire acties. Het aantal wapens dat ze tot beschikking hadden was bedroevend. Ze hadden dan wel een redelijk aantal buitgemaakte Duitse handgranaten en geweren met munitie, maar slechts 10 Brens, 50 stens en 25 Lee-Enfields. Het bataljon bestond op dat ogenblik uit meer dan 400 man en dan is een totaal van 85 geschikte wapens niet erg veel. Er werd wel met die buitgemaakte Duitse geweren getraind, maar echt handig was dat niet. Voor schietoefeningen kon dat nog wel, maar het had natuurlijk geen enkele zin om met die geweren vertrouwd te raken. De Engelse en Amerikaanse wapens waar ze in de toekomst mee te maken zullen krijgen zitten heel anders in elkaar en moeten dus ook anders behandeld worden. 

De 2e compagnie voor 'De Sancta' waarbij veel mannen nog niet in uniform zijn gestoken

Japan capituleert

Woensdag 15 augustus 1945: Met het gooien van atoombommen op de steden Hiroshima en Nagasaki dwongen de Amerikanen Japan tot overgave. Ruim een week na het gooien van de bommen werd op 15 augustus 1945 de capitulatie van Japan wereldwijd bekendgemaakt, waarmee de omstandigheden over de gehele wereld drastisch veranderden. Nadat Japan was gecapituleerd kwam Ned. Indië onder gezag van het ‘South East Asia Command’. Hiermee kregen de Engelsen de taak om in een onrustig Indië orde en rust te handhaven en daarbij zaten zij niet op de bemoeienissen van Hollanders te wachten. Van hun kant werd er dan ook uiterst terughoudend gereageerd op de berichten dat er Nederlandse troepen naar Indië zouden komen. Ook in Australië kregen ze hun bedenkingen en begonnen ook zij zich terughoudender op te stellen. Nederland had dan wel afgedwongen dat in Australië eerst gevechtstraining gehouden zouden worden, maar of dat die afspraak nog wel door kon gaan werd twijfelachtig. Doordat Japan capituleerde vond Australië het uiteindelijk ook niet meer nodig dat er nog Nederlandse militairen naar Australië kwamen en werd het debarkeren van onze militairen bij hen onmogelijk gemaakt.  

Schietoefeningen in de duinen bij Noordwijkerhout

Inmiddels waren er een aantal bataljons opgericht en in afwachting om verscheept te worden. De Nederlandse regering vond het van groot belang dat zij, als partner van de geallieerden, in Azië erkend zou worden en besloot eind augustus '45 om alles in het werk te zetten om zo snel mogelijk troepen in Ned. Indië te krijgen. In tegenstelling tot Australië waren de Engelsen vreemd genoeg wél bereid om Nederlandse troepen in hun land toe te laten voor een training en het verstrekken van een tropenuitrusting. Nederland besloot die militairen meteen vanuit Engeland door te sturen naar Indië. De weinig enthousiaste houding van de Engelsen in Indië was bij de Nederlanders wel bekend, zij waren ook bijzonder traag met het sturen van troepen naar Indië, zodat ze daar de boel niet goed onder controle kregen. Nederlanders die in Indië nog steeds in interneringskampen werden vastgehouden konden die niet verlaten, deden ze dat wel dan liepen ze grote kans om vermoord te worden door opstandelingen. Er waren heel wat Nederlanders die familie of vrienden in deze kampen hadden, zodat de nonchalante houding van de Engelsen alleen maar voor grote woede zorgde. Het besluit om zo snel mogelijk Nederlandse troepen in Indië te krijgen werd daardoor alleen maar versterkt.

Een bijkomend probleem was dat tijdens WO2 een groot deel van de Nederlandse vloot werd vernietigd, hierdoor moesten een flink aantal schepen gecharterd worden om alles en iedereen te kunnen vervoeren. Een van de eerste reizen was met het s.s. "Stirling Castle" en bij die reis ontstonden al grote politieke problemen. Het s.s. "Stirling Castle" was gecharterd bij de Engelsen en vertrok op 4 oktober '45 vanuit Liverpool naar Australië. Toen dat schip vertrok was er nog sprake van een training in Australië, maar nog tijdens de overtocht veranderden de Australiërs van mening. Het s.s. "Stirling Castle" kon nog wel Australische militairen debarkeren in Freemantle, maar kon in Sydney na veel tegenstand onverrichte zaken vertrekken. Omdat de Engelsen bang waren dat opstandelingen in Indië zich nog vijandiger zouden gaan opstellen, mochten de jongens op het s.s. "Stirling Castle" ook daar niet debarkeren. De Engelsen bleven bij hun standpunt en daardoor moest dat schip uitwijken naar Malakka. Voorlopig zou voor ieder schip met Nederlandse militairen aan boord datzelfde lot gelden. 

De oprichting en organisatie van het Kennemerbataljon

Voor aspirant-militairen in 'De Sancta' verandert er voorlopig niet veel. De oprichting van het Kennemerbataljon is inmiddels een feit en werd samengesteld uit leden van de Binnenlandse Strijdkrachten uit de rayons Haarlem en Alkmaar, aangevuld met een groep OVW'ers buiten die regio. De officiële plek van legering blijft 'De Sancta' met de reserve luitenant 1e klas Chris (Christoffel) van Kammen als bataljonscommandant. Voor de trainingen worden speciaal opgeleide Engelse officieren aangesteld, maar het opzetten van een goed werkende administratie blijkt nog steeds een enorme opgave, zo ook de foerage van voedsel, kleding en andere benodigdheden. Ondanks die tekortkomingen is de sfeer nog steeds uitstekend.

Vrijdag 17 augustus 1945: Eindelijk kan vandaag de kleding verruild worden voor een Engels uniform. Al snel merken ze dat het gebruikte uniformen zijn en dat er zelfs uniformen bij zitten die deels versleten zijn. Het is helaas niet anders, maar er is nu in ieder geval wel uniformiteit in kleding. Onderkleding blijft nog wel een probleem, net als schoeisel, want alles boven maat negen is nog steeds niet op voorraad. Uiteindelijk zou na augustus de overige uitrusting ook verbeteren en in november zal deze zo goed als compleet zijn.

  

Kennemers (3e cie.) gefotografeerd aan de achterzijde van Huize Sancta Maria dragen nu allemaal een uniform

Maandag 17 september 1945: Vanaf vandaag is 2-4 RI officieel gevormd. Verder zijn er voor deze dag geen bijzonderheden te melden.

Dinsdag 25 september 1945: Vanmiddag wordt er een mars gelopen, maar vanwege het slechte weer valt die letterlijk in het water. Onder leiding van Minister Lieftinck is er een geldzuivering ingevoerd en daardoor heeft iedereen vandaag een tientje aan nieuw geld ontvangen. Dat houdt in dat iedereen in Nederlander tijdelijk evenveel geld heeft om te besteden.

Woensdag 26 september 1945: Er worden vandaag wapens uitgedeeld zodat iedereen nu gewapend is. Als de wapens zijn uitgedeeld worden ze meteen onderhanden genomen en rijkelijk in het vet gezet. 

Vrijdag 28 september 1945: De dagen verlopen veelal hetzelfde, met een oefening, een marsje, een parade en ga zo maar door. Vandaag wordt de kantine geopend en dat wordt gevierd met een gezellige avond.

Groepsfoto van het 1e peloton - 1e compagnie 'De Bietenbak' tijdens een oefening in de duinen bij Noordwijkerhout 

Zaterdag 29 september 1945: Vandaag, het is dus alweer meer dan 1 maand na de capitulatie van Japan, landden de eerste Engelse militairen op Java. Het is een groep van slechts 1.000 man en met zo weinig militairen kunnen ze daar natuurlijk nooit veel uitrichten. De mensen die nog altijd in Jappenkampen worden vastgehouden mogen deze niet verlaten, want er zijn veel te weinig militairen om hen te beschermen tegen de opstandelingen. Ook is het niet mogelijk om deze mensen naar minder gevaarlijke plekken te verplaatsen, want ook daar hebben ze onvoldoende mankracht voor. Het enige waar de Engelsen wel toe in staat zijn is de bestaande situatie van deze mensen onder controle houden, zodat ze in ieder geval bescherming hebben, maar nog wel onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. 

Maandag 8 oktober 1945: Vandaag worden er de hele dag schietoefeningen gehouden, hierbij wordt over het algemeen best goed geschoten. Sinds de opening van de kantine worden er regelmatig voorstellingen gegeven, zoals toneelstukken en gezellige cabaretavonden.

Met de sten en bren oefenen in de duinen bij Noordwijkerhout, Piet Heems met de stengun

Vrijdag 19 oktober 1945: Voor de tweede keer sinds ze op 'De Sancta' verblijven wordt er een inenting gegeven, de vorige was op 9 oktober en deze is tegen de tyfus. Ze moeten zich ook gereed gaan maken voor inschepingsverlof. Dat verlof zal in delen worden uitgevoerd. Zo gaat bij de 3e compagnie de eerste groep van 20 tot 29 oktober met verlof en de tweede van 29 oktober tot 5 november.

Zaterdag 20 oktober 1945: Deze dag staat voornamelijk in het teken van het verlof, maar eerst moet er nog parade worden gelopen. Waarnemend bataljonscommandant Sijdzes neemt vandaag namelijk afscheid. Na de parade kan de eerste groep verlofgangers meteen naar huis vertrekken.

Zaterdag 17 november 1945: De afgelopen vier weken is er buiten het inschepingsverlof niet zo heel veel bijzonders gebeurt, zodat we meteen met 17 november verder gaan. Deze dag staat in het teken van een bezoek door Prins Bernhard aan het bataljon. De reveille wordt hierdoor vandaag een uur eerder gehouden dan normaal, zodat iedereen voldoende tijd heeft om zich klaar te maken voor zijn ontvangst. Om 09.00 uur staat het bataljon aangetreden. De prins arriveert keurig op tijd, zodat ze niet lang hoeven te wachten. Nadat hij het bataljon heeft geïnspecteerd is er een defilé en daarmee wordt de plechtigheid afgesloten. Na afloop is er meteen appel. Hierbij maakt de bataljonscommandant het een en ander bekend over het vertrek naar Engeland en dat ze vanaf heden tot aanstaande woensdag 12.00 uur verlof hebben. Die mededeling wordt uiteraard met veel enthousiasme ontvangen. Na het appel gaat iedereen zich dan ook meteen klaarmaken om naar huis te kunnen. 

Prins Bernhard bezoekt het bataljon en ter ere van zijn bezoek is er een defilé

Donderdag 22 november 1945: Vanochtend worden er voorbereidingen getroffen voor een mars en parade die ze in Haarlem zullen houden ter afscheid van het bataljon. Om 12.00 uur vertrekken ze met trucks naar Haarlem. De mars en parade verlopen goed en onder veel belangstelling. Om 15.00 uur zijn ze weer terug in Noordwijkerhout.

Ter afscheid van het bataljon wordt er in Haarlem onder veel belangstelling een parade gehouden

Vrijdag 23 november 1945: Alle diensten verlopen weer zoals ze gewoonlijk gewend zijn. Vanochtend is er een hindernisbaan te nemen en vanmiddag wordt er weer met Duitse handgranaten gegooid. Het vertrek naar Engeland is nu officieel vastgesteld op 30 november. Dat is dus al over 1 week en daar zijn alle jongens natuurlijk blij mee.

Zaterdag 24 november 1945: Vandaag staan er enkele voetbalwedstrijden op het programma. Vanochtend wint de 3e compagnie nog ruimschoots van de stafcompagnie met 5-0, maar vanmiddag verloopt de wedstrijd heel anders voor hen, want nu verliezen ze van de 2e compagnie met 4-1. Vanaf vandaag 12.00 uur mag niemand nog de gemeente Noordwijkerhout verlaten en dat zal ongetwijfeld met het komende vertrek te maken hebben. In plaats daarvan wordt er nog wel een gezellige cabaretavond in de kantine gegeven.

Maandag 26 november 1945: Veel diensten worden momenteel niet meer gedaan en dan is maar goed ook, want de jongens kunnen die tijd nu veel beter gebruiken om alles in orde te maken voor het vertrek.

Dinsdag 27 november 1945: Vandaag zijn de finalewedstrijden voor het voetbal waarmee ze zaterdag zijn begonnen. De topper voor vandaag is de wedstrijd tussen de 1e en de 2e compagnie, die met 4-3 door de 2e compagnie wordt gewonnen. De troostprijs gaat dus tussen de 3e en de 4e compagnie en deze wedstrijd wordt door de 4e compagnie met 1-0 gewonnen.

Donderdag 29 november 1945: Omdat er om 11.00 uur een paar officieren worden beëdigd, hebben ze om 08.45 uur eerst een proefparade. Deze oefening verloopt naar behoren, zodat iedereen om 11.00 uur met een gerust gevoel kan aantreden. Vanmiddag wordt er in de kantine een spannende film gedraaid. Die film wordt met een reden vanmiddag al gedraaid, want vanavond moeten alle spullen ingepakt worden en gereedgemaakt voor verstrek. Morgen is het namelijk de dag dat ze naar Engeland gaan.

Het vertrek naar Engeland

Vrijdag 30 november 1945: Nadat het vertrek al vele keren werd uitgesteld gaan ze nu dan eindelijk weg. Een bijkomend voordeel is dat ze vandaag kunnen uitslapen tot 09.00 uur. Na het ontbijt worden door een aantal jongens de lunchpakketten voor onderweg klaargemaakt en dat klusje neemt de rest van de ochtend in beslag. Om 14.00 uur is het dan zover, ze moeten aantreden voor vertrek.

  

Met een zware last op hun rug lopen ze naar de gereedstaande trucks.

Om 15.00 uur zit iedereen in de trucks en worden ze naar het station van Leiden gebracht. Als ze daar op het perron staan, moeten ze nog tot 18.45 uur wachten voordat er een trein arriveert. Nadat om 21.00 uur alles en iedereen een plekje in de trein heeft gevonden, komt deze al fluitend en stoomafblazend in beweging. Bij het perron zijn heel wat familieleden en vrienden bijeengekomen om de jongens, ondanks dat dit door hogerhand werd afgeraden, te komen uitwuiven.

 

Wachtend op het perron van Station Leiden om eindelijk de trein in te mogen

Hoera de reis is begonnen! Wel jammer dat er in de wagons niet voldoende ruimte voor iedereen is om fatsoenlijk te kunnen zitten, sommige jongens hebben hun heil zelfs in de bagagerekken gezocht om wat extra leefruimte te creëren. De sterk verouderde wagons hebben houten banken en sommige ramen zijn ook nog eens stuk, zodat het gure novemberweer vrij spel heeft. Er is geen verlichting en een deel van de jongens zit in wagons die veel van veewagens weghebben. Tijdens het eerste deel van de reis gaat alles nog gemoedelijk, er wordt veel gezongen en gelachen, maar die vrolijkheid duurt niet heel lang. Verkleumd door de kou moet iedereen zijn uiterste best doen om zich toch een beetje comfortabel te voelen. Het spoorwegennet is door de oorlog in zeer slechte staat, zodat er een enorme omweg gemaakt moet worden om in Oostende te komen. De reis gaat als volgt, vanuit Leiden rijden ze eerst naar Haarlem en Amsterdam, dan via Utrecht en Geldermalsen helemaal naar Nijmegen, om vervolgens over den Bosch en Breda richting Roosendaal te rijden en dan zijn ze nog altijd in Nederland.

Doordat het afgelopen nacht niet erg donker was hebben ze de vernielde Waalbrug en de verwoestingen in Nijmegen heel goed kunnen zien. De reis begon al vrij snel met problemen want het achterste deel van de trein kwam even voorbij Haarlem ineens tot stilstand. De koppeling tussen twee wagons brak af, de machinist merkte niets zodat het voorste deel gewoon naar Amsterdam reed. Hierdoor moest de trein dus terug richting Haarlem om na de reparatie de reis weer met iedereen voort te zetten. Vanwege de kapotte koppeling en de hopeloze organisatie bij de Nederlandse Spoorwegen hebben ze vannacht drie uur vertraging opgelopen.

België (Oostende)

Zaterdag 1 december 1945: Vanochtend om 07.30 uur hebben ze dan eindelijk de grens met België bereikt. Vanaf daar gaat de reis via Antwerpen langs Gent en Brugge en om 12.00 uur bereiken ze met het havengebied van Oostende hun bestemming. Ook in België zijn erg veel verwoestingen, in Antwerpen liggen complete wijken in puin veroorzaakt door Duitse vliegende bommen, de V1 en V2. Ook buiten de stad Antwerpen zijn veel kraters te zien en in Oostende ligt ook heel veel in puin. In de haven van Oostende hadden de Duitsers een enorme bunker voor duikboten, maar die ligt er nu bij alsof het als een kaartenhuisje ineen is gestort. Engelse bommenwerpers hebben hier dus goed huisgehouden, want zelfs in de massief betonnen kademuren zijn gaten geslagen die wel twee tot vier meter breed kunnen zijn.  

  

Aankomst op het station van Oostende waar enkele officieren nog even snel overleg plegen

De oversteek met het s.s. "Prinses Astrid"

  

Het s.s. "Prinses Astrid" tijdens het embarkeren, rechts met pukkel is Kapitein Dieperink en zicht op het sloependek

Vanaf nu verloopt alles voorspoedig. Als ze om 12.30 uur aan de kade komen ligt de "Prinses Astrid" al klaar, zodat alle 801 manschappen in een kwartier aan boord zijn en om 13.15 uur al kunnen vetrekken. Eenmaal aan boord hebben ze eindelijk de gelegenheid om wat uit te rusten van de vermoeiende treinreis. De oversteek naar Engeland is niet erg spannend, het zicht is niet zo goed, maar de zee is gelukkig kalm, zodat er maar weinig jongens zeeziek zijn. Aan boord zitten ook leden van de Royal Air Force. Om 15.00 uur worden de lunchpakketten uitgedeeld, die prima smaken.

  

Omdat op de Noordzee nog niet alle zeemijnen zijn geruimd is het tijdens de overtocht verplicht om een zwemvest te dragen 

Als om 17.00 uur de Engelse kust in zicht komt staat iedereen aan de reling, want de kust bij Dover ziet er schitterend uit. Loodrecht rijzen de witte krijtrotsen tot soms wel 40 meter uit de zee omhoog. Op die rotsen staan huisjes met rode daken en iets verderop in het groene landschap zijn een molen en enkele prachtige kastelen te zien.

Een passerend schip op Het Kanaal vlak bij Dover

Tegen een berghelling ligt Dover erbij als in een sprookje, vooral als in het donker alle lichtjes brandden. Om 18.15 uur vaart het s.s. "Prinses Astrid" het havengebied van deze stad binnen en meert aan. Hier in de haven valt het verschil in temperatuur al meteen op. Tijdens de reis door Nederland en België was het nog heel koud, het heeft zelfs gevroren en nu ze hier in Engeland zijn voelt het juist zo zacht aan. 

Na eerst wat te hebben gegeten lopen ze naar het station en stappen op de trein die om 20.30 uur Engelse tijd vertrekt. In de luxe eersteklascoupés van deze trein kunnen ze gelukkig wel heerlijk slapen. Als om 01.30 uur de trein met horten en stoten tot stilstand komt wordt iedereen meteen wakker, maar waar ze nu zijn dat weten ze niet. De rit is blijkbaar ten einde want iedereen moet de trein verlaten en de reis gaat vanaf hier te voet verder. Gelukkig worden de plunjezakken in trucks geladen, zodat die zware last niet door hen meegesjouwd hoeft te worden. Na een nachtelijke wandeling van meer dan 1 uur komen ze bij een kamp aan waar ze de komende tijd zullen verblijven.

Engeland (Easthampstead Park-Camp)

Zondag 2 december 1945: Op dit tijdstip van de dag is er op het kamp niet veel te zien, er staan een aantal van die halfronde nissenhutten en dat is het zo'n beetje. Deze nissenhutten zijn opgebouwd uit dubbele plaatijzeren golfplaten. Iedere compagnie krijgt zes hutten tot haar beschikking die drie bij drie tegenover elkaar staan opgesteld. Na eerst wat te hebben gegeten worden ze met 16 man in zo'n hut gestopt. Gelukkig hebben ze hier behoorlijke bedden met springveren matrassen en zonder nog verder te kijken kruipt iedereen meteen onder de wol. Dat is ook wel logisch want het is inmiddels 04.00 uur in de vroege ochtend.

  

De halfronde nissenhutten op het Easthampstead Park-Camp

Maandag 3 december 1945: Ze slapen al snel als rozen en rond 10.00 uur worden de eersten pas wakker. Ze hoeven vandaag geen diensten te doen zodat ze deze dag mooi kunnen doorbrengen met schrijven van brieven voor thuis en het verkennen van de omgeving. Ze komen er al snel achter dat het kamp ‘Easthampstead Park-Camp’ heet en dat het ongeveer 20 minuten lopen is voordat ze in Wokingham zijn. Vlak bij het kamp staat de grootste kostschool van Engeland, die uit een heel mooi gebouw en een kasteel uit de 17e eeuw bestaat. Met zestien man in zo’n nissenhut is het goed vertoeven en daar zullen vast hele prettige uurtjes in beleefd worden. Het eten is karig, maar om de honger te stillen kunnen ze in de kantine zoveel cake en koffie kopen als ze zelf willen. Omdat er maar weinig kolen zijn mogen ze de kachel pas na 17.00 uur aanzetten en dat zal met de huidige en komende temperaturen soms bijzonder lastig zijn.

Dinsdag 4 december 1945: Er worden vandaag vijf Engelse ponden aan soldij uitbetaald. In Nederland hadden ze al 53 gulden moeten inleveren, waar ze nu dankbaar gebruik van kunnen maken. Na uitbetaling wordt meteen de kantine bestormd en slaan ze sigaretten met honderden tegelijk in. Soldij wordt hier iedere week uitbetaald en het meeste geld verdwijnt dan naar de kantine en de bioscoop, maar ze gaan soms ook winkelen in de stad. De omgeving is in een woord schitterend en heerlijk rustig. Ze hoeven hier nagenoeg geen dienst te lopen en als ze naar de stad willen worden ze voor 30 cent met een speciale bus naar Wokingham gebracht. Omdat het 4 december is wordt er alvast Sinterklaasavond gevierd in de kantine en ondanks dat dit een avond te vroeg is wordt het een hele gezellige avond.

Woensdag 5 december 1945: Doordat ze veel vrije tijd hebben bestaat het dagelijkse leven vooral uit het bezoeken van een stad. Zo gaan vandaag een aantal jongens naar Reading. Ze moeten dan eerst met de bus naar Wokingham om vandaar met een dubbeldekker in Reading te komen. Anderen geven er de voorkeur aan om te gaan dansen in Bracknell en daar valt meteen op dat de meisjes iets te overdreven zijn opgemaakt en daar moeten ze wel even aan wennen. Een ding is zeker, sinds ze hier in Engeland zijn vermaken ze zich uitstekend. Zo gaan ze de ene avond naar de kantine of een bioscoopje pakken en de volgende keer inkopen doen of foto's maken in een stad en op deze manier vermaken ze zich prima. Omdat na 18.00 uur in de stad geen straatverlichting meer brand en de etalages dan ook niet meer verlicht zijn, geeft dat een sobere en doodse indruk. De prijzen zijn ook schrikbarend hoog, in ieder geval te hoog voor een gewone soldaat om ook maar iets te kunnen kopen, of je bent meteen door al je geld heen. Afijn, dan weten ze wel meteen wat de waarde van een Engelse pond is. Vandaag werden ook de gasmaskers nog in ontvangst genomen.

Zaterdag 8 december 1945: Vandaag moeten alle barakken schoongemaakt worden, maar daarna zijn ze de rest van de dag vrij. Ze moeten wel uiterlijk 23.00 uur weer terug in het kamp zijn. Het is nog steeds alle dagen stappen en een aantal jongens hebben besloten om vandaag met de trein naar Londen te gaan. Bij Waterloo Station stappen ze uit en vandaar rijden ze met de ondergrondse naar Piccadilly Circus. Ze maken een mooie wandeling door het centrum van de stad en het valt meteen op, dat daar veel meer militairen rondlopen. Je ziet ze van allerlei nationaliteiten, Nieuw-Zeelanders, Russen, Canadezen, Amerikanen, Noren, Denen, Polen en ga zo maar even door. Ook zien ze een groep donkergetinte mannen in vliegenierskostuums, maar het is niet duidelijk waar die vandaan komen. Londen is dus duidelijk het middelpunt voor bijeenkomsten met zoveel nationaliteiten. Zelfs vrouwen en meisjes zie je hier in allerlei uniformen rondlopen. Alles bij elkaar is Londen een hele interessante stad met veel bezienswaardigheden en dat is dan ook de reden dat ze pas om 22.30 uur in het kamp terug zijn.

Zaterdag is er grote schoonmaak van de barakken

Zondag 9 december 1945: Op zondag is hier nooit veel te beleven, maar een mooie wandeling door de omgeving maken is natuurlijk altijd heerlijk. De varkens die ze hier houden zijn zwart met wit gekleurd, ook zijn hier veel bomen met tamme kastanjes te vinden waartussen tientallen grijze eekhoorntjes rondbanjeren.

Maandag 10 december 1945: Vanaf vandaag heeft de 3e compagnie corveedienst en dat houdt in dat alle jongens van die compagnie 4 dagen lang alle corveediensten en wachtdiensten moeten doen. Zo worden alleen al in de keuken 12 hulpjes aangesteld, maar er zijn zoveel taken te verdelen dat niemand bang hoeft te zijn dat hij wordt overgeslagen. Het is vandaag een drukte van jewelste op het terrein, want 1-4 R.I. is hier ook aangekomen. Dit bataljon werd in Voorschoten samengesteld en bestaat uit leden van de B.S. uit de regio Zuid Holland met hoofdzakelijk Hagenezen. Dit bataljon zal samen met 2-4 RI naar Ned. Indië afreizen. Voor de Kennemers staan vandaag enkele voetbalwedstrijden op het programma, maar verder gebeurt er niet veel.

Woensdag 12 december 1945: Voor overdag zijn er niet veel bijzonderheden te melden, vanmiddag moeten ze nog wel de wapens schoonmaken maar dat is alles. Als de leiding in de gaten krijgt dat in sommige nissenhutten de kachel toch al vóór 17.00 uur brandt, dan moeten deze voor straf ingeleverd worden. Ondanks alle protesten trekken die jongens aan het kortste eind. Voor vanavond zijn er bokswedstrijden georganiseerd, de entree is 1 penning en de opbrengst gaat naar de winnaar. Het publiek is laaiend enthousiast en als bij de laatste wedstrijd al in de eerste ronde rake klappen worden uitgedeeld is de winnaar bekend. De verliezer zou de mat dus zonder poen moeten verlaten, maar er was onderling afgesproken dat ze de winst zouden verdelen. Beiden dus blij, maar iemand moet wel een poosje met een blauw oog rondlopen.

Donderdag 13 december 1945: Deze dag staat voor een groot deel in het teken van sport. Vanochtend zijn er diverse sportactiviteiten en voor vanmiddag staat er een voetbalwedstrijd op het programma tegen de nieuwkomers van 1-4 RI. Het is een hele spannende wedstrijd die ternauwernood met 2-1 wordt gewonnen door 2-4 RI. Bij terugkomst in de nissenhut ligt de post voor hen klaar die eerder al met zakken tegelijk op het terrein werden afgeleverd.

Vrijdag 14 december 1945: Vanochtend werd er nieuwe kleding aangevoerd en vanmiddag zijn ze vooral bezig om al die goederen het magazijnen binnen te sjouwen. Vanavond gaan de jongens maar weer eens naar Bracknell om een potje te dansen en dat wordt een gezellige avond. Gelukkig zijn daar ook vanavond genoeg meisjes die bereidwillig zijn om te dansen, zodat het in ieder geval geen hengstenbal wordt.

Zaterdag 15 december 1945: Vandaag worden van de nieuwe aanvoer kleding twee paar zwarte hoge legerschoenen, linnen koppels en enkelstukken ook wel anklets genoemd uitgedeeld. Dat zijn alvast de eerste spulletjes voor het tropenuniform. Een betere pasvorm als die van Engelse schoenen bestaat niet, al is het geklap van het ijzer onder de zolen wel even wennen. Vanmiddag gaan ze een bezoekje brengen aan Reading waar enkele jongens naar de bioscoop gaan. De film heet It's a Pleasure een prachtige Amerikaanse kleurenfilm met o.a. Sonja Henie, een film die nog maar net in de bioscopen draait.

De zojuist uitgekomen Amerikaanse speelfilm 'It's a Pleasure' met Sonja Henie in de hoofdrol

Zondag 16 december 1945: Ook vandaag zijn er jongens die hun vertier in Londen gaan zoeken. Om 09.30 uur lopen 5 jongens van de 3e compagnie naar Bracknell, om vandaar met de trein naar Londen te reizen. Na tien minuten wandelen passeren ze de kerk van Easthampstead waar ze regelmatig een dienst hebben bijgewoond. Als ze op het station van Bracknell zijn kopen ze een retourtje Waterloo Station en wachten op de trein. Om 10.30 uur arriveert er een trein van de Southern Railway Compagnie, ze stappen in en vallen neer op banken met heerlijk zachte kussens in een van de derde klas coupés. De stroom ontvangt deze trein op een wel hele speciale manier, die komt namelijk vanuit een rail die naast de gewone rails loopt. Als de trein het station heeft verlaten zien ze al snel het prachtige Engelse landschap en de vele kastelen die aan hen voorbijkomen. Ze passeren een aantal kleine stations en nadat ze in Ascot een tijdje stil hebben gestaan rijden ze aan een stuk door naar Londen. Bij het bereiken van de buitenwijken van Londen zien ze dat ook daar het een en ander is verwoest tijdens bombardementen. Als ze op het Waterloo Station aankomen gaan ze in een van de stationsrestauraties eerst een kopje thee drinken met een stuk cake daarbij voordat ze de stad in gaan.

Als ze het station verlaten lopen ze in de richting van de Theems die ze via de Waterloo Bridge kunnen oversteken. Vanaf de Waterloo Bridge is aan hun linkerzijde de Big Ben goed te zien en de Tower Bridge aan hun rechterzijde en deze is ondanks de grote afstand ook nog goed te zien. Ze besluiten om de Tower Bridge te gaan bezoeken. Onderweg naar deze toch wel bijzondere brug passeren ze de St. Paul’s Cathedral die aan een groot plein staat en deze schitterende kathedraal bezichtigen ze natuurlijk ook voordat ze verder gaan. Als ze de kathedraal verlaten vragen ze meteen naar de kortste route om de Tower Bridge te bereiken en na twintig minuten wandelen zijn ze daar. Bij de Tower Bridge staat een fotograaf die graag een foto van hen wil maken en deze binnen enkele minuten kan ontwikkelen. De jongens vinden dat een prima idee en laten er meteen een maken. Die foto is inderdaad in enkele minuten ontwikkeld, de kwaliteit kan je gerust slecht noemen en de prijs dramatisch hoog. Voor die 6 shilling hadden ze wel wat beters verwacht.

                               

Uitstapje in Londen met de foto bij de Tower-Bridge en nagetekend door Hans Ploeg (3e cie.)

Na een poosje rond te hebben gekeken verlaten ze de Tower Bridge aan dezelfde kant van de rivier om de stad verder te ontdekken. Op goed geluk pakken ze een tram in de hoop midden in het centrum uit te komen, maar ze hebben al snel in de gaten dat deze tram niet die richting heen rijdt. Om niet al te ver af te dwalen stappen ze snel uit en lopen het hele stuk weer terug. Als ze op een gegeven moment in de buurt van Victoria Station lopen nemen ze de ondergrondse en rijden naar St James Park om daar de Big Ben en Westminster Abbey te gaan bezoeken. De Westminster Abbey is net zo indrukwekkend als de St. Paul's Cathedral en als ze bij de Big Ben staan zien ze dat de enorme wijzerplaten van de klokken van wit marmer zijn gemaakt. Hun volgende doel is Buckingham Palace, maar vanavond zullen ze de Big Ben nogmaals zien, maar dan verlicht en dan ziet hij er nog mooier uit. Op weg naar het Koninklijk paleis lopen ze door het St James's Park, dat is een park met een reusachtig lange vijver en als ze het park verlaten zijn ze meteen bij het paleis. Ze komen heel toevallig op het tijdstip aan dat de wisseling van de wacht wordt uitgevoerd en dat is leuk om mee te maken.

Omdat ze honger beginnen te krijgen verlaten ze het plein bij Buckingham Palace en nemen om 17.00 uur de ondergrondse naar Piccadilly Circus. Piccadilly Circus is een plein met enorm grote lichtreclames en heel wat uitgaansgelegenheden in de omgeving. Ze kijken wat rond en zoeken een geschikt restaurantje om wat te eten. Als ze die hebben gevonden bestellen ze een huzarensalade die ze zich goed laten smaken. Als ze weer buiten zijn hebben ze tot 21.00 uur de tijd om nog rond te kijken. Zodoende wandelen ze een poosje door de prachtig verlichte straten, bekijken etalages en lopen een pub binnen om een biertje te drinken. Daarna is het zo langzamerhand wel tijd om de ondergrondse naar Waterloo Station te nemen en daar de eerste de beste trein naar Bracknell te pakken. Zo beleven vijf kameraden een dag om nooit te vergeten.

Maandag 17 December 1945: Vandaag gaan ze voor de verandering maar weer eens een stad bezoeken, maar nu blijven ze in de buurt van Easthampstead en gaan het iets zuidelijker gelegen Crownthorne bezoeken. Een stad kan je het niet echt noemen het heeft meer van een dorp weg. De een hoopt daar vertier te vinden en een ander gaat er doelbewust inkopen doen.

Dinsdag 18 December 1945: Het is een sombere dag, het regent al door waardoor alles in een modderpoel veranderd. Bijna de hele ochtend hebben ze op de schietbaan doorgebracht en dat is geen pretje met dat rot weer. Vanmiddag krijgen ze eerst les in mortierschieten en daarna worden er alweer kledingstukken voor de tropenuitrusting uitgedeeld. Dit keer zijn dat twee overhemdjassen, twee korte en een lange broek en een stel ondergoed. Prachtig mooi spul allemaal. Ter afsluiting van de middag moeten ze ook alle wapens nog schoonmaken en controleren of alles oké is voor een volgde oefening. Hoewel, als ze straks met dit verouderde spul de rimboe ingestuurd worden, dan zullen ze niet ver komen. Na het avondeten besteden ze een deel van de avond met het passen van de nieuwe tropenkleding en met wat vertier zoeken in de kantine.

Hoofdweg die door Easthampstead Park-Camp loopt met links Bataljonscommandant Chris van Kammen

Woensdag 19 December 1945: Deze ochtend staat hoofdzakelijk in het teken van exercitie en vanmiddag gaan ze naar Aldershot voor schietoefeningen. Ze hebben daar een schietbaan die voor allerlei soorten wapens gebruikt kan worden, zelfs voor het schieten met vliegtuigen en tanks. Bij terugkomst in het kamp was er ook nog een leuk voorvalletje: Bij de poort stond een Engels meisje op een van onze jongens te wachten. Die jongen had eerder al beweerd dat hij er heel veel voor over zou hebben om de Engelse taal beter te leren kennen, maar toen hij na een poosje terugkwam waren zijn lippen en wangen helemaal rood van de lippenstift. Nou je begrijpt wel hoe dat bij de rest overkwam, iedereen stond natuurlijk meteen te bulderen van het lachen. 

Donderdag 20 December 1945: Vanochtend wordt er een parade gehouden omdat Prins Bernhard op bezoek komt. Wel typisch want nog niet zo heel lang geleden op 17 november heeft hij het Kennemer Bataljon ook al bezocht, maar dat was toen ze nog in Nederland waren. Ook dit keer is de prins keurig op tijd, zodat de parade al vrij snel kan beginnen. Het beroerde bij een parade is dat je altijd lang moet wachten voordat het officiële gedeelte begint, want dan moet je al die tijd met je geweer in de houding staan. Nadat de prins is toegesproken neemt hij zelf het woord, maar voordat hij begint laat hij iedereen wel 'Op de plaats rust' staan. Daarna houdt hij een korte toespraak en vertrekt vervolgens met een paar hoge heren van het plein om enkele gebouwen te bezoeken. De jongens kregen naderhand van een kok te horen dat de prins ook bij hem in de keuken is geweest, in de pannen had gesnuffeld, de ballen gehakt zag sudderen, er één uithaalde en hem vervolgens goed liet smaken.

  

Ook in Easthampstead Park-Camp wordt het bataljon vereerd met een bezoek van Prins Bernhard

Vanavond is het de beurt aan de 3e compagnie om naar de film te kunnen. De film heet 'Vrij en Onverveerd' en die titel verwijst naar een regel uit het Wilhelmus. De film is dit jaar vervaardigd en gaat over Nederland in oorlogstijd. Het is een documentaire die een chronologisch beeld schetst over de Tweede Wereldoorlog. Aan bod komen de Nederlandse militairen en hun bijdrage aan de strijd, de beleving van de bevolking tijdens die strijd en de rol van het Koninklijk Huis. Het Britse Paramount News draagt de film dan ook op aan het Nederlandse volk en zijn strijdkrachten. 

Vrijdag 21 t/m maandag 24 december 1945: De afgelopen vier dagen zijn verlopen zoals ze dat gewend zijn. Dat zijn de dagelijkse uitjes, het exerceren, diensten lopen, brieven schrijven en ga zo nog maar even door. Het is wel jammer dat veel jongens door hun geld heen zijn, het wordt dus zo langzamerhand tijd dat ze soldij ontvangen.

Dinsdag 25 december 1945: Afgelopen zondag hebben ze de hutten versiert voor het aanstaande Kerstfeest en om middernacht is het dan eindelijk zover. Klokslag 00.00 uur wordt in een van de eetzalen met een indrukwekkende nachtmis begonnen. Deze geïmproviseerde kerk is versierd met hulst en dennengroen en naast het altaar staat een kerstkribbe opgesteld. Het aanwezige koor zingt prachtige kerstliederen met een harmonium als begeleiding. Voor de meesten is het hun eerste Kerst in den vreemde en als je van huis weg bent dan besef je pas goed wat dat betekent. Na de kerkdienst krijgen ze een eenvoudige maar overheerlijke kerstmaaltijd opgediend. Het grappige daarbij is dat dit keer de rollen zijn omgedraaid, want nu zijn het de officieren die de jongens moeten bedienen en dat wordt natuurlijk gewaardeerd. 

  

Kerstversiering in de nissenhut met v.l.n.r. K. Slot, W. Coenen, Eljo Smit, Gerrit Snieder, S, Hiemstra, Piet Warmerdam, Cor Swagerman en Mart van Etten 

De Kerstsfeer is duidelijk te merken in een van de versierde nissenhutten

De laatste dagen die ze in Engeland zijn worden overheerst door enorme regenbuien die als maar voortduren. Het terrein op het Easthampstead Park-Camp is daardoor binnen de kortste keren in een modderpoel veranderd. Waar je ook loopt het maakt niets uit, je zakt gewoon tot aan je enkels in de modder weg. Als je naar de kantine of eetzaal wilt dan zitten je schoenen iedere keer onder die baggerzooi. De laatste dagen die ze in Easthampstead verblijven worden daardoor vooral gevuld met het lezen van boeken en het schrijven van brieven voor het thuisfront.

Vrijdag 28 t/m zaterdag 29 december 1945: Vrijdag kunnen ze dan eindelijk hun lompe en verouderde Winchester-geweren inruilen voor de nieuwe Lee-Enfields en dat is een hele verbetering. Zaterdagochtend krijgen de jongens van de inlichtingendienst te horen dat ze binnenkort zullen vertrekken, zodat deze dag voor het grootste deel wordt benut met het inpakken van hun spullen. De avond wordt gebruikt om het vertrek te vieren en dat doen ze door de boel eens goed op stelten te zetten. Er wordt heel veel gelachen, luidkeels gezongen en met stokken op bussen getrommeld. Om 22.00 uur zijn ze dusdanig uitgeput dat ze hun bed induiken.

Groepsfoto voor de nissenhutten van Easthampstead Park-Camp

Zondag 30 december 1945: Vandaag gaat het dan toch gebeuren, de laatste spullen zijn ingepakt en brieven op de post gedaan. De reislust wordt door een paar jongens op een hele merkwaardige manier geuit op het interieur van hun nissenhut. Enkele kribben worden vakkundig uit elkaar getrapt en als daarbij ook de kachel omdondert is de chaos compleet. Dat dit voorval een staartje krijgt zal duidelijk zijn. Vanavond om 22.30 uur is het moment daar, ze moeten aantreden voor vertrek. Het is op dat tijdstip niet alleen donker maar ook mistig en het vriest, zodat de wegen plaatselijk glad zijn. Het eerste deel van de reis gaat te voet en ondanks de zware bepakking gaat dat met luid gezang. Er zit een lekker gangetje in en na anderhalf uur, dat is rond het middernachtelijk uur, bereiken ze het station van Crownthorne. Daar moeten ze meer dan een uur wachten voordat er een trein komt. Omdat het vriest staan ze te klappertanden van de kou en daardoor raakt de goede stemming er een beetje uit. Als er dan eindelijk een trein arriveert stappen ze in en om 02.00 uur kan de reis verder. Om 02.30 uur passeren ze het plaatsje Basingstoke en daarna vallen veel jongens zo langzamerhand in slaap. Gezien het tijdstip is dat is ook wel logisch en wat moet je anders zo in het holst van de nacht in een trein die door een donker landschap raast. Het zal even voor 04.00 uur zijn geweest als ze door een reeks stotende bewegingen van de trein gewekt worden en niet veel later is dit deel van de reis ook ten einde. Ze zijn aangekomen in het havengebied van Southampton en niet veel verder ligt het 22.209 ton metende s.s. "Alcantara" al voor hen klaar. Als ze uiteindelijk op de kade voor dat enorme schip staan moeten ze toch nog een uur wachten voordat ze aan boord kunnen.

De reis met het s.s. "Alcantara" (Southampton)

Het beladen van een troepentransportschip lijkt in een film iets sensationeels te hebben, maar nu ze het zelf moeten meemaken is de lol er snel af. Eenmaal aan boord zijn ze wel blij dat ze eindelijk hun zware bagage kunnen afgooien. Eerst worden ze naar hun vaste plek in het ruim gedirigeerd, dat is de plek waar ze 's nachts moeten slapen en overdag de dagelijkse dingen kunnen doen. In dat ruim staan vaste tafels met banken en rekken voor hun bagage. Vóór aanvang van de nacht moeten ze hun hangmat met haken boven die tafels aan het plafond bevestigen om 's ochtends weer weg te halen. Dat is in het begin natuurlijk wel wennen, maar op deze manier kunnen zo'n 100 man zowel dag als nacht gehuisvest worden in een ruimte van slechts 10 bij 15 meter.

Het s.s. "Alcantara" heeft na een verbouwing nog slechts één schoorsteen

Het s.s. "Alcantara" werd in 1926 als passagiers- en vrachtschip gebouwd en behoorde toe aan een Engelse scheepvaartmaatschappij die er reizen op Zuid-Amerika mee verzorgde. In WO-2 werd het schip verbouwd tot troepentransportschip en kreeg daardoor vijf verdiepingen met ruimen die zijn ingedeeld met bakken (1) (verblijfplaats voor de militairen). Niet alleen soldaten worden in de ruimen gehuisvest, daar zijn ook kamers die als hut dienst doen. Deze hutten zijn bestemd voor officieren, onderofficieren, vrouwen, burgerpassagiers en scheepsbemanning. Alle vertrekken worden met letters aangeduid en de ruimen en bakken hebben nummers. Iedere tafel in een bak wordt een mess genoemd en is eveneens van een nummer voorzien. Aan het eind van iedere tafel/mess bevinden zich pannen, schalen en een afneemdoek. Met de schalen en pannen kan het eten voor desbetreffende tafel gehaald worden en dat moet ten alle tijden met opgave van bak- en messnummer. Zo kan de verdeling van het eten in ieder geval op een efficiënte wijze gedaan worden. Dat moet ook wel want er zijn 3.000 man aan boord en dan moet een organisatie natuurlijk wel goed werken. Tijdens WO-2 is het s.s. “Alcantara” 2 keer op een mijn gelopen, 1 keer getorpedeerd en meerdere keren gebombardeerd. Het heeft dus als troepentransportschip al genoeg meegemaakt.

(1) Met een 'bak' wordt een compartiment in het ruim van een schip bedoeld, dat is de plek waar de jongens tijdens de reis slapen en eten en zich terug kunnen trekken als daar behoefte aan is. 

  

Het debarkeren in de haven van Southampton en in afwachting tot de trossen worden losgegooid

Maandag 31 december 1945: In dichte mist ligt de "Alcantara" aan de kade en zal voor de tweede keer Hollandse troepen naar de Oost vervoeren. De jongens die zich al aan boord hebben geïnstalleerd hangen keurig gekleed in uniform over de reling en kijken toe hoe de rest aan boord komt. In gedachten zijn ze toch ook wel een heel klein beetje bezig met het avontuur wat hen in de nabije toekomst te wachten staat. Steeds meer onderdelen melden zich op de kade en wachten ook zij op het sein dat ze aan boord kunnen. Tijdens het embarkeren worden typisch Hollandse liederen gezongen. Op zo’n drijvend dorp is natuurlijk heel veel te zien en alles is daarop nieuw voor ze.

Met het s.s. "Alcantara" gaan mee, 2-4 RI (Het Kennemerbataljon totaal 766 man), I-4 RI (De Valken totaal 759 man) samengesteld uit OVW'ers uit het district Den Haag, 8 (IV) RS (Het Reizende Bataljon totaal 769 man), samengesteld uit LIB'ers van het 4e Bataljon Stoottroepen, Koninklijke Marine totaal met 103 man, 5 dames van de Marva (verpleging), 2 man van het NICA, 26 dames van het Nederlandse Rode Kruis, 2 man van het B.S.O. en 4 man (onbekend) die in Egypte demobiliseren. In totaal zijn 2431 man van het KNIL-leger aan boord. Buiten de Nederlandse militairen zijn er ook heel wat Engelse militairen aan boord en dan heb ik het nog niet over de bemanningsleden gehad. Alles bij elkaar zijn dat ongeveer 3000 man en dan zal het dus best druk zijn tijdens deze reis.

  

Als de trossen zijn losgegooid kan de reis beginnen en niet zo heel veel later varen ze al bij de monding naar open zee

Als om 14.30 uur de trossen los zijn zorgen 2 sleepboten ervoor dat de verbinding met het Engelse vasteland wordt verbroken. Het is behoorlijk koud maar wel rustig weer, dus de zee zal wel kalm zijn. Als ze het eiland Wight hebben bereikt gaat het schip voor anker omdat het moet wachten tot het hoogwater is. Wachten in Southampton zou geen goede optie zijn geweest omdat daar de havengelden nogal fors zijn. Niet zo ver van het s.s. "Alcantara" vandaan ligt ook het s.s. "Nieuw Amsterdam" voor anker, dat zojuist vanuit Singapore met repatrianten uit Nederlands Indië is aangekomen. Veel jongens nemen niet eens de moeite om naar dit indrukwekkende schip te kijken, zij zijn moe en gaan veel liever slapen. Moe van de opgedane indrukken haken ze hun hangmatten boven de tafels aan het plafond en ondanks die onwennige hangmatten vallen ze snel in slaap.

Jan Klaas de Graaf (2e compagnie) aan de reling bij het verlaten van de haven van Southampton

Om 23.00 uur is de waterstand blijkbaar voldoende gestegen want er komt weer beweging in het schip. Door de vele lichtjes ligt Wight er bij als in een sprookje. Nu de dag er bijna op zit moet ik het nog even over deze toch wel bijzondere dag hebben. Het is niet alleen de dag dat ze voor het eerst op zo'n enorm groot schip zijn, het is ook nog eens oudejaarsdag en daar hebben ze door alle hectiek nauwelijks iets van meegekregen. Natuurlijk is het voor de meeste jongens de eerste keer dat ze het oudejaar niet thuis vieren. Velen kunnen daar prima mee omgaan, maar er zijn ongetwijfeld ook jongens die daar moeite mee hebben. In ieder geval gaat hun gedachte dit keer wel wat vaker naar hun familie en geliefden uit, die ze nu al meer dan een maand geleden in Holland hebben achtergelaten. Spoedig zal die gedachte ook wel weer afzwakken en kunnen ze aan de reling over een oneindige zee turen en dat werkt prima om een ontspannen gevoel te krijgen. Ondanks de bedrijvigheid hadden ze een gezellige avond. 

Aan boord van het s.s. "Alcantara" is de toestand verre van ideaal en met 3.000 man aan boord uiteraard overvol. Het lijkt wel of er op het hele schip geen enkel vrij plekje meer te vinden is. Vooral tijdens de eerste dagen is het eten onvoldoende en smakeloos. Zelfs reddingmateriaal is niet voldoende aanwezig en de jongens vervelen zich al vrij snel. Sommige officieren doen hun uiterste best om ze toch bezig te houden, terwijl het gedrag van andere officieren juist irritatie oproept. Het enige waar zij mee bezig zijn is irritant gedrag vertonen tegenover de meereizende dames en je kan merken dat die daar niet echt op zitten te wachten. Het verschil in behandeling van officieren en jongens is best groot en dat is niet alleen bij de jongens opgevallen, ook een onafhankelijke rapporteur heeft dit geconstateerd.

Dinsdag 1 januari 1946: De overgang van het oude naar het nieuwe jaar is aan veel jongens slapend voorbijgegaan en als ze vanochtend wakker worden zitten ze dus al meteen in het nieuwe jaar. Het eten aan boord is slecht, dit voedsel haalt het bij lange na niet bij het eten dat ze in Easthampstead voorgeschoteld kregen. Vanochtend zijn er als ontbijt twee sneetjes brood, royaal jam als beleg, een beker met pap en een gebakken vis die overigens heerlijk smaakt en daar moet je het dan wel de hele ochtend mee doen. Het middageten bestaat uit wat aardappels, een aantal gekookte koolbladeren, een paar plakken vlees en een beker met rijstepap.

Terwijl ze over Het Kanaal varen passeren ze de Kanaaleilanden Guernsey en Jersey en niet zo heel veel later passeren ze met Brest de meest westelijk gelegen stad van Frankrijk. Ze zijn dus op de Atlantische Oceaan aangekomen. Terwijl ze aan de reling over deze enorme oceaan wat staan weg te dromen naderen ze rond het middaguur de Golf van Biskaje. De jongens werden al van tevoren gewaarschuwd dat het hier op de Golf van Biskaje behoorlijk te keer kan gaan en dat blijkt dus inderdaad zo te zijn. De golfslag neemt dusdanige vormen aan dat zelfs een schip als het s.s. "Alcantara" behoorlijk begint te deinen. Zo af en toe slaan de golven tot wel vier meter omhoog en daar reageert deze schuit natuurlijk ook op. De boeg kan soms met gemak enkele meters omhoog komen, om vervolgens met veel geraas weer in haar oude positie terug te dalen. De hele middag blijft de zee behoorlijk te keer gaan en dat levert niet alleen een boeiend schouwspel op, er zijn ook jongens onwel worden. Bij de reling staan zij dan ook massaal te braken omdat ze zeeziek zijn en daarbij is heel goed te zien hoe de inhoud van hun maag aan de vissen wordt geofferd. Voor de jongens waarvan hun maag wel bestand is tegen deze woeste zee wordt vanavond om 19.00 uur een film gedraaid. Het is trouwens wel een hele vreemde gewaarwording om in een filmzaal te zitten, terwijl je niet eens fatsoenlijk op je benen kan blijven staan.

Zicht op het kraaiennest van het s.s. "Alcantara"

Woensdag 2 januari 1946: Terwijl ze vannacht op één oor lagen zijn ze de noordkust van Spanje gepasseerd en daarmee hebben ze de Golf van Biskaje verlaten. Als het schip enkele uren later langs Kaap Finisterre vaart zijn ze alweer halverwege de westkust van Spanje. Bij het wakker worden zit er niet echt vaart in het schip en wat daar de reden van is, dat weten ze niet. Het weer is in ieder geval een heel stuk aangenamer geworden, maar er staat nog wel een stevige wind en geleidelijk aan stijgt ook de temperatuur. Gisteren hadden ze nog een jas aan omdat het koud was, maar vandaag is het zonder jas prima uit te houden. De meeste jongens hebben nu geen last meer van zeeziekte, al zijn er nog wel een aantal die niet ver bij de reling vandaan zijn te vinden omdat hun maag nog van streek is. Gelukkig raken ze wel steeds meer gewend aan het deinen van het schip en dat is natuurlijk bevorderlijk om weer op te knappen.

Kaap Finisterre gelegen aan de westkust van Spanje

Om 12.00 uur wordt via de scheepsradio bekend gemaakt dat ze momenteel ter hoogte van de havenstad Porto zijn en op ongeveer 90 mijl uit de kust varen. Ook hebben ze vandaag soldij ontvangen en daarmee kunnen ze best veel kopen in de kantine en dat dan ook nog eens voor erg weinig geld. Het eten wordt gelukkig ook iets beter, al is het nog wel te weinig. De stemming onder de jongens is vandaag een heel stuk beter dan gisteren en dat zal ongetwijfeld met die storm te maken hebben. Om 17.00 uur passeren ze de Berlenga-eilanden waarop enorme rotsen zichtbaar zijn die hoog boven de zee uitsteken en om 18.30 uur zijn de lichten van de stad Lissabon al zichtbaar. Rond middernacht komen ze langs Kaap St. Vincent en dat houdt in dat ze langs het meest zuidelijke deel van Portugal varen en snel de Spaanse kust zullen terugzien. 

Donderdag 3 januari 1946: Het is bewolkt en er staat een stevige wind die in de loop van de dag alleen zal toenemen. Als ze over de Golf van Cadiz varen kunnen ze de gelijknamige stad Cadiz langs de kust zien liggen, al is dat wel op grote afstand. Om 12.00 uur bereiken ze de Straat van Gibraltar, een smalle zeestraat die de continenten Europa en Afrika van elkaar doet scheiden. Aan de rechterzijde komen al snel de bergen van 'Spaans-Marokko' in zicht en vormt de stad Tanger met haar vele witte huizen een prachtig uitzicht. Niet zo heel veel later begint aan de andere zijde van deze zeestraat de meest zuidelijke kustlijn van Spanje zichtbaar te worden. Ze hebben de wind hier stevig van voren, maar door de typische golfslag vaart het schip alsof de zee rustig is en dat zorgt ervoor dat niemand zeeziek wordt.

Aan de Golf van Cadiz ligt het witte dorp Santa Maria nabij de stad Cadiz

Wanneer de kustlijn bij de Spaanse stad Tarifa begint te wijken en de zeestraat hierdoor alleen maar breder wordt komt de baai van Gibraltar met de havenstad Algeciras in beeld. Een half uur later, het is dan 13.30 uur, ligt de machtige en veel besproken Rots van Gibraltar aan hun linkerzijde. Deze rots loopt aan de kant van het vasteland schuin omhoog en is daar begroeid, vanaf de zee gezien is de rots kaal en bruin van kleur. Aan diezelfde kant is de rots voorzien van een heel groot betonnen plateau met daaronder een bassin waarin regenwater kan worden opgevangen dat als drinkwater voor het vaste land wordt gebruikt.

De Engelsen voeren sinds de 18e eeuw gezag uit over dit strategisch gelegen schiereiland, met daarop een zo goed als onneembare vesting ontstaan door een kazerne in de rotsen uit te houwen, inclusief een marinebasis. Zo kunnen ze goed controle houden over de scheepvaart tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en dat was ook tijdens WO-2 van groot belang. De Duitsers hebben diverse keren geprobeerd om de Engelsen van Gibraltar te verjagen, ondanks de vele bombardementen door hun vliegtuigen en zware kanonnen die op het Afrikaanse continent gestationeerd waren is dan nooit gelukt.

De Rots van Gibraltar

Vanuit de vesting wordt diverse keren contact gezocht met het s.s. "Alcantara" door te lampseinen en al snel begint het schip met terugseinen. Wat daar de bedoeling van is begrijpen de jongens aan de reling niet, maar het zijn Engelsen onder elkaar en zullen dus mogelijk zo groeten? Ongetwijfeld zal dit schip ook tijdens de oorlog langs dit punt zijn gevaren en zullen ze toen vast op diezelfde manier contact met elkaar hebben gezocht? Maar goed wij gaan gewoon verder met deze reis. Niet lang nadat ze de Straat van Gibraltar hebben verlaten komen er honderden bruinvissen voorbijzwemmen die regelmatig met hun rugvinnen boven de golven uitkomen, om vervolgens weer onder water te verdwijnen. Aan de Afrikaanse kust is Ceuta heel goed zichtbaar, deze stad ligt schuin tegen de donkerbruine berghellingen aangebouwd. Een stukje verder is ook nog heel even een enorme vooroverhellende berg te zien en daarna verdwijnt de Afrikaanse kust uit zicht. Vanavond wordt de film 'Bathing Beauty' gedraaid. Dat is één van de allereerste Amerikaanse speelfilms in kleur, een muzikale komedie die afgelopen jaar is uitgekomen, met in de hoofdrol Esther Williams en Red Skelton.

Vrijdag 4 januari 1946: Vannacht is er alweer een storm opgestoken en hierbij jaagt een hele fijne motregen over het dek. De druppels zijn zo klein dat je ze niet opmerkt, maar je wordt er wel kletsnat van. De zee is ruw en hierdoor zijn er ook nu weer zeezieken. Je ziet ze in alle rangen kotsend en kreunend bij de reling staan om hun maag te legen en vervolgens naar frisse lucht happen. Het schip gaat zo af en toe behoorlijk te keer, waardoor de boeg compleet onder water kan verdwijnen om vervolgens met een gigantische hoeveelheid water op het dek weer naar boven te komen. Het water loopt daarna letterlijk de spuigaten uit, maar dat water kan soms ook gerust met zo'n 20 centimeter een poosje op het dek blijven staan en dan duurt het wel even voordat alles is weggestroomd. Enkele jongens staan met veel bravoure op het voordek bij de grote lier, dat is de plek waar de schuit momenteel het meest te keer gaat. Als er dan een stortzee aan water over het dek slaat duiken ze snel achter die lier weg zodat het meeste water over hen heen raast. Mocht één van hen te laat achter die lier zijn weggedoken, dan is de kans groot dat hij met al dat water over het dek wordt gespoeld. Bij eerdere reizen is gebleken dat dit een heel gevaarlijk spelletje kan zijn, dus worden ze nu van het dek weggestuurd en mogen pas terugkeren als de storm is verdwenen. 

  

Zowel soldaten als officieren van 4-2 RI poseren op het bovendek tijdens de doorvaart van de Middellandse Zee

Als om 11.30 uur de kracht van de storm voor een groot deel is afgenomen staan veel jongens alweer aan dek en staren naar de kust om te zien waar ze varen. Wanneer het schip ongeveer op twee mijl afstand langs de kust komt te varen, is aan de voet van een enorme berg een havenstad te zien. Het is Algiers, een stad gelegen aan een baai met typische witte huizen, moskeeën en een radiostation dat erbij ligt als in een sprookje. Wel jammer dat door de afstand deze stad niet heel goed te aanschouwen is, maar het zal daar ongetwijfeld een hele andere wereld zijn dan de jongens gewend zijn en wat zouden ze daar graag even willen rondkijken. Nadat ze een poosje naar Algiers hebben staan turen veranderd het schip van richting en komen ze weer op grote afstand van de kust te varen.

  

Algiers gelegen aan een baai is een prachtig stad maar helaas te ver verwijdert om vanaf he schip goed te kunnen aanschouwen

Ergens in de middag, het zal ongeveer 16.00 uur zijn, verandert een licht zeebriesje weer in een echte storm. Je zou toch denken dat je op de Middellandse Zee altijd mooi weer kan verwachten, maar dat is blijkbaar niet zo. De golven worden wilder en het schip begint weer te stampen en steunen. De voor- en achtersteven wisselen constant van hoogte en dit is nou net dat gene waar onze landrotten niet vrolijk van worden. Als het schip met zo'n hoge golf in aanraking komt, dan lijkt het net of ze met schuit en al ten onder gaan. Het schip kraakt ook nu in al haar voegen. Als de golven woest over het dek slaan dan blijft dat een boeiend schouwspel, maar het is wel verstandig om dat op veilige afstand gade te slaan. Het aantal zeezieken loopt natuurlijk weer op, al beginnen ze daar wel steeds meer aan te wennen. Belangrijk schijnt te zijn om goed te eten, of je nou trek hebt of niet, gewoon blijven eten, want de inhoud van een volle maag kan immers niet bewegen. En ja, je bepaalt natuurlijk zelf of je deze wijsheid in acht wilt nemen!

Zaterdag 5 januari 1946: Gelukkig is de wind vanochtend afgenomen, al voelt deze nu wel kouder aan dan gisteren. De lucht is weer voor een groot deel opengetrokken zodat de zon eindelijk kan doorkomen. Om 11.00 uur maakt de kust een scherpe draai landinwaarts waardoor ze weer op volle zee komen te varen. Nadat ze een poosje in zuidelijke richting hebben gevaren zien ze een enorme rots bij de kust waar dicht langs wordt gevaren. Het is Kaap Blanc dat niet zo ver van de Tunesische havenstad Bizerta vandaan ligt. Rond de klok van 12.00 uur komt Kaap Bon in beeld en dat ligt op de uiterste noordoosthoek van Tunis. Kaap Bon is de plek waar Gen. Montgomery met het 8ste leger zijn zegenrijke overwinning op de Duitsers heeft behaald. Voor de kust liggen nog steeds een aantal scheepswrakken die daar getuigen van zijn. Als om 14.30 uur het Italiaanse eiland Pantelleria in zicht komt, breekt er een hevige regenbui los en dat zorgt ervoor dat dit eiland alweer snel uit zicht verdwijnt.

  

Wederom enkele officieren van 4-2 RI die bij de reling staan tijdens de doorvaart van de Middellandse Zee

Vanavond treedt er een muziekbandje op die voor een hele gezellige muziekavond zorgt. Ze spelen allemaal bekende liedjes, zodat de jongens uit volle borst mee kunnen zingen. De stemming zit er meteen goed in en al helemaal als ook het bekende B.S.- strijdlied ten gehore wordt gebracht. Dat lied werd tijdens WO-2 in Volendam, Hoorn en Purmerend al door deze jongens gezongen. Ze hebben hun strijdlied mee naar Noordwijkerhout genomen toen ze verhuisden, waar het al na een paar weken door het hele bataljon werd gezongen. In Easthampstead kende het 1e Bataljon dit lied ook en zelfs de stoottroepers hebben dat lied uit hun hoofd geleerd. Nu zijn ze dus met zo'n 2400 man dit strijdlied aan het meezingen en dat klinkt natuurlijk geweldig. Na een geslaagde avond gaan ze nog even naar het dek en komt om 22.00 uur Malta in zicht.

Dit strijdlied van de B.S. wordt door alle aan boord aanwezige Nederlandse militairen luidkeels meegezongen

Zondag 6 januari 1946: Op een enkele regenbui na schijnt de zon verder de hele dag. Het is dus best aardig weer en het water kleurt ook al prachtig blauw met zo hier en daar nog wel enkele schuimkoppen. Vanochtend om 10.00 uur wordt er een kerkdienst gehouden in de grote filmzaal en met de wetenschap dat daar vanmiddag ook weer films worden gedraaid schept dat wel een vreemde gedachte. Om 12.00 uur krijgen ze via de scheepsradio te horen dat ze langs het Griekse eiland Kreta varen, maar van dat eiland zullen ze niets te zien krijgen, ook niet van Libië dat aan stuurboordzijde van het s.s. "Alcantara" ligt. De middag wordt dan ook voor een groot deel besteed met het lezen van boeken die uit de scheepsbibliotheek vandaan komen. Vanavond om 19.00 uur wordt er een nieuwe film gedraaid, het is een muziekfilm waarin The Andrews Sisters de hoofdrol spelen. Gezien de enorme interesse worden films meerdere keren gedraaid. Ieder onderdeel krijgt dan alleen toegang tot de voorstelling die aan hen is toegewezen en daar wordt streng op gecontroleerd. Als iemand op het gegeven tijdstip niet naar de voorstelling kan, dan heeft hij de mogelijkheid om met iemand te ruilen. Om tijdens de reis in de juiste tijdzone te blijven varen moet de klok diverse keren voor- of achteruit worden gezet. Vannacht worden de wijzers een heel uur vooruitgezet.

Er is veel bekijks tijdens het bijknippen van de haardos door een echte vakman

Maandag 7 januari 1946: De hele dag is er niets anders dan water te zien, veel jongens hangen dan ook doelloos op het dek rond. Het weer is somber en het motregent zo af en toe, maar die snijdende koude wind van gisteren is gelukkig verdwenen. De steden van Noord-Afrika worden altijd voorgesteld als tropisch warm, dus de jongens hadden niet verwacht dat het nu zo koud zou zijn. Met die noordoostenwind kunnen ze eigenlijk beter een jas dragen. Om 12.00 uur krijgen ze te horen dat ze op 150 mijl uit de kust tussen Kreta en het Nijldal doorvaren en dat betekent dan ze over niet al te lange tijd de ingang tot het Suezkanaal zullen bereiken. De bemanning heeft op dit moment problemen met achtergebleven zeemijnen die door de sterke stroming zijn losgeslagen. Gelukkig weten ze de mijnen met behulp van het radarsysteem allemaal te ontwijken. Omdat er vandaag weinig tot niets op het bovendek is te beleven wordt de tijd besteed met het schrijven van brieven voor thuis en om een praatje te maken. Als de zee op een gegeven ogenblik toch weer diepblauw begint te kleuren dan laat dat zien dat de wereld ook mooi kan zijn.

 

Met de zwemvesten voor de sloepenrol paraat nog even snel een foto maken (3e van links is Joop van Bommel 4e cie.)

Gelukkig wordt het vanaf nu alleen maar warmer zodat al snel het idee ontstaat om het tropenuniform alvast aan te trekken, maar dat is nu nog niet toegestaan. Ze denken morgenvroeg om ongeveer 04.00 uur in de haven van Port-Saïd aan te komen. Het schip zal daar ongeveer een dag aan de boeien blijven liggen, maar er mag geen mens van boord. Bemanningsleden hebben vanmiddag de loopplank alvast klaargelegd, zodat de loods meteen aan boord kan. Verder wordt er medegedeeld dat ze morgen tot nader order niet op het dek mogen en dat alle patrijspoorten dicht moeten zijn. Ook mogen er geen handelaren aan boord komen, wat doorgaans wel de gewoonte blijkt te zijn. Deze orders hebben te maken met een epidemie die in Egypte heerst en op deze manier hopen ze het gevaar op besmetting uit te sluiten. De temperatuur blijft maar stijgen, zodat het heerlijk zomers begint aan te voelen en daar hebben ze best lang op moeten wachten. De afgelopen nacht hebben ze de klok weer een uur vooruitgezet.

Port Saïd

Dinsdag 8 januari 1946: Om 06.00 uur komen in de verte de lichtjes van Port Saïd in zicht en dat is dan wel twee uur later dan werd verwacht Om 07.00 uur komt er een loods aan boord die ervoor zorgt dat het schip veilig op haar plek komt te liggen. Vanaf een paar kilometer uit de kust tot op de plaats van bestemming moeten de jongens ook al benedendeks blijven, maar dat zou zomaar kunnen zijn omdat ze bij het binnenvaren de matrozen niet in de weg mogen lopen? Gelukkig krijgen ze van hogerhand wel op tijd toestemming om naar het bovendek te gaan, zodat ze niet voor niets vroeg zijn opgestaan en dus toch kunnen genieten van wat er is te beleven in deze haven. Nog voor ze Port Saïd zijn binnengevaren zien ze verscheidene gezonken schepen liggen en een groot aantal van die eigenaardige vissersbootjes. Eenmaal in de haven valt aan de rand van een kade meteen een mooi gebouw op waarin de Suezkanaal Maatschappij is gehuisvest. Als het schip een behoorlijk eind is doorgevaren is goed te merken dat dit schip niet het enige is die deze haven aandoet, maar dat is natuurlijk wel te verwachten met zo'n belangrijke haven. Het is enorm druk met schepen van elk formaat, dus ook met grote oceaanstomers als het s.s. "Alcantara".

   

Een van de gebouwen dat meteen in het oog valt is het statige gebouw van de Suezkanaal Maatschappij

De loods brengt het schip tot vlak bij de kade waar het aan de boeien komt te liggen. Daar liggen ze dan met zijn allen, op slechts dertig meter van de wal en op zo'n korte afstand kunnen ze natuurlijk heel goed zien wat er op de kades zoal afspeelt. Voor het eerst zien ze nu palmbomen en wanen zich meteen in de tropen, maar zover zijn ze nog niet. Port Saïd ziet er prachtig uit, er staat zelfs een enorm grote reclamezuil van de Nederlandse KLM die hoog boven de gebouwen uitsteekt en iets verderop zien ze het befaamde warenhuis van Simon Arzt.

Voor de jongens ligt het schip dus op een uitstekende plek want er is genoeg te zien. Een stuk verder de haven in ligt een industriegebied dat ondanks de afstand nog wel goed zichtbaar is. Op dat industrieterrein staan een aantal olietanks met alweer bekende namen, zoals Shell en Esso. Ondanks een fris zuiderwindje is het hier goed uit te houden, het is dus gewoon lekker weer. De leiding heeft daarom de knoop doorgehakt en besloten dat vanaf nu de battledress verruilt kan worden voor het tropenuniform en daar is iedereen heel blij mee. 

Vanaf de ligplaats hebben de jongens goed zicht op alles wat er op de kade afspeelt

Het s.s. "Alcantara" ligt hier niet alleen omdat het op toestemming moet wachten om het Suezkanaal op te kunnen, het moet ook bevoorraad worden om de reis te kunnen voltooien. De bemanning is dan ook druk bezig met de bevoorrading van het schip, zoals brandstof, drinkwater en goederen die ze met de scheepskraan aan boord hijsen. Brandstof wordt in deze haven op een bijzondere manier ingenomen. Werklieden zijn vanaf de kade bezig om een leiding over het water bij het schip te krijgen, zodat deze leiding met behulp van een takel aan de zijkant van het schip kan worden vastgekoppeld. Met drijvende vlonders wordt de brandstofleiding boven water gehouden en dat is bijzonder om te zien. In hoeverre dat veilig gebeurd is nog maar de vraag. Het drinkwater wordt daarentegen ingenomen op de manier zoals ze dat van Nederland kennen, een tankscheepje komt langszij en het water wordt simpelweg overgeheveld. 

       

Terwijl er met een drijvende leiding brandstof naar het schip wordt overgeheveld zijn handelaren druk in de weer om hun spullen te slijten 

Terwijl bemanningsleden druk bezig zijn met de bevoorrading van het schip hebben jongens op het dek het ook best druk, maar dan met onderhandelen met Arabieren die vanuit bootjes koopwaar aanbieden. Rondom het s.s "Alcantara" krioelt het van de bootjes die zijn afgeladen met koopwaar en dat terwijl er op hetzelfde moment brandstof wordt overgeheveld, maar daar blijkt niemand van op te kijken. In hun ranke bootjes hebben ze hun koopwaar keurig uitgestald liggen, zodat de jongens op het schip goed kunnen zien wat ze te koop hebben. Het zijn vooral lederwaren zoals tassen, koffers en portemonnees, kleurige Oosterse kleden en sigaretten die ze aanbieden, maar ook typisch Arabische dingen zoals een fez en dat is natuurlijk wel leuk om als souvenir mee te nemen. De prijzen waarmee die lui beginnen zijn al meteen schrikbarend hoog, maar daar trapt natuurlijk niemand in. Gelukkig hoeven de jongens niet al te veel moeite te doen om de prijzen te laten zakken en ze hebben gelukkig ook snel door dat ze niet te vroeg moeten toehappen. Na een tijdje onderhandelen worden de prijzen pas echt interessant en als iemand dan eindelijk met een bepaalde prijs akkoord wil gaan, dan wordt dat artikel in een mandje met een lang touw omhoog gehesen. Zo kan degene die geïnteresseerd is zijn artikel dus ook even van dichtbij beoordelen voordat hij daadwerkelijk tot een koop overgaat. Bij goedkeuring wordt het afgesproken geld in dat mandje gedaan en is de koop gesloten.

Ondanks het verbod om aan boord te komen proberen enkele Arabieren dat toch en dat doen ze heel behendig, maar nog voor ze de kans krijgen om aan dek te klimmen worden ze met behulp van een brandslang naar beneden gespoten. Uiteraard zorgt dat voor de nodige hilariteit bij de jongens. Wat die Arabieren er van vinden is natuurlijk niet te verstaan, maar gezien hun driftige gebaren is dat makkelijk raden.

  

Handelaren liggen in grote getalen met hun bootjes rond het schip om koopwaar aan te bieden

Verder wordt de dag besteed met het kijken naar wat er op de kade is te beleven en met het spotten van voorbijvarende schepen. Zo af en toe zien ze bruinvissen die dicht langs het schip zwemmen en met gemak boven het water uitspringen. Enkele kooplieden zijn hardleers en proberen toch weer aan boord te klimmen, maar dat zal hen niet lukken, de brandslang ligt nog steeds klaar en blijft gewillig. Na het avondeten speelt er een muziekband en dat maakt het alleen maar gezelliger wanneer ze in het donker de vele brandende lichtjes van de stad en het industriegebied staan te bewonderen. Voor de 3e compagnie van de Kennemers is het vanavond de beurt om naar de film te gaan, of die jongens daar op dit moment blij mee zijn is nog maar de vraag. De film die wordt gedraaid is 'Hollywood Canteen' met Betty Davis en The Andrews Sisters. De jongens die vanavond niet voor de film in aanmerking komen hoeven zich ook niet te vervelen, want de omgeving ziet er vanaf het dek momenteel wonderbaarlijk mooi uit.

   

Enorme drukte in het havengebied terwijl ze in de richting van het Suezkanaal varen

Woensdag 9 januari 1946: Vroeg in de ochtend om ongeveer 05.30 uur worden een aantal jongens wakker van het rammelen van de ankerkettingen en niet zo heel veel later is het s.s. "Alcantara" alweer aan het vervolg van de reis begonnen. Dus varen ze in de richting van het Suezkanaal. Nadat om 07.00 uur iedereen is opgestaan gaan ze eerst naar het bovendek om nog een laatste blik op deze haven te werpen en zien dat het nog net zo druk is met schepen als gisteren. Voordat het havengebied achter hen ligt zien ze om 07.30 uur aan de rand van de stad het standbeeld van Ferdinand de Lesseps op een pier. Deze Franse ingenieur heeft in de 1856 een plan ontwikkeld om een kanaal dwars door Egypte te graven. Toen hij goedkeuring kreeg om dat plan uit te voeren werd in 1859 met het graven van dat kanaal begonnen en in 1869 werd het Suezkanaal officieel in gebruik genomen. Met een lengte van 164 km heeft dit kanaal niet alleen als groot voordeel dat het een reis naar het Oosten aanzienlijk verkort, er zijn ook geen sluizen nodig en dat komt omdat de Middellandse Zee en de Rode Zee op hetzelfde zeeniveau liggen. Hierdoor levert dit kanaal een enorme tijdwinst op.  

  

Aan de rand van Port Saïd staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps deze Franse ingenieur heeft het ontwerp voor het Suezkanaal gemaakt

Doorvaart van het Suezkanaal

Ruim twee uur nadat de ankers werden gelicht bereiken ze de toegang tot het Suezkanaal, maar daar moeten ze met meerder schepen wachten totdat ze toestemming krijgen om in konvooi het kanaal op te varen. Het zijn een tiental schepen die hier voor de poort tot de Sahara liggen te dobberen totdat ze Egypte via dit kanaal kunnen doorkruisen.

    

Schepen zijn in afwachting van toestemming om in konvooi het Suezkanaal op te varen

Bij het varen op het Suezkanaal valt al meteen op dat het niet heel erg breed is en als daarbij ook met de diepgang rekening gehouden moet worden zullen schepen met het formaat als het s.s. "Alcantara" elkaar niet kunnen passeren. Het kanaal zal dus ten alle tijden vrij moeten zijn van dergelijk tegenliggers om zonder probleem door te kunnen varen, maar grote schepen kunnen onderweg op een van de meren wachten tot het kanaal weer vrij is. Langs dit traject zijn diverse controlestations te vinden die de scheepvaart in de gaten houden. 

  

Bij aanvang van de doorvaart over het Suezkanaal varen ze in konvooi, maar al snel wordt de onderlinge afstand steeds groter 

In het begin is er nog weinig te zien, er ligt wel enorm veel slik langs de oever dat door het uitbaggeren van het kanaal daar terecht is gekomen, maar daar houdt het zo'n beetje mee op. Als die slikmassa minder wordt gaat het landschap op de linkeroever geleidelijk in een zandvlakte over en op de rechteroever wordt het een moerasachtig gebied, maar dat heeft natuurlijk niets met dat slib te maken. 

Bij het gehucht waar ze momenteel langsvaren rijdt zojuist een trein voorbij en de huizen zien er vervallen uit

Om 08.00 uur passeren ze het eerste gehucht en dat ziet er verlaten en vervallen uit, er staan houten huizen waar geen ramen en deuren in lijken te zitten en op instorten staan. Er staat een moskee en er is een stationnetje te zien waar zojuist een stoomlocomotief voorbij dendert, flink wat stoom afblaast en een lange sliert wagons met zich meesleept. Deze spoorlijn zullen ze vaker langs het kanaal zien en ook een doorgaande weg. Niet ver van dat gehucht is een gebouw van de Suezkanaal Maatschappij te zien met daaromheen een keurig verzorgde tuin. 

  

In afwachting om iets interessants te beleven zien ze enkele Arabieren zwemmen die toegeworpen muntjes met het grootste gemak weten op te duiken

Terwijl de jongens aan de reling geïnteresseerd naar het landschap kijken zien ze enkele jonge Arabieren die langs de oever met gebaren duidelijk weten te maken dat ze wel wat geld kunnen gebruiken. Vanaf het dek worden dan ook muntjes in hun richting geworpen, maar door de afstand komen die allemaal in het kanaal terecht. Voor die knapen schijnt dat geen probleem te zijn want ze duiken het kanaal in en bij het naar boven komen tonen zij met enige trots de door hen opgedoken muntjes. Zij zullen dit kunstje vast vaker hebben uitgehaald want het kost hun geen enkele moeite om alle muntjes op te duiken. Met deze 'dubbeltjesduikers' hebben ze zich kostelijk vermaakt, want het is wonderbaarlijk om te zien hoe eenvoudig ze die muntjes van de bodem weten te halen.

  

Een controlestation bestemd voor de scheepvaart en daarnaast een overzetpont waar kamelen worden overgezet

Om de zestien kilometer hebben ze een controlestation die met elkaar in verbinding staan om de scheepvaart in de gaten te houden en om alle werkzaamheden aan het kanaal te coördineren. Er zijn overzetpontjes voor het plaatselijke verkeer en twee pontjes zijn dusdanig ingericht dat ze treinwagons kunnen overzetten. Het grappige bij het overzetpontje op de foto hierboven is dat er een kudde kamelen staat te wachten die ook naar de overkant moet.

  

Wanneer het plaatsje El-Qantara wordt gepasseerd is er van een konvooi met schepen allang geen sprake meer

Om 10.00 uur passeren ze het plaatsje El-Qantara, waar zoveel is te zien dat het best lastig is om daar een volledige omschrijving van te geven. Op de rechteroever staan een paar opslagtanks voor olie, een spoorwegemplacement, barakken, huizen, een treinstation, een moskee met prachtige minaretten en een orthodox kerkje waarvan de houten toren in de meest felle kleuren is geschilderd. Je ziet mensen in typisch Arabische kleding lopen waarbij de vrouwen gesluierd zijn en de politieagenten dragen een donker pak met rode koppel en een fes op het hoofd.

Als ze El-Qantara gepasseerd zijn wordt het landschap op de linkeroever heuvelachtig. Vlak bij een militairkamp stopt een trein waar soldaten uitkomen en meteen naar de oever van het kanaal lopen om de jongens op het s.s. "Alcantara" wat beter te kunnen zien. Het zijn soldaten van allerlei nationaliteiten en daar staan negers tussen die de meest rare bokkesprongen maken als begroeting. Een klein stukje verder zijn nog enkele huizen te zien waar bomen omheen staan, maar voor de rest is er eigenlijk alleen maar zand op dit deel te bekennen.  

De spoorbrug bij El Ferdan is een draaibrug en gaat alleen dicht als er een trein in aantocht is

Om 11.00 uur passeren ze de El Ferdan spoorbrug met daarnaast een laad- en losplaats voor schepen en treinen. Op dat terrein zijn een grote groep Duitsers in uniform aan het werk. Deze ijverig werkende moffen worden hier nog steeds vastgehouden en als krijgsgevangenen aan het werk gezet. Niet ver bij de spoorbrug vandaan staat een lange rij Amerikaanse legertrucks met aan de achterzijde wel acht wielen en daarachter aanhangwagens met evenzoveel wielen. Het is best indrukwekkend om zo'n colonne te zien. Als ze voorbij die brug komen dan maakt het kanaal een flauwe bocht naar rechts en wordt het landschap alweer eentonig. Op dit stuk zijn nog wel enkele nederzettingen en een militairkamp te zien en de heuvels op de achtergrond worden hoger. 

  

Een nederzetting met daarvoor rustende kamelen en een kamp waarvoor Engelse militairen enthousiast staan te zwaaien

Aan de rechterzijde van het kanaal zijn momenteel prachtige groene grasvelden te zien die kunstmatig worden bevloeid en er staan behoorlijk veel bomen. Ook zijn ze met schuiten bezig om de oevers te repareren en er varen platte bootjes langs met van die typische driehoekige hoge zeilen. Over de weg die vlak langs het kanaal loopt rijden veel auto’s en enkele motoren en iedereen wuift spontaan wanneer ze het schip voorbij zien varen, ook bij het passeren van een militairkamp wordt er driftig gezwaaid. Het is dus best een vrolijke boel hier op dit moment.

  

Voor het grootste deel loopt er een spoorlijn langs de oever en zo af en toe zien ze een trein voorbij denderen

Zoals eerder vermeld loopt langs nagenoeg het hele traject een spoorlijn, er is een spoorbrug en er zijn twee pontjes die zijn ingericht om wagons te kunnen overzetten. Ze zeggen dat deze spoorlijn tot aan Jeruzalem loopt, zodat deze lijn door de jongens de 'Jeruzalemexpress' wordt genoemd. Inmiddels is het uitzicht weer een en al woestijn geworden zonder ook maar enige afwisseling. Na een poosje varen zien ze rond de klok van 12.00 uur een gebouw dat wederom van de Suezkanaal Maatschappij blijkt te zijn. Dat gebouw wordt omringd door een aantal kleine gebouwen en een kerkje, maar waar het voor dient dat weten de jongens niet. Het ziet er wel heel nieuw uit en zelfs een beetje sprookjesachtig.

    

Het buitenpaleis van Koning Faroek en een gedenknaald voor de slachtoffers van WO-1 zijn beiden niet ver van de stad Ismaïlia te zien

Voordat het Timsahmeer wordt bereikt passeren ze een gedenknaald ter herinnering aan de slachtoffers van WO-1 en er staat een groot gebouw dat als buitenpaleis voor Koning Faroek dient. Daarna gaat het kanaal al snel over in het Timsahmeer waar een strand met daarachter een rustpaviljoen zijn te zien. Voorbij dat rusthuis staan over de volle lengte palmbomen langs de oever en dat blijft zo tot aan de stad Ismaïlia. Het schip gaat op het Timsahmeer voor anker en dat zou zomaar kunnen zijn omdat er vanaf het Suezkanaal tegenliggers in aantocht zijn. 

 

Op de achtergrond van het Timsahmeer is de stad Ismaïlia te zien

De stad Ismaïlia is net als zoveel steden tegen de heuvels aangebouwd en heeft ook prachtige witte huizen waartussen moskeeën staan. Aan de rechterzijde van die stad begint het landschap meteen weer op een woestijn te lijken, maar dankzij de heuvels op de achtergrond levert dat wel een heel mooi plaatje op. Om 13.00 uur gaat de reis weer verder, maar even daarvoor probeerden kooplieden nog sinaasappels aan de jongens te verkopen. Deze kooplui gooiden op dezelfde wijze zoals ze dat in Port Saïd deden eerst een touw aan boord, waarmee ze vervolgens een mand met sinaasappelen naar boven hesen. De jongens hoefden dus alleen nog maar geld in dat mandje te doen en het mandje te laten zakken, zodat beide partijen tevreden zijn.

Helaas werd het aan boord halen van sinaasappels door een luitenant van de stoottroepen niet toegestaan. Diezelfde luitenant had eerder ook al dingen verboden en staat bekend als een vervelende kerel. Daarom kunnen de jongens hem nu wel schieten! Hij gaf bevel om al de gekochte sinaasappels in beslag te nemen, maar dat bevel werd tegen zijn verwachting in niet uitgevoerd. Dat is zeuren om niets en ieder weldenkend mens zou zijn bevel genegeerd hebben! Die handelaren probeerden toch alleen geld te verdienen en dan is het schofterig om hun handeltje ineens te verbieden! Steeds meer jongens gingen zich met dit voorval bemoeien, met als resultaat dat iedereen van dek moest en niet voor 15.30 uur mocht terugkeren. Ondanks dat verbod bleven veel jongens gewoon op het dek, maar toen ze door kregen dat er een regenbui aan zat te komen kozen ze eieren voor hun geld en gingen alsnog naar binnen. Toen die regenbui voorbij was gingen ze uiteraard wel weer gewoon het dek op.

N.B. Nog voordat ze Port Saïd bereikten werden er enkele orders bekend gemaakt die betrekking hebben op het verblijf aan deze havenstad: Bij het binnenvaren van Port Saïd mogen de militairen op bepaalde tijden niet op het dek komen, alle patrijspoorten moeten gesloten zijn en blijven zolang het schip in de haven ligt en er worden geen handelaren aan boord toegelaten. Ook is het verboden om etenswaren bij deze mensen te kopen en dat geld gedurende de hele periode dat ze in Egypte verblijven. Deze orders zijn noodzakelijk om besmettelijke ziektes die momenteel in Egypte heersen buiten de deur te houden. Dat geld dus ook voor de aangekochte sinaasappels op het Timsahmeer, maar dat is blijkbaar niet bij iedereen goed overgekomen.

  

De beide Bittermeren zijn prima geschikt om schepen te laten passeren en een baggermolen is druk bezig op het Grote Bittermeer

Nadat ze een poosje over het Suezkanaal hebben gevaren komt het volgende meer in zicht, zodat het s.s. "Alcantara" dit keer op het Grote Bittermeer voor anker gaat. Nu krijgen ze wel te horen dat ze moeten wachten omdat er schepen vanuit zuidelijke richting in aantocht zijn. Dicht langs de oever zijn ze met een baggermolen aan het werk om de diepgang op peil te houden, of dit tijdens WO-2 ook goed werd bijgehouden is nog maar de vraag. Het Grote Bittermeer is vele keren groter dan het Timsahmeer en aan alle kanten omgeven door de woestijn. Op een landtong is een groot terrein van de R.A.F. te zien waar halfronde barakken staan zoals ze in kamp Easthampstead ook hebben. Er staan huizen en er is een watertoren te zien. Op het meer varen best veel zeilboten en er liggen vlotten die door de zwemmers worden gebruikt. Het is eigenlijk best een idyllisch plekje hier en dat hadden ze niet verwacht. Recreanten die op steigertjes staan wuiven naar de jongens op het schip en wijzen in de richting vanwaar het zojuist vandaan kwam. Hiermee proberen ze duidelijk te maken dat het schip beter kan omkeren zodat ze terug naar huis gaan, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Aan het eind van het Grote Bittermeer is een doorgang naar het naastgelegen Kleine Bittermeer en vandaar varen ze het Suezkanaal weer op om hun reis voort te zetten. 

Recreanten wuiven spontaan naar de jongens op het s.s. "Alcantara" en proberen duidelijk te maken dat ze beter naar huis kunnen terugkeren

N.B. Op 24 dec. '45 voer het s.s. "Nieuw Amsterdam" (dat samen met het s.s. "Alcantara" op 31 dec. '45 bij het eiland Wight op hoog water lagen te wachten) hier ook over het Grote Bittermeer. Doordat het schip op dit meer een verkeerde manoeuvre maakte kwam het hopeloos aan de grond vast te liggen. Pogingen om op eigen kracht los te komen mochten niet baten. Er moest een sleepboot uit Suez bij komen om het schip vlot te trekken, maar ook deze poging mislukte. Omdat in Suez geen sleepboten meer beschikbaar waren moest er ook een uit Port Said komen en dat koste veel meer tijd. Met twee sleepboten lukte het uiteindelijk wel om het schip vlot te krijgen. Dit voorval heeft het s.s. "Nieuw Amsterdam" twee dagen vertraging opgeleverd en het merkwaardige is dat er in het scheepslogboek met geen enkel woord over werd geschreven.

 

Niet ver van de stad Suez is dit grappige kerkje langs de oever te zien

Suez

Om 21.00 uur arriveren ze bij de havenstad Suez waar het schip alweer voor anker gaat. Met het bereiken van deze stad en Port Tewfik zijn ze bij de zuidelijke ingang van het Suezkanaal aangekomen en zit de doorvaart van dit kanaal er dus op. Hier in de haven van Suez gaan de 4 mannen met onbekende nationaliteit die in Southampton ook aan boord kwamen van het schip af, maar wat nog meer de reden van deze tussenstop is weten ze eigenlijk niet. Dat maakt ook niet echt uit, want ze gaan zo meteen toch slapen en zullen morgenochtend vanzelf wel merken wat er verder gaat gebeuren. Wat ze nog wel krijgen te horen krijgen is dat de doorvaart van het Suezkanaal de Nederlandse regering FL.10.942 heeft gekost. Dat is natuurlijk veel geld voor een dagje Suezkanaal, maar een tochtje via Kaap de Goede Hoop zou door al het tijdverlies meer hebben gekost.

Ook bij de zuidelijk ingang tot het Suezkanaal (Port Tewfik) is een gedenknaald te zien

De Rode Zee

Donderdag 10 januari 1946: De hele nacht zijn ze in de haven blijven liggen. Terwijl de jongens 's ochtends om 06.00 uur naar boven willen gaan om de stad te bekijken worden net de ankers binnengehaald. Het is op dat moment nog behoorlijk fris op het bovendek, maar het beloofd wel een mooie dag te worden. Terwijl ze op de Golf van Suez varen zien ze om 08.00 uur het prachtige jacht van Koning Faroek dat onder begeleiding van een torpedojager vanuit de Rode Zee komt aanvaren en misschien wel onderweg is naar zijn buitenpaleis. Rond de klok van 10.00 uur gaat het s.s. "Alcantara" iets meer aan de linkerzijde over de Golf van Suez varen en ontdekken ze meteen dat aan die kant op de kust de bergen een stuk hoger zijn dan aan de rechterzijde.

Beide kustlijnen blijven tot 16.00 uur goed zichtbaar, maar door de felle zon zijn de bergen op de rechteroever een stuk moeilijker te zien en dat komt omdat de zon op het water weerkaatst. Sommige bergen op de linkeroever zijn wel 2000 meter hoog en bij die hoogte zijn er ook richels met half gesmolten sneeuw op de toppen zichtbaar. Om 14.00 uur varen ze ter hoogte van de plek waar de Sinaïberg ligt. Hoe Mozes het ooit voor elkaar kreeg om tegen deze hoge kale berg op te klimmen blijft een raadsel. De Sinaïberg is met 2.550 meter de hoogste berg in deze omgeving, de top is daardoor omgeven door wolken en van grote afstand nog steeds zichtbaar. In de hele omgeving is echter geen enkel teken van leven te ontdekken.

Een kustvaarder vaart op de Golf van Suez ter hoogte van de plek waar op de achtergrond de Berg Sinaï ligt

Ze varen momenteel de volle zee weer tegemoet en om 16.00 uur hebben ze de Rode Zee bereikt. Een eigenaardig natuurverschijnsel is dat op een gegeven moment een grote streep door de zee lijkt te lopen. Ook zijn er vliegende vissen te zien die ongeveer zo groot zijn als witvissen, ze hebben vleugeltjes, springen vlak bij het schip boven water, scheren daar een eind overheen, soms wel vijf meter, om vervolgens weer in de golven te verdwijnen. Vanochtend was het al mooi weer, maar wat verder op de dag wordt het als maar warmer, zodat de jongens heerlijk hebben kunnen zonnebaden op het bovendek. Ook vanavond is het nog steeds prima uit te houden op het dek, zodat de jongens het, ondanks dat ze ver van huis zijn, prima naar hun zin hebben.  

Tijdens de doorvaart van de Rode Zee genieten de jongens op het voordek volop van de avondzon

Vrijdag 11 januari 1946: Vandaag blijken ze de hele dag alleen maar tussen water en lucht te verblijven, want er is de hele dag geen land of schip te bekennen. Het wordt ook alleen maar warmer, zodat ze hun kleren steeds vaker moeten wassen. Het wassen van kleren wordt vaak op een hele aparte manier gedaan: Er wordt een lang touw gepakt, daar wordt het wasgoed aan vastgeknoopt, vervolgens wordt er een patrijspoort geopend en gaat de hele handel overboord. Het schip en de golven zullen de rest doen. Ze moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat alles heel goed is vastgebonden, want het zal niet de eerste keer zijn dat jongens nieuwe kleding moeten aanschaffen. 

Als iemand zin mocht hebben dan kan hij helemaal voor op de boeg ook over boord kijken. Je kan dan op een geheel andere wijze zien hoe dolfijnen en bruinvissen boven water uitschieten. Je krijgt op deze manier de indruk dat die vissen zich af en toe met hun staart tegen de boeg laten voortduwen en dat is best leuk om te zien. Vanmiddag zullen de jongens zich ook met serieuze dingen bezig moeten houden en krijgen ze enkele theorielessen. Eerst is er een film over tropenhygiëne te zien en daarna hebben ze les in Maleis. Vanwege de enorme hitte hebben bemanningsleden de tropenzeilen over het dek gespannen, zodat daaronder in ieder geval wat verkoeling is te vinden. 

Vijf Kennemers afkomstig uit Castricum genieten van het mooie weer met uiterst rechts Piet en Jaap Zonneveld (4e cie.)

Zaterdag 12 januari 1946: Er wordt gezegd dat het op de Rode Zee bijna nooit is uit te houden vanwege de hitte, maar daar hebben ze tijdens deze reis nog niet echt last van gehad. Tot vandaag is het eigenlijk nog niet warmer geweest dan op een normale Hollandse zomerdag, ondanks dat de Kreeftskeerkring bijna is bereikt. Om 13.00 uur komen enkele eilanden in zicht en om 15.30 uur passeren ze het Nederlandse m.s. “Oranjefontein”. Via het omroepsysteem werden de jongens op de hoogte gebracht van deze ontmoeting, zodat iedereen al op de uitkijk stond toen het schip nog maar een stipje aan de horizon was. Beide schepen begonnen al van grote afstand lichtseinen uit te wisselen en het s.s. "Alcantara" hijst ter begroeting de Nederlandse vlag. Het m.s. "Oranjefontein" dat met repatrianten uit Nederlands-Indië onderweg naar Nederland is komt vervolgens heel dicht langsvaren, zodat de opvarenden van beide schepen elkaar goed kunnen zien en groeten.

Vanaf het m.s. "Oranjefontein" wordt door repatrianten enthousiast naar de militairen op het s.s. "Alcantara" gezwaaid

Deze ontmoeting zullen de jongens niet snel vergeten, met al dat gejuich en gewuif schiet bij sommige van hen een brok in de keel. Beide schepen begroetten elkaar door lange stoten op hun scheepshoorn en ook het m.s. “Oranjefontein” heeft de Nederlandse vlag nu gehesen. Het valt op dat er veel vrouwen aan boord van dit schip zijn. Dat komt omdat bij de repatriëring uit Indië zieken, zwakken en vrouwen met kinderen voorrang hebben en dan is het logisch dat er nu zoveel vrouwen te zien zijn. De kapitein van het s.s. "Alcantara" laat namens alle militairen het volgende telegram sturen: Ik wil u namens de Hollandse militairen aan boord de hartelijke groeten overbrengen, een behouden thuisvaart en het allerbeste toewensen. Kapitein Romijn van het m.s. "Oranjefontein" antwoorde daarop: Wij allen zijn er trots op dat de militairen bij u aan boord naar Java onderweg zijn en hopen eveneens dat iedereen behouden thuis mag komen. God zij met jullie! Dat deze telegrammen onderling werden uitgewisseld kregen de jongens naderhand pas te horen. Vanwege de hitte is het 's nachts in de ruimen echt niet meer uit te houden, zodat er toestemming komt om op het bovendek te slapen.

Zondag 13 januari 1946: Terwijl de jongens sliepen is het schip om 01.00 uur langs het eiland Perim gevaren en daarmee hebben ze de zeestraat Bab el-Mandeb bereikt. Via deze vrij smalle zeestraat zullen ze in de vroege ochtenduren de Golf van Aden bereiken. Vanochtend zijn ze begonnen met het slikken van pillen tegen malaria, deze pillen moeten herhaaldelijk worden ingenomen en kunnen voor nare bijwerkingen zorgen. 

De altijd drukke bunkerplaats Aden hoeven ze niet aan te doen zodat er met een boog omheen wordt gevaren

Met de Golf van Aden wordt de zuidelijke kustlijn van Zuid-Jemen bereikt en zullen ze spoedig afscheid nemen van alle Arabische taferelen. Bij de havenstad Aden kan het behoorlijk druk zijn met schepen die daar moeten bunkeren, maar het s.s. "Alcantara" heeft dat in Egypte al gedaan en kan dus gewoon doorvaren. Ze passeren deze stad dan ook op redelijke afstand, maar de haven is vanaf het schip nog wel zichtbaar. Ze varen gestaag verder en aan het eind van de dag wordt de Golf van Aden verlaten en buigt het schip in zuidelijke richting af om de Indische Oceaan te bereiken. Met Somalië komen ze langs het meest oostelijke deel van het Afrikaanse continent te varen. Er worden enkele eilanden gepasseerd, waarvan Socotra het grootste eiland is en daarmee zijn ze dan eindelijk op die gigantisch grote Indische Oceaan terecht gekomen. 

Er moet nog even worden bij vermeld dat er vandaag voor het eerst enkele haaien zijn gesignaleerd, deze beesten kunnen best hard zwemmen, maar dit schip bijhouden lukt hun toch niet. Dat is ook niet zo heel verwonderlijk, want het s.s. "Alcantara" is een van de vijf snelste schepen dat Engeland op dit moment in bezit heeft.

Indische Oceaan

Maandag 14 januari 1946: Omdat er vandaag een stevige wind is opgestoken is het meteen een stuk koeler dan gisteren en dat vindt niemand erg. Nu ze op de Indische Oceaan zijn is er aan de reling weinig te beleven, het is alleen maar water en lucht wat ze te zien krijgen en zo af en toe komt er een schip voorbijvaren, maar dat alleen op grote afstand. Wat dat betreft zullen ze dus wat anders moeten verzinnen om de dag door te komen. Ze verblijven natuurlijk nog steeds veel op het bovendek, maar nu om te rusten of een boek te lezen, de Maleise kennis wat bij te spijkeren, of brieven voor thuis schrijven. Vandaag moeten de rantsoenpakketten opgehaald worden, deze bestaan uit drie plakken chocolade en een pak biscuits.

Vanmiddag wordt de film 'Tarzans Triomf' gedraaid. Tarzan roeit daarin een complete Duitse parachutistengroep uit waarbij vooral het fragment aan het eind schitterend is: Een aap die de microfoon van een zendtoestel van de Duitsers in handen krijgt, spreekt daarmee alle moffen van het hoofdkwartier toe en die gasten denken de Führer te horen, zij springen met uitgestrekte arm in de houding. De jongens in de filmzaal zitten hierdoor te schateren van het lachen. Na de film moeten ze hun gewone uniform en winterjas inleveren. Dat komt goed uit want die spullen nemen best veel ruimte in beslag en hoeven ze daar geen rekening meer mee te houden. Na het avondeten nemen best veel jongens deel aan de dagsluiting die door een dominee van 1-4 RI wordt gehouden. Volgens de algemene peilingen blijkt deze predikant daar bijzonder goed in te zijn. Voor de nachtrust vertrekken de jongens ook deze avond weer naar het bovendek. 

Dinsdag 15 januari 1946: Gisterenavond was de bemanning bang dat er een zware storm zou opsteken, de tropenzeilen werden weggehaald en alles wat los zat moest vastgesjord worden. Gelukkig bleef het bij een stevige wind die vanochtend alweer een stuk minder is, maar het schip deint nog wel behoorlijk. Ook zijn er weer zeezieken die bij de reling rondhangen. Het weer draait gelukkig snel om, zodat er vandaag ook nog van de zon genoten kan worden en de jongens die zeeziek werden knappen ook weer snel op. Op de post voor thuis hoeven ze geen postzegel te plakken, in plaats daarvan moeten ze er ON ACTIVE SERVICE op schrijven en een handtekening zetten

Op de Indische Oceaan wordt volop van de tropenzon genoten

Vliegende vissen zwemmen momenteel voortdurend voor het schip uit. Ze hebben het formaat van een kleine karper en schieten regelmatig via de golven boven het water uit om daar ook weer in terug te duiken, vervolgens schieten ze als een pijl door het water en springen iets verderop weer boven het water uit. Dat kunstje kunnen ze heel lang volhouden. Vliegen kunnen ze natuurlijk niet echt, maar door de snelheid waarmee ze uit het water komen en dan met hun staart te slaan kunnen ze best ver komen. Het is een prachtig mooi gezicht om al die zilverkleurige vissen met hun doorzichtige vinnen over het water te zien scheren en al helemaal als daar ook de zon over schijnt.

  

Voor enkele compagnies van 2-4 RI is er vanavond een cabaretvoorstelling waarbij veel Krontjongmuziek te horen is

Voor de 3e, 4e en 5e compagnie van 2-4 RI wordt vanavond om 19.00 uur een cabaretvoorstelling opgevoerd. Voor de overige militairen zal een andere avond ingepland moeten worden omdat de ruimte daar te klein voor is. Deze voorstelling wordt voor een groot deel door jongens van het Kennemerbataljon gedaan met ondersteuning van dames van de Marva en het Rode Kruis voor de zangpartijen. In diverse samenstellingen worden Javaanse liederen ten gehore gebracht onder begeleiding van gitaristen, mandolinespelers, twee accordeonisten en een Hawaiian-gitarist. Het wordt een gezellige avond waarbij veel Krontjongmuziek wordt gespeeld. Als gast treedt een jongen van 8 (IV) RS op als hypnotiseur en weet de complete zaal in vervoering te brengen. Omdat aan die voorstelling best veel jongens van het Kennemerbataljon meewerken is het natuurlijk extra leuk om dat mee te maken. 

Het gezelschap dat voor deze succesvolle avond verantwoordelijk is poseert nog even voor de fotograaf 

Woensdag 16 januari 1946: Overdag blijf het toch wel een beetje eentonig aan de reling, alles is ZEE, ZEE en NOG EENS ZEE wat ze te zien krijgen. Toch is het ook wel weer fijn om een poosje doelloos over de reling naar de golven te turen, dat verveelt namelijk nooit en het heeft een rustgevende werking. Vanmiddag wordt over de radio te kennen gegeven dat de verstandhouding tussen Indië en Nederland alleen maar verslechterd en daaruit blijkt dus dat er nog heel veel te doen is. Iedereen is het er dan ook roerend over eens dat er eerst flink getraind moet worden en zwaardere wapens zullen ook nodig zijn om doortastend te kunnen optreden. Zoals de verwachting nu is zullen ze op Malakka die aanvullende training gaan krijgen. Ook wordt hun verteld dat vóór vrijdag alle brieven in de postzakken moeten zitten, want op Ceylon zal de post van boord gaan en misschien komt er dan ook nog wel post aan boord.

Donderdag 17 januari 1946: Over vandaag zijn er niet zo heel veel bijzonderheden te melden, wel dat de algehele scheepsinspectie snel voorbij was, daarna werd er een film gedraaid en de rest van de dag hebben ze liggen zonnen. Enkele jongens hebben te lang in de zon gelegen en moesten daardoor naar het hospitaal om behandeld te worden. Een wist het voor elkaar te krijgen om tweedegraads brandwonden op te lopen en moest daar meteen blijven. Als om 03.00 uur de nachtploeg de trappen, gangen en toiletten aan het schrobben zijn, komen er enkele lieftallige jonge dames voorbij gehuppeld. Waar deze dames zo laat vandaan komen mag Joost weten, maar het moet daar ongetwijfeld gezellig zijn geweest. Om 04.30 uur zien diezelfde nachtcorveeërs dat het schip het eiland Minicoy passeert, zodat Ceylon het volgende eiland moet zijn. 

Ceylon

Vrijdag 18 januari 1946: Als om 07.00 uur veel jongens aan het ontbijt zitten krijgen ze te horen dat er land in zicht is. Ze hebben dus inderdaad Ceylon bereikt. De haven van Colombo wordt niet aangedaan. Ze passeren dit eiland via het zuiden en varen daarna in noordelijke richting door naar Trincomalee dat aan de oostkust van dit eiland ligt. Omdat Ceylon een groot eiland is zullen ze de haven van Trincomalee morgen pas bereiken. Om 08.30 uur komt er alweer een Hollands schip voorbijvaren. Dit keer is dat het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt" wat aan bakboordzijde behoorlijk dicht voorbij komt varen. Het is een machtig mooi schip met ook weer repatrianten uit Ned. Indië aan boord. Ook nu staat het bij de reling vol met mensen, je ziet ze trouwens overal, ook in de reddingssloepen en sommigen zijn zelfs in de touwen geklommen. Er wordt weer volop gezwaaid en geschreeuwd. Wat die mensen allemaal roepen is niet te verstaan, maar dat kan je natuurlijk wel raden. Omdat op het moment van passeren heel veel mensen op het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt" aan een kant op het schip staan, is wel goed te merken dat dit schip ondanks haar enorme formaat toch iets overhelt. 

Het m.s. "Johan van Oldenbarnevelt" is vanuit Tandjong Priok met repatrianten onderweg naar Amsterdam

Ook bij deze passage worden telegrafische groeten uitgewisseld. Vanaf het s.s. "Johan van Oldenbarnevelt" wordt geantwoord met het volgende: Namens alle passagiers en bemanningsleden onze beste wensen en Gods zegen tijdens jullie moeilijke taak in Indië. Ondertekend door Kapitein Bakker. Dit is nu het derde Hollandse schip wat ze passeren met repatrianten aan boord. Ze zijn vanuit Nederland dus wel druk bezig om die arme mensen daar in Indië uit de wurggreep van de opstandelingen te bevrijden.

Trincomalee

Zaterdag 19 januari 1946: Om 06.00 uur in de vroege ochtend vaart het s.s. "Alcantara" de haven van Trincomalee binnen en gaat daar op de rede voor anker. Door deze haven zijn ze op een van de mooiste plekken van de wereld terechtgekomen. Het is geen haven met kranen en loodsen zoals ze meestal zien, maar een schitterende door de natuur geschonken haven met een aantal inhammen. De Engelsen hebben hier een marinebasis en schepen van formaat moeten op de rede voor anker om te kunnen laden en lossen. De lading wordt vervolgens overgezet op kleinere schepen die dat naar de wal brengen. Letterlijk alles op het vast land is begroeid. Zelfs tussen de rotsen groeien bomen en struiken. Dit landschap is dus heel anders dan ze de laatste tijd gewend waren. Van het stadje dat schuin tegen de helling is aangebouwd, steken alleen de daken boven al het groen uit. Verder zie je hier bunkerstellingen, olietanks, een radiostation en een seinpost. Je gaat zo langzamerhand denken dat de Engelsen overal ter wereld wel een vesting en/of marinebasis hebben.

 

Zicht op een deel van de prachtige baai bij Trincomalee

In de haven is het druk met het verladen van vrachtschepen, ook zijn er veel van die prachtige rankgebouwde inlandse kano's te zien, prauwen met zo'n groot vierkant zeil en een aantal motorbootjes. Na geruime tijd komen een olie- en een watertanker langszij om het s.s. "Alcantara" te bevoorraden, zodat er voldoende aan boord is om deze reis te voltooien. De Chinese werklui op deze tankers hebben apen bij zich, waarmee de jongens zich kostelijk vermaken en als dank worden deze Chinezen op sigaretten getrakteerd. Het zijn vriendelijke en rustige mensen die op hun beurt munten en kokosnoten teruggooien. Terwijl het schip ligt te bunkeren zijn inlanders druk bezig om alle post van boord te halen. Ook moeten ze alle bagage van de onderdelen die morgen hier in Trincomalee debarkeren overladen op kleine schepen. De mensen die morgen van boord vertrekken zijn het Engelse Rode Kruis, de Marva en de Koninklijke Marine. 

Nieuwsgierig wordt er met een watervliegtuig dicht langs het schip gevlogen

Ondanks dat enkele officieren diverse keren vroegen of ze in kleine groepjes aan land mochten om op het eiland rond te kunnen kijken bleef het antwoord negatief. Dan is het wel duidelijk dat de jongens ook niet naar dit eiland mogen. Er wordt simpelweg gezegd dat dit niet kan omdat de bevolking van dit eiland anti-Nederlanders is. Nou, er zijn jongens aan boord die Engels kunnen spreken en die hebben hele andere dingen gehoord. Zij hebben met de werklieden op de bootjes naast het schip gesproken en die zeiden: Dutch-boys are good-boys! Toen de jongens over de Engelsen begonnen leek het wel of hun ogen vuur begonnen te spugen. Je kan daaruit dus opmaken dat zij de Engelsen niet mogen, maar ze zeiden er wel bij dat ze met de Hollanders nooit problemen hebben gehad. Het Engelse geld willen ze niet eens aannemen, maar met Hollands geld hebben ze geen moeite. Toen enkele jongens vanmiddag besloten om een duik in de haven te nemen werd dat meteen verboden. De hoge heren waren van mening dat dit niet kon, omdat er dan binnen de kortste keren duizend jongens in het water zouden ronddobberen. Hieruit blijkt dus weer dat die lui de jongens geen enkel pleziertje gunnen. Als naderhand wordt verteld dat zwemmen in deze haven niet zonder gevaar is, krijgen de jongens ook wel weer begrip voor deze beslissing. Hun werd verteld dat in deze haven regelmatig haaien worden gesignaleerd en een Hollands hapje zullen die beesten vast wel lusten.

Het pavoiseren van de scheepsmasten is gedaan ter ere van de verjaardag van prinses Margriet

Vanwege de verjaardag van Prinses Margriet zijn er voor vandaag een aantal wedstrijden georganiseerd. Deelnemers konden zich ruim van te voren laten inschrijven voor het zaklopen, kruiwagen rijden, boksen, touwtrekken en schermen. Voor de wedstrijden schermen en kruiwagen rijden was weinig interesse zodat die worden afgelast. Met name voor de kenners zijn de bokswedstrijden erg interessant. Er zitten jongens bij die behoorlijk technisch zijn, dat kan je zien aan de manier waarop zij in de verdediging staan en hoe snel ze rake klappen weten uit te delen. Het werd een hele gezellige middag, mede omdat er zeventien gulden aan soldij werd uitbetaald. Daarmee wisten de jongens de kantine natuurlijk snel te vinden. Ter afsluiting van dit feestelijke gebeuren worden op het achterdek vanavond liederen gezongen onder begeleiding van een muziekbandje. De vele lichten aan de wal en op de schepen inclusief de heerlijke tropensfeer zorgen voor een schitterend geheel. Dit is een dag om aan terug te denken! 

Een ingelaste pauze wanneer er op het achterdek onder begeleiding van een bandje vanavond liederen worden gezongen

De toezegging om hier op Ceylon aanvullend militair materiaal in te laden blijft helaas uit. Een andere grote teleurstelling is, dat de post waar iedereen zo naar verlangt nog steeds niet aan boord is gekomen en de laatste teleurstelling voor vandaag is dat niemand vannacht op het bovendek mag slapen. Dat is omdat morgen heel vroeg de drie onderdelen waar ik eerder over schreef debarkeren. Heel wat jongens zullen vannacht opnieuw moeten wennen aan die benauwde slaapplekken in het ruim.

Zondag 20 januari 1946: Bij het opstaan regent het behoorlijk, maar die bui waait gelukkig ook weer snel over. De meeste jongens zijn op tijd opgestaan, zodat ze kunnen zien hoe de leden van het Engelse Rode Kruis, de Marva, de Koninklijke Marine en enkele burgerpassagiers van boord gaan. Natuurlijk vragen ze zich meteen af wanneer zij zelf aan de beurt zijn om dit schip te verlaten. Vrij snel nadat de debarkatie is voltooid vertrekt het s.s. "Alcantara" uit de haven en zet koers in de richting van Singapore. Het is dan 08.00 uur. Langzaam verdwijnt de kust aan de horizon en als de kerkdienst is afgelopen varen ze alweer op volle zee zodat er alleen nog maar water en lucht is te zien. Het eentonige beeld aan de reling is dus opnieuw begonnen. Het weer is somber, de zon is achter de wolken verdwenen en zo af en toe motregent het een beetje.

DEBARKATIE ⇒ Vandaag gaan Het Engelse Rode Kruis - De Marva - De Koninklijke Marine van boord TRINCOMALEE

    

Het s.s. "Alcantara" ligt in de haven van Trincomalee al vroeg klaar voor de debarkatie van enkele onderdelen

Het Engelse Rode Kruis, de Koninklijke Marine en de Marva zijn de onderdelen die in Trincomalee het schip verlaten

Met de Golf van Bengalen aan hun linkerzijde worden vanochtend enkele potvissen gesignaleerd. Het zijn hele grappige beesten die door hun spuitgaten een fontein aan water omhoog weten te spuiten, terwijl hun rug iets boven het water uitkomt. Potvissen zijn er in verschillende afmetingen en deze zijn best groot. Om 12.00 uur wordt via de geluidsinstallatie bekend gemaakt dat ze naar Singapore gaan, maar het is niet zeker of dit hun voorlopige eindbestemming wordt. Met andere woorden: Er is niemand die kan vertellen wat er op kort termijn gaat gebeuren!

Vanmiddag wordt er een Tarzanfilm gedraaid en dat is maar goed ook, want het doelloos op het dek rondhangen begint zo langzamerhand toch wel te vervelen. Omdat het schip binnenkort in een gebied komt te varen waar mogelijk nog mijnen ronddrijven, zullen de zwemvesten opnieuw tevoorschijn gehaald moeten worden. Dat moet vooral uit voorzorg, want ze verwachten niet dat het echt gevaar zal opleveren.

Mannen van het 1e peloton - Staf compagnie poseren op het bovendek 

Maandag 21 januari 1946: Nadat Ceylon is verlaten is het s.s. "Alcantara" met een hogere snelheid gaan varen, zodat het door de kracht van de motoren is gaan trillen en zelfs een beetje schommelt terwijl de zee toch rustig is. De afgelopen dagen is de avondmis op het achterdek gehouden en dat zal de rest van de reis ook zo blijven. Dat is een stuk aangenamer met die hoge temperaturen. Na de mis van 18.30 uur wordt er een film over Madame Curie gedraaid. Madame Curie is de uitvindster van het radium en deze film is heel interessant.

Dinsdag 22 januari 1946: Aan de nog donkere horizon is vanochtend Nederlands grondgebied te zien en op het moment dat de zon volop begint te schijnen zijn de zacht glooiende bergen van Pulau Weh goed zichtbaar. Pulau Weh is een redelijk groot eiland dat maar iets boven Sumatra ligt en hiermee hebben ze dan eindelijk grondgebied van Ned. Indië bereikt. Om 09.00 uur komen ze dicht langs de kust van dit eiland te varen. Als je bedenkt dat dit enorme eiland slechts een klein deel van Nederlands-Indië betreft dan is dat best indrukwekkend voor Nederlandse begrippen. Nadat Pulau Weh is gepasseerd zullen ze de rest van de dag over de Straat van Malakka varen tussen Sumatra en Malakka door, maar wel op een afstand dat van beide landschappen bitter weinig is te zien. Als er wel land in zicht komt dan zijn dat meestal eilanden die voor de kust van Malakka liggen. Zoals het eiland Pinang, waar twee maanden geleden ook al Nederlandse militairen debarkeerden en het land introkken, of tijdens die tweede stop bij het verderop gelegen Port Dickson, waar hetzelfde gebeurde. 

Onder de jongens op het s.s. "Alcantara" heerst op dit moment een wat nerveuze spanning. Gaan ze nou wel of niet bij Singapore van boord af? Dat is op dit moment toch wel de grootste vraag die iedereen bezig houdt. Als ze bij Singapore aan land gaan dan zullen ze daar ongetwijfeld een poosje blijven, want de bataljons die al op Malakka zijn wachten ook nog steeds op het sein dat ze naar Indië kunnen. Ze zien er wel tegenop om weer op Engels grondgebied te komen en nogmaals onder hun heerschappij te vallen. In Easthampstead was dat geen enkel probleem, maar nu het duidelijk is dat de Engelsen geen medewerking meer verlenen zal het ook minder gezellig zijn. Het is ook raar dat een land zo snel van mening kan veranderen. Toen er kort geleden nog tegen de Duitsers werd gevochten waren de Engelsen bondgenoten en nu worden de Nederlanders op allerlei manieren gedwarsboomd en dat omdat zij niet willen dat wij naar Indië gaan. Wie zijn ze eigenlijk, het is toch ons grondgebied en niet van hen!

In afwachting van wat er de komende dagen gaat gebeuren

Omdat het schip schoon moet worden achtergelaten zijn vandaag enkele schoonmaakploegen samengesteld die meteen zijn begonnen met het schrobben van de dekken en dat zullen ze de komende drie dagen moeten volhouden om de klus te klaren. Ondanks dat het schip nog slechts één dag van Singapore is verwijderd hoeft nog steeds niemand iets in te pakken en dat doet bij velen de indruk wekken dat ze misschien toch naar Java doorvaren. Het is ongeveer 21.00 uur als het s.s. "Alcantara" ter hoogte van Medan vaart en de jongens in de verte de torpedojager "Jan van Galen" zien aankomen varen. Dit schip patrouilleert met enige regelmatig op de Straat van Malakka.

Singapore

Woensdag 23 januari 1946: Vandaag varen ze voor een groot deel van de dag nog langs de kust van Malakka, maar ze hebben nog helemaal niets gehoord over de plek waar de reis zal eindigen. Het enige wat ze te horen krijgen is dat ze om 15.30 uur in de buurt van Singapore zijn aangekomen. Ondanks dat het schip dicht langs de kust vaart is er van Malakka niet veel te zien en van Singapore al helemaal niets. Pas wanneer ze op zo'n drie tot vijf mijl van Singapore zijn aankomen zijn er twee passagiers- en een groot aantal vrachtschepen te zien en die liggen allemaal op de rede van Singapore. Als het schip op redelijk grote afstand dwars voor de stad komt te liggen is het nog licht, maar wanneer het iets dichter richting de stad gaat liggen is het donker. Als om 19.00 uur het s.s. "Alcantara" op de juiste plek blijkt te liggen gaat het voor anker. Op de dekken is het natuurlijk erg druk, want niemand wil iets missen van de aankomst. Op de luchtkokers zijn ook jongens geklommen en zelfs de reddingsboten worden niet ontzien, terwijl iedereen dondersgoed weet dat dit verboden is.

Terwijl een van de jongens van een luchtkoker wilt afspringen komt hij met de hak van zijn schoen tegen het hoofd van een jongen van de 3e compagnie. Deze pechvogel moest meteen naar het hospitaal om behandeld te worden en krijgt daar ook enkele pillen. Van die pillen wordt hij zo slaperig dat hij naar beneden gaat, misselijk wordt en meteen flauw valt. Bij nader onderzoek blijkt, dat hij een hersenschudding heeft opgelopen en alsnog opgenomen moet worden. Op datzelfde moment zijn mensen vanuit de haven druk bezig met het lampseinen naar het schip. Vanaf het s.s. "Alcantara" wordt meteen gereageerd en al snel vliegen de lampseinen over en weer. Lichtbundels die hierdoor ontstaan laten op het helderblauwe water een prachtige weerspiegeling zien.

Eenmaal op de rede van Singapore is het alleen nog wachten op het moment dat ze van boord kunnen

Donderdag 24 januari 1946: Bij het ontwaken ligt het schip nog op de plek waar het gisteren voor anker ging en er is nog steeds geen mens die weet wat de bedoeling is. Nu bij daglicht is pas goed te zien waar ze precies liggen, ze liggen veel verder van de kade vandaan dan ze eigenlijk dachten. De afstand tot aan de kade kan zomaar vijf kilometer zijn. Door het grote aantal eilandjes is niet goed te zien hoeveel schepen hier liggen, maar het kunnen er zomaar veertig zijn. Niet ver van het s.s. "Alcantara" ligt het m.s. "Indrapoera" dat onderweg naar Java is om repatrianten op te halen en iets verder ligt het m.s. "Sibajak" dat onderweg naar Colombo is. Deze schepen zijn beide van de KRL. Vanochtend zijn al twee Nederlandse vrachtschepen vertrokken en om 10.00 uur komt een ander Nederlands schip de haven binnenvaren. Een stuk verderop licht het m.s. "van Ruysdael" waarbij op de schoorsteen nog altijd het Duitse kruis onder de zwarte werf is te zien. Als je naar links kijkt dan ligt daar het s.s. "Tjimanoek" en niet veel verder, maar wel deels achter anderen schepen verscholen ligt het m.s. "Bloemfontein", dat eveneens met repatrianten naar Holland onderweg is. Het allerlaatste Nederlandse schip dat je hier ziet is het hospitaalschip m.s. "Oranje". Dit machtig grote schip is met repatrianten ook met de terugreis bezig, maar deze mensen moeten in Southampton overstappen op oudere schepen om de oversteek naar het vaderland te kunnen maken.   

Hier In de haven van Singapore mogen de jongens niets bij de inlanders kopen en als dat wel gebeurt zal de kantine per direct op slot gaan. Dan ga je meteen denken dat ze bang zijn om hun kantinevoorraad niet te verkopen? Ook wordt iedereen gewaarschuwd om niet langer dan vijftien minuten in de zon te blijven, want met deze felle zon ben je snel verbrand. Ondanks deze waarschuwing zijn er toch een paar die in slaap zijn gesukkeld, met als gevolg dat ze flink verbrand zijn. Eigenlijk is in deze haven niet zo veel te beleven. Het zijn vooral inlandse scheepjes en motorboten die je hier voorbij ziet varen en die zijn meestal onderweg naar een schip. Ook bij het s.s. "Alcantara" komt zo af en toe en motorboot langszij. De ene keer om autoriteiten bij het schip af te zetten en later nog een keer om die mensen ook weer op te halen. Later op de dag gaan enkele scheepsofficieren met hun bagage van boord. Die zullen wel verlof hebben en vertrekken met zo'n zelfde motorboot naar de wal.

DEBARKATIE ⇒ Vandaag gaan De zieken - Het Engelse ATS - De Engelse militairen van boord ⇐ SINGAPORE

Vrijdag 25 Januari 1946: Het schip ligt nog op de plek waar het gisteren voor anker ging en vandaag zal vast wel weer weinig te beleven zijn in deze haven. Bekend wordt gemaakt dat vandaag de eersten van boord gaan. Hun spullen staan al geruime tijd klaar zodat ze meteen kunnen vertrekken, maar er komt eerst een bootje van het Rode Kruis langszij om zieken van boord te halen. Dat zijn mensen die aan boord niet zijn genezen en in het hospitaal in Singapore hopelijk wel beter worden. Ook de jongen die gisteren een hersenschudding opliep is met het Rode Kruisbootje meegegaan, zijn verwondingen blijken dus toch erger te zijn dan ze dachten. Vanmiddag gaan de dames van het Engelse ATS en Engelse soldaten van boord.

Zaterdag 26 Januari 1946: Aan boord kunnen ze niet veel anders doen dan wachten totdat ze zelf aan de beurt zijn om te vertrekken. Vanuit de andere kant gezien is het misschien ook wel logisch dat alles zo lang duurt, want het zal een heel gedoe zijn om voor drie bataljons onderdak te vinden. Bij het Kennemerbataljon krijgen zij te horen dat wanneer ze van boord gaan nog zeven uur moeten reizen om Chaah te bereiken. Misschien is het ook wel beter om eerst een poosje aan dit klimaat te wennen en een extra training te krijgen. Dan komen ze in ieder geval goed voorbereid in Indië aan. 

DEBARKATIE ⇒ Vandaag gaan De kwartiermakers van alle drie de bataljons van boord ⇐ SINGAPORE

Zondag 27 januari 1946: Vanochtend om 08.00 uur gaan de kwartiermakers van alle drie de bataljon van het schip af. Zij vertrekken naar Chaah om daar een tentenkamp op te zetten. De achterblijvers zullen nog even geduld moeten hebben en zijn vermoedelijk dinsdag of woensdag aan de beurt om naar het voor hen opgezette tentenkamp af te reizen. Met een landingsvaartuig worden ze naar de wal gebracht en vandaar moeten ze nog een half uur marcheren om bij een treinstation in Singapore te komen. 

Een landingsvaartuig (LCT) is onderweg naar het s.s. "Alcantara" om de kwartiermakers op te halen en naar de wal te brengen

Om 10.00 uur vertrekt de trein die hen naar Labis zal brengen. Het wordt een reis waarbij ze zich niet hoeven te vervelen, want ze rijden langs dingen waarover aan boord vaak werd onderwezen, maar nooit eerder zagen. Ze rijden langs dessa’s, kampongs en uitgestrekte rubberplantages, waaraan tijdens de oorlog weinig werd gedaan. Ook zien ze moerassen, kali’s, sawah’s, bergen, platgebrande bossen, olieboortorens en voormalige Jappenkampen. Bij de meeste kampongs hebben ze bomen met vruchten staan, zoals bananen, kokosnoten, ananassen en dadels en in de wijde omtrek verbouwen ze suikerriet, rijst en pinda’s en zo af en toe zien ze daartussen zeboerunderen rondwandelen. Wat ook vermeld moet worden is dat ze hier op Malakka de meest ingenieuze irrigatiewerken hebben. Kortom, langs de route zijn best leuke dingen te zien.

Bij iedere tussenstop die ze maken staan zowel inlanders als Chinezen bij de stations te handelen met kokosnoten, bananen en vruchten die aan zucchetti's doen denken. Het vruchtvlees van deze onbekende vrucht is oranje en de pitten zijn zwart, ze zijn vrij zacht en smaken heerlijk. Wat de smaak betreft doen ze niet onder voor de ananas die ze ook veel te koop aanbieden. Omdat de meeste jongens platzak zijn moeten ze bij deze handelaren proberen om te ruilen voor sigaretten, maar dat lukt niet altijd. Na enkele tussenstops eindigt de reis om 15.00 uur op het station van Labis, waar ze moeten overstappen op legertrucks met Brits-Indiërs achter het stuur die daar al staan te wachten. Na een klein half uur door de wildernis te hebben gereden zijn ze op de plaats van bestemming aangekomen.

Enkele Kennemers poseren bij een palmboomplantage die ze aan de rand van het tentenkamp kunnen vinden

De plek waar het tentenkamp moet verrijzen is een terrein waar de Jappen tijdens de oorlog een vliegbasis hadden. Dat vliegveld lieten zij aanleggen door gedetineerden en krijgsgevangenen, maar nu is het één grote kale vlakte waar, buiten dat er enkele vliegtuigwrakken staan, niets eraan doet herinneren dat dit een vliegveld is geweest. De kwartiermakers hebben al snel het vermoeden dat dit de meest ongezonde plek van Malakka moet zijn en juist op deze plek moeten zij een tentenkamp opzetten voor drie bataljon. Maar ja wat willen ze, er valt nu eenmaal niets te kiezen. 

Nergens op het terrein is water te vinden en voedsel is er ook al niet, toch hebben de kwartiermakers aan de eind van de dag gegeten en hebben zij zich kunnen opfrissen. Het water wordt met een tankwagen aangevoerd, maar dat hebben ze uit een nabijgelegen kali gepompt en moest dus eerst gezuiverd worden willen ze dat als drinkwater gebruiken. Wanneer de kwartiermakers wat tot rust zijn gekomen gaan zij naar de tenten die voor hen werden opgezet om de nacht door te brengen. Slapen moeten ze op een matje met daarover een deken, een tweede deken trekken ze over zich heen en boven hun slaapplek komt een klamboe. Voor een eerste nacht in zo'n tent hebben ze heel goed geslapen, maar dat zal ongetwijfeld komen omdat ze een lange en zware dag achter de rug hadden.

  

Japanse krijgsgevangenen worden ingezet voor het zware werk tijdens het opzetten van de tenten en dat doen ze best ijverig

Op het terrein komen ongeveer 300 tenten waarvan er 100 voor het Kennemerbataljon zijn. Die 100 tenten worden opgezet door jongens van de 2e compagnie. Die tenten zijn zes bij acht meter groot, er kunnen 12 personen in en dan is er ook nog ruimte voor een tafel met twee banken. De kwartiermakers hebben vier dagen de tijd om al die tenten op te zetten. Hierbij kunnen ze rekenen op de hulp van zo'n 300 Japanse krijgsgevangenen. De Jappen blijken harde werkers te zijn zodat het zware werk als palen in de grond slaan aan hen wordt overgelaten. Na de capitulatie zijn de Jappen zich nederig gaan opstellen, ze groeten iedere militair correct en zelfs een soldaat wordt niet overgeslagen. Ondanks die extra hulp moeten de kwartiermakers zelf ook hard werken en dat valt met die hoge temperaturen niet mee. Er kunnen gigantische regenbuien naar beneden komen en dan zijn er altijd wel tenten die tegen de vlakte gaan. Bij de eerste regenbui merkten ze al meteen dat de rode kleigrond voor veel ongemak zorgt. 

  

Het kamp is voor een groot deel omgeven door palmboomplantages en de sanitaire voorzieningen bevinden zich aan de rand van dat terrein

De sanitaire voorzieningen waarop ze de komende tijd zijn aangewezen stellen heel weinig voor. Dat zijn simpele houten optrekjes waarin deuren ontbreken, zodat enkele daarvoor gespannen doeken voor wat privacy moeten zorgen. De latrines zijn gaten in de grond met daarover een plank waar een stok aan vast zit om de plank te kunnen verplaatsen en daar moeten ze het mee doen. Dit systeem schijnen ze in de tropen heel vaak te gebruiken en is dus voor hun normaal. Uit hygiënisch oogpunt zijn al deze ruimtes aan de rand van het terrein geplaatst. 

Terug aan boord van het s.s. "Alcantara"

Voor de achterblijvers op het s.s. "Alcantara" werd gisterenavond een film gedraaid en toen die was afgelopen ontvingen ze het heugelijke nieuws dat er zeven zakken met post voor hen klaar stonden. De stemming was ineens opperbest en dat is goed te begrijpen want ze hebben de hele reis nog niets ontvangen. Bij het uitdelen van de post waren veel glunderende gezichten te zien want die jongens ontvingen een behoorlijke stapel brieven, maar er waren er ook bij die minder geluk hadden en niets ontvingen.

DEBARKATIE ⇒ Vandaag gaat Het Nederlandse Rode Kruis van boord ⇐ SINGAPORE

Maandag 28 Januari 1946: Het Nederlandse Rode Kruis is vanochtend aan de beurt om met hun hele hebben en houwen van boord te vertrekken. Zij zullen voorlopig in Singapore blijven omdat daar veel Nederlanders zitten die uit Indië zijn gevlucht. Deze mensen willen naar hun vaderland terug, maar moeten wachten totdat er plek voor hen op een schip is. Het Nederlandse Rode Kruis zal deze mensen met raad en daad gaan bijstaan totdat ze zijn vertrokken. 

In de haven van Singapore ligt al enkele dagen een Engels troepentransportschip dat van dezelfde scheepvaartmaatschappij is als het s.s. "Alcantara". Dat schip is enkele dagen eerder dan het s.s. "Alcantara" uit Engeland vertrokken maar dan met Engelse troepen aan boord. Nu ligt het zwaar gehavend in de haven op een spoedreparatie te wachten. Het schip had de pech om op de Straat van Malakka met een verdwaalde zeemijn in aanvaring te komen. Er wordt ook gezegd dat bij de explosie die toen volgde een deel van de kombuis werd verwoest, maar het is niet bekend of er doden en gewonden bij zijn gevallen. Al snel begon dat schip slagzij te maken, maar de schotten in de romp wisten een grotere ramp te voorkomen. Toen dit werd verteld riep een lolbroek: Ze mogen onze pannen wel hebben, want wij gaan hier straks toch van boord af!

Dinsdag 29 januari 1946: Vanochtend mogen de militairen die familie in Singapore hebben van boord om hen te bezoeken. Een van deze jongen kreeg daar van zijn oom te horen, dat zijn ouders één dag eerder zijn vertrokken dan de dag waarop het s.s. "Alcantara" de haven binnenvoer. Dat vindt iedereen wel sneu voor die jongen, want hij heeft zijn ouders al acht jaar niet gezien. Het zou heel goed kunnen zijn dat zijn ouders op een schip zaten waar ze tijdens de reis zo enthousiast naar hebben gezwaaid.

Een andere jongen die naar Singapore mocht kreeg van iemand die Java is ontvlucht te horen, hoe ze daar in de kampen met Hollanders omgaan. De extremisten hebben voor een deel de macht in handen en vermoorden iedere blanke die ze in handen krijgen. Na de Jappentijd zijn de Hollanders hun leven nog steeds niet zeker. Ambonezen die ons trouw zijn gebleven vechten als leeuwen tegen deze extremisten, zodat ook bij hen de nodige doden vallen. Helaas hebben de Ambonezen niet voldoende mensen en wapens om dat lang vol te kunnen houden. Momenteel zitten nog altijd vele duizenden Hollanders in tientallen interneringskampen vast, terwijl de Jappen hen tegen de extremisten moeten bewaken. Soms lukt het dan toch om een kamp binnen te komen en dan vermoorden ze zoveel mensen als ze kunnen. Het was toch de bedoeling dat de Engelsen op Java orde en rust zouden handhaven? Nou die staan echt niet te springen om bij dergelijke moordpartijen op te treden! Dan is het goed te begrijpen dat de Hollanders die nu op Java zitten een hekel aan de Engelsen hebben gekregen, want die laten de extremisten hun gang maar gaan en doen daar dus helemaal niets tegen!

Nu ze dat allemaal op het s.s. "Alcantara" te horen krijgen beginnen ze zich opnieuw af te vragen of het misschien toch niet beter is om naar Indië door te varen en aan de Engelsen maling moeten hebben. Maar ja, naar de mening van een soldaat wordt natuurlijk niet gevraagd. De Nederlandse Regering is trouwens ook niet eerlijk tegen het volk daar. Om die mensen niet tegen zich te krijgen zeggen ze heel simpel: Wij moeten het helaas ook van de Engelsen hebben en als die zeggen dat het in Indië rustig is, dan moeten wij dat gewoon aannemen. Nou hier aan boord weten ze wel beter. De werkelijkheid is héél anders en zij moeten zo snel mogelijk naar Indië worden gestuurd!

Grote drukte op de dekken want ook zij verwachten snel van boord te kunnen en eindelijk vaste grond onder hun voeten te hebben

En nu even iets anders: Vanochtend is er een schuit met voedsel langszij gekomen. Deze wordt gelost door Japanse krijgsgevangenen en die worden op dezelfde manier behandeld als zij onze mensen in de oorlog behandelden. De bemanning van dat schip bekogeld de Jappen om de haverklap met aardappels en voor hen regent het juist sigaretten vanaf het s.s. "Alcantara". Die krijgsgevangenen hoeven het niet te proberen om op te kijken, want dan krijgen ze een snauw en een trap na. Bij de lading zitten ook spullen voor de kantine, zoals rollen met biscuits. Deze biscuits zijn heerlijk en kunnen ze kopen voor slechts negen pence per rol. Wat de vorm betreft hebben ze wel iets weg van bitterkoekjes en ze smaken daar ook een beetje naar. Door het eten van deze overheerlijke biscuits hebben ze inmiddels geen trek meer in hun middageten.

DEBARKATIE ⇒ Vandaag gaat 8 (IV) RS 'Het Reizende Bataljon' van boord ⇐ SINGAPORE

Het bataljon 8 (IV) RS gaat vandaag van boord en worden met landingsvaartuigen naar het vasteland gebracht

Vanmiddag is het de beurt aan 8 (IV) RS om naar de wal te worden gebracht. De jongens van het Kennemerbataljon hebben wel te horen gekregen dat zij morgen aan de beurt zijn. Dat is een hele geruststelling, want er is niets zo vervelend als de laatsten te moeten zijn. Dat wachten zijn ze nu wel beu. Voor ontspanning wordt ook niet veel meer gezorgd, er zijn nog wel boeken en er worden films gedraaid. Er was nog een opstootje toen een scheepskok een mes naar het hoofd van een jongen slingerde. Die jongen had het lef om een opmerking over zijn kookkunsten te maken en dat had hij beter niet kunnen doen. Gelukkig miste dat mes zijn hoofd, kletterde tegen een stalen wand en viel uiteindelijk op de grond. 

Debarkatie ⇒ Vandaag gaat 2-4 RI 'Het Kennemerbataljon' van boord ⇐ Singapore

Woensdag 30 januari 1946: Iedereen die op het schip is achtergebleven moet vandaag bovendeks eten, want beneden is alles al schoon. Om 11.00 uur staat de bagage van het Kennemerbataljon klaar voor vertrek. In de loop van de middag wordt er nog een voorraadje biscuits ingekocht, de veldflessen gevuld en dan is het eigenlijk alleen nog wachten op het sein om te vertrekken. Om 16.00 uur wordt het avondeten ook nog even genuttigd en om 16.30 uur moeten ze aantreden voor het ontschepingsappel. Klokslag 17.00 uur gaan eerst de 4e en 5e compagnie van boord en een half uur later volgt de rest. Via de scheepsladder verlaten ze dan eindelijk het s.s. "Alcantara" om op zo'n landingsvaartuig over te stappen en ook naar de wal te worden gebracht. 

  

De debarkatie van het Kennemerbataljon is nu ook begonnen en via de scheepsladder stappen ze op zo'n landingsvaartuig over

Op zo'n landingsvaartuig is het behoorlijk ruim want een compagnie past daar met gemak op. Als ze eenmaal op zo'n landingsvaartuig zitten en omhoog kijken dan lijkt het s.s. "Alcantara" ineens vele keren groter dan je zou verwachten. Nadat de motoren van het landingsvaartuig zijn gestart varen ze nog een keer rond het schip waar ze een maand op hebben geleefd en zetten dan koers richting de wal. Tijdens dat ererondje om het schip brengen ze een laatste groet aan de jongens van 1-4 RI die morgen van boord gaan en aan alle bemanningsleden door hen luidkeels vaarwel toe te roepen.

  

Eenmaal op het landingsvaartuig wordt nog een laatste afscheidsrondje om het s.s. "Alcantara" heen gevaren

Terwijl de 3e cie. zich van het schip verwijdert doen zij dat al zingend, ze passeren verscheidene internationale schepen waaronder Nederlandse. De kade komt langzaam maar zeker dichterbij, zodat loodsen, palmbomen en andere gebouwen steeds beter zijn te onderscheiden. Als om 17.45 uur de kade is bereikt staan daar mariniers klaar om hun ransel en plunjezak aan te pakken en in vrachtwagens te laden om naar het station te brengen. Zelf moeten de jongens nog minimaal een half uur geduld hebben voordat zij naar dat station marcheren.

  

Met landingsvaartuigen worden ze naar de wal gebracht

Terwijl ze op de kade staan te wachten hebben de jongens hun lange tropenbroek aangetrokken om zich tegen de muskieten te beschermen en als om 19.00 uur iedereen staat opgesteld gaat het in marstempo richting het treinstation. Het enige wat ze tijdens de wandeling zelf moeten dragen zijn hun boterhammen, de veldfles en het wapen. Ze lopen langs enkele landingsboten waarvan de boegkleppen open liggen en er zijn bootjes met Japanse krijgsgevangenen. Die Jappen worden hier ook te werk gesteld en zijn net zo onderdanig en kruiperig als in Chaah en ook zij groeten iedere militair die ze tegenkomen. Het station waarnaar ze onderweg zijn schijnt een van de grotere stations van Singapore te zijn.

De reis van Singapore naar Chaah

Als ze bij het station zijn aankomen krijgen ze vanuit een kantinewagen thee, biscuits en worstjes, want dat schijnt dit keer hun maaltijd te zijn. Daarna wordt verteld dat ze tot morgenochtend moeten wachten voordat er een trein is die hun naar Labis zal brengen. Bij het station lopen kinderen rond die Japans noodgeld tegen sigaretten willen ruilen. In eerste instantie wilden ze 10 dollar voor 10 sigaretten geven, maar dat werd al snel verlaagd naar 5 dollar voor 10 sigaretten, of 1 dollar voor 2 sigaretten. Tijdens dat onderhandelen zijn enkele jongens er stiekem tussenuit geknepen en naar de stad vertrokken om daar een kijkje te nemen. Toen de M.P. dat in de gaten kreeg werd al snel het hele station afgezet, zodat geen enkele militair daar nog vanaf komt. Op het station valt niets te beleven zodat ze al snel een plekje op het perron hebben gezocht en op een oor zijn gaan liggen, maar op een stenen vloer is het niet bepaald lekker slapen. Doordat het station door de M.P. werd afgezet hebben ze hele goede bewaking en dat is ook wel weer prettig, want er lopen nogal wat zakkenrollers bij het station rond.

Donderdag 31 januari 1946: Bij het ontwaken gaan de jongens eerst opzoek naar een wasgelegenheid, maar in heel het station blijken slechts twee wastafels te zijn. Dan is het logisch dat daar al snel twee lange rijen wachtenden bij staan. Voor veel jongens is dat de reden om de wasbeurt maar eens over te slaan. Om 05.30 uur is hun trein het station al binnengereden. Nadat de plunjezakken werden ingeladen stappen ze om 07.30 uur zelf ook in. Na eerst nog wat thee en biscuits te hebben genuttigd vertrekt de trein om 08.00 uur. Onder het zingen van het Wilhelmus begint hun reis richting de rimboe. Omdat deze reis op dezelfde manier verloopt als bij de kwartiermakers is het niet nodig om dat nogmaals te vermelden.

Bij aankomst in Labis staan bij het station net als dat bij de kwartiermakers het geval was legertrucks op hen te wachten. Eerst worden ze in de gelegenheid gesteld om bij de daar aanwezige handelaren ananassen en bananen te eten. Als iedereen in de trucks zit rijden ze via een bosrijk gebied naar het voor hen opgezette tentenkamp nabij Chaah. Om 15.00 uur komen ze bij dat kamp aan. Alles bij elkaar hebben ze zo'n zes uur met de trein gereisd en twintig minuten met de trucks. Moe van de reis maar met goede moed rijden ze het terrein op.

In Kamp Chaah kent het dagelijkse leven geen luxe

  

Het leven in het tentenkamp van Chaah kent geen luxe met op de voorgrond enkele wastafels waar kleren drogen

Bij aankomst in het tentenkamp staat het ontvangstcomité bestaande uit de kwartiermakers hen al op te wachten en zij worden door diezelfde kwartiermakers gekscherend 'groentjes' genoemd. De kwartiermakers zijn per slot van rekening al vier dagen in Chaah en daardoor al behoorlijk ingeburgerd, de 'groentjes' nog niet. Bij het oprijden van het terrein kijken de nieuwkomers al meteen een stuk minder vrolijk en dat terwijl ze niet eens hun tenten hoeven op te zetten. Als ze op het middenterrein staan opgesteld en nogmaals een blik over het terrein werpen dan kan je aan hun gezichten zien dat dit kamp hen niet bevalt en daar hebben ze gelijk in want dit kamp stelt ook niets voor.

Het liefst willen de nieuwkomers zo snel mogelijk naar hun tent, want het begint ook nog eens te regenen. De kwartiermakers kijken niet eens meer op van dergelijke buien en weten ook al dat ze dan snel tot aan hun enkels door die rode kleibende moeten banjeren, maar deze jongens hebben daar nog geen weet van. Zij zijn moe van de reis en hebben de afgelopen nacht op dat station in Singapore ook nauwelijks geslapen. Zij willen hun spulletjes voor de nacht in orde maken, in de hoop dat ze weer eens een goede nachtrust hebben. Toch zullen ze geduld moeten hebben want om 17.30 uur moeten ze weer aantreden, maar nu omdat er een pil tegen de malaria wordt gegeven.

  

Het interieur van een tent in Chaah en militairen zijn druk doende bij enkele wastafels

Ook voor het Kennemerbataljon zijn er voldoende tenten opgezet om iedereen te kunnen herbergen en in iedere tent is er plaats voor een sectie van twaalf man. Eenmaal in hun tent inspecteren de jongens eerst de boel en gaan dan meteen aan de slag om alles zo goed mogelijk in te delen. De tenten zijn rechthoekig van vorm en ongeveer zes bij acht meter, er zijn vier ramen en ingangen en het dak bestaat uit een dubbele laag zeildoek. In zo'n tent hebben ze de boel snel op orde, slapen doen ze niet op de grond maar op een simpele constructie van houten balken en bamboestokken. Over die balken komt een kokosmat met daarop hun matje en als laatste wordt de klamboe ophangen. Het is een heel gedoe om zo'n klamboe goed op te hangen, maar uiteindelijk lukt dat wel. Door op deze manier te slapen hebben ze minder last van ongedierte dan wanneer ze op de grond zouden liggen.

Toen ze hun tent aan het inrichten waren kwam er weer een onweersbui uit de hemel vallen. Een probleem bij zo'n regenbui is dat veel regenwater door het vlakke terrein de tent instroomt. De jongens werden er al voor gewaarschuwd dat ze bij dergelijke regenbuien op hun hoede moeten zijn, want een tent kan dan makkelijk omwaaien. Ze hebben al bedacht dat wanneer ze eenmaal gesetteld zijn de Jappen een goot rond de tenten moeten graven, dan kan dat regenwater in ieder geval weglopen.

Om 20.00 uur krijgen ze voor het eerst sinds 24 uur weer eens goed te eten; gekookte aardappelen met corned-beef en vet. Voor het eerst sinds een maand krijgen ze dit keer echt voldoende vlees en het nagerecht is een pap van gemalen ananas. In lange tijd hebben ze niet zo lekker gegeten als vanavond. Als ze klaar zijn met eten is het inmiddels donker en dan is het wel jammer dat hier geen verlichting is. Ze gaan dan ook meteen slapen en dat vindt niemand erg want ze zijn allemaal verschrikkelijk moe.

Debarkatie ⇒ Vandaag gaat 1-4 RI 'De Valken' van boord ⇐ Singapore

Donderdag 31 januari 1946: Nog even terugkerend naar het s.s. "Alcantara". Vandaag zijn ook de laatsten van het schip vertrokken, Dit keer zijn 'De Valken' ofwel 1-4 RI. aan de beurt om te vertrekken. De commandant van 2-1-4 RI schrijft hierover: Vanochtend om 08.50 uur moet iedereen met zijn bagage aantreden op het Promenadedek. Vanaf nu mag niemand meer benedendeks komen, want de corveedienst gaat voor de allerlaatste keer de ruimen schoonmaken. Eten moet dus ook bovendeks gebeuren. Om 17.00 uur begint de ontscheping en om 17.50 uur is alles afgerond. Dat is dus in recordtijd gebeurt. Onder een fikse regenbui, handgewuif naar de scheepsbemanning en over het water schalland gezang verlaat 1-4 RI het s.s. "Alcantara". Niet alleen de ontscheping verloopt op dezelfde manier als bij het Kennemerbataljon, ook zij moeten naar het station in Singapore marcherenen en ook zij moeten de nacht op datzelfde station doorbrengen voordat ze naar Labis worden gebracht.

Terug in Kamp Chaah

Vrijdag 1 Februari 1946: Als vanochtend de reveille over het terrein klinkt hebben de meesten geen zin om al op te staan. Het liefst zouden ze nog een poosje door willen slapen, maar tien minuten voordat er gegeten kan worden moeten ze wel opstaan. Omdat het water uit de tanks alleen voor consumptie is, kunnen ze zich niet wassen en hun vieze kleren zullen ze weer moeten aantrekken. Het ontbijt voor vandaag bestaat uit een pap die gemaakt is van het brood dat gisteren is overgebleven, maar smaakt veel beter dan dat waterige papje wat ze op het s.s. "Alcantara" kregen. Na het ontbijt gaan ze naar een kali om zich eens lekker op te frissen en om hun kleren te wassen.

  

Japanse krijgsgevangenen tijdens het appel en als ze onderweg gaan naar weer een nieuwe klus.

Wanneer ze achter het kamp aankomen zien ze dat Jappen bezig zijn met het weghakken van slingerplanten en het hoge gras. De Japanners die hier werkzaam zijn zaten bij het beruchte Korps Commandotroepen, die onder leiding van Generaal Yamashita de Slag om Singapore tegen de Engelsen wisten te winnen. Zij hebben dezelfde gore tronies als de Duitsers, maar zijn niet zo slaafs als al die andere Japanners. Ze werken kalm en rustig door en zeggen niet veel. Nadat ze ongeveer twintig minuten hebben gelopen komen de jongens bij die kali aan. Deze is zo'n vijf meter breed en stroomt tussen de palmboomplantages door. Beide oevers zijn begroeid met varens en struiken en lijkt daardoor op een echte wildernis. Als hier bij wijze van spreken een tijger tevoorschijn zou komen dan zouden ze daar niet vreemd van opkijken. Het water is heerlijk koel en helder, zodat de jongens zich al zwemmend kunnen wassen en hun kleren krijgen ze daar ook goed schoon in.

  

Wat zijn ze zonder de kali, het water is koel en helder zodat tijdens het zwemmen iedereen meteen gewassen is en hun kleren schoon krijgen

Vanmiddag wordt er niets bijzonders gedaan, maar vanavond gaan ze een bezoekje brengen aan een nabijgelegen kampong. De mensen daar zijn bijzonder vriendelijk en wonen in plantagewoningen, want de olie- en rubberplantages op Malakka zijn een van de grootsten ter wereld. De blokwoningen die op dit terrein staan zijn bijna allemaal onbewoond. Als een van de jongens vraagt waarom dat is, dan vertelt een inlander prompt: De mensen van die woningen zijn door de Jappen meegenomen en afgevoerd naar Thailand. Helaas is niemand van deze mensen teruggekeerd.

Zaterdag 2 Februari 1946: Vanochtend zijn de jongens naar dezelfde kali gegaan als gisteren. Omdat zij de omgeving wat beter willen verkennen hebben ze dit keer voor een andere route gekozen. Hierdoor zijn ze wel een uur onderweg, terwijl het normaal maar vijftien minuten duurt. De hele weg hebben ze gezongen en daardoor werd het heel gezellig. De zon schijnt op hun rug, dus dat kan ook al niet beter. Het klimaat valt hier trouwens best mee; de zon komt om 06.00 uur op en dan is het nog heerlijk fris, rond een uur of acht begint het langzaamaan warmer te worden en van 12.00 uur tot 16.00 uur brand de zon het felst. Het is dan ongeveer zo warm als een hete dag in juli in Holland, maar hier staat er dan meestal een heerlijk briesje bij. Om 17.00 uur neemt de hoge temperatuur alweer af en dan wordt het pas écht aangenaam. Als ze bij de kali willen komen moeten ze over een houten brug en bij die korte route niet. 

Zondag 3 februari 1946: Het is zondag en omdat het erg warm is wordt de kerkdienst in de open lucht gehouden. Alleen voor het altaar hebben ze op provisorische wijze een afdak van tentzeil gemaakt. In de buitenlucht is zo’n dienst heerlijk en eigenlijk nog fijner dan in een mooie kerk. Op het terrein staan welgeteld twintig tenten die door de koks als keuken worden gebruikt. Ondanks dat het bereiden van voedsel hier op een primitieve manier moet gebeuren weten de koks het voor elkaar te krijgen om het eten smakelijker te maken dan de Engelsen aan boord voor elkaar kregen.

Mannen van het 3e peloton - 4e compagnie zijn aan de pisang (met pet is Luitenant J.A. Rodenberg)

Het water dat uit een kali komt moet natuurlijk goed gezuiverd zijn willen ze dat als drinkwater gebruiken. Dat zuiveren doen ze door het water uit de kali over te pompen in linnenzakken, die zakken hebben een doorsnee van ergens tussen de 2 en 3 meter. Als een zak vol is doen ze er chloor bij om het te zuiveren en na een half uur gaat daar een ander middeltje bij om de chloorsmaak eruit te krijgen. Al na een kwartier is het water geschikt om gedronken te worden. Deze waterzuiveringsinstallatie wordt bediend door inlanders. Het gezuiverde water pompen ze over in tankwagens en gaat dan meteen naar het kamp in Chaah. Helaas wordt dat water niet gekoeld, maar is prima van smaak. Zwemmen en wassen van de kleding doen de jongens in diezelfde kali, maar wel stroomafwaarts van de plek waar het drinkwater wordt opgepompt. Het wassen in de kali helpt eigenlijk niets, want als ze in het kamp terug zijn zitten ze meteen weer onder die vervloekte rode kleibende. Later op de dag begint het licht te regenen en dat blijft zo tot in de avond. Verder zijn er voor vandaag geen bijzonderheden te melden.

Maandag 4 februari 1946: Nu iedereen een klein beetje aan de nieuwe situatie is gewend moeten ze het bataljonsrooster weer naleven. Het zijn enkele lichte diensten die ze te vervullen krijgen. Ze verblijven vandaag dan ook op het terrein, zodat er niet echt bijzonderheden zijn te melden. Wel doen er geruchten de ronde dat ze hier niet lang zullen blijven en dat komt hoofdzakelijk omdat de leefomstandigheden niet bepaald gunstig zijn. De overlast van al dat regenwater in combinatie met de rode kleigrond, het drinkwater dat uit een kali moet komen en de belabberde sanitaire voorzieningen zijn daar ongetwijfeld een belangrijke oorzaak van. 

Dinsdag 5 februari 1946: Vanaf vandaag moeten alle diensten weer gedaan worden: De ochtenddienst is van 08.30 uur tot 12.00 uur, daarna hebben ze tot 15.00 uur rust en van 15.00 uur tot 17.00 uur is de middagdienst. Ondanks alle beperkingen bevalt dit leven uitstekend. Er wordt veel gelachen en soms gekankerd, maar dat schijn er nu eenmaal bij te horen. Vanochtend hebben ze een tekort aan drinkwater en is er onvoldoende benzine voor de voertuigen. Omdat bijna dagelijks handelaren naar het kamp komen kunnen ze extra kokosnoten inslaan. In een kokosnoot zit zomaar 1½ liter aan vocht dat heerlijk smaakt, zo hebben zij in ieder geval toch voldoende om te drinken. 

 

Op en nabij het Kamp Chaah zijn regelmatig inlanders en Chinezen te vinden die hun handel aanbieden

Veel handelaren die naar Kamp Chaah komen zijn van een nabijgelegen kampong die ongeveer 10 minuten lopen van het kamp verwijderd is. De jongens weten inmiddels al dat wanneer ze iets nodig hebben de handelaren toch wel naar het kamp komen en dus nooit zelf naar die kampong hoeven. Je zou kunnen zeggen dat alles tot aan de deur wordt afgeleverd, want je ziet ze met hun handel gewoon tussen de tenten doorlopen. Dagelijks zijn er wel inlanders en Chinezen op het kamp te bespeuren en als zij niet op het terrein worden toegelaten dan zijn ze wel naast het terrein te vinden. 

Woensdag 6 Februari 1946: Zowel vannacht als vanochtend heeft het aan één stuk door geregend, zodat het terrein in één grote modderpoel is veranderd. Vanwege dat slechte weer hoeven ze geen ochtenddiensten te doen en hebben ze ook nog eens tot 07.00 uur lekker kunnen uitslapen. Omdat het ook vanmiddag blijft regenen hoeven ze wederom geen diensten te verrichten. Hun kleding begint klam aan te voelen en als dit door blijft gaan dan mogen ze wel oppassen dat hun geweren niet gaan roesten. Als het tegen de avond eindelijk droog begint te worden besluiten een paar jongens naar een kampong te gaan waar momenteel Indische mensen verblijven, want de hele dag in een tent rondhangen is ook niet alles. Wanneer tijdens die wandeling een auto voorbij komt rijden houden ze de chauffeur tegen en vragen of ze mee mogen rijden. In plaats dat de chauffeur hen naar die kampong brengt rijdt hij een hele andere richting op. Toen ze zich begonnen af te vragen waar ze eigenlijk heen reden, bleek al snel dat ze in het achttien kilometer verderop gelegen Labis terecht waren gekomen. Er zal dus ergens een misverstand zijn ontstaan. Toen zij aan die chauffeur vroegen of hij hun terug wilde brengen moest er eerst over een vergoeding onderhandelt worden. Gelukkig bleek hij bereid om hen voor een flink aantal sigaretten bij die kampong af te zetten. Ze hebben daar nog een poosje rond kunnen kijken en met de mensen gepraat. Toen het 21.00 uur was werd het de hoogste tijd om naar het kamp terug te keren.

  

Wanneer donkere wolken boven het terrein samenpakken weten ze meteen dat dit kamp snel in een modderpoel zal veranderen

Vandaag zijn Luitenant K.J. Metz van de 3e cie., Sergeant N.A. van Diepen van de 2e cie. en jongens van de Stafcompagnie vertrokken naar een plaatsje aan de oostkust van Malakka. Zij gaan daar een kamp bezoeken in de hoop dat het beter geschikt is voor het Kennemerbataljon. De geruchten dat dit bataljon niet lang in Chaah zal blijven blijken dus toch te kloppen.

Donderdag 7 Februari 1946: Vandaag is het gelukkig droog en dat is maar goed ook want ze hebben van 08.45 uur tot 12.00 uur een pittige mars te lopen. Langs allerlei landweggetjes die nog modderig van de regen zijn lopen ze tussen palmboomplantages door. Het gaat alsmaar heuveltje op en heuveltje af, maar dat gaat wel in stijgende lijn. Als ze boven op een berg bij een verlaten landhuis aankomen houden ze rust. Vanaf dit punt hebben ze een prachtig uitzicht over de bossen en het oerwoud, helemaal tot aan de bergen in de verte toe. Het is schitterend om te zien hoe de wolken zich met de bergtoppen verenigen. Dit is de natuur op haar mooist. Na een kwartier rust gaat de mars weer verder. Toen een jongen die vooraan in de kolonne loopt een cobra langs de weg zag liggen stopte de hele meute. Het is een mooi beest en zo'n anderhalve meter lang en vijf centimeter dik. Ondanks dat het een prachtig beest is zien ze hem blijkbaar toch liever dood. Na enkele ferme tikken met een geweerkolf en een schot uit de revolver van de luitenant is dat arme beest dood en wordt als souvenir meegenomen. Er leven best veel wilde dieren op Malakka, maar de dieren die ze hier het meest tegenkomen zijn apen, slangen, wilde zwijnen en grote spinnen. Drijfnat van het zweet komen ze aan het eind van de ochtend op het kamp terug.

Vrijdag 8 Februari 1946: Vanochtend krijgen ze eindelijk weer eens geld uitgekeerd. Het muntstelsel van Malakka is anders dan in Engeland, hier hebben ze het decimale muntstelsel net als in Nederland. Een dollar is FL1,18 waard. Al snel na de uitbetaling van het voorschot op hun wedde begint de handel met de inlanders en Chinezen toe te nemen. Met de Chinezen moeten ze oppassen, die zijn bijna altijd duurder dan de inlanders, voor een banaan vragen zij zomaar 10 cent. Het zijn ook altijd de Chinezen die de boel oplichten, vooral als er wat te ruilen valt moet je ze goed in de gaten houden. De jongens kopen dan ook het liefst iets bij de inlanders. Die zijn tenminste eerlijk en vriendelijk en als je die iets toestopt zijn ze zo blij als een kind. Zo kreeg een inlander onlangs een soldatenjack dat in Holland niet meer gebruikt wordt. Deze man werd daar zó blij van, dat hij langs ieder tafeltje ging, salueerde en zo trots als een pauw zich liet bewonderen. Wel wees hij daarbij regelmatig naar zijn broek, in de hoop dat die ook vervangen zou worden, maar aan een broek konden ze hem niet helpen.

Dat het Kennemerbataljon niet lang in kamp Chaah zal blijven wordt vandaag bevestigd. De mannen die afgelopen woensdag een kamp hebben bekeken waren tevreden en keurden dat kamp goed. Het Kennemerbataljon zal dus op kort termijn Chaah verlaten en naar Mersing verhuizen. De meningen hierover zijn wel verdeeld, want er zijn heel wat jongens erg blij om te vertrekken, maar er zijn er ook genoeg die het hier prima naar hun zin hebben. Vanmiddag zijn er alvast 56 trucks het terrein opgereden die morgenvroeg het Kennemerbataljon naar de nieuwe verblijfplaats in Mersing moeten brengen. De voorraden zijn voor het overgrote deel ingepakt en vanavond moeten de jongens hun eigen spullen klaarzetten. De kwartiermakers die dit kamp hebben opgezet reizen niet mee. Zij blijven achter om het kamp op orde te brengen, want er komen weer andere onderdelen naar Chaah. Waarschijnlijk vertrekken zij aan het begin van volgende week naar Mersing. 

Zaterdag 9 Februari 1946: Om 05.00 uur is iedereen uit bed, vouwen de klamboe en dekens op en pakken hun laatste spullen in. De dagorder vermeldt het volgende: Ze rukken 120 mijl op in oostelijke richting en trekken daar een stad binnen aan de Zuid-Chinese Zee. De lunchpakketten liggen klaar en om 08.30 uur moet iedereen in actie komen, want de trucks staan te wachten. Voor ieder peloton zijn twee trucks beschikbaar. Als om 09.00 uur het sein komt om in te stappen dan moet je er wel meteen voor zorgen dat je een comfortabel plekje hebt. Het achterzeil van de huif moet zo ver mogelijk opgerold zijn, zodat tijdens de rit alles goed is te zien. Precies 09.30 uur vertrekt de kolonne uit Chaah. Als ze eenmaal een geasfalteerde weg hebben bereikt gaat het snel voorwaarts. Ze verheugen zich al op een mooie rit want Malakka is nu eenmaal een prachtig land. De route gaat over bergen en dalen, langs kali's, kampongs, sawa’s, rubber- en palmbossen, tapiocavelden, over baileybruggen en door diverse dorpen. Het werd inderdaad een reis om niet snel te vergeten. Er is ook nog een ongeluk gebeurd. Een jeep met daarin een majoor en enkele sergeanten is over de kop geslagen. De meeste inzittenden raakten gewond, waaronder ook zwaargewonden. Vanwege het letsel van die majoor zal hij naar Nederland terugkeren.

Een lang konvooi met legertrucks is onderweg naar Mersing  

Konvooi met legertrucks tijdens een rustpauze is door een bergachtig gebied naar Mersing onderweg

Malakka (Mersing)

Even na 16.45 uur komt de colonne op de plaats van bestemming aan, dat is een kamp in een buitenwijk van het plaatsje Mersing, gelegen aan de oostkust van Malakka. Het is een bestaand kamp dat eerder door de Engelsen werd gebruikt en pal aan de kust van de Zuid-Chinese Zee ligt. Op het terrein staan veelal houten gebouwen van uiteenlopend formaat en enkele stenen gebouwen. De gebouwen zijn wit van kleur en hebben groene kozijnen. De houten huizen zijn iets boven de grond op stapels met vierkante tegels gebouwd of op palen, vermoedelijk omdat ze zo dicht bij de zee staan. Al deze gebouwen worden waterdicht gehouden met behulp van dakpannen die de vorm van een halve bloempot hebben, een dakgoot hebben veel huizen hier niet omdat een dakgoot met zware regelval weinig nut heeft, bij die huizen hangt het dak dan tot wel een meter buiten de gevels, zodat het regenwater toch goed kan weglopen. Omdat veel gebouwen op slechts 200 meter en zelfs minder van de kust verwijdert zijn, hebben ze hier prachtig uitzicht over het strand en de zee. Aan de andere zijde is het kamp omgeven door een oerwoud en er staan veel klapperbomen, zodat de vruchten daarvan gratis zijn. 

Volgend de Engelsen is dit trainingskamp bedoeld voor goed getrainde soldaten en zij vinden dan ook dat de jongens van het Kennemerbataljon hier eigenlijk niet geschikt voor zijn. Toen de jongens dit te horen kregen waren ze natuurlijk zwaar beledigd. Die Engelsen kunnen dat nou wel vinden, maar deze jongens zullen hen eens laten zien waartoe ze in staat zijn. Het kromme bij de Engelsen is, dat zij de Nederlanders op alle manieren proberen dwars te zitten zodat ze niet naar Indië kunnen, maar zij stellen wel hun instructeurs beschikbaar om de Hollanders bij hun gevechtstrainingen te assisteren. De Engelsen zullen er nog wel een keer achter komen wie de Hollanders zijn!

Enkele gebouwen in het natuurschone gebied van Kamp Mersing

Als het eb is kunnen ze zomaar een kilometer de zee inwandelen, terwijl er op het strand veel slib achterblijft, zodat het daar best smerig kan zijn. Ook het zeewater is dan smerig, maar wanneer je een stuk verder de zee in loopt is het water alweer helder. Ze werden wel gewaarschuwd dat er in de Zuid-Chinese Zee haaien voorkomen, maar volgens een van de jongens zwemmen die nooit in ondiep water?

De onvergetelijke natuur van dit land is eigenlijk niet goed te omschrijven. De mensen die op Malakka leven zijn vooral Chinezen en inlanders, maar de inlanders zijn hier duidelijk in de minderheid, je zou bijna denken dat je in China bent en niet op Malakka. Overal zien ze mensen die hen vrolijk toewuiven en dat doen ze natuurlijk zelf ook. De rubberbomen vallen hier wel een beetje uit de toon, deze bomen kunnen wel 15 tot 20 meter hoog worden en hebben veel takken. Hun lichtgrijze stammen en takken, die overigens weinig bladgroei hebben, geven het idee dat ze halfdood zijn.

Om 19.00 uur is het tijd om te eten en daarna gaan een aantal jongens nog even naar het dorp, dat voor een groot deel uit winkels en cafés bestaat. Daar wordt een kopje koffie of pilsje gedronken en toko's bezocht. Ook hier moet je constant afdingen om niet te worden afgezet. Sigaretten kosten slechts 1 of 2 cent en tropische vruchten zijn hier ook spot goedkoop. Suiker is er kennelijk ook voldoende, want alles wat je hier aan eten of drinken koopt is behoorlijk zoet. Als ze na een poosje in het kamp terug zijn wordt er post uitgedeeld en om 22.00 uur is het bedtijd.

  

Een weg die door het dorp loopt met op de achtergrond de hoge berg en rechts een van de toko's langs diezelfde weg

Zondag 10 Februari 1946: Vanochtend al heel vroeg hebben ze een wandeling langs het strand gemaakt en dat is heerlijk met zo'n fris zeewindje. Daarna is het tijd om te eten en naar de kerk te gaan en vanmiddag brengen ze een bezoekje aan het dorp. Ze zijn er iedere keer weer verbaasd over hoe gemoedelijk de verhouding tussen hen en de inlandse bevolking is, blijkbaar hebben zij de harten van deze mensen gestolen. De kinderen stoppen ze wel eens wat toe en zo af en toe spelen ze een poosje met hen. Van nature blijken deze mensen erg vriendelijk te zijn en gevoelig voor ieder vriendelijk woord. Het is altijd erg gezellig met de inlanders, in deze warme oorden leven ze ook meer op straat dan binnenshuis. Na het avondeten gaan ze weer naar het strand, maar nu om te zwemmen, het water staat op dat tijdstip op zijn hoogst en is juist dan bijzonder schoon. De zwembroeken worden gepakt en met zijn allen springen ze de golven in, heerlijk is dat. 

Jelle Visser van de 3e compagnie met enkele jeugdige inwoners uit het dorp

Maandag 11 februari 1946: Omdat het de bedoeling is dat hier in Mersing een goede training wordt gevolgd zullen ze vaak op pad moeten. Zo gaan de jongens van de 3e compagnie vandaag een stevige veldoefening doen. Ze beginnen met een korte stevige mars richting het oerwoud en vandaar gaat het dwars door een palmboomplantage richting de kali, wanneer ze strijdliederen zingen en langs de huizen van inlanders lopen kijken deze mensen geïnteresseerd toe en applaudisseren spontaan. Daarna gaat het over een smal landweggetje verder en moeten ze daar door een diep spoor van autobanden ploeteren. De veldoefening gaat als maar door, berg op en berg af en met deze temperatuur is dat best een zware beproeving, het zweet gutst dan ook rijkelijk langs het lichaam. Nadat ze een rubberplantage hebben doorploegd gaat het over een smal pad van witte klei verder en zakken ze tot over hun enkels weg in de vette klei. Gelukkig is dat pad niet heel erg lang, maar hun tocht gaat dan wel dwars door varens en dicht begroeide struiken verder. De grond begint alweer sompig te worden en weer zakken ze tot over hun enkels weg in de modder. Ook moeten ze zich een weg over en door greppels banen, of door ondiepe beekjes waden en dan hebben ze wel eens geluk dat daar een boom overheen ligt, maar meestal is dat niet zo en dan moeten ze maar zien hoe ze er overheen komen. De slappe klei zit nu werkelijk tot over hun beenlappen en hun voeten sompen alsmaar in hun volgelopen schoenen.

De tocht gaat maar verder en verder, zelfs door sawa’s, totdat ze bij een verharde weg komen en deze veldoefening eindelijk ten einde is. Nog nooit hebben ze zo’n zware tocht gehad. Wat nou het vreemde aan deze tocht is, iedereen voelt zich na al die inspanning best nog redelijk fit. De officieren beloven dan ook meteen dat ze vaker zulke tochten zullen maken. Langs de verharde weg worden eerst de kousen uitgewrongen en laten ze alle smurrie uit hun schoenen lopen, daarna gaat het in marstempo en al zingend terug naar het kamp. Als ze om 12.00 uur het kamp bereikt hebben gaan ze meteen naar het strand om een frisse duik te nemen en hun kleren schoon te spoelen. Daar knapt iedereen weer helemaal van op. Dan hebben ze tot 15.00 uur rust, want dat is normaal in de tropen en daarna gaan hun dagelijkse bezigheden gewoon verder.

 

Het strand bij Mersing gezien vanuit een woning in het kamp met daarbij een pose van Jan klaas de Graaf in zwembroek

Dinsdag 12 februari 1946: Vandaag is er voor de 3e cie. alweer een velddienst waarbij groepen elkaar moeten overmeesteren. De omgeving is uitermate geschikt om dat juist hier te doen, goed gecamoufleerd kunnen ze zonder gezien te worden de vijand met gemak tot dichtbij naderen. Het is wel vervelend dat het in de wijde omtrek krioelt van de rode mieren, want deze beestjes kunnen heel gemeen bijten. De jongens van de overige compagnies hebben vanmiddag sport. Ze beginnen met een estafetteloop op de korte baan en vervolgens een op de lange baan. Ook wordt er geoefend in hoogspringen en acrobatiek en na het avondeten is er ook nog een partijtje voetbal tegen een team met onderofficieren uit het hele bataljon. Ter afsluiting van deze dag hebben ze les in de krijgstucht. Hierbij vraagt een van de compagniescommandanten of het verplicht is dat zij de Jappen teruggroeten. Ja, wordt er massaal geroepen, natuurlijk moet dat. Nee, is het antwoord, dat hoeft beslist niet. Zij hebben zich toch als beesten gedragen! Als voorbeeld vertelt de compagniescommandant een waar gebeurt verhaal: In Singapore hebben diezelfde Jappen veertien onschuldige meisjes op zeer wrede wijze vermoord door hen vol te gieten met water, net zolang dat hun maag en darmen het begaven en deze arme kinderen uiteen barstten. Dat zijn natuurlijk dingen die te verschrikkelijk zijn voor woorden. Het is dus terecht dat wij ze nu zo goed als mogelijk afstraffen door hen hard te laten werken en hun teruggroeten hoeft niemand te doen.

Het voetbalelftal met jongens van de 4e compagnie

Vanochtend zijn de jongens die in Chaah waren achtergebleven ook naar Mersing vertrokken. Om 11.00 uur zijn ze in de trucks gestapt en hebben ook zij het tentenkamp definitief verlaten. Onderweg zien ze hoe grote groepen apen in bomen aan het stoeien zijn, maar als de trucks te dicht in hun buurt komen gaan ze er al krijsend vandoor. De weg voert langs diverse rubberplantages en oerwouden. Een keer rijden ze door een plaats van enige betekenis en dat is Kluang. Om 17.00 uur komen de jongens van de 2e compagnie in Mersing aan. Zij krijgen onderdak in een gebouw dat slechts 200 meter van de zee is verwijdert, aan de achterzijde is dat gebouw tegen een heuveltje aangebouwd en niet ver daar vandaan begint het oerwoud. Met honderd man worden ze in een gebouw met twee verdiepingen gezet en verdeeld over twaalf kamers. Het pand heeft voor hen ongekende luxe, want er is weer elektriciteit en er zijn badkamers, dat was in Chaah wel even anders. 

Al vrij snel nadat ze zijn aangekomen gaan ze naar de zee om een heerlijke duik te nemen zodat ze zich weer fris voelen. Na afloop moet je dan wel je lichaam even goed met zoetwater afspoelen, want dan ben je pas echt schoon. Nadat de jongens zich zo goed als mogelijk hebben gesetteld is het alweer tijd om naar bed te gaan. Het is wel jammer dat ze op de grond moeten slapen, maar er is hun beloofd dat er op kort termijn bedden zullen komen. 

Het gebouw waarin de 2e compagnie zit telt twaalf grote kamers waar niet veel later ook de manschappenkantine komt

Woensdag 13 februari 1946: Voor vanochtend staan er een exercitie en velddienst op het programma en vanmiddag gaan ze sporten. Als ze naar het sportveld onderweg zijn moeten ze stoppen voor een lange stoet met Mohammedanen die vandaag oudjaar vieren. De stoet is momenteel onderweg naar de moskee en iedereen draagt bont gekleurde kleding, zoals gebruikelijk lopen de vrouwen gescheiden van de mannen. Er wordt de hele dag feest gevierd en ook vanavond schijnt het in Mersing erg gezellig te worden. Dat hun nieuwe jaar vannacht om 24.00 uur pas begint heeft met de afwijkende jaartelling door het geloof te maken. Omdat er op Malakka gestaakt wordt is het voedsel schaars, de fouragedienst moet nu helemaal naar Singapore om de voorraad aan te vullen. In Mersing moeten ze zich even behelpen door het eten van broodpap en biscuits zijn er altijd wel. Ook de uitgifte van sigaretten stagneert momenteel, zodat ze naar het dorp moeten om sigaretten te kopen, maar ook daar worden ze schaars.

Onderweg naar het sportveld komen ze een stoet met Mohammedanen tegen die naar de moskee gaan

Voor de jongens van de 2e compagnie is dus nog niet alles goed geregeld, er zijn niet alleen onvoldoende bedden, ze krijgen vanochtend pas om 11.00 uur te eten en dan ook nog alleen broodpap. Na het verlate ontbijt brengen ze hun spullen aan kant en vertrekken van het kamp om de omgeving te verkennen. Als ze in het oerwoud aan het wandelen zijn ontdekken ze menselijke resten, het zijn zeven schedels en heel wat beenderen. Volgens de inlanders zijn dat skeletten van mensen die door de Jappen zijn vermoord. De Jappen hebben dus ook hier op verschrikkelijke wijze huisgehouden. Sommige inlanders spreken een klein beetje Engels en van hen krijgen de jongens nog meer over de ellende te horen die ze met de Jappen moesten doorstaan. Zo zag een oud vrouwtje hoe de Jappen enkele kleine kinderen omhoog gooiden en handlangers die weerloze kinderen doodschoten, het is te verschrikkelijk om aan te horen. Ze hebben dus ook hier mensen op grote schaal uitgemoord. Kinderen hebben geen ouders meer en andersom. Veel huizen en gebouwen zijn verwoest, zo ook de bioscoop, maar het dorp ligt er zo midden in de natuur en aan zee ondanks dat nog altijd mooi bij.

   

Mannen van het 2e peloton - 3e compagnie poseren met een doodshoofd die ze in het oerwoud hebben gevonden

Donderdag 14 februari 1946: De dag begint met een ochtenddienst van 08.30 uur tot 12.00 uur, het wordt een jungletrip met een enorme worsteling dwars door struiken en alang-alang (hoog groeiend riet/gras), om vervolgens door een kali naar de overzijde te waden en door het oerwoud verder te trekken. Het is een tocht zoals ze eerder deden en ook nu gaat het om 11.30 uur in marstempo terug naar het kamp. Als ze in het kamp aankomen gaan ze eerst baden en eten en daarna hebben ze tot 15.00 uur rust, hierna hebben ze middagdienst die tot 17.00 uur duurt. Na het avondeten zijn ze veelal vrij en om 22.00 uur is het bedtijd. De nachtdiensten beginnen ook om die tijd.

Tijdens de middagdienst maakt de bataljonscommandant bekend dat hun kamp het mooiste op Malakka is en dat hij ervoor zal zorgen dat dit zo blijft. Het is ook een mooi kamp, want de gebouwen staan hier redelijk ruim verspreid tussen veel groen waaronder palmbomen. Tijdens zijn toespraak vertelt de B.C. dat hij ervoor zal zorgen dat er zoveel ontspanning komt als onder de huidige omstandigheden mogelijk is, er zal een manschappenkantine komen waar ze films kunnen draaien en er worden een aantal sportevenementen georganiseerd. Kortom, de B.C. zal zijn uiterste best doen om er een mooie tijd van te maken. Ook verteld hij dat het Kennemerbataljon dit kamp kreeg toegewezen omdat ze bewezen hebben een fanatiek bataljon te zijn. De Engelsen die zeggenschap over dit kamp hebben vermelden dit al in hun rapporten. Een arts met ruime ervaring in de tropen neemt het gesprek over en vertelt dat de jongens van het Kennemerbataljon ongekend zware trainingen tegemoet kunnen zien. Zelf denken ze daar anders over, want de trainingen die ze tot nu kregen lijken meer op vakantietrips, of zouden ze het mis hebben en moeten die ongekend zware trainingen nog komen.

  

De kali met op de voorgrond een van de vier scheepswerfjes die daar zijn met links vooraan knielend Henri Butot van de 1e compagnie

Vrijdag 15 februari 1946: De jongens van de 3e compagnie hebben vanochtend maar weer eens een jungletrip gemaakt en dit keer duurt die van 09.00 uur tot 13.00 uur. Vanmiddag worden een piano en een radiogrammofoon gebracht en die komen allebei in de kantine te staan. Gelukkig zit er bij de 4e compagnie een goede pianist met de naam Cor Amse, zodat hij met andere muzikanten een band kan gaan vormen. Met die piano komt het dus wel goed. Met de radiogrammofoon verloopt het geheel anders, het apparaat blijkt niet te werken zodat de jongens denken dat het aan het stroomnet ligt, ze hebben toen stroom langs de weg afgetapt, maar ook dan werkt dat ding niet. Dat is jammer, want ze willen zo graag naar het nieuws uit Nederland luisteren. Nu zijn ze dus nog steeds op de 'Oranje' aangewezen, een krantje dat in Singapore wordt gedrukt. Het voordeel van deze krant is wel dat er veel nieuws over de toestand in Indië in staat.

Dit is de dag dat het Kennemerbataljon bij de W-Brigade wordt ingedeeld. De W-Brigade zag het daglicht in de periode dat 2-4 RI in Chaah zat, maar vandaag worden dan officieel het Kennemerbataljon en 1-4 R.I. bij de W-Brigade ingedeeld. Het 8 (IV) Bataljon Stoottroepen zal daar vanaf maart bijkomen en op 4 mei komt daar ook 1-11 R.I. nog bij en in deze samenstelling zal de W-Brigade voorlopig blijven. Er is dus weer een Brigade toegevoegd aan het Nederlandse leger waar eerder de T, U en V-Brigades aan werden toegevoegd. 

  Pose voor de officiersmess

Nog even wat leuke foto's maken voor hun woning en rechts met een soldaat voor de officiersmess

Zaterdag 16 februari 1946: Vandaag wordt Luitenant H.A. Meijlink van de 3e compagnie tot eerste luitenant bevordert. De beëdiging wordt op het voetbalveld afgelegd en het hele bataljon is bij de parade aanwezig. Tijdens de ceremonie zweert de luitenant eeuwig trouw aan de Koningin en zegt dat hij zich zal onderwerpen aan de krijgstucht en gehoorzamen aan alle wetten. De ceremonie wordt afgesloten met een toespraak van de bataljonscommandant. Vervolgens marcheren ze naar het hoofdgebouw waar de staf zetelt en wordt de parade afgesloten.

Vanavond om 19.30 uur gaan ze naar het gebouw van de 2e compagnie omdat de manschappenkantine op officiële wijze wordt geopend. Hierbij zal een jongen van de 3e compagnie de muziek op de piano verzorgen en gaat samen met twee trompettisten, een accordeonist en een fluitist een band vormen. Tijdens zijn toespraak overhandigd Majoor van Kammen de piano aan de band. Daarna verteld hij dat de door de NAAFI toegezegde kantinespullen nog altijd niet zijn aangekomen, maar de koks hebben wel koffie met wat lekkers geregeld, zodat er toch iets feestelijks op tafel komt. Nadat ze koffie hebben gedronken worden er weer enkele toespraken gehouden die over zowel opbeurende als ernstige zaken gaan. In het kort komt het er op neer dat iedereen zijn kameraadschap zoals die momenteel is moet blijven behouden en elkaar in moeilijke tijden zullen steunen. De geest die binnen dit bataljon heerst is uitstekend en als je daar deel van uitmaakt dan mag je er ook trots op zijn. Ze zeggen niet voor niets dat dit bataljon de beste discipline heeft. Denk daar aan! De rest van de avond is het erg gezellig, de band speelt allerlei vrolijke nummers, er wordt volop gelachen en een biertje gedronken, maar om 23.00 uur komt ook aan deze avond een einde en is het tijd om naar bed te gaan.

 

Aandachtig wordt er geluisterd naar de uitleg tijdens een theorieles in de buitenlucht

Zondag 17 februari 1946: Het is zondag en dat betekent dat het een rustdag is. Er wordt gegeten, naar de kerk gegaan, de kleren gewassen, maar dan is het wel tijd voor ontspanning, zoals lezen, schrijven, even een tukje doen en om 12.00 uur weer eten. Het eten voor vanmiddag zijn gehakt, aardappelen, pruimen en chocoladepudding als toetje. Het fijne is dat ze vandaag eindelijk weer eens zoveel mogen eten als ze lusten en daar wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. De stakingen zullen dan wel voorbij zijn zodat er weer voldoende voedsel verkrijgbaar is. Om 14.00 uur is het uitbetalen van soldij en er worden sigaretten en chocolade uitgedeeld. Daarna is het weer tijd om een boek tevoorschijn te halen, een dutje te doen, of wat anders, maar de dag komen ze op deze manier ongeveer wel door.

Als je het goed bekijkt zijn de dagen van de week hier nagenoeg allemaal hetzelfde ingedeeld. Tijdens de tochten door de rimboe valt er wel eens iets leuks voor. Zo haalt een jongen van de 2e compagnie een herinnering op over een tocht waarbij ze over een tamelijk brede sloot moesten springen, de meeste jongens sprongen daar redelijk goed overheen, maar kwamen wel tot hun knieën in de modder te staan. Soldaat A. Luijken nam een geweldige aanloop, maar sprong niet ver genoeg en kwam tegen de schuine zijde van de sloot terecht, smakte achterover de sloot in, ging kopje onder en zat toen helemaal onder de drek. Ondanks dat wist hij zijn geweer met één arm wel keurig boven water te houden. De rest moest daar natuurlijk enorm om lachen.

Zo viel er vandaag ook iets leuks voor bij andere jongens van het bataljon. Zij gingen de rimboe in voor een heerlijk dagje ontspanning, tot ze op een bijennest stootten en daardoor om 12.00 uur alweer terug in het kamp waren. Heel wat jongens werden gestoken en bij een van hen moest een hele reeks angels uit zijn nek en gezicht worden gehaald, maar hij heeft het gelukkig wel overleefd. Als je dan zelf het slachtoffer niet bent is het natuurlijk wel grappig om aan te horen. De arme jongens zijn daar nog lang om gepest. Jongens van de Ost-compagnie die vanmiddag op zo'n zeven kilometer van Mersing langs het strand wandelden vonden daar een zeemijn die vermoedelijk is aangespoeld.   

Op zo'n zeven kilometer van Mersing verwijdert vinden mannen van de Ost-cie. een zeemijn op het strand

Maandag 18 februari 1946: De ochtend verloopt vrij rustig, maar na het middageten hebben ze les in bajonetvechten. De MP moest vandaag uitrukken voor het opsporen van een vermiste jongen van de 4e compagnie die sinds gisteren wordt vermist, maar hij werd niet gevonden. Vanavond krijgen de jongens van de 3e compagnie bezoek van de bataljonscommandant, er worden enkele kwesties besproken en dat gaat er allemaal gemoedelijk aan toe. Alhoewel, totdat er een luitenant van de 3e cie. met veel kabaal binnen komt stormen, hij heeft de ontstellende mededeling dat de jongen van de 4e compagnie zo goed als zeker is verdronken, want ze hebben zijn kleren op het strand gevonden, terwijl van hem ieder spoor ontbreekt. De bataljonscommandant en een groep jongens vertrekken met zaklantaarns naar het strand om te gaan zoeken, ook wordt er met koplampen van trucks over het water geschenen, maar niets helpt. Om 21.00 uur keren ze onverrichte zaken terug naar het kamp om te melden dat ook zij hem niet hebben gevonden. Zou hij te ver de zee in zijn gelopen en door een vloedstroom nog verder de zee in zijn gezogen? Het blijft gissen en als de jongens in bed liggen wordt er nog lang over zijn verdwijning nagepraat.

  

Hein Turk van de 2e cie. poseert voor zijn 'paalwoning' en Cor Groot van de 3e cie. doet dat op het strand bij Mersing

Dinsdag 19 Februari 1946: Vandaag wordt door een groep van de 4e compagnie de hele dag naar de vermiste jongen gezocht, maar ook vandaag zal dat geen resultaat opleveren. Dat begint er nu toch wel héél somber uit te zien. Terwijl de jongens van de 4e compagnie hun kameraad zoeken gaat de 3e compagnie een grote veldoefening doen. Vele kilometers lopen ze over zowel verharde wegen als landweggetjes en via een smal pad klauteren ze tegen heuvels op en heuvels af, om op deze wijze door het oerwoud verder te trekken. Als dat een tijdje voort duurt haken plotseling twee pelotons af. Het is hen kennelijk toch te zwaar geworden. Na nog een paar flinke heuvels te hebben overwonnen, gaan de volhouders via dezelfde weg als ze zijn gekomen ook weer terug. De zon brand fel en er staat geen zuchtje wind. Iedereen is drijfnat van het zweet. Op de heenweg mochten ze nog drie keer rusten, maar op de terugweg heeft een ander het commando over deze groep en die vindt dat ze ook wel in één ruk naar het kamp terug kunnen. Ondanks alle inspanningen marcheren ze al zingend door diverse dorpen terwijl de inlanders toekijken, want die vinden dat prachtig. Vlak voor het kamp wordt het tempo ineens versneld en in dat tempo marcheren ze keurig in het gelid het terrein op. Alsof ze een korte exercitie achter de rug hebben marcheren ze fier het terrein op. De groep die halverwege was afgehaakt staat vol verwondering te kijken. Ook hun commandant kijkt vreemd op, want hij weet heel goed dat de jongens een zware tocht achter de rug hebben. Meestal lukt een veldtocht niet op de manier zoals vandaag, maar als het tempo er eenmaal goed in zit dan gaat het op dezelfde manier als bij een keukorps. Voor vandaag is het in ieder geval mooi geweest, want ze zijn moe en hebben razende honger.

 

Mannen van het 3e peloton - 4e compagnie poseren op het strand bij een verwoeste Jappenstelling en later ook voor hun verblijf

27 - 09 - '24.   Garrelt Vinke   18 - 02 - '46.

Woensdag 20 februari 1946: Om 07.00 uur is het ontbijt en om 08.00 uur moet iedereen zich gereedmaken voor een vlaggenparade. Eerst wordt het Wilhelmus gespeeld en daarna volgt een inspectie door Majoor van Kammen en een regimentscommandant. Tijdens de inspectie wordt de MP weggeroepen omdat vissers niet ver van de kust een lichaam uit zee hebben gehaald, dat helaas niet meer herkenbaar is. Eerst wordt het lichaam naar het hospitaaltje dicht bij het kamp vervoerd. Om zeker te zijn dat dit het lichaam van de jongen van de 4e compagnie is wordt er een arts van het bataljon bij geroepen. Hij kan het lichaam van iedere militair aan de hand van zijn gebitskaart identificeren. Bij controle blijkt het inderdaad het lichaam van Garrelt Vinke te zijn die bij 4e compagnie is ingedeeld.  

Het nieuws dat Garrelt Vinke is gevonden verspreid zich als een lopend vuurtje. De hoop dat het voor deze soldaat goed zou aflopen was inmiddels wel verdwenen, omdat het nu zeker is blijft het voor het Kennemerbataljon nog altijd een grote teleurstelling en al helemaal voor de kameraden van zijn compagnie, want die hadden dagelijks met hem te maken en dan heb ik het nog niet eens over zijn familie gehad, hoe erg moet het wel niet voor die mensen zijn om een geliefde zo ver van huis te moeten verliezen.

Twee militairen houden de wacht naast de kist met Garrelt Vinke in afwachting van de stoet die hem naar het graf zal brengen

Dit is dus alles behalve een prettige dag en al helemaal omdat Garrelt Vinke vanmiddag ook wordt begraven. Voor Nederlandse begrippen is dat bijzonder snel, want een teraardebestelling bij ons gebeurt doorgaans pas na drie dagen. Kennelijk zijn de gewoontes bij een begrafenis op Malakka toch anders, of zouden de hoge temperaturen ermee te maken hebben? Het wordt een eenvoudige maar indrukwekkende begrafenis: De kist met het lichaam van Garrelt staat opgesteld op het terrein, met aan weers- zijden van de kist een militair die de erewacht houdt. Zij staan daar in afwachting van de tocht naar de plek waar hij wordt begraven. Als een lichte truck zonder zeilen komt voorrijden wordt de kist met militaire waardigheid op de open truck geplaatst. Hierna komt de lange stoet langzaam in beweging en kan de gang naar zijn groeve beginnen. Luitenant H.A. Meijlink loopt als commandant vooraan in de stoet met achter hem het vuurpeloton, daarachter de open truck met de kist met achter het stuur een luitenant van de 4e compagnie, gevolgd door de slippendragers en daar weer achter de militairen die in het leven van Garrelt Vinke veel hebben betekend.

Soldaat Garrelt Vinke op weg naar zijn laatste rustplaats

Als de stoet op de plek van de teraardebestelling aankomt wordt de kist door kameraden van Garrelt tot bij de groeve gedragen. Vervolgens doet het vuurpeloton zijn plicht en vuurt een eresalvo af naast het graf, waarna het een tijd stil blijft. Na een sein van Majoor Chris van Kammen laten diezelfde kameraden de kist geleidelijk in de groeve zakken. Daarna houden de majoor en de dominee een korte toespraak en leggen ieder een krans op het graf. De dominee haalt in zijn toespraak aan dat Garrelt zijn leven heeft gegeven om het vaderland te dienen. Het is voor zijn ouders en verloofde bijzonder treurig dat dit zo ver van huis moest gebeuren. Zij zullen zich moeten sterken met de gedachte dat het Gods wil is om hem op zo'n jeugdige leeftijd naar zich toe te halen. 

  

Majoor Chris van Kammen legt bloemen bij het graf van Garrelt Vinke

  

Na een toespraak van Luitenant H.A. Meijlink salueren enkele militairen bij het graf wordt de teraardebestelling afgesloten met een eresalvo door het vuurpeloton

Na de toespraak van Luitenant H.A. Meijlink is er voor een aantal militairen ook nog gelegenheid om Garrelt Vinke op militaire wijze vaarwel te zeggen door bij zijn graf te salueren, waaronder Ritmeester H.E.R. Rhodius, Kapitein A.H.M. Dieperink (5e cie.), Soldaat G.E. Moen (3e cie.), en de beide veldpredikanten aalmoezenier W.J.J. van der Meulen (Staf-cie.) en dominee W.Th. van der Windt (Staf-cie.).

Artikel uit de Kennemer Klapper waarin dominee v.d. Windt het overlijden van Garrelt Vinke toelicht 

Terug naar het dagelijkse leven

Ondanks de droeve gebeurtenis met Garrelt Vinke gaat het leven hier in Mersing gewoon verder. De derde compagnie heeft vanmiddag gewoon velddienst gehad. Terwijl zij op pad zijn wordt er om 14.00 uur in het dorp geschoten, maar toen ze vanuit het kamp gingen kijken wat er aan de hand is was het alweer rustig. De oorzaak van de schietpartij was omdat de communisten van Chinese komaf kwamen demonstreren. Tijdens de optocht gingen ze behoorlijk te keer, er werd gedanst maar vooral ook veel geschreeuwd terwijl ze met spandoeken voorbij liepen. Enkele communisten liepen naast de stoet en trokken mede Chinezen uit het publiek naar zich toe en drongen er min of meer op aan dat ze meededen. Doordat de situatie uit de hand dreigde te lopen greep de inlandse politie in, om al vrij snel met knuppels en geweren erop in te slaan. De communisten begonnen toen met stenen te gooien en raakte daarbij ook een Engelse officier. Omdat die officier gewond raakte, kreeg de inlandse politie opdracht om op hen te vuren, zodat de hel pas echt los brak. Over en weer vielen er veel gewonden en zelfs doden, maar dat waren communisten. Door dit voorval is de haat tussen de inlanders en de communistische Chinezen alleen maar groter geworden. Vanuit het kamp worden nu dubbele wachtposten uitgezet, zodat de boel beter in de gaten gehouden kan worden. Dit is een dag die ze om twee redenen in de geschiedenis kunnen bijschrijven.

Donderdag 21 februari 1946: De dag begint zoals gewoonlijk en daarna zijn er zowat de hele dag schietoefeningen. Nog altijd is het rumoerig in het dorp want er zijn diverse schermutselingen waargenomen tussen inlanders en Chinezen. Deze onrust heeft voor de Chinezen ook nog een financieel nadeel, want er is momenteel geen toko van hen te vinden die open is, daardoor doen de inlanders hele goede zaken.

Vrijdag 22 Februari 1946: Voor de jongens die afgelopen nacht wacht liepen werd het nog even spannend. De plaatselijke bevolking verwachte een aanval van de communisten, zodat rondom het dorp veel Maleisiërs met kapmessen op wacht lagen. Hierdoor moest er een dubbele patrouille op pad worden gestuurd, zodat deze bij een eventuele confrontatie het kamp kon beschermen en indien nodig de Brits-Indische politie kond assisteren. Het bleef gelukkig toch rustig, want er werd vannacht geen enkele communist gesignaleerd.

Vandaag gaan de 3e en de stafcompagnie gezamenlijk een oefening doen. Om 05.00 uur staat iedereen naast zijn bed en van beide compagnies is iedereen verplicht om aan deze oefening mee te doen. Denkbeeldig gaan ze een kampong zuiveren waar 'verzetsstrijders' verstopt zouden zitten. Ondanks dat het 1e peloton van de 3e cie. nooit op zijn stelling is aangekomen en drie uur verloren door het oerwoud heeft gelopen, vind de commandant dat de oefening goed is geslaagd. Iets na 12.00 uur is de oefening ten einde en om 13.00 uur komen ze drijfnat van het zweet terug in het kamp. Na het eten is het verplicht rusten, daarna gaan ze hun kleding wassen en de wapens schoonmaken. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden en vanavond liggen de meesten al vroeg in bed.

  

Het gebouw in de dorpsstraat waarin diverse toko's zijn gevestigd met links daarvoor Piet Hartog en naast hem Rinus Jansen, beiden van de 3e cie.

Zaterdag 23 februari 1946: Vanochtend wordt er weer een officier beëdigd, dit keer is het Luitenant A.J.S. Wilmering van de 1e cie. die beëdigd wordt. Omdat de jongens tijdens de afgelopen week zo goed hun best hebben gedaan, zijn ze na deze ceremonie die om 11.00 uur is afgelopen de rest van de dag vrij. Ze gaan naar het dorp om inkopen te doen. Als de jongens onderweg een Brits-Indisch politieman bij de kali zien vissen raken ze al snel met hem in gesprek. Hij vertelt over de gespannen sfeer tussen de Chinezen en zijn volk en dat zijn vader en twee broers door diezelfde communisten zijn vermoord. Toen een jongen vertelde dat hij zag hoe een Brits-Indische politieman een communist door schoot, vertelde hij dat het heel goed mogelijk is dat hij die politieagent was. Het is natuurlijk goed te begrijpen dat wanneer de helft van je familie door communisten is uitgemoord, zelf een enorme hekel aan die lui krijgt. Terug op het kamp wordt om 16.00 uur een voelbalwedstrijd gehouden en na het avondappel was er nog een vechtpartij waardoor 8 oproerkraaiers in voorarrest werden geplaatst.

Bij kraampjes in het dorp kan je voor weinig geld de meest heerlijke vruchten kopen

Zondag 24 februari 1946: Het regent vanochtend pijpenstelen, dus rennen ze met hun gascape (poncho) om richting de kerk. Na de kerkdienst wordt in de kantine klassieke pianomuziek gespeelt. Een kapitein van de KNIL die aan 2-4 RI is toegevoegd blijkt een begenadigd speler, want hij speelt enkele mooie stukken. De rest van de dag wordt gevuld met rondhangen, lezen en brieven schrijven.

Maandag 25 februari 1946: Omdat ze zo'n zware week achter de rug hebben, wordt ook vandaag een zondagsdienst gehouden. Ze zijn dus vrij om te doen wat ze zelf willen. 's Ochtends hangen ze wat rond en wordt er gewandeld. Anderen ruimen hun kamer op en controleren hun wapen en weer anderen zijn achter het gebouw bezig om een tuintje aan te leggen. Ook worden er foto's voor de bungalow gemaakt en spreken ze meteen af om gezamenlijk voor de kosten van het ontwikkelen van dat filmpje op te draaien. De prijs voor het ontwikkelen is nogal hoog, want voor één filmrolletje van 8 foto's betaal je hier zomaar 4 dollar. Vanmiddag gaan ze nog wat mooie plekjes in de omgeving bezoeken om daar nog meer kiekjes te nemen. Zo worden er foto's genomen vanaf de hoge berg achter de bungalow met zicht over het kamp met de baai op de achtergrond. Ze nemen op diezelfde plek ook een foto als ze in hun veldtenue tussen de struiken in het hoge gras liggen.

  

Enkele mannen zittend op de hoge berg gelegen achter het kamp met zicht over het kamp en de baai

Dinsdag 26 februari 1946: Vanochtend staat er een prachtoefening op het programma. Ze gaan op het strand een landingsoefening doen en mitrailleursnesten opruimen die zich op de enkele heuvels bevinden. Eerst moeten de jongens tot hun middel door de zee waden om zich daar achter de rotsen in het water te verschuilen. Vanuit die positie begint de aanval. Ze haasten zich naar de wal en breken daarbij bijna hun nek over al die rotsblokken. Als ze het slibachtige strand bereikt hebben, wordt het bevel gegeven om dekking te zoeken. Meteen vallen ze als een dode neer, half in het water en half in het slib, een belachelijk gezicht. Vervolgens kruipen ze zo'n twintig meter voorwaarts om bij de struiken aan de voet van de heuvels te komen. Daar stellen ze zich eerst in linie op en gaat hun tocht vervolgens tegen de heuvels op verder. Deze linie bestaat uit zes secties. Ze bewegen zich al kruipend over de grond voort, eerst door een prikkeldraadversperring en dan door het hoge gras, totdat ze een goede vuurpositie hebben. Nu moeten ze wachten tot de verkenners terug zijn. Als die hun rapport hebben uitgebracht volgt niet lang daarna het bevel om verder op te rukken. Zo snel als mogelijk bewegen ze zich voorwaarts, totdat ze bij dicht struikgewas aankomen. 

  

Bespreking voorafgaande aan en klaar voor diezelfde landingsoefening

Nu beginnen de heuvels echt goed steil te worden. Er wordt weer contact gelegd met de verkenners gezocht en dan gaat het verder voorwaarts, of beter gezegd omhoog. Het wordt steeds spannender, want nu moeten ze door een vlechtwerk van taaie varens, lianen en struiken zien te komen. Met grote stappen en de benen zo hoog mogelijk opgetrokken proberen ze zich daar doorheen te worstelen. De hindernissen worden als maar moeilijker. Als de varens te hoog worden om er overheen te springen, gaat het half liggend en kruipend door die verende massa verder. Als ze plots in een loopgraaf wegzakken wordt daarmee de zon meteen verduisterd. Via een andere prikkeldraadversperring komen ze ook door deze hindernis heen, maar liggen dan wel onder varens en lianen bedolven. Met de stengun als hakmes wordt daar een weg doorheen gebaand. Doordat de heuvels nóg steiler worden is het erg moeilijker om deze te beklimmen, want ze zakken regelmatig twee passen naar beneden terwijl ze maar een stap naar boven deden. Daar komt nog bij dat de bodem hier uit gladde leem bestaat, maar toch komen ze omhoog. Als er uiteindelijk weer wat zonlicht komt, is dat een teken dat de gewassen minder dicht worden. Hoelang ze over dit traject hebben gedaan weten ze niet, maar wanneer ze eenmaal het open veld hebben bereiken, staat daar hun commandant, die vraagt waar ze zo lang blijven. Het is inmiddels 11.45 uur, zodat ze niet veel later het fluitsignaal om te verzamelen horen. De oefening die tot dusver goed is verlopen moet wegens tijdgebrek worden onderbroken. Ze krijgen te horen dat ze pas op de helft van de helling waren en dus het dubbele aan tijd nodig zouden hebben om de oefening af te maken. De midden-secties hadden het beter voor elkaar, want die wisten de vijand wel te bereiken. Als iedereen bij de berg is verzameld gaan ze terug naar het kamp.

Woensdag 27 Februari 1946: Om 9.00 uur wordt op het voetbalveld een parade gehouden ter herdenking aan de gevallenen tijdens de Slag op de Javazee. Voordat de majoor zijn toespraak houdt is er eerst een minuut stilte. Tijdens zijn toespraak zegt hij: Laat ons gevolg geven aan de oproep die bevelhebber Karel Doorman aan zijn mannen deed: 'Ik val aan, volg mij!'. Met de boodschap dat zijn jongens in diezelfde geest ook hun plicht zullen vervullen in de nabije toekomst. Daarna klinkt het Wilhelmus, dat met gedempt trompetgeluid en zacht tromgeroffel heel indrukwekkend klinkt. Hierna is er een defilé voor de bataljonsvlag, die net als alle andere vlaggen in het kamp halfstok hangt. Het is een pracht parade. Zo ver van huis voelen de jongens zich op hun best wanneer hún bataljonscommandant het middelpunt vormt van een bijeenkomst. Wel jammer dat de Engelsen het een beetje bederven door niet in de houding te staan tijdens het spelen van het Wilhelmus. Per slot van rekening zijn onze mensen op de Javazee toch ook voor hen gevallen. Na afloop van de parade moeten ze eerst hun bungalow schoonmaken, maar daarna gaan ze zwemmen in de zee. Sinds het treurige verlies van Garrelt Vinke mag dit niet meer alleen gebeuren, maar altijd onder begeleiding van anderen.

De bataljonsparade ter herdenking aan de Slag op de Javazee

Donderdag 28 Februari 1946: Vandaag is er onder leiding van sergeant-majoor de Mooy (een oud Indië militair) een oefening in het bouwen van een bivak in de wildernis. Indische soldaten hebben daar ruimschoots ervaring mee, maar nu is het hun beurt. Zo’n bivak kan het best in de buurt van een kali worden opgezet en bestaat uit diverse schuin tegen elkaar opgezette onderkomens van zeil, groot genoeg om er net onder te kunnen. Rondom deze tentjes moet tot 5 meter alle bebossing worden weggekapt en daar omheen komt een omheining. Buiten de omheining wordt nog eens 10 meter bos weggekapt ter bescherming tegen eventuele nachtelijke overvallen. Zo'n bivak is bij de Indische soldaten in één uur opgezet, maar zo vlug zal het de Hollandse jongens voorlopig niet lukken. Het heeft voor hen wel heel veel zweet gekost.

 

Veldoefening met volle bepakking

Een training met volle bepakking

Anderen hebben vandaag een geheel andere oefening. Zij moeten vandaag verdeelt over twee secties als vijanden tegenover elkaar staan. Een sectie moet via een bepaalde route op patrouille en zal dan ergens onderweg in een hinderlaag van de tweede sectie lopen. De eerste sectie heeft al snel door dat de tweede sectie bij een kruispunt in een hinderlaag ligt. Uiterst voorzichtig en behoedzaam rukken ze naar dat kruispunt op, terwijl twee verkenners al vooruit waren gestuurd. Voorzichtig kruipt dat tweetal over de weg, maar ze zien en horen niets, dus geven ze aan dat de rest ook kan komen. Die verkenners hadden de tweede sectie niet ontdekt, maar die zitten daar wel degelijk. Op het tijdstip dat de eerste sectie in open veld komt begint de tweede sectie meteen te schieten en komen ze achter de bosjes vandaan om hen te overmeesteren. De jongens van de eerste sectie zijn totaal overrompeld. Omdat de tweede sectie zich heel goed achter de struiken had verstopt, konden de verkenners hen onmogelijk zien. Na een korte nabeschouwing gaan ze terug naar het kamp en is de dag wat de diensten betreft voorbij.

Vrijdag 1 maart 1946: De dag begint slecht, ze krijgen al meteen te horen dat het Kennemerbataljon pas over een maand naar Java zal vertrekken, zodat de stemming meteen daalt. Vanochtend zijn ze de rimboe ingetrokken om te oefenen in snipers opsporen. Snipers zijn scherpschutters die zich verdekt opstellen om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. De Jappen hebben die ook vaak ingezet en kwamen er zelf meestal ook niet levend vanaf, maar dat scheen hen niet te deren. Vanmiddag gaan een aantal jongens van de 2e cie. naar de bioscoop in Kluang. Kluang ligt meer dan 100 kilometer verderop, dus hebben ze daar een hele middag voor nodig.

In de houding voor het appel Kamp Mersing (Piet Heems)

De jongens van de derde cie. hebben vanochtend exercitie en theorieles. Na het middageten gaan ze naar een demonstratie kijken van het Scottish Regiment. Deze militairen zijn sinds een week bij 2-4 RI gedetacheerd. Ze laten zien hoe zij zich camoufleren en voortbewegen in het terrein en doen enkele veldoefeningen voor. Heel toevallig doen zij dat op hetzelfde kruispunt waar gisteren ook werd geoefend en stuitten daar op een mitrailleursnest. Deze jongens pakken het alleen wél handig aan en vernietigen het hele mitrailleursnest. Als ze vanavond rond 22.00 uur naar bed willen gaan wordt er plotseling geschreeuwd dat er post is, dus van slapen komt voorlopig niks.

Zaterdag 2 maart 1946: Vandaag is er om 06.00 uur reveille, wassen, eten en daarna wordt er een groot sportevenement gehouden met de naam Olympiade. Het evenement begint al om 10.00 uur met wedstrijden in kogelstoten, hardlopen enzovoort, maar vanwege een enorme onweersbui valt dit evenement deels in het water. De hele dag zijn er wedstrijden en na het eten van 12.00 uur gaat het gewoon verder. Vanavond is er als finale een estafette met een fakkeltocht en een kampvuur ter afsluiting. Omdat aan het begin van de estafette een enorme onweersbui losbarst moet deze helaas worden afgelast, maar als het om 20.00 uur toch weer droog is, wordt de estafette en de fakkeltocht alsnog gehouden. De fakkeltocht is erg mooi om te zien en als ze daarmee klaar zijn worden daar meteen zes kampvuren mee aangestoken. Onder de aanwezigen zijn ook veel Maleisiërs die het ook erg naar hun zin hebben, de Chinezen zijn nergens te vinden. Als die kampvuren zijn uitgebrand worden de uitslagen van de wedstrijden bekend gemaakt. De winnaars zijn de jongens van de 5e cie. en als laatsten is de 2e cie. geëindigd.

Zondag 3 maart 1946: Vanmiddag krijgen ze bezoek van enkele hoge officieren van de gezondheidsdienst die de boel komen inspecteren. Vanavond wordt er op het voetbalveld een film gedraaid. Ondanks dat het doek en filmapparatuur midden op het veld staan opgesteld, hebben ze toch een mooi helder beeld zo in de buitenlucht. De film speelt zich voor het grootste deel af in de rimboe van Trinidad.

Maandag 4 maart 1946: Onder de Kennemers is een geval van kinderverlamming opgedoken, een jongen uit Haarlem is het slachtoffer. Meteen worden er nieuwe verordeningen uitgevaardigd. Ze mogen niet meer naar het dorp en de kantine is voorlopig gesloten. De inlandse jongens mogen de was niet meer komen doen en ga zo nog maar even verder. Het is wel opvallend dat er nu opeens  allerlei materiaal beschikbaar is om het vuil te bestrijden. Al snel zijn er geen vliegen en maden meer te bekennen. Heel vreemd dat dit nu opeens wel kan!

Peloton van de 4e compagnie voor hun woning

Dinsdag 5 maart 1946: Vanwege de verordeningen hebben ze vanochtend exercitie op het eigen terrein. Na de dienst mogen ze wel naar het strand om te zwemmen en vanmiddag mogen ze ook weer buiten het terrein komen, maar nog niet naar het dorp. Helaas blijft de kantine nog gesloten.

Woensdag 6 maart 1946: Omdat vandaag een Engelse kolonel naar het kamp komt om het een en ander te inspecteren hebben ze de hele dag vrij. De beste man is echter niet komen opdagen. Verder zijn er geen bijzonderheden voor vandaag te melden.

Donderdag 7 Maart 1946: Nadat er enkele dagen eigenlijk niets noemenswaardige is gebeurt, wordt er vanochtend weer een behoorlijke veldoefening gehouden. Ze moeten eerst een klein uur naar de plaats van bestemming marcheren en daar in colonne tegen de heuvels op om stelling te nemen. Vooral op de heuvel waar ze de weg moeten verkennen brandt de zon bijzonder fel. Ondanks al het gezweet werd het een mooie oefening en na een paar uur gaan ze weer terug naar het kamp. Nu even ander nieuws: Van 16.00 uur tot 17.00 uur moeten ze hun citybags inpakken en morgen zal de administratieve dienst hun spullen moeten inpakken. Dat is hoopgevend want dat gebeurt natuurlijk niet als ze nog een week hier zouden blijven. 

Vrijdag 8 Maart 1946: Vanochtend is er een veldoefening dwars door de rubberplantages, waarbij de ene groep de andere moet verslaan die de extremisten moeten voorstellen. Deze oefening verloopt voorspoedig zodat ze op tijd terug in het kamp zijn. Dat komt goed uit want om 14.00 uur geeft een Schots trainingsteam een demonstratie. De demonstratie die ze tonen is wel aardig, want iedereen weet deze naar tevredenheid te volbrengen. Vandaag is de onderbevelhebber van het S.E.A.C. op bezoek geweest om een oordeel te vellen over de vorderingen van het Kennemerbataljon. Omdat nu ineens alles moet worden ingepakt schiet de stemming met sprongen omhoog. Dat gaat in ieder geval de goede kant op, dat kan niet anders! De afgelopen dagen zijn ook al een aantal jongens uit Mersing vertrokken. Ze gingen naar het hospitaal of werden afgekeurd en keren terug naar Nederland. Vanavond de NAAFI-rations opgehaald en om 22.00 uur naar bed.

De veldoefening waarbij 'extremisten' op een rubberplantage werden verslagen is zojuist afgerond

Zaterdag 9 Maart 1946: De dagen verstrijken en de spanning blijft alsmaar stijgen. Alles staat nu in het teken van vertrek, maar ze weten nog altijd niet waar en hoe ze in Indië aan land gaan. Waarschijnlijk worden ze ergens langs de kust van boord gezet met een soort van invasie als vervolg, maar moeten ze dat zwemmend doen of worden ze met bootjes aan land gezet? Worden ze in Indië met vlaggen ontvangen of vliegen daar de kogels om hun hoofd? Niemand weet dat te vertellen, dus ze moeten maar afwachten en met alles rekening houden.

  

VLNR: Dooitze Ypma, Nicolaas Booij en Henk Reinders (4e compagnie) voor hun verblijf en rechts Bart, Peter en Bas

De gehele dag hebben ze niets anders gedaan dan spullen inpakken en klaar zetten voor verscheping en om 17.00 uur moeten ze zelfs in volledige bepakking aantreden. Als het sein komt om weg te gaan moet alles binnen een uur klaar staan, dus hun bepakking moet ten alle tijde klaarliggen. Wanner ze vertrekken is nog altijd een vraagteken, ze kunnen morgen weggaan, maar het kan ook zomaar een week duren. Vanmiddag is er post uitgereikt.

De hele dag hebben ze niets anders gedaan dan spullen inpakken voor verscheping

Zondag 10 maart 1946: Vanochtend is het weer druk in de kerk geweest, de dominee preekte over Math. 16 vers 24. Ondanks dat het een rustdag is wordt er vandaag wel nieuwe uniformen uitgedeeld. Zowel gisterenavond als vanavond is er in de kantine veel bier verkocht. Zoveel zelfs dat heel wat jongens daar een beetje te vrolijk van werden, met als resultaat een flinke kater en een platte beurs.

Vaandrig Steef van de Geijn is gisteren gepromoveerd tot 1e Luitenant en toont vandaag trots zijn nieuwe uniform

Maandag 11 maart 1946: Vandaag de gangbare diensten gedaan, zoals exercitie e.d. Alle hoop op vertrek is inmiddels weer de grond ingeslagen. Ze gaan voorlopig toch niet weg. Als reden wordt opgegeven dat er een nieuw geval van kinderverlamming is ontdekt, maar of dit ook werkelijke de reden is? Vermoedelijk zit er meer achter. De stemming is er natuurlijk niet beter op geworden. Vandaag wordt er alweer een vaandrig bevordert. Dit keer is het A.J. Tap die tot 1e luitenant is bevordert. Hij heeft hiermee meteen het commando over de 3e compagnie op zich genomen. Dat is wel een feestje waard, want als er iemand een bevordering verdient is hij dat wel. Een betere commandant kunnen de jongens zich niet wensen.  

Dinsdag 12 maart 1946: De ochtend wordt gevuld met sport en vanmiddag zijn er theorielessen. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden.

Woensdag 13 maart 1946: Deze dag staat vooral in het teken van schietlessen welke naar alle tevredenheid zijn verlopen. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden.

donderdag 14 maart 1946: Vandaag hebben de jongens van de 3e cie. eerst wapeninspectie en daarna wordt er een stevige mars gelopen. Vervolgens moeten de wapens schoonmaakt worden, daarna is het tijd voor het middag eten en dan is er rust. Om 16.00 uur is er eerst mortierschieten, dan een uurtje sport en om 18.00 uur het avondeten. Verder zijn er voor deze dag geen bijzonderheden te melden.

Vrijdag 15 maart 1946: Vanochtend heeft de ene compagnie een velddienst en een andere compagnie krijgt dan les in mortierschieten. Na afloop van deze diensten zijn ze de rest van de dag vrij. Als enkele jongens naar het strand gaan om te zwemmen, zien ze dat de golven hoger zijn dan normaal, dus dat zal genieten worden. Na het zwemmen komt de zoon van de dorpsdokter het strand oprijden met een muilezel. De jongens vragen of zij daar ook een keer op mogen rijden, waarop hij gewillig toestemt. De eerste die dat deed maakte een geslaagd ritje, maar de tweede ging al meteen verkeerd op dat beest zitten. Doordat hij te ver achterop de rug zat ging het arme dier er al meteen in galop vandoor en dat liep natuurlijk meteen verkeerd af. Met een doffe dreun viel de ongelukkige ruiter op het strand en lag meteen zand te happen. Het arme beest was dusdanig van streek dat het meteen het hazenpad koos en richting zijn stal vertrok. De onfortuinlijke ruiter werd natuurlijk hartelijk uitgelachen.

Groepsfoto van het 1e peloton - 1e compagnie op de rotsen bij het strand

Zaterdag 16 maart 1946: De dag wordt begonnen met het wassen van de kleding, want op zaterdag is het wasdag. Vandaag bestaat het Kennemerbataljon een half jaar en dat vieren ze met een gezellige avond die om 20.00 uur in de kantine wordt gehouden. Er is muziek, zang, een voordrachtje met een gratis glaasje bier. Het werd een hele gezellige avond met veel muziek van onze huisband. In het begin van de avond was er nog wel wat onenigheid, omdat de heren officieren op hetzelfde plek wilden zitten als waar jongens zaten is die hele compagnie meteen vertrokken. Verder was de stemming de hele avond gelukkig goed. Enkele sprekers brengen de moeilijkheden naar voren waarmee het Kennemerbataljon momenteel te maken heeft. Ondanks dat daar hard aan wordt gewerkt, blijft het resultaat klein en de tegenwerking groot. Maar een ding is zeker, wat er ook gebeurd, ze zullen al die moeilijkheden overwinnen. Om 23.00 uur was het feest ten einde.

Zondag 17 maart 1946: Het is zondag zodat er uitgeslapen kan worden. Dan snel wassen kleden en eten, want om 10.00 uur begint de kerk. Om 13.00 uur is het weer tijd voor het middageten en daarna vooral veel luieren. De stemming is nog steeds slecht en veel bijzondere dingen gebeuren er momenteel niet. Het zijn met name de dagelijkse diensten die ze moeten doen en zo af en toe is er een aardig feestje. De heren in de keuken hadden voor vandaag een heerlijk zondagsmaaltje bereid; rode bieten, sperziebonen, komkommer, aardappelen en vlees met heerlijke jus. Sperziebonen groeien op Malakka ook, alleen zijn ze hier wel wat langer dan in Holland. Verder wordt de dag doorgebracht met wat luieren, brieven schrijven en lezen.

Maandag 18 maart 1946: Vanmorgen heeft de 3e cie. een velddienst tot 12.00 uur en na het middageten zijn ze vrij tot 16.00 uur. De natte moesson schijnt nog niet helemaal voorbij te zijn, want het regent momenteel weer pijpenstelen. Vanavond krijgen de jongen van de 3e compagnie les van een sectiecommandant. Het wordt een hele interessante les in kaartlezen, het gebruik van een kompas en nog meer van die dingen.

Dinsdag 19 t/m donderdag 21 maart 1946: Deze drie dagen is er buiten de dagelijkse verplichtingen als velddiensten, theorielessen en de dagelijkse beslommeringen niet veel bijzonders gebeurt. 

vrijdag 22 maart 1946: Vandaag om 07.30 uur begint de 3e cie. aan een grote mars. Om 10.00 uur krijgen ze een kwartiertje rust en daarna gaat het weer een uur verder. Dan weer even rust en vervolgens nog een korte velddienst op het strand. Om 12.00 uur is deze oefening ten einde. Na afloop zijn ze gaan zwemmen, daarna eten en toen weer zwemmen. Om 14.30 uur moesten ze hun spulletjes weer oppakken en begonnen ze aan een klimpartij over de rotsen. Als er weer even tijd was om te rusten klommen ze in een klapperboom om kokosnoten te plukken, zodat ze ze zich te goed konden doen aan het heerlijk koele melk van deze vrucht. Om 16.30 uur was deze oefening ten einde. Toen eerst wat verkoeling gezocht en een poosje onder de waterkraan gehangen. Vervolgens zijn ze naar de fourier gegaan om hun nieuwe tropenhoed en drinkbeker op te halen. Vandaag of morgen vertrekken van iedere compagnie 8 man en 1 sergeant als kwartiermakers naar Indië. Omdat de dag inmiddels bijna voorbij is zullen ze denkelijk morgen pas vertrekken. Het vertrek van de rest van het bataljon zal dus ook niet zo heel lang meer op zich laten wachten.

Zaterdag 23 Maart 1946: Vandaag worden er ook tropenhoeden en drinkbekers aan de andere onderdelen uitgedeeld. Die hoed is een soort flaphoed waar al meteen veel geintjes over worden gemaakt. De kwartiermakers gaan dus toch vandaag pas naar Mersing, zij zullen morgen met het s.s. "Nevasa" vanuit Singapore naar Java vertrekken, samen met de jongens van 1-5 R.I., 2-5 R.I. en het G.B.I. In Mersing is iedereen momenteel druk bezig om alle gebouwen schoon te maken, zodat die keurig netjes worden achtergelaten. Vanavond is het erg gezellig in de kantine, waarbij Sergeant Blauwe een lezing geeft over zijn belevenissen bij de Prinses Irenebrigade.

Enkele kwartiermakers poseren met hun nieuwe flaphoed op het hoofd voor het s.s. "Nevasa" 

Zondag 24 maart 1946: Het is zondag dus rustdag. Na de kerkdienst gaan ze eerst lekker eten en daarna vertrekken ze naar het strand om te zwemmen. De rest van de dag wordt zoals alle andere zondagen gevuld met luieren, lezen en schrijven. Vanmiddag is een groot deel van de  de trucks al gearriveerd waarmee ze morgen naar Singapore zullen vertrekken.

Vertrek van Malakka

Maandag 25 maart 1946: Vandaag vertrekken ze dus echt uit Mersing. Tijdens het ochtendappel wordt bekend gemaakt dat ze om 10.00 uur gepakt moeten aantreden. Daarna zijn ze voor de rest van de dag vrij, want het vertrek is bepaald op 02.00 uur vannacht. Hun bepakking bestaat uit een volle citybag, een rugzak, een zeiltje, twee dekens en een klamboe, alles bij elkaar een behoorlijk vrachtje. Om 11.00 uur zijn ze bezig om de trucks te laden met allerlei bagage, daarna is het wachten tot ze vertrekken.

Vandaag wordt ook Garrelt Vinke niet vergeten. Zowat iedereen van het Kennemerbataljon is in de loop van de dag bij zijn graf geweest om afscheid van hem te nemen. Mannen van de 4e compagnie hebben enkele kransen bij zijn graf gelegd en ook zij hebben hem op eervolle wijze de laatste groet gebracht, voordat ze naar Nederlands-Indië vertrekken.

  

Kranslegging en een laatste groet aan Garrelt Vinke vlak voordat het Kennemerbataljon naar Ned. Indië vertrekt

De avond wordt doorgebracht bij een groot kampvuur waarbij veel voordrachten worden gegeven en liederen gezongen. Om middernacht krijgen ze brood. Het licht is dan al afgesloten, maar met behulp van het kampvuurtje hebben ze voldoende licht om te zien wat ze naar binnen werken. Om 01.00 uur beginnen ze met het inladen van de trucks. Met de bepakking hoeven ze gelukkig niet ver te sjouwen, want de trucks staan naast de gebouwen opgesteld. Na heel wat strubbelingen met de chauffeurs zitten ze om 03.30 uur allemaal in de trucks en kan de lange colonne van wel 100 trucks vertrekken. Het is een prachtig gezicht om in het donker de lichten van zo'n lange stoet met trucks de heuvels af te zien rijden.

De oversteek met het s.s. "Salween"

Op naar het 180 km verder gelegen Singapore! Het is wat moeilijk om de rit goed te beschrijven: Ze zitten, of beter gezegd, hangen en liggen over de plunjezakken en kisten munitie in grote vrachtauto's met Engelse chauffeurs. De chauffeurs blijken oververmoeid te zijn, want ze zitten half te suffen achter het stuur. Al hortend en stotend proberen ze met zeventien man in een truck in de meest onmogelijke houdingen te slapen. De een slaapt kort, terwijl de ander licht te ronken alsof er geen enkel vuiltje aan de lucht is. Die schijnen dus wel goed te kunnen slapen. Als ze wakker schrikken zijn ze bij Johor aangekomen, dat zo'n 30 kilometer van Singapore vandaan ligt. Als het langzaamaan licht begint te worden komt ook Singapore in zicht. Eindelijk weer eens een echte stad met fatsoenlijke gebouwen. Tijdens het laatste deel van de rit is het ontzettend druk op de weg. Er is hier veel meer verkeer dan in Holland, voornamelijk legerauto's, maar ook best veel luxe auto's. Ze komen om 11.00 uur in de havens aan en moeten daar nog een half uur wachten voordat er iets gaat gebeuren.

Het s.s. "Salween"

Dinsdag 26 maart 1946: Tien maanden na het ondertekenen van de verbandakte, zijn ze dan eindelijk onderweg naar hun missie in Nederlands-Indië! Op Malakka is er koortsachtig aan gewerkt om hun uitrusting in orde te krijgen en dat was gezien de tegenwerking van de Engelsen niet gemakkelijk. Toch zijn ze, zoals ze hier op de kade van Singapore staan, voorzien van behoorlijk veel materieel en brandstof.

De jongens moeten zelf hun spullen in het ruim van het Engelse s.s. "Salween" sjouwen, dit is het schip waarmee ze naar Java zullen varen. Als een groot deel van de lading al is ingeladen, geeft de kapitein van het schip bevel om alle munitie en benzine weer van boord te halen. Dit mag kennelijk niet aan boord van een schip dat ook troepen vervoert.

De munitie en de benzine worden dus weer uit het ruim gehaald en overgeladen in het nabijgelegen s.s. "Samhai", een zusterschip van de "Salween". Maar wat schetst ieders verbazing, de kapitein van dat schip vindt het ook te gevaarlijk om dergelijke lading aan boord te hebben. Na de nodige onderhandelingen met de Engelsen wordt er een compromis afgesproken. De gevaarlijke lading blijft achter op de kade en zal worden overgedragen aan een Nederlandse verbindingsofficier hier in Singapore. Hij zal ervoor zorgen dat het wordt nagestuurd naar Batavia.

Het s.s. "Salween" aan de kade in Singapore

Veel gerief is er niet aan boord van de "Salween", maar daar zijn ze inmiddels wel gewend. Om 16.00 uur krijgen ze voor het eerst vandaag een maaltijd. Het is eigenlijk geen maaltijd, want het is niet meer dan een stukje droog brood. Nou ja, brood is het eigenlijk ook niet, het is gewoon deeg! Veel jongens klagen hierover. Om 17.00 uur pakken de eerste jongens hun dekens en gaan ze een lekker tukje doen op het dek. Om 19.00 uur worden ze gewekt en krijgen ze alweer iets te eten. Inderdaad, het is eten, maar wat stelt het eigenlijk voor? Iemand roept dat het ‘reut' is en dat is misschien ook wel de juiste benaming. Er wordt eerst hartelijk om gelachen en vervolgens werken ze de handel toch maar naar binnen. Daarna vertrekken ze weer naar het dek om een goede slaapplek te creëren en onder de tonen van een klokkensymfonie uit de scheepsradio vallen ze al snel in slaap.

Woensdag 27 maart 1946: Na een heerlijke nachtrust staan de jongens vroeg op en zien ze dat het schip nog steeds in de haven ligt. Sommige kijken geïnteresseerd hoe inlanders kolen aan het bunkeren zijn. De kolen worden mandje voor mandje naar binnen getransporteerd, maar hiervoor staan wel een hele rij inlanders klaar, dus het gaat best tamelijk snel. Hierna vertrekken ze naar beneden voor het ontbijt. Maar helaas: Nu is er weer niet voldoende eten voor iedereen. Ook goed, dan wachten die toch gewoon tot vanmiddag. Maar nee, ook dan is er nog steeds niet voldoende eten! Vanavond is het gelukkig een stuk beter geregeld. Ze krijgen een noodrantsoen: kaak, spek, chocolade, cake, zuurtjes en andere lekkernijen. Dat smaakt dus wél uitstekend. Als ze ‘s nachts op het dek willen slapen, moeten ze wel zorgen dat ze er op tijd bij zijn, want alle slaapplekken daar zijn al snel bezet en dan zit er niets anders op dan benedendeks te maffen en zelfs dan moeten ze nog geluk hebben dat ze een hangmat kunnen vinden.

Donderdag 28 maart 1946: Na vannacht nog buitengaats te hebben gelegen vertrekken ze om 07.00 uur dan echt. De zee is inmiddels een oude bekende voor hen geworden en iedereen is erg blij dat ze eindelijk onderweg zijn. Om 15.00 uur passeren ze de evenaar en dan wordt traditiegetrouw de Neptunusdoop gehouden. Een oude baas komt met een grote viertand in de hand, samen met zijn vrouw en een heel gevolg aan boord. Ze lopen er allemaal bijzonder mooi bij. Op het dek staat een grote bak met water, waarin de doopplechtigheid zal plaatsvinden.

Neptunus is met zijn viertand aan boord zodat de ceremonie kan beginnen

Tien uitverkorenen worden uit naam en ten aanschouwe van het hele bataljon gedoopt. Met consistentvet en andere troep worden ze eerst flink ingesmeerd, zodat ze er uitzonderlijk bijlopen. Daarna geeft vadertje Neptunus ze een ferme duw en rollen ze zo de bak met water in. Het maakt niet uit of het een soldaat, sergeant of luitenants is, iedereen krijgt zijn portie. Zo’n doop is schitterend om mee te maken en de toeschouwers vermaken zich dan ook prima met andermans ongeluk. Daarna krijgen de dopelingen een bus warm water, om zich weer toonbaar te maken.

Het waterbassin is goed gevuld dus laat de slachtoffers maar komen

Vrijdag 29 maart 1946: Doordat er vannacht een stevig briesje stond was het tamelijk fris, toch hebben ze heerlijk kunnen slapen aan dek. Om 11.00 uur varen ze langs de eilanden Banka en Billiton en iets verder langs een koraaleilandje, waar het wrak van een vliegdekschip ligt. Het heeft blijkbaar een voltreffer gehad, want de romp is dwars doormidden gebroken. Hier vaart ook een kustbeveiligingsvaartuig met in de top de Nederlandse vlag. Van beide schepen loeien vervolgens de stoomfluit even. Het is prachtig weer en de Javazee is nagenoeg vlak. De stemming is prima en nu is er gelukkig wél eten voor iedereen.

Om 16.00 uur krijgen ze te horen dat ze onderweg zijn naar Batavia. Het beetje munitie dat ze wél mee mochten nemen wordt uitgedeeld en de stemming wordt als maar beter. Ondanks dat de lucht er al een poosje slecht uit ziet, gaan ze vannacht toch aan dek slapen. Als het om 04.00 uur vreselijk begint te waaien en te regenen, verlaten ze zo snel mogelijk het dek en gaan ze naar beneden. Na wat zoeken komen enkele jongens in de zitkamer van de officiers terecht en willen daar de rest van de nacht doorbrengen. Ze roken wat en liggen in makkelijke stoelen met de benen op tafel en hebben al snel het gevoel dat ze thuis zijn. Na een uurtje worden ze wreed verstoord door een figuur in een pyjama. Het is een grootmajoor, die zeer verbaasd opkijkt naar wat hij ziet. De man vraagt of ze toestemming hebben om hier te mogen zijn. Hierop volgt een algehele zwijgzaamheid. Ik begrijp niet dat jullie zoiets durven! Jullie weten toch zeker wel dat het hier verboden terrein is. Ik zou maar zorgen om hier zo snel mogelijk weg te komen als ik jullie was. Zonder ook maar één woord te zeggen pakken de jongens hun spullen en verlaten de zitkamer. Geruisloos gaan ze de deur uit, om vervolgens in lachen los te barsten.

Nederlandsch Indië (Batavia)

Zaterdag 30 maart 1946: Om 07.30 uur komt de kust van Java in zicht en een half uur later stomen ze de haven van Tandjong Priok binnen en om 08.30 uur liggen ze aangemeerd. De eerste indrukken zijn goed, het is uitermate prettig om weer eens Nederlanders te zien. Om 11.00 uur is de hele brigade ontscheept. Op de kade worden ze eerst getrakteerd op een kop thee en een lekkere koek, daarna stappen ze in vrachtauto’s en rijden ze naar Batavia. Alles ziet er hier tamelijk verzorgd uit en de Javanen juichen de jongens toe. Batavia ziet er best Europees uit, de Nederlanders hebben hier dus goed werk verricht. Er zijn mooi aangelegen wegen, elektrisch licht en er rijden zelfs trams. Ondanks dat het gebied waar ze nu doorheen rijden erg onveilig is gebeurd er gelukkig niets. Na een half uur zit de rit er al op. Het Kennemerbataljon wordt gehuisvest in Tanah Tinggi in de voormalig KNIL-kazerne Tangsi, die aan de rand van oost Batavia is gevestigd. Ze nemen het over van de Brits-Indische troepen, die vlak voor hun aankomst zijn vertrokken. Deze kazerne is pas in 1941 gebouwd, maar ziet er momenteel erg verwaarloosd uit.

De toegangspoort tot de oude KNIL-kazerne Tangsi te Tanah Tinggi

Het terrein bestaat uit een aantal grote gebouwen en ligt op vier kilometer afstand van Batavia en twee kilometer vanaf het grootste vliegveld op Java. In de toegangshekken naar de kazerne zitten veel kogelgaten en als ze op het terrein komen, treffen ze als snel een pas gedolven graf aan van een Brits-Indische wachtpost, die hier blijkbaar nog maar kortgeleden is gesneuveld.

Barakken op de Tangsi-kazerne

Ze worden in ruime luchtige kamers ondergebracht, met daarin houten verhogingen. Ze slapen dus niet op de grond. Zodra ze hun spullen aan kant hebben gaan ze op verkenning. Opeens vinden ze een grote kist met postzegels en verdiepen zich meteen in de inhoud. Er zit zoveel in, dat ze er de hele middag mee zoet zijn. Tegen de avond wordt er een enorme massa post binnengebracht, te veel om voor het donker te kunnen lezen. Gelukkig brengen zaklantaarns hierop uitkomst.

Groepsfoto van het 3e peloton op het terrein van de Tangsi-kazerne, inclusief baboes en djongossen

Zondag 31 maart 1946: Omdat er regelmatig schietpartijen worden waargenomen, zijn ze de hele dag druk bezig met het in orde brengen van de oude stellingen rond de kazerne, zodat die meteen gebruikt kunnen worden als er iets mocht voorvallen. Hoe lang ze hier zullen blijven is momenteel nog niet bekend, maar waarschijnlijk is dit nog maar een tussenstation. Ze zitten nu tenminste op Java en dat is het belangrijkste!

Een overvliegende Skymaster komt de post brengen

Dankwoord: Dit reisverslag is samengesteld door de dagboeken van enkele militairen van het Kennemerbataljon te raadplegen. De Indiëgangers Henri J. Th. Butot, C.P. Rekelhof, J.T. (Hans) Ploeg, P. (Piet) Hartog, C.P. Groot en Piet Kramer ben ik hiervoor dankbaar. Ik heb getracht om een zo uitgebreid mogelijk verslag samen te stellen, zonder al te persoonlijke fragmenten te vermelden. De bijgeplaatste foto's zijn afkomstig van J. Manni, Joop Theijse, Siem de Graaf, M. Hogestijn. Piet Kramer, D.J. Ypma, C.M. v/d Bosch, v/d Poll, E.N. Schoeman en Piet Heems. Als laatste wil ik Rob de Graaf en Martin de Graaf van de archiefdienst Kennemerbataljon (Martin is tevens de zoon van Siem de Graaf) bedanken voor het beschikbaar stellen van deze dagboeken.

Sinds kort is dit prachtige boek in omloop: HET KENNEMERBATALJON

U kunt dit boek bestellen door op de onderstaande link te klikken: 

Het Kennemerbataljon. De Geschiedenis van 2-4 R.I. en de inzet in Nederlands-Indië 1945-1948 – FLYING PENCIL