Met de "Stirling Castle" naar Ned. Indië

(Samenvatting over de reis van het G.B.I. die met de L.S.K. naar Indië vertrok)

Ansichtkaart van het m.v. "Stirling Castle"

Het GBI (eerste groep)

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat zowel het GBI (Gezagsbataljon Indië) als de Mariniersbrigade, samen met de Geallieerden de strijd zouden aangaan met de Japanners in Nederlandsch Indië. Opzet was dat alle GBI-bataljons eerst een aanvullende training zouden volgen in Australië door instructeurs van het KNIL, zodat ze goed voorbereid naar Indië zullen vertrekken. Omdat de Japanners op 15 augustus ’45 al capituleren veranderd de gehele situatie.

Vrijdag 4 mei 1945. Het eerste detachement GBI (94 man sterk) vertrekt vanuit Eersel naar Oostende en zal vandaar met de boot naar Engeland varen. Ze zullen gelegerd worden in Camp Wrottesley, dat vlak bij Wolverhampton ligt. 

Donderdag 31 mei 1945. Het tweede detachement (125 man sterk) arriveert vanuit Eindhoven nu ook in Engeland. Beide detachementen zullen een compagnie gaan vormen. Na het voltooien van hun opleiding vertrekken ze met het meest noodzakelijke aan uitrusting, maar nog wel ongewapend, naar de haven van Glasgow.

Woensdag 20 juni 1945. In Glasgow wordt de compagnie ingescheept op de "Orontes" en vertrekken ze naar Australië. Bij aankomst in Sydney vertrekken ze per trein naar het Darley camp, gelegen in het plaatsje Bacchus Marsh, niet ver van Melbourne vandaan. Nadat Japan is gecapituleerd is het de bedoeling om toch naar Java te vertrekken. Ze zouden daar het gezag van de gecapituleerde Jap dan kunnen overnemen.

De "Orontes"

Woensdag 12 september 1945. Het GBI, dat in het Darley camp inmiddels is samengevoegd bij het 1e bataljon 1e regiment infanterie KNIL, behoort nu tot de 5e compagnie. Ze vertrekken vanuit Bacchus Marsh naar het Victoria camp in het noorden van Australië.

Vrijdag 21 september 1945. Vandaag vertrekt de 5e compagnie dan definitief naar Indië. Ze gaan aan boord van de 'Balikpapan' en varen hiermee naar Java. Op maandag 8 oktober 1945 meert het schip aan in de haven van Tandjong Priok. Hiermee is de 5e compagnie niet alleen de eerste, maar tevens de laatste compagnie, die voorlopig toestemming zal krijgen om in Indië aan land te mogen.

Venray (Het G.B.I. in de Rips)

Na de opheffing van de B.S. op 8 augustus 1945, kunnen de B.S-er kiezen, of ze naar een ander onderdeel van de krijgsmacht willen, of dat ze naar huis zullen gaan. Voor diegene die binnen de krijgsmacht wilt blijven, bestaat de mogelijkheid om tot het “Korps Gezagstroepen” toe te treden. Deze gezagstroepen hebben als taak, het handhaven van de orde en rust. Dit door het verlenen van militaire bijstand aan de politie en het uitvoeren van bewakingsopdrachten binnen Nederland. Een tweede mogelijkheid is om je aan te melden als Oorlogsvrijwilliger (O.V.W.), om vervolgens te worden opgeleid tot infanterist bij een van de nog op te richten ‘Lichte Infanterie Bataljons’, kortweg L.I.B. genoemd. Deze L.I.B.-ers zijn bedoeld om ingezet te worden tegen de Duitsers. Een andere mogelijkheid is om je op te geven voor het ‘Gezagsbataljon Indië’, kortweg G.B.I genoemd. Deze laatste heeft als doel om de strijd aan te gaan tegen de Japanners in Ned. Indië. Nadat de Duitsers capituleren wordt besloten om de L.I.B.’s’ te laten opgaan in het Gezagsbataljon Indië, zodat ook zij ingezet kunnen worden voor Indië.

Rijkswerkkamp 'De Rips' was aanvankelijk bedoeld voor de opvang van werkelozen, die te werk werden gesteld vanuit de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Ook heeft het kamp dienst gedaan t.b.v. de Engelsen en na de bevrijding zijn hier tijdelijk mensen ondergebracht die vanuit de werkkampen in Duitsland waren teruggekeerd. Vanaf mei '45 worden hier O.V.W-ers getest op hun politieke betrouwbaarheid, kwaliteiten en geschiktheid voor de tropen. De dagindeling bestaat veelal uit sporten en marcheren, zelfs enkele lessen in Maleis worden hier gegeven. Uniformen en wapens zijn dan nog niet voor handen. Zo zijn sommigen gekleed in blauwe overals, die zij nog hebben uit de periode net na de bevrijding toen ze bij de ordedienst zaten, anderen dragen gewone werkoverals. 

Voormalig Rijkswerkkamp 'De Rips'

Het GBI (tweede groep)

De Australische regering had haar land opengesteld voor de Nederlandse militairen, zodat ze nog een extra training konden krijgen. Hierdoor zouden ze dan goed voorbereid aan hun taak in Indië kunnen beginnen. Naar mate de tijd verstrijkt, heeft Australië zich steeds verder teruggetrokken en werpt zich steeds verder op voor een onafhankelijk Indonesië. Tegen de tijd dat de tweede groep GBI-ers Sydney heeft bereikt, is de Australische medewerking tot het absolute minimum gedaald. Er wordt nu geen toestemming meer verleend om aan land te komen.

De tweede en tevens grootste groep GBI-ers (1200 man) staat momenteel aan de vooravond van het vertrek uit Holland. Dat het voor de tweede groep niet zo zal verlopen in Australië als bij de eerste groep, zal dan ook uit dit verslag duidelijk blijken.

Vertrekt tweede groep GBI

Woensdag 8 augustus 1945. Twee dagen geleden moesten de GBI-ers hun papieren nog in Zwolle in orde maken van de P.O.D. bij de Gewestelijke staf NBS. Wat overigens de gehele dag in beslag zou nemen. Nu vandaag vertrekken de eerste GBI-ers (85 man) naar Oostende. De achterblijvers hopen ook zo spoedig mogelijk uit de Rips te vertrekken.

Donderdag 9 augustus 1945. Enkele soldaten krijgen de taak om het kamp eens grondig schoon te maken. Verder is er theorieles stengun en omdat het vanmiddag begint te regenen is er verder geen buitendienst.

Oostende

Dinsdag 14 t/m woensdag 15 augustus 1945. De grootte dag is aangebroken. Om 08.00 uur stappen ook zij in trucks en rijden naar Hulten (Tilburg). De trein zal hen verder brengen naar de havens van Oostende. Al snel vallen de eersten in slaap en schrikken pas wakker als ze ter hoogte van Mechelen zijn. De rit gaat verder en om 09.00 uur komen ze aan in Oostende, waar ze zullen worden ondergebracht in een Engels transitkamp (doorgangskamp). Wanneer de boot precies zal vertrekken is nog niet bekend. In ieder geval niet vandaag en daarom zijn ze de rest van de dag vrij. Ze gaan de stad in en dan valt al meteen op hoe gastvrij de bevolking hier is. Ook spreken ze enkele mannen van de 'Witte Brigade' (het verzet). Vanavond wordt bekend gemaakt dat ze morgen al vroeg zullen vertrekken.

Donderdag 16 augustus 1945. Al om 05.00 staan ze naast bed, want om 07.00 uur moet alles en iedereen klaar zijn voor de reis. Het appel is om 07.15 uur en daarna ontvangen ze de reisorders. Een half uur later zijn ze in de haven, waar het s.s. "Prinses Astrid" al aan de kade klaarligt voor vertrek.

Het s.s. "Prinses Astrid" aan de kade van Oostende

Om 08.30 uur (dit is dan al Engelse tijd) worden de trossen losgegooid en glijd het schip langzaam de haven van Oostende uit. Al om 13.30 naderen ze de Engelse kust met haar prachtige krijtrotsen. Eerst varen ze door een gebied, waar mogelijk nog mijnen uit de tweede wereldoorlog kunnen liggen, om vervolgens de haven van Dover binnen te varen. Als de "Prinses Astrid" geruime tijd aan de kade ligt debarkeren ze, het is dan 16.30 uur. Om 19.00 uur worden ze naar een grote zaal gebracht, waar het avondeten wordt opgediend. Na het eten gaan ze naar de trein, waar ze uiteindelijk om 20.00 uur in zullen zitten. Een half uur later vertrekt deze richting Londen, waar ze om 23.00 uur aankomen. Zelfs door Londen duurt de reis een uur.

Vrijdag 17 augustus 1945. Om 04.00 uur komen de jongens dan midden in de nacht aan op de plaats van bestemming. Tenminste, ze moeten dan eerst nog wel een behoorlijk eind lopen voor ze bij het kamp zijn. Nadat de eerste benodigdheden in ontvangen zijn genomen, kunnen ze om 05.30 uur dan eindelijk gaan slapen. Als het om 11.00 uur tijd is om op te staan, gaan ze eerst eens lekker baden. De rest van de dag is er geen dienst. Het is hier een reusachtig fijne omgeving en als ze vanavond naar de kantine gaan, merken ze al snel dat er voldoende te krijgen is, zelfs sigaretten.

Malvern Wells (Het verblijf van het GBI in Malvern Wells)

Zaterdag 18 augustus 1945. Om 08.30 uur is er appèl. Voor de middag krijgen alle jongens van het GBI een inenting tegen tyfus en dat is best een zware, want er vallen er twee flauw. Een wordt er zelfs zo ziek, dat hij naar het hospitaal moet. Vanmiddag worden een uniform (Canadees), twee tropenuniformen en twee paar bruine laarzen uitgedeeld. Daarna worden ze doorgelicht en mogen ze vanavond de stad Malvern gaan verkennen.

Zondag 19 t/m zaterdag 25 augustus 1945. Zondag is er om 07.00 uur reveille en om 09.00 uur appèl. Hierna wordt de uitslag over de doorlichting gegeven en is er vervolgens een kerkdienst. Vanmiddag wordt er wederom een bezoekje gebracht aan Malvern. Het valt wel op dat de kinderen daar bedelen om geld.

De daarop volgende dagen zijn dagen van dagelijkse bezigheden, zoals het exerceren, gymnastiek en de eerste uitbetaling van 5 £ soldij. Er staat ook een mars op het programma, die dwars door de bergen van Malvern zal gaan. Zaterdag ontvangen ze het herkenningsplaatje.

Zondag 26 t/m donderdag 30 augustus 1945. Dit zijn weer dagen zoals de vorige. Ter afwisseling hebben een aantal jongens nu keukencorvee en moet ook het terrein schoon gemaakt worden. Ook is er een uitstapje naar Worcester, waarbij Bijenhof verlovingsringen heeft gekocht. Woensdag gaan ze naar een ander kamp (Camp-Blackmore).

Stadsgezicht van Worcester gezien vanaf de toren van de kathedraal

Vrijdag 31 augustus 1945. Om 07.00 uur is er reveille en om 08.30 uur een mars naar Woodfarm. Na de inspectie is er een toespraak door majoor Walraven. Vervolgens worden enkele officieren beëdigd en is er een parade, die wordt gehouden voor de majoor, enkele hoge officieren en een aantal Engelse gasten. Omdat H.M. de Koningin vandaag jarig is, wordt er een gezellig feestavond gegeven, die tot middernacht zal duren.

Zaterdag 1 t/m maandag 3 september 1945. Vandaag is er zaterdagdienst en dat houdt in dat ze met de middag vrij hebben. Zondag is er een kerkdienst en daarna is het thuis blijven en de spulletjes een beetje in orde maken. Maandagochtend is er eerst exercitie en daarna sport. Vanmiddag Maleise les en daarna leest de kapitein een orde voor. Hierin uit de kolonel zijn tevredenheid over de geslaagde parade van afgelopen zaterdag. Hij zag en voelde hierin meteen de eenheid van een goed Indische leger, dat straks haar plicht tot ieders tevredenheid zal volbrengen.

Het heuvellandschap van Malvern Wells en de Nederlandse vlag

Dinsdag 4 t/m donderdag 13 september 1945. Op enkele bijzonderheden na schieten we 10 dagen verder. Zo is het dat een van de jongens een zwerende voet heeft en hiermee op ziekenrapport moet. Het marcheren, valt met zo’n zere voet natuurlijk niet mee en daar moet dus eerst wat aan gedaan worden. De jongens zijn inmiddels al een paar keer naar een boer geweest en hebben daar werkzaamheden verricht. Zoals tarwe steken en het opladen van de wagens en dat voor 4 shilling de man. Paarden worden niet meer gebruikt, alles gaat hier met tractoren. Een stuk beter dus dan bij ons. Er zullen trouwens nog meer dagen volgen dat ze bij de boer aan het werk gaan.

Vrijdag 14 september 1945. In het kamp, dat eerder tot de “Springplank” werd gedoopt, wordt vandaag de Nederlandse vlag gehesen. Kapitein Klaassen doet hierbij het woord: Vijf jaren lang is onze vlag vertrapt onder de voeten van een minderwaardige vijand. Telkens als ons teleurstelling en onderdrukking trof, was het toch altijd weer de driekleur die ons opbeurde. Kom je in een vreemde haven, dan zie je tot Hollands glorie en trots altijd weer onze driekleur, waar je dan met een blijde glimlach naar kijkt. Als je straks daar in Indië de rimboe in zult trekken, zal deze vlag telkens weer worden gehesen. Juist in Indië zal daar een grote waarde aan hangen. Na deze toespraak wordt de vlag plechtig gehesen door een korporaal van de 3e compagnie. Alle mannen staan in de houding, evenals de twee soldaten van de wacht, die achter de vlag staan en de vijf man die weer achter de korporaal staan. Daarna kunnen ze inrukken en zijn ze voor de rest van de dag vrij.

Zaterdag 15 september 1945. Om 21.00 uur is er een ingelast appèl. Bekend zal worden gemaakt dat ze binnenkort naar Indië zullen vertrekken. Ze behoren tot de pioniers die voor vrede en rust zullen gaan zorgen in de kolonie. Een hele eer dus.

Zondag 16 september 1945. Om 07.00 uur staat iedereen op en om 08.30 uur marcheren ze naar de kerk in Worcester. Daar wordt een herdenkingsdienst gehouden, waarin een dankwoord wordt uitgesproken, dat in september 1940 de Duitse aanvallen werden afgeslagen en dat Engeland toen met onweerstaanbare kracht ons hulp heeft geboden. Nadat de dienst is afgelopen, is er een parade waaraan militairen uit verschillende landen meedoen.

Maandag 17 t/m vrijdag 28 september 1945. Het dagelijkse leven gaat hier zo zijn gangetje. Enkele punten hierbij toegelicht: Er worden weer twee spuitjes onder de jongens uitgedeeld, nu tegen de pokken. Nog steeds zijn er werkbezoeken bij de boer en dat levert toch mooi weer enkele shillings op.

Zaterdag 29 september 1945. Vanochtend moet er twee keer eten worden uitgedeeld. Die tweede keer is al om 10.30 uur, omdat ze de rest van de dag vrij zijn. Ze zullen volgende week aan de grote reis beginnen en daarom worden ze in de gelegenheid gesteld om naar de stad te gaan om inkopen te doen. Met de bus vertrekken ze naar Gloucester waar van alles wordt ingekocht, zoals tabak, zeep, tandpasta en schrijfgerei. Dus eigenlijk van alles wat ze tijdens de reis nodig zullen hebben. Tegen de avond is al het geld op en gaan ze met de trein terug naar Malvern Wells, waar ze om 21.30 uur aankomen.

Zondag 30 september t/m maandag 1 oktober 1945. Zondag wordt de laatste kerkdienst in Engeland gehouden. Er is een mooie preek die voornamelijk betrekking heeft op het vertrek naar Indië. Er wordt maandagochtend twee keer eten uitgedeeld en daarna is er een velddienst. Bij deze velddienst moeten ze de denkbeeldige djahats zien op te sporen. Vanavond kunnen ze voor de allerlaatste keer het kamp uit, omdat het vertrek spoedig zal volgen.

Dinsdag 2 oktober 1945. Vandaag wordt bekend gemaakt dat ze morgen zullen vertrekken.

Vertrek naar Liverpool

Woensdag 3 oktober 1945. Na het ochtendappèl is het voor de 3e en 4e compagnie GBI inleveren van strozakken, dekens enz. en om 15.30 uur volgt het appel voor vertrek en marcheerden ze naar Malvern Wells. Om 18.00 uur vertrekt de trein naar Wolverhampton, waar ze om 19.30 uur zullen aankomen. Het is inmiddels 21.00 uur als ze in Derby thee kregen. Om middernacht arriveert de trein in Liverpool. Vanaf het station gaan ze met dubbeldeks bussen naar de haven, waar we om 01.45 uur aan boord gaan van de 'Stirling Castle', die ligt afgemeerd aan de Canada Dock.

De ruimen zijn ingedeeld als slaap- en verblijfplaatsen. In deze ruimen staan smalle houten tafels die een meter of zeven lang zijn, met aan weerszijden houten banken. Daarboven aan het lage plafond zijn zware haken bevestigd, voor het bevestigen van de hangmatten. Om 02.30 uur hebben de jongens van het GBI hun slaapplaats gevonden in ruim B3, waar ze hun hangmatten moeten vastmaken tot ongeveer een meter van de vloer, voordat ze kunnen slapen. In deze haven zullen 1600 Nederlandse manschappen, van zowel de LSK als GBI inschepen op de "Stirling Castle". Ook komen hier Australische R.A.F.-militairen en Nieuw-Zeelanders aan boord. Zij zijn op weg naar huis en zullen meevaren naar Australië. 

De grote oversteek met de "Stirling Castle" kan beginnen

De "Stirling Castle" aan de in nevel gehulde Canada Dock

Donderdag 4 oktober 1945. De eerste nacht hebben de jongens heerlijk geslapen en om 07.30 uur worden ze gewekt. Al snel zullen ze ondervinden dat de hangmatten niet echt comfortabel zijn, je ligt namelijk altijd met een gekromde rug en samengetrokken schouders. Altijd weer in dezelfde houding en je eens een keer lekker omdraaien is er niet bij. Als je toevallig iets later naar bed gaat, dan moet je met je neus vlak boven de grond onder de gevulde hangmatten doorkruipen. Als je dan stiekem je schouders onder zo’n hangmat zet, dan schiet die aan het voeteinde meteen los, zodat degene die er in ligt op de grond valt. 

Veel jongens zijn vanochtend al vroeg naar het dek gegaan om alle bedrijvigheid aan de kade waar te nemen. Een schip dat ook troepen aan boord heeft en dat tegenover de "Stirling Castle" ligt afgemeerd, vertrekt eerder. Als dat schip eenmaal haar trossen heeft losgegooid, is het een machtig gezicht om zo’n kolos te zien vertrekken. Niet veel later is ook de "Stirling Castle" aan de beurt. Rond tien uur komt ook dit schip los van de kade en met behulp van sleepboten glijdt het langzaam weg uit de Canada Dock.

Eerst is het nog dampig, maar al snel wordt het helder en komt ook de zon door. De enorme hoeveelheid kranen langs de kades lijken nu net afweergeschut. De zee is rustig en het Nederlandse troepenschip de 'Volendam' wordt zelfs gepasseerd. Langzaam vervaagd de kust en al spoedig zijn ze op open zee. Meeuwen vergezellen het schip en hopen zo op een lekker hapje. Het schip vaart langs twee gezonken schepen en om 15.30 uur is er plotsklaps alarm. Met ongeveer 200 man moeten ze aantreden op het bovendek. Het blijkt loos alarm te zijn. In de middag komt er ook een vliegtuig overvliegen, het scheert vervolgens rakelings over het water en draait enkele cirkeltjes rond het schip. Het lijkt op een groet en even snel als het er was verdween het weer.

Tijdens de reis wordt er regelmatig een sloepenrol gehouden. Iedere groep krijgt zijn eigen reddingssloep toegewezen, waarbij ze dan tijdens zo’n sloepenrol zich moeten melden. Met het zwemvest om moeten ze dan bij de juiste sloep aantreden, waarna ze een oefening houden. Zo’n motorsloep heeft aan boord diverse noodvoorzieningen, zoals proviand, drinkwater, brandstof en als reserve zelfs een mast en zeil.

Vrijdag 5 oktober 1945. Om 08.00 uur staan ze op, tenminste dat denken ze. Het is dan in werkelijkheid pas 07.00 uur, want de klok moest nog een uur worden teruggezet. Om 11.00 uur passeren ze een tankschip en twee en een half uur later twee vissersschepen, die rustig heen en weer dobberen op het kalme water. Tegen de avond naderen ze de Golf van Biskaje en het water wordt nu als maar onrustiger. Om 9.30 uur moeten een aantal jongens van het GBI aantreden voor corveedienst in de kantine. Dat zal tijdens de reis voor hun vaste werk worden. Zo moeten er vandaag bijvoorbeeld twintig balen met sigaretten naar de kantine gebracht worden.

Mannen van de LSK en het GBI bijeen op het dek

Tijdens het middageten zie je regelmatig jongens naar de reling vertrekken om te kotsen. Tenminste, als ze dat halen. Volle borden worden massaal opzij geschoven en dat eten blijft dan ook onaangeroerd. Gelukkig heeft niet iedereen daar last van. Ondanks dat het hier spookt, is het wel fascinerend om die torenhoge golven te zien. Prachtig is het om te zien hoe zo’n woeste golf dan ineens in een diepe krater verandert. Een krater die ook weer snel veranderd in één grote explosieve fontein, waarvan het zoute water vervolgens in je gezicht spat. Lopen over het dek is ook een aparte gewaarwording. Als het schip (218 meter lang) zich met zijn steven op een hoge golf gooit, dan lijkt het net of je tegen een hoge berg oploopt en dan alleen nog met hele kleine pasjes verder kan komen. Het is geen wonder dat er zoveel jongens zeeziek zijn geworden. Er zijn momenteel tussen de 3500 en 4000 militairen aan boord en dat is dan met de bemanning erbij ongeveer 4900 man. Het blijft erg guur weer, dus aan dek valt nu niets te zoeken. Ze besluiten om maar bij tijds naar bed te gaan.

Zaterdag 6 oktober 1945. Om 07.00 uur worden ze gewekt en om 08.00 uur is er land in zicht. Vannacht worden veel jongens wakker, omdat hun hangmatten wel een halve meter heen en weer schommelden. Kijkend door de patrijspoorten is dan goed zien hoe de zee tekeer gaat. Het buldert en waait hier van heb ik jou daar. Inmiddels varen ze langs de Portugese kust. Het is nu gelukkig ook schitterend mooi weer geworden. Zo nu en dan zie je hier landvogels voorbij vliegen. Om 10.30 uur is er inspectie op het dek en om 12.00 uur passeren ze een groot tankschip. Het wordt nu langzaamaan steeds warmer, dus de tropenuniformen worden voor de dag gehaald. Bij avondschemer is de vuurtoren van Kaap St. Dinant goed zichtbaar en om 21.30 uur varen ze ter hoogte van Lissabon. Het berggesteente van de kust is in het donker nog net te onderscheiden. Tientallen lichtjes, ook die van vuurtorens, werpen hun lichtstralen over de zee.

Zicht vanaf het voordek op de brug van de "Stirling Castle"

Zondag 7 oktober 1945. De klok gaat vandaag een half uur vooruit. Om 06.30 uur is het opstaan en om 07.30 uur vervolgens ontbijten. Een zevental schepen varen die ochtend op korte afstand voorbij. Om 10.00 uur wordt er in de bioscoopzaal een kerkdienst gehouden. Het schip vaart rond het middaguur door de Straat van Gibraltar met aan stuurboord de plaats Tanger en aan bakboordzijde de Spaanse zuidkust. Op het laatste en smalte deel van de Straat Van Gibraltar passeren ze de stad Gibraltar, om vervolgens de Middellandse Zee op te varen.

Gibraltar is bekend om zijn rotsen en de vele apen die daar leven. Gestaag zet de "Stirling Castle" haar reis voort richting Algiers. Hier zal zoet water worden gebunkerd. Het gebruik van zoet water is inmiddels beperkt, zodat het douchen nu met zout water moet gebeuren. Hiervoor is wel speciaal zeep uitgedeeld, maar schuimen doet het in ieder geval niet. Je voelt je na zo’n douchebeurt niet echt fris, alles blijft nog steeds plakkerig. Om 22.00 uur passeren ze een prachtig mooi schip, het is de Nederlandse 'Marnix van Sint Aldegonde', dat in het donker haar lichten toverachtig over het water laat weerschijnen.

In Algiers wordt water ingenomen

Maandag 8 oktober 1945. In de ochtend is aan stuurboord de Afrikaanse kust alweer zichtbaar. Het schip vaart niet ver van de Algerijnse kust en voor het naderen van de stad Algiers krijgt een van de jongens, die door een ziekte is bezweken, een zeemansgraf. Om 13.00 uur gaat het schip bij Algiers op de rede voor anker. Het blijkt dat er diverse zieken aan boord zijn die dringend hulp nodig hebben. Het schip blijft hier een poosje liggen en al snel krioelt het van de kleine bootjes. Vanaf het schip beginnen ze van alles naar beneden te gooien en als dat dan per ongeluk in het water valt, dan duiken die lui er zo achteraan. Algiers blijkt een mooie stad te zijn, met op de achtergrond het Atlasgebergte. Om 17.00 uur komt er een loods aan boord en koerst het schip weer richting open zee.

Dinsdag 9 oktober 1945. Om 07.00 uur is het tijd om op te staan. De klok wordt wederom een half uur vooruit gedraaid. Het is schitterend weer en om 10.30 uur komt aan bakboord het eilandje Galite in zicht, waarop zijn slechts enkele huizen en vier rotsen te zien zijn. Om 12.00 uur passeren ze de stad Bizerta (dit was de laatste vesting van de moffen). Om 20.00 uur vaart het schip voorbij Kaap Bon en om 06.00 uur passeren ze aan bakboordzijde het eiland Pantellaria. Aan boord zijn diverse voorzieningen voor de ontspanning aanwezig, zoals kantines, een bioscoop, tennisveld, zelfs een turnzaal en zwembad en ook nog diverse winkeltjes. De prijzen zijn hier bijzonder laag omdat er geen invoerrechten betaald hoeven worden.

Woensdag 10 oktober 1945. Vannacht wordt de vuurtoren van Malta zichtbaar. Overdag is er niets anders dan water te zien. Vanmiddag is er een oefening in de zogenaamde sloepenrol. Voor de was moet je nu overigens zelf zorgen. Een gebruikelijke methode is om al je kleren bij elkaar te binden en dan met een lang touw aan je patrijspoort vast te binden. Daarna zwiep je de hele handel in zee. De golven zorgen voor de wassende beweging, die er samen met het zoute water voor zorgen dat het schoon wordt geslagen. Na een half uur kan de was dan redelijk schoon weer naar boven worden gehaald. Zo is menigeen wel zijn kleren kwijtgeraakt. Oorzaak een slecht touw, of te lang laten hangen.

Bouwgegevens over de "Stirling Castle"

Reisgegevens tot Sydney

Donderdag 11 oktober 1945. Vandaag wordt er 1 pond soldij en s:garetten in ontvangst genomen. Aan dek kan je vanavond de glans van de maan goed zien weerkaatsen over de Middellandse Zee, dat is werkelijk een schitterend schouwspel. Morgenvroeg zullen ze bij Port Saïd aankomen.

Port Saïd

Vrijdag 12 oktober 1945. Als ze vanochtend om 6.00 uur opstaan, kunnen ze inderdaad Port Saïd in de verte zien en om 7.00 uur bereiken ze de haven van deze schitterende stad. De "Stirling Castle" zal hier bunkeren. Al meteen bij aankomst krioelt het van de bootjes met handelaren, het moeten er vast een stuk of honderd zijn. Verder liggen er nog meer grote zeeboten afgemeerd, waaronder de Hollandse "Ruys". Helaas mogen de jongens hier niet aan wal. De hele dag door blijven de kooplui hun spullen aanprijzen en er worden er vanaf het schip munten in het water gegooid. Het is een schitterend gezicht om te zien hoe behendig zij deze munten weer uit het water opduiken. Het is een heerlijke dag. De palmbomen aan de oever kan je vanaf het schip goed en veelvuldig zien. Ook als het avond wordt en alle lichtjes zijn ontstoken, is dit een erg mooi schouwspel. De jongens gaan dan ook pas om 23.30 uur naar bed.

 

Port Saïd met het standbeeld van Ferdinand de Lesseps

Zaterdag 13 oktober 1945. Om 06.30 uur vertrekt het schip uit Port Saïd. Bij de ingang van het Suezkanaal staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps, grondlegger van het Suezkanaal. Het schitterende zicht op de havenstad zal spoedig veranderen in die van een woestijn. Nadat enkele troepentransportschepen en een duikboot ons vanuit de tegenovergestelde richting zijn gepasseerd, krijgen ze toestemming om het Suezkanaal op te varen. Volgens zeggen is dit kanaal 160 kilometer lang, 10 meter diep en vanaf de bodem gezien 65 meter breed. Het is dus een vrij krap kanaal voor de wat grotere schepen en om 16.30 uur moeten ze alweer op enkele schepen wachten die vanuit de Rode Zee komen. Dat is halverwege het kanaal ter hoogte van Ismaïlia bij de Bittermeren. Ismaïlia is bekend van koning Faroek, die daar zijn zomerpaleis heeft. Verder zijn er diverse militaire kampen langs de route te zien.

 

Buitenpaleis van koning Faroek langs het Suezkanaal

Om 17.00 uur passeren ze een gedenkmonument die aan de eerste wereldoorlog van 1914-1918 doet herinneren. Na het avondeten gaat het schip voor anker. Twee kruisers en een torpedojager liggen ook hier, verder zijn er veel wrakken van gebombardeerde schepen te zien, die aan de tweede wereldoorlog doen denken.

Een schuit vol Britse militairen die opweg zijn naar huis passeert de "Stirling Castle"

Zondag 14 oktober 1945. Nadat de Bittermeren zijn gepasseerd komen ze bij de stad Suez aan. Hier gaan het schip om 12.00 uur voor anker. Ook hier weer dezelfde taferelen als in Port Saïd. Tientallen bootjes afgeladen met lederwaren zwermen al snel om het schip. Arabieren met een rode fez op hun hoofd proberen hun handelswaar te slijten. Na een gesloten deal worden er portefeuilles, handtassen en andere tassen aangereikt met behulp van lange stokken. Over er weer worden goede zaken gedaan. Ook komen hier enkele honderden militairen van de Australische luchtvaarttroepen aan boord, die weer naar huis mogen.

Met een goed gevoel over de afgehandelde zaken varen ze richting de Rode Zee. Niet vanwege het goede weer, want de fel brandende zon en de hete winden maakt het alleen maar moeilijker. Slapen is vanaf nu haast niet meer te doen. Sommigen jongens laten het bad vollopen en proberen zo wat verkoeling te krijgen.

Suez

Zondag 14 oktober 1945. Om 05.00 uur gaat de reis weer verder. Om 06.30 uur staan de jongens op en om 09.00 uur arriveren ze in de havenstad Suez. Het schip gaat hier voor anker, omdat er 500 Australische militairen aan boord zullen komen. Zij gaan net als hun collega’s die in Liverpool opstapten weer naar huis en zullen de verdere reis meevaren.

Australische militairen genieten van de zon op het voordek

Om 09.30 uur is er een kerkdienst. Vanmiddag wordt bekend gemaakt dat de vliegvelden in Soerabaja en Malang zijn bezet door opstandelingen. Ze hebben Japanse wapens tot hun beschikking en in pamfletten die zij ronddelen wordt de bevolking opgeroepen tot een heilige oorlog tegen de Hollandse onderdrukkers. In hun pamfletten wordt ook meegedeeld, dat de Hollanders hun met behulp van de zendelingen van het geloof willen afbrengen. Christenhonden worden de Hollanders hierin genoemd.

Om19.30 uur geeft J.V. Kleingelting een lezing, waarmee hij de jongens tot de wet Gods zal leiden. Hierin komen hoofdzakelijk vragen naar voren over het vloeken en de wet van het Evangelie.

Maandag 15 oktober 1945. Om 06.00 vaart het schip verder. Ze zijn nu in de Rode Zee en zien niets anders dan water. Het is inmiddels snikheet geworden en als de jongens hun kleren aan wassen zijn met kokend water, is het helemaal niet meer om uit te houden. Het is verder een eentonige dag, die af zal sluiten met een bijzonder heldere avond. Om 22.15 uur gaan de jongens naar bed.

Dinsdag 16 oktober 1945. Vandaag is er weer niets te beleven aan het dek. Het is wel aardig om te weten waar ze nu op dit moment varen. Hier trok namelijk ooit het volk der Joden door, door deze bruisende golven. Vanwege de enorme hitte zullen de meeste jongens vannacht voor het eerst op het dek slapen, met de maan recht boven hun hoofd.

Programmablad dat door een aantal artiesten werd gesigneerd

Woensdag 17 oktober 1945. Om 04.30 uur worden ze al gewekt, omdat rond deze tijd het dek altijd moet wordt geschrobd. Om 06.30 uur is er aan beide kanten van het schip land in zicht, of liever gezegd bergen, hele kleine dan. Enkele bergen met een seinpost erop worden de ‘Bergen der tranen' genoemd. Dit zijn de tranen van Mohammed. Vandaar de naam Straat Bab-El Mandeb, ofwel ‘Straat der tranen’. Om 09. 00 uur passeren ze de berg Horeb (Sinaïberg) en vanavond zullen ze in de Golf van Aden aankomen. De bunkerplaats Aden zelf zal het schip links van zich laat liggen en vaart door de Golf van Aden verder richting de Indische Oceaan. Vandaag komt het bericht dat er door de opstandelingen op Java een dorpje is geplunderd en in brand werd gestoken.

De bunkerplaats Aden aan bakboordzijde vaart het schip op deze reis voorbij

Donderdag 18 oktober 1945. Het is deze ochtend in ieder geval een stuk aangenamer dan gisteren. Dat komt omdat de zee hier een stuk groter is en niet wordt afgezet door de woestijn. Geregeld is nu de rotsachtige Afrikaanse kust weer aan stuurboordzijde te zien. Het is Brits-Somaliland, dat 50 jaar geleden vrijwillig onder Brits bestuur kwam. Om 17.00 uur passeren ze een eiland van de Bedoeïen. Ook het pantserschip "Admiraal Graf Spee" heeft hier geopereerd. Dit schip was ooit het vlaggenschip van de Duitse vloot, maar werd later door de bemanning zelf tot zinken gebracht.

De ondergang van het pantserschip "Admiraal Graf Spee"

Er zijn nog 4555 zeemijlen te varen voordat Freemantle is bereikt. Dit is de Australische haven waar de "Stirling Castle" zal aankomen. Vanavond moet de klok ook weer een half uur vooruit worden zetten.

Vrijdag 19 oktober 1945. De Indische Oceaan is bereikt. Bij het ontwaken aan het dek kun je allemaal kleine vliegende vissen uit het water omhoog zien springen. Verder is er vandaag eigenlijk weinig interessants te zien aan dek. Water en lucht en daar bleef het verder wel bij. Vandaag moet de klok een uur vooruit gezet worden.

Zaterdag 20 oktober 1945. Een dag zoals de vorige. Wel ontvangen ze vandaag weer 200 sigaretten. De klok gaat nu een half uur vooruit.

Zondag 21 oktober 1945. Om 10.00 uur is er een kerkdienst. Voorgelezen wordt: Matth. 5:10-20 en Matth. 5:10a en 14a. 'Gij zijt het zout der aarde' en 'Gij zijt het licht der wereld' Een prachtige preek. Rond de klok van 17.00 uur passeren ze de Evenaar en komt Neptunus aan boord, wat voor velen een nat pak zal gaan betekenen. De evenaar zouden ze tijdens de gehele reis trouwens drie keer passeren. Vandaag gaat de klok alweer een half uur vooruit.

Maandag 22 oktober 1945. Het leven aan boord bestaat voornamelijk uit de sloepenrol, Maleise les, theorie gevechtstechniek en hygiëne. Bij de hygiëne wordt vooral de geslachtziekte tot in den treure behandelt. Deze lessen worden gegeven door een oude KNIL-sergeant, die al jaren in de tropen had gezeten. Na zijn uitleg van de geslachtziekte zei hij altijd: Er is maar een middel om geen geslachtsziekte te krijgen. Hierna werd het dan muisstil en spitst iedereen zijn oren. Een hele tijd hoorde je dan niets en dan komt het hoge woord eruit: Niet naar de vrouwen gaan!

Buiten de theorielessen kregen we ook nog enkele KNIL-boekjes van ongeveer 30 bladzijde. Het waren boekjes van 1945 met als titels: ‘Enige ervaring opgedaan in de strijd tegen Japan’ en ‘Land en Volk’ van Nederlandsch-Indië.

We varen nu over een rimpelloze watervlakte van de Indische Oceaan, richting de westkust van Australië. Regelmatig wordt ons schip geëscorteerd door hele scholen vliegende vissen en duikelende bruinvissen. Plots horen we dat er land in zicht komt. Dat moet dan Australië zijn. Er worden pasjes uitgedeeld om te kunnen passagieren. Na 25 dagen aan boord van zo’n schuit, zijn we natuurlijk laaiend enthousiast om van boord te mogen.

Zonaanbiddende militairen op het voordek

Vrijdag 26 oktober 1945. We slaan enkele dagen over. Simpelweg omdat er in deze dagen niet iets gebeurde wat van betekenis was. De zee is inmiddels wel iets wilder geworden. Ook is het nu een stuk frisser, dus gelukkig niet meer zo warm als in de Roode Zee. De afgelopen dinsdag en woensdag heeft het zelfs wat geregend. Vandaag ontvangen de jongens 200 sigaretten en gisteren werd 1£ soldij uitbetaald.

Zaterdag 27 t/m zondag 28 oktober 1945. Zaterdag is er extra corveedienst, de jongens moeten helpen om het dek schoon te maken. Verder zijn er geen noemenswaardige belevenissen te melden. Zondag is een dag als andere zondagen, dus ook nu weer een kerkdienst. Verder zijn er geen bijzonderheden.

Er wordt behoorlijk veel gegokt aan boord. Bij de Hollanders gaat het dan om wat kleingeld en sigaretten, maar bij de Australiërs gaat het er veel ruiger aan toe. Bij hun gaat het vaak om ponden tegelijk, een keer moest er zelfs 40 pond worden ingezet. Het is een kwestie van kop of munt gooien en dan is het al gebeurd.

Maandag 29 oktober 1945. Gedesillusioneerd varen we de volgende dag verder richting het zuiden. Hier en vooral bij Tasmanië worden we begeleid door machtig grote albatrossen, deels vliegend maar ook als niet betaalde passagiers rustend op een van de masten.

Freemantle

Maandag 29 oktober 1945. Vlak na het ontwaken, wordt de kust van een eilandje zichtbaar en niet lang daarna komt ook Freemantle, het havengebied van Perth, in zicht.  Het is 10.00 uur als het schip de haven binnenvaart. De bedoeling is om hier van boord te gaan. Als het schip nog maar net in de haven ligt, komt er een order vanuit Brisbane. Het Hoofkwartier van de KNIL meldt, dat er hier geen Nederlandse militairen aan land mogen. Dit is vanwege de toestand in Indië, er schijnt blijkbaar iets niet helemaal goed te zitten tussen Australië en Holland. Een gedeelte van de Australische militairen gaat hier wel van boord. Het is overigens best aandoenlijk om te zien hoe de jongens van de R.A.F. hier ontvangen worden. 'Welcome Home', wordt luidkeels aan de kade geroepen, een muziekkorps maakt dit ontvangst nog veel mooier.

De eerste kennismaking met het vaste land is in Freemantle

Met veel muziek en luid gezang worden deze mannen een hartelijk thuiskomst toegewenst. Hierbij moeten de Hollandse jongens uiteraard meteen aan hun vertrek uit Holland denken. De haven van Freemantle is vrij klein en ook de stad zelf stelt niet zo heel veel voor. Als je de haven binnenvaart zie je aan de linker kant een pier die is opgebouwd uit rotsen en rechts van de "Stirling Castle" zijn de opslagplaatsen van de Shell en andere bedrijven te zien.

Ook zijn hier veel Hollanders. Zij zijn gevlucht voor Soekarno en de onlusten op Java. Volgens hun zeggen schijnt het er daar erg ruw aan toe te gaan. Later op de dag komt een Luitenant ter Zee 2e klas aan boord. Hij vertelt het een en ander over zijn ervaringen in Indië. Zo heeft hij de slag in de Java Zee meegemaakt, is duikbootcommandant geweest en heeft eigenlijk overal wel gezeten. Vervolgens vertelt hij dat ook de Duitsers voor de havens van Sydney, Melbourne, Freemantle en andere havens zijn geweest. De jongens kunnen hier overigens wel sinaasappels kopen, tien stuks voor een shilling. Er zijn zelfs een aantal die een gesprek weten aan te knopen met de meisjes aan de kade.

Een muziekkorps op de kade speelt marsmuziek

Dinsdag 30 oktober 1945. Om 06.00 uur wordt een van de soldaten plots wakker op de grond, hij is namelijk door een lollige maat uit zijn matje gewipt. Rond de klok van 08.00 uur begint het schip weer te varen. Op weg naar onbekende oorden. Ook de majoor weet niet te vertellen waarheen. Dat zal ook niet zo heel veel uitmaken volgens hem. Ze moeten de moed er maar in houden, want ze komen vast wel ergens terecht.

Woensdag 31 oktober 1945. Vandaag vaart het schip ergens in een wereld vol met walvissen, die als machtig gevreesde hun recht onder de zeespiegel laten gelden. Vanavond om 20.30 uur zal er een fraai stukje toneel worden opgevoerd, alles bij elkaar zou het een goed verzorgde avond zijn.

Donderdag 1 november 1945. Bij het ochtendwaken is het mistig. Het schip vaart steeds verder door richting het zuiden van Australië. Ook is het inmiddels tamelijk fris geworden, zelfs zo fris dat de jongens beginnen te klagen, dat ze het ’s nachts niet warm genoeg kunnen krijgen. De berichten vermelden dat er een KNIL-officier is doorgeschoten. Ook is er een Engelse vlieger bij Soerabaja door de nationalisten vermoord. Vlak voordat de middag is aangebroken is er aan bakboordzijde een vliegdekschip te zien.

Voor dezelfde jongens is er overigens nog steeds corveedienst in de kantine. ’s Ochtens in het droge- en ’s middags in het natte gedeelte. Er wordt inmiddels wel verondersteld dat het thuisfront zich nu langzamerhand wel zorgen zal maken, als ze horen over al die onlusten en gevechten. Maar zij varen gewoon moedig verder, naar een tot nu toe nog steeds onbekende bestemming.

Vrijdag 2 november 1945. In de ochtenduren passeert het schip aan bakboordzijde een kruiser. Er zijn berichten dat de Engelsen vermoeden, dat er binnen 24 uur een aanval van Soekarno kan komen, bij Soerabaja. Een Britse officier werd op de volgende manier vermoord: Hij reed samen met nog twee officieren in een witte auto met witte vlag. Tijdens de onderhandelingen werd hij plots om het leven gebracht, de andere twee officieren konden nog net op tijd aan hun belagers ontkomen. Door dit alles is de toestand wel degelijk verscherpt.

Nou, laten ze de jongens zich dan nu maar zo spoedig mogelijk klaar maken voor hun taak. Zodat ze daar zo snel kunnen gaan optreden! Hoewel er nu ook wel weer vermoedens naar boven komen, dat sommigen van hen trachten om bij een ander onderdeel te worden ingedeeld. Ze begrepen nu wel dat ze nu bij een gevechtsonderdeel verzeild zijn geraakt en kiezen dan toch liever voor een wat minder gevaarlijk onderdeel. Verder is er een bericht binnen gekomen, dat nu ook het derde Chinese leger is slaags geraakt met de communisten. Vanavond passeert de "Stirling Castle" aan stuurboordzijde een transportschip.

Zaterdag 3 november 1945. Het schip is nu nog 500 zeemijlen verwijdert van Sydney. Het vaart momenteel op afstand van het vaste land in de Tasmanzee, met aan stuurboordzijde Tasmanië (voorheen door de Europeanen van Diemensland genoemd). Vanavond geeft sergeant Brouwer een bijzonder interessante lezing over Australië. Zo vertelde hij o.a. hoeveel namen van hier doen denken aan eigen Holland, zoals Rottnest of Mint Baai, Arnhembaai, Kaap Heemskerk, Zeehaan, Nieuw-Zeeland en ga zo maar door.

Sydney

Zondag 4 november 1945. Bij het opstaan, ligt het schip stil. Om 08.00 uur vaart het weer en na het eten ontdekken ze opnieuw de kust van Australië. Rond de klok van 10.30 uur nadert het schip Sydney en om 12.00 uur vaart het de haven binnen. Voordat ze de havens bereiken zien ze de steile rotsen en het gebergte. Bij Sydney aangekomen passeren ze de bekende Sydney Harbour bridge en meren ze vervolgens aan bij de Woolloomoolookade. Als het schip om 13.00 uur aan de kade ligt zien de jongens het Hollandse Rode Kruis schip de "Tjitjalangka" liggen, dat momenteel nog onder Engelse vlag vaart. Sydney is een prachtige stad, gelegen aan een natuurlijke haven. Het wemelt hier van de vissen die een beetje aan karpers doen denken. Eerst springen ze boven het water uit, om eenmaal terug in het water massaal op het schip af te komen. Vanaf hun ligplaats is nog steeds goed de geweldig grote brug te zien. Hij doet een beetje denken aan de brug bij Nijmegen, maar dan groter.

De Sydney Harbour Bridge kwam gereed in 1932

Aan de kade ziet het zwart van de mensen. Aan belangstelling ontbreekt het blijkbaar niet, zelfs in de haven ligt vol met zijl- en roeibootjes, die constant langs de "Stirling Castle" varen. Ook hier blijkt het ontvangst dus niet geweldig te zijn. Enkele bootjes komen langszij en protesteerden met behulp van een luidspreker tegen hun verblijf. De jongens aan boord laten dat natuurlijk niet op zich zitten en overstemmen hen door luidkeels nationale liederen te zingen. Ieder dag dat het schip hier ligt zijn er wel acties. Honderden Indische mensen, geassisteerd door de communisten demonstreren op de kade, maar worden vanaf het schip met brandslangen natgespoten. De communistische vakbond, havenarbeiders en zeelieden worden ook ingeschakeld, waardoor ook de aanvoer van voedsel aan het schip wordt stilgelegd.

Demonstrerende communisten worden met brandslangen op afstand gehouden

Nu wordt duidelijk dat de opleiding in Australië niet door zal aan. Ze mogen ook hier niet aan land.  De Australische regering is teruggekomen van het aanbod, dat de jongens hier een opleiding kunnen volgen. Ze hebben zich bedacht en zijn er inmiddels op tegen dat ze naar Indië trekken om te gaan vechten. Dat alles komt mede doordat het hier wemelt van de Indische Republikeinen. Zij wachten hier op het juiste moment om terug te keren naar hun vaderland. Zij zien de bemoeienissen van de Hollanders daar al helemaal niet zitten.

Maandag 5 november 1945. Het is momenteel heerlijk vertoeven hier aan boord. Volgens de kranten breidt zich langs de zuidkust van Australië een hittegolf uit. Wel vrezen de autoriteiten dat vanwege de drukkende warmte, er nu bosbranden zouden kunnen uitbreken. Vooral tegen de avond wordt het drukkend warm. Dat ze hier niet aan land mogen hebben ze ook te danken aan de stakende havenarbeiders. Zij zijn niet bereid om de Hollanders ook maar ergens mee te helpen.

Zelfs de Australische piloten die gisteren van boord zijn gegaan werden niet geholpen. Ze moesten zelf maar zien hoe ze hun bagage meenamen. Ook zullen ze de vertrekkende schepen met Hollanders aan boord niet voorzien van olie, water en kolen. Het blijken hier dus allemaal communistische smeerlappen te zijn. Zo vertellen ze over onze transporten, dat de ruimen van onze schepen vol zitten met wapens. Zo worden de Hollanders hier dus belasterd! In de communistische bladen worden ze dan ook de onderdrukkers van Indië genoemd.

De jongens horen trouwens nu pas, dat ook een aantal Australische vliegeniers, die bij hun aan boord zaten, hen nu verweten dat ze naar Indië onderweg zijn om te vechten: Terwijl zij zo ver van hun vaderland hadden gevochten voor hun vrijheid en dat ze veel van hun kameraden hadden verloren in de strijd tegen de Duitsers.

Inmiddels worden de berichten uit Java wel iets gunstiger. Britse militairen (2500 stuks) hebben Soerabaja verdedigt tegen wel 25.000 stuks rebellen. Ook de Russen steunen de rebellen, maar dat was natuurlijk wel van ze te verwachten. Er doen berichten de ronde dat de jongens zaterdag op een ander schip zullen overstappen, dus tot die tijd zullen ze zich op de "Stirling Castle" moeten vermaken. Ze beleven hier in de haven best een nare tijd, dus ze zitten er eigenlijk niet echt op te wachten om nog tot zaterdag te moeten wachten.

Stuur ze toch meteen door naar Indië. Onze bondgenoten zitten daar met smart op ze te wachten. Nu zitten die arme mensen daar nog in kampen en de rebellen zullen, als ze er de kans toe krijgen, vast niet zachtzinnig omgaan met onze mensen. Haat en nijd koesteren ze daar tegen elke blanke.

Vanmiddag is er een aardig voorval. Een roeiboot met vier jongens en een meisje proberen de jongens via een luidspreker op te ruien met communistische en revolutionaire berichten. Ze schelden op onze koningin, maar dat duurde niet zo heel lang. De jongens gaan massaal naar de reling van het schip en zorgen daar dat hun leuzen onhoorbaar worden. Ook worden er flessen naar beneden gegooid, die als projectielen om de oren van die kaffers vliegen. Het naastgelegen hospitaalschip de "Tjitjalangka" is onze bondgenoot. Toen onder order van de Hollandse kapitein de Nederlandse vlag werd gehesen, kwam de liefde voor het vaderland pas echt los. Luidkeels wordt nu het Wilhelmus gezongen, zodat het overal in de haven goed is te horen. Gevolgd door nog een paar echte Hollandse liederen, zodat de communisten al snel uit beeld verdwijnen.

'NO ARMS FOR DUTCH' De protesten door Australische communisten duren als maar voort

Dinsdag 6 november 1945. In een krant staat dat Soekarno aan de kant van de Jappen stond. In een ander artikel kan je lezen dat de Australische regering juist een andere houding moet aannemen tegenover de Hollanders. Wij Hollanders zijn per slot troepen van een bevriende natie. Ze moeten zich maar niet laten verleiden door die communisten. De werkende Australiër denkt hier in het algemeen dan ook duidelijk anders over dan de communist. Vanmiddag wordt er gymnastiek gegeven en de dag verliep verder vrij rustig.

Woensdag 7 november 1945. Toen rond het middaguur de maaltijd werd genuttigd, verscheen die communistische roeiboot weer. Ook aan de kade is inmiddels een grote groep communisten verschenen: Ga terug naar Holland! Geen wapens voor de Hollanders! Heil Hitler! Stelletje Nazi’s! Schreeuwen ze alsmaar. Door de scheepsradio klonk: Toon wat jullie kunnen jongens, de vijand is weer verschenen! Wij tonen dan ook wat we kunnen. Twee van hun raken uiteindelijk gewond en moesten gewond afgevoerd worden naar het ziekenhuis. Aan Hollandse kant is er slechts een gewonde te betreuren. In de straten blijven de gevechten voortduren tussen, zowel de communisten en Engelse matrozen, als de politie. Zeven communisten worden tegen de grond geslagen en zo eindigt dan deze dag. Zo zie je maar, er is iedere dag wel weer wat anders te beleven. Zelden wat goeds. We moesten maar zo snel mogelijk hier vandaan.

Tijdens deze demonstratie moesten twee communisten naar het ziekenhuis afgevoerd worden

Donderdag 8 november 1945.Vanochtend staat er een artikel in een Australisch blad, waarin schande werd gesproken over de communistische daden van gisteren. De Hollanders hadden per slot toch al hun schepen en manschappen opgeofferd in de slag om de Java Zee, voor ons Australiërs! De vliegeniers stuurden ons zelfs nog een telegram, waarin ze hun blijdschap tonen met onze houding.

Vanavond zal het een gezellige avond worden, waarbij ook Hollanders uit Sydney aanwezig zullen zijn. Het werd inderdaad een prachtige avond, waarin uiting wordt gegeven aan de vaderlandsliefde en de liefde voor de koningin. Ook de Nederlandse consul is aanwezig. Er was eerst een gesprek van de majoor, hierna kwam ook de consul aan het woord. Vervolgens is er afleiding met veel muziek, zoals het optreden van twee Hollandse vrouwen die zingen. Ook de vaandrig Meyering is van de partij, hij geeft enkele voordrachten die met de bezettingstijd hebben te maken. Het werd een grote eenheid met de Hollanders uit Sydney, met een daverend applaus tot slot.

Vrijdag 9 november 1945. Vandaag moeten de jongens zich voorbereiden voor de overstap op een ander schip, want morgen of zondag is het zover. Dus alles moet nu worden ingepakt, zodat ze zonder oponthoud kunnen debarkeren.

Zaterdag 10 november 1945. Vandaag worden enkele brieven in ontvangst genomen van vooraanstaande Australiërs. Hierin bieden ze hun verontschuldiging aan, voor alles wat voorgevallen is de afgelopen dagen. Op het voordek wordt gemeenschappelijk en met volle borst gezongen, met als slot het Wilhelmus.

Op naar Batavia

Zondag 11 november 1945. Vandaag is het dan eindelijk zover. Om 11.00 uur stappen de jongens over op een nieuwe schuit. Het is de 'Moreton Bay', die met haar 10.000 ton duidelijk een stuk kleiner is dan de "Stirling Castle". Vanwege het vertrek zal er vandaag geen kerkdienst zijn.

De "Moreton Bay" is inmiddels pal achter de "Stirling Castle" aangemeerd en nog voordat de jongens kunnen overstappen, zijn er enkele bemanningsleden van boord gegaan. Zij blijken solider te zijn met de communisten.

De overstap van de "Stirling Castle" naar de "Moreton Bay" is in volle gang

Het enige moment dat in Australie voet aan wal wordt gezet is tijdens de overstap op de "Moreton Bay"

Als de overstap naar de "Moreton Bay" is voltooid, moet er een sleepboot komen om het schip uit de haven te trekken. Doch ook deze assistentie kunnen ze vergeten, de bemanning van de sleepboot weigert simpelweg om te komen. Als ze besluiten om dan maar op eigen kracht te vertrekken, blijkt er een stalen net, dat wordt gebruikt voor het laden en lossen, om de schroef was gegooid. Britse schepen zijn kennelijk alleen bestemd voor Britse militairen en niet voor Hollanders. Het schip kan vanwege de sabotage dus niet vertrekken. Ook het bunkeren van voedsel blijkt alleen bedoeld voor de Engelsen en niet voor de Hollanders. Als de communisten (2000 stuks) om 18.00 uur weer tevoorschijn komen, laten de Engelse matrozen al meteen blijken, dat zij hierover gelukkig een geheel andere mening hebben. Dus, “Vaarwel communisten”.

Wat de Australische kranten schrijven

Maandag 12 november 1945. De "Moreton Bay" is geen onbekende. Dit schip werd ook al ingezet tijdens de invasie op Sicilië. In de ochtenduren wordt er hard gewerkt om de schroef van het schip weer vrij te krijgen. Twee keer zal er een duiker onder water moeten, voordat het net verwijdert kan worden. Tijdens het beladen van het schip vertrokken er nog eens tiental stakende havenarbeiders van boord, maar om 17.30 uur is het dan eindelijk zover. De trossen kunnen los! De "Moreton Bay" kan nu eindelijk op eigen kracht de haven uitvaren en zal langs de oostkust in noordelijke richting de reis vervolgen. Goedgezinde Australiërs staan aan de kade en wuiven de jongens uit. Het is een mooi gezicht om in de avonduren zo’n schip de haven uit zien te varen. Om 20.30 uur varen ze alweer op volle zee.

Vaarwel Sydney. We zullen je nooit vergeten! Nu met frisse moed op naar Batavia. De jongens weten maar al te goed wat voor vijand ze tegemoet zullen gaan. De inlanders steken die arme mensen hun ogen uit en hun ledematen worden stuk voor stuk afgehakt, aldus het verslag van een Engelse krant. Het maakt je woedend om dit alles te lezen.

Dinsdag 13 november 1945. Het stormt en het regent de gehele dag, vooral vanavond. De kust blijft de hele dag wel in zicht. Vanmiddag is er Maleise les en aardrijkskunde en vanavond is er theorieles in het omgaan met een stengun.

Woensdag 14 november 1945. Om 06.00 uur staan de jongens op en om 07.00 uur gaan ze eten. De kust is in de ochtenduren nog steeds zichtbaar, ook regent het nog steeds. Vanmiddag verliezen ze het contact met land en zien ze voorlopig alleen nog maar water. Wel passeren we drie schepen. Volgens de berichten mogen de 6000 Nederlandse soldaten, die met de ‘Nieuw-Amsterdam' op weg zijn naar Batavia, daar niet aan land. Ze moeten uitwijken naar Singapore. Om 14.00 uur is er weer les in Maleis. Daarna U.P.T.L en vervolgens ook nog een sloepenrol. Ook kregen ze te horen dat het kabinet van Soekarno is afgetreden en dat er nu een nieuwe nationalistische regering zal worden gevormd. Een regering die wel genegen moet zijn om met de Engelsen en Hollanders te onderhandel.

Donderdag 15 november 1945. Bij het opstaan zijn er aan weerszijden eilandjes te zien, dit zijn de Kanaaleilanden. Deze eilanden zijn door de eeuwen heen door allerlei kanaaldiertjes gevormd. Om 10.00 uur varen ze langs een rots waar een schip aan de grond ligt. Ze passeren de Great Barrier Riff en zien de koraalriffen die bij eb boven water uitsteken en dat is werkelijk schitterend om te zien. Even later zien ze aan bakboord het schiereiland York en in de avonduren varen ze langs nog meer eilandjes.

De berichten zeggen dat er in Indië twee generaals gevangen zijn genomen en dat ze naar Singapore worden gebracht. Daar zullen ze dan terecht worden gesteld. Ze zouden de opstandelingen aan de nodige wapens hebben geholpen.

Kaap York het uiterste noorden van Australië is bereikt

Vrijdag 16 november 1945. Vandaag bereikt de "Moreton Bay" het uiterste punt van de noordoost kust van Australië. Ze varen nu tussen Nieuw-Guinea (waar ze overigens niets van te zien zullen krijgen) en Australië door. Waar gaat het nu eigenlijk precies heen…, ja wie kan dat de jongens te vertellen? Ze beginnen de toestand inmiddels een beetje te vergelijken met die van de joden, die vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog ook ergens op zee rondvoeren, terwijl geen enkel land ze wilden opvangen.

De zee is hier bezaaid met grote en kleine kanaaleilandjes, die zich veelal boven de zee verheffen. Ter waarschuwing voor de scheepvaart worden sommige van deze eilandjes gemarkeerd door een baken of een vuurtoren, omdat deze net onder de zeespiegel liggen. Om 18.00 uur is er een lezing over de gezondheidstoestand in Indië. Behandeld, of vooral naar voren komen: De Malaria en geslachtziekte bij vrouwen, hier worden ze namelijk sterk voor gewaarschuwd. Er zijn berichten dat het eerste KLM-vliegtuig vanuit Amsterdam vandaag is aangekomen in Batavia. Ook zouden er 200 mensen, onder wie 144 Hollanders, zijn omgebracht door sluipmoordenaars. Verder is er een bericht van enkele inwoners uit Sydney nagekomen, waarin ze de jongens willen mededelen dat ze hen goed gezind zijn. De brief is gericht aan majoor Steenhouwer:

Wilt u zo vriendelijk zijn om uw troepen onze verontschuldiging aan te bieden, dit is namens alle Australiërs die het juist goed voor hebben met hun. Vervolgens, dat zij de afschuwwekkende scenes, vertoond door enkele mensen van het slechte soort, ten sterkste afkeuren. U moet weten dat de wereld vol is van stomme idioten en die hebben wij helaas ook in ons midden. Als die lui werkelijk zouden verlangen om voor de Indonesiërs te willen vechten (waar wij overigens sterk aan twijfelen, omdat ze ook niet hebben meegevochten voor Australië), waarom gaan ze dan niet zelf? Hopelijk wilt u onze namen niet vrijgeven, want we zoeken geen publiciteit. We willen u alleen laten weten dat er ook genoeg oprechte Australiërs zijn.

Ook is er een brief vrijgegeven die is gericht aan de C.O.T. van de "Stirling Castle" met als datum 9 nov. ’45.

Gaarne schrijf ik u een paar regels, niet namens mij alleen, maar naar mijn overtuiging ook namens de meerderheid der inwoners van Sydney. Ik wil u meedelen, hoe ik met afschuw ben vervuld, over de behandeling, die u ontving tijdens uw verblijf hier, door u geen toestemming te geven om aan wal te gaan. Ruim 95 procent van onze mensen heeft zich hieraan geërgerd. Wij zouden graag hebben gezien, dat uw officieren en manschappen de gastvrijheid hadden ontvangen, die wij u allen verschuldigd zijn. Dit om onze grote dankbaarheid te tonen, voor het geweldige aandeel, dat uw mannen hebben gehad in de afgelopen oorlogsjaren. Ik sluit hierbij een krantenknipsel bij uit de ‘Sydney Morning Herald’. Ik wil hier graag aan toe voegen, dat alle weldenkende mensen, de woorden van Ms. Bruxner onderschrijven. Wij hopen dat deze onaangename kwesties snel opgelost worden en dat onze gastvrijheid u allen tegemoet komt. Het allerbeste en succes.

Hoogachtend: Miss. E. Hand.

Zaterdag 17 november 1945. Het schip vaart momenteel op een spiegelgladde zee en het is nu ook behoorlijke warmte. De hele dag door zijn er rotsen te zien, eilandjes en de kust. Om 17.00 uur komt er een loods aan boord. De post wordt hier ook van boord gehaald. Het schip vaart nu over de Straat Timor.

Zondag 18 november 1945. Het is zondag, dus is er een kerkdienst. De eerste zang is Ps. 27:1.3.7. Vervolgens de geloofsbelijdenis (staande) en voorlezen uit Ps. 91 met de tekst Ps.91.4a. 'We zijn veilig onder de vlerken van Gods bewarende hand'. Slotzang is Ps.68:1 en 10. Ter afsluiting wordt het eerste vers uit het Wilhelmus gezongen. Deze dienst is vanwege het mooie weer op het dek. Ook de vliegende vissen vragen vandaag weer de nodige belangstelling. Het schip vaart dus midden in de tropen. De klok moet vandaag een uur terug worden gezet.

Bestemming gewijzigd

Maandag 19 november 1945. Om 10.00 uur wordt bekend gemaakt dat ze niet naar Batavia zullen varen, maar naar Penang op Malakka. Veel jongens zijn erg teleurgesteld en hadden veel liever naar Batavia gegaan. Omdat er eerst nog een speciale training gevolgd moet worden, is het misschien ook wel beter zo en dat is vast ook beter voor de rust op Java. Ze zijn per slot oorlogsvrijwilligers en zullen dit lot dan ook met moed aanvaarden. Deze jongens moeten vast de eerste Hollanders zijn die zo heen en weer worden gestuurd met een schip. Als ze meteen naar hun eindbestemming waren gevaren, dan zou de reis maar half zo lang hebben geduurd.

Vanmiddag varen de "Moreton Bay" 150 mijl ten noorden van Port Darwin, dat is nabij de Timor Zee. Tegen de avond varen het in noordelijker richting, langs het oostelijke deel van Timor. Om 20.30 uur krijgen de jongens het Laatste Avondmaal, hierbij zijn ongeveer 60 militairen aanwezig.

Dinsdag 20 november 1945. Bij het opstaan, merken ze dat het schip stil ligt. Er blijkt een motor te zijn uitgevallen. Na enige tijd vaart het schip weer langzaam door, maar dat zal zo nog wel negen mijlen in dit tempo doorgaan. In de middag het schip door de Banda Zee, met nog steeds het eiland Timor aan bakboordzijde. Vanmiddag is er een repetitie Maleis en vervolgens theorieles geweer. Om 17.00 uur draaien de motoren van de "Moreton Bay" dan eindelijk weer op volle toeren.

Woensdag 21 november 1945. De hele dag zijn de hoge bergen van de kleine Soenda-eilanden te zien, deze bergen zijn hoger dan die ze tot nu toe hebben gezien. Vanmiddag varen ze ter hoogte van Flores. Ze zitten dus in Indië. Na de Maleise les wordt er een lezing gegeven over Indië en haar koloniën door 2e luitenant Witte. Om 20.30 uur is er een vergadering, die onder leiding is van de veldprediker.

Donderdag 22 november 1945. Nadat ze de laatste 24 uur 338 mijl hebben afgelegd, zijn ze Soemba, Soembawa, Lombok en Bali gepasseerd. Het schip zal dus het volgende deel van de reis langs Java varen. Vanochtend wordt bekend gemaakt dat ze eerst naar Singapore zullen varen en daarna pas naar Penang. Vandaag is er ook weer een uitbetaling van1 pond soldij. Het schip vaart 27 knopen en komt rond 17.00 uur voorbij een eilandje waar veel kleine zeilbootjes zijn te zien. Vanavond zijn er weer veel lichtgevende vliegende vissen te zien, tenminste zo worden ze door de jongens genoemd. Het is mooi helder weer en de maan laat zijn licht in overvloed over het water schijnen. De berichten van dit moment zijn, dat het momenteel erg rumoerig is op Java.

Vrijdag 23 november 1945. Doordat de jongens vanochtend vroeg wakker worden, kunnen ze goed zien hoe schitterend de zon hier opkomt. Het blijft echter geen mooi weer, want vanmiddag gaat het ligt regenen. Zo verlaten ze verlaten het meest westelijk deel van Java en krijgen ze vanmiddag weer les in Maleis en een sloepenrol. Vanavond wordt er volop gehandeld met de Engelse bemanning van het schip. Zo bieden zij o.a. vulpennen en horloges aan.

Zaterdag 24 november 1945. De zee is vandaag spiegelglad. Tegen de middag zijn ze ter hoogte van de eilanden Banka en Billiton. Het schip heeft de laatste vier en twintig uur 326 zeemijlen afgelegd. Bij het verlaten van de Java Zee spreekt de majoor een woord van waardering uit, over de heldendaad die hier in 1942 mede door onze marine werd verricht. 'De slag om de Java Zee'. Dit feit wordt vervolgens algemeen herdacht, door een ogenblik van eerbiedige stilte. De handelslust tussen de bemanning en de jongens zorgt ervoor, dat een leren tas, gekocht door Gerard Linde, plots over de reling waait en zo het ruime sop kiest.

Zondag 25 november 1945. Vanochtend komt er land in zicht, het is de voorbode van Singapore. Na het ontbijt komen enkele schepen voorbij, die geladen zijn met vrachtwagens en kanonnen. Deze zullen vast wel naar Java onderweg zijn. De gehele ochtend is er corveedienst, zodat er die ochtend verder niet zo heel veel meer te zien zal zijn. Blijkbaar gaat het schip toch niet bij Singapore voor anker, want rond 10.00 uur worden de motoren weer gestart. Afijn, Singapore hebben ze toch even kunnen zien, als was het wel van een afstand. Dus nu maar weer verder naar Penang. De gehele dag zijn er kleine eilandjes te zien langs de westkust van Malakka. Omdat het schip nu vlak langs de kust van Malakka vaart, is er van Sumatra is ieder geval niets meer te zien. Vandaag staat er een stevige bries, waardoor het tamelijk fris is.

Uit de nieuwsberichten:

Java: De geallieerde opperbevelhebber Generaal Christiaan heeft het 16e Japanse leger opdracht gegeven, zich naar drie verschillende concentratiekampen te begeven. Inmiddels zijn er dan ook 2000 ongewapende Jappen hierheen onderweg. Volgens Reuter zouden er momenteel 60.000 Japanners van zowel de land- als zeemacht op Java zijn.

Batavia: Afgelopen vrijdag heeft de strijd op Java zich verplaatst naar het westelijk deel van de gehavende stad Soerabaja. Britse en Brits-Indische troepen vochten die avond bij Semarang en het zuidelijker gelegen Ambawara, dat is in het noord-centrale deel van Java. Manschappen van het 19e regiment Gurkha’s zijn hierdoor nog niet ontzet te Ambawara. De versterkte eenheden zijn namelijk tegen een sterke Indische tegenstand gestoten. Van de aanvallende Indonesiërs zijn er 200 gesneuveld. De Indonesiërs (1000 man sterk) proberen via het oosten Semarang te bereiken, maar worden door de Britse kanonnen onder voor genomen. Vandaag arriveert er een Britse torpedojager ter versterking in de haven van Semarang. Verder doen de berichten de ronde dat Generaal Richard Bethell gebruik maakt van Japanse militairen, om zo de extremisten uit de dorpen te verjagen, dit omdat zijn eigen strijdkrachten te veel verspreid liggen over Midden-Java. Inmiddels zijn de Brits-Indische troepen er wel in geslaagd om het zuidoosten van Soerabaja schoon te vegen, dit dan wel met aanzienlijke tegenstand van lichte wapens en mortieren. Gurkha’s hebben in de straten van Buitenzorg een Duitse marineofficier gevangen genomen. Hij was in uniform, maar droeg wel een band van het Rode Kruis.

Batavia: Britse vliegtuigen hebben tussen Batavia en Medan een neergestort vliegtuig gevonden. Bij de plaats des onheils aangekomen, bleken alle inzittenden te zijn gedood. Van sommige van hen is het hoofd van de romp gesneden. Als strafregel zullen enkele omliggende dorpen worden ontruimd en in brand gestoken.

Maandag 26 november 1945. Onder begunstiging van heerlijk weer, kunnen de jongens de gehele dag genieten van de vele schilderachtige eilandjes. Om 19.00 uur nadert het schip Penang, hun voorlopige eindbestemming. Morgen zullen ze van boord gaan en vanavond hun bagage.

Op de rede met zicht op het eiland Penang

Malakka

Het verblijf van de GBI op Penang (Bayan Lepas)

Dinsdag 27 november 1945. We zijn weer terug bij de jongens van het GBI, die op dit moment nog op de “Moreton Bay” zijn. Om 04.30 uur moeten ze al naast hun bed staan, want om 06.00 zal de 1e compagnie aan land gaan. Omdat de haven te ondiep is, kan de "Moreton Bay" zelf niet bij de kade komen, dus worden ze met behulp van een landingsvaartuig aan land gebracht. De overige jongens zijn om 07.45 uur aan de beurt om van boord te gaan. Als ze aan de kade komen staan er al wagens klaar, die hun naar het kamp zullen brengen. Overal waar ze langs rijden ziet de omgeving er prachtig uit. Mooie groene bergen, palmbomen en pisangbomen, alles is nu dus ineens werkelijkheid. Als je dit alles ziet, krijg je meteen de indruk nooit meer de tropen te willen verlaten. Ze passeren eerst nog een vliegveld en niet veel later om 11.00 uur naderden ze een voormalig Japans kamp. In het kamp staan diverse nieuwe barakken, maar er staan ook een aantal barakken die nog in aanbouw zijn. Deze zijn nog niet helemaal afgebouwd, dat komt omdat twee dagen geleden pas bekend werd gemaakt dat ze hierheen gebracht zouden worden. Door dit alles krijgen de jongens ook pas om 14.30 uur hun middageten.

Er wordt al meteen met nadruk op gewezen, dat het ten strengste verboden is om naar Penang te gaan zonder toestemming. Dit komt omdat de communisten en nationalisten ook hier voor gevaar kunnen zorgen. Enkele dagen geleden zijn hier nog enkele Europeanen vermoord. Vandaag hoeven ze verder niets uit te voeren. Dat kan ook niet, want er is nog niets geregeld, en het regent trouwens pijpenstelen. Bij het avondappel zingen ze luidkeels het Wilhelmus. Vannacht kan er helaas nog niet op kribben worden slapen, dus dan maar op de grond. Wel krijgen ze nu voor het eerst in hun leven te maken met een klamboe. Na twee maanden varen wordt er overigens heerlijk geslapen. Overdag luieren ze maar wat, samen met de inlanders uit de buurt. Je kan merken dat ze door de inlanders worden bewonderd, maar het volgende moment kunnen ze ook wel weer wantrouwend zijn. Hun kinderen zijn daarentegen heel anders, die lopen gewoon de hele tijd om ze heen te springen. Het is nu ook voor het eerst dat ze in aanraking komen met kokosnoten.

Woensdag 28 november 1945. Om 06.00 uur is het opstaan en om 08.00 uur volgt het appèl. Tot nu toe is en nog lang niet alles goed geregeld. In de ochtenduren is er exercitie en vanmiddag gaan een aantal jongens zwemmen in een meertje waar ook een waterval is.

Donderdag 29 november 1945. Het regent flink vanochtend. Dienst hebben ze niet, dus dan maar van alles in orde gemaakt in en rond de barakken. Ze krijgen ook te horen wat er nu eigenlijk wel en niet mag en ontvangen tien dollar soldij.

Vrijdag 30 t/m zaterdag 1 december 1945. Om 06.00 uur is er reveille, om 07.00 uur ontbijt en om 08.00 uur appèl. Hierna is er tot 11.00 uur exercitie en vervolgens rust tot 14.00 uur. Het is de hele dag heerlijk weer en vanmiddag moeten ze hun kleren wassen. Ook vanavond gaan ze niet weg en blijven ze in de barakken. Het is zaterdag en alles gaat inmiddels zo’n beetje zijn gangetje. Na het appèl van 08.00 uur is er een bergmarsje met slechts één keer rust. Er wordt volop genoten van de omgeving en overal langs de route loopt een beekje. Om 11.30 uur zijn ze weer terug in ons kamp en zijn ze de rest van de dag vrij.

De prachtige natuur van Penang

Zondag 2 december 1945. Om 08.00 uur is er een kerkdienst. Na de kerkdienst gaat een deel van de jongens een bezoekje brengen aan het vliegveld, waar ze eerder bij aankomst op Malakka ook al langs waren gereden. In de middag is het tijd om eens even lekker een tukje te doen. Na het avondeten gaan ze een stukje wandelen en genieten ze weer volop van de prachtige natuur. In Penang is het inmiddels niet meer zo gevaarlijk en als enkele jongens terugkomen, vertellen ze, dat ze met jongens van het XI reg. L.I.B. (1) uit Harderwijk hadden gesproken. Deze vertelden ons, dat ze al met de Jappen in aanraking waren geweest en dat maakt er de stemming onder ons er niet beter op. Tot slot een berichtje uit Indië: Er is een vliegtuig neergestort met vier Engelse en dertien Brits-Indische soldaten. Alle lichamen werden door de opstandelingen in stukjes gehakt. Ooggetuige hiervan was een Christenvrouw van een Molukse soldaat.

(1) Het LIB werd net als het GBI in het begin van ’46 officieel opgeheven en verdeeld over andere OVW-bataljons.

Maandag 3 december 1945. Vanochtend is er exercitie met een kleine veldoefening als afsluiting. Hierbij moeten ze tot hun knieën door een klein stroompje waden. Vervolgens gaat het over een bergpad verder, totdat ze weer bij het kamp zijn. Vanmiddag is het uitbetaling van 10 dollar soldij en 50 sigaretten. Vanavond heeft een van de jongens zijn horloge voor reparatie naar de klokkenmaker gebracht. De Chinees (Toean) vroeg eerst 7 dollar, maar na wat afdingen deed hij het ook voor 50 sigaretten. Ze moeten hier dus wel oppassen met die lui.

Dinsdag 4 december 1945. Vandaag is er wederom een mars en daarna is het baden bij het strandje. Nu is er valt er ook wat meer te gezien van Malakka en om 11.30 uur zijn ze weer in het kamp terug. Vanmiddag is er theorieles inwendige dienst en vanavond hebben ze de mogelijkheid om zich op te geven voor de Militaire Politie. Enkele jongens hebben dat dan ook gedaan.

Woensdag 5 december 1945. De dag begint met een exercitie en vanmiddag hebben ze theorieles in velddienst. Omdat het is vijf december is kunnen ze een goed georganiseerde Sint-Nicolaasavond tegemoet zien. Hierbij zijn ook heel wat kleine Chineesjes en inlanders aanwezig. Vannacht moet er zoals dat alle nachten het geval wachtdienst worden gelopen. Deze duurt van ’s avonds 22.00 uur tot 06.00 uur de volgende ochtend.

Donderdag 6 december 1945. Tijdens de wacht horen ze om 02.00 uur een geweerschot klinken. Omdat hierover verder geen bijzonderheden zijn te melden, vermoeden ze dat dit schot van de wacht zelf afkomstig is geweest. Om 15.00 uur is er een patrouille die ter controleren langs komt en er zijn geen bijzonderheden. Als ze vanavond veel gezang en geschreeuw horen, denken ze dat er ergens een bruiloft bezig is. Maar als ze eenmaal buiten zijn om te kijken waar al die herrie vandaan komt, dan zien ze dat er een begrafenis is. Blijkbaar willen ze met dat geschreeuw alle boze geesten verdrijven.

Een Chinese begrafenisstoet passeert met veel kabaal 

Vrijdag 7 december 1945. Na het ontbijt hebben de jongens tot 10.00 uur de tijd om de barakken op te ruimen. Daarna is er tot 12.00 uur een vervolg op de veldoefening van eergisteren. Om 14.00 is er appèl en de hele middag regenachtig het verder. Vanavond is het weer eens tijd om naar de stad te gaan, ze gaan daar hun kerst- en nieuwjaarskaarten kopen.

Zaterdag 8 december 1945. Een van de barakken is nu officieel tot 'Roemah Prins Bernhard' gedoopt. Gisteren hebben enkele jongens een auto besproken bij een Chinees, zodat ze dan vandaag naar Penang kunnen. Voor de prijs van 10 sigaretten een 1 dollar worden ze in een oude auto met een kapotte knalpijp naar de stad gereden. Het is in Penang werkelijk gezellig vertoeven. Zo ruilen ze hier hun sigaretten tegen horloges en vulpennen. Het is hierbij wel goed opletten geblazen, want voor je het weten betaal je zo drie tot vier keer de normale prijs. Als ze willen vertrekken zien ze plots Willem, de broer van Dirk ten Klooster, lopen. Als hij bijna bij hun is, verstopt Dirk zich gauw in een winkeltje en zeggen ze tegen hem, dat ze Dirk hier ook ergens hebben gezien. Daar geloofde hij natuurlijk niets van, maar toen zijn broer ineens voor hem stond, keek hij wel even raar op. Het is toch schitterend als je zo plotselinge je eigen broer tegen komt ergens in een vreemd ver land. Om 19.00 uur komt de Chinees weer om hun op te halen en zijn ze een uur later alweer terug in 'Huize Prins Bernard'.

Zondag 9 december 1945. Er wordt een kerkdienst gehouden in een Chinese school. Voorgelezen zijn: Exodus 33:12-19. Tekst Ex. 33: 18 en 19. De rest van de dag zullen een aantal jongens, die om 18.00 uur wacht moeten gaan lopen, in de barakken blijven. De wacht bestaat uit 32 man, waarbij ze in kleine groepjes worden verdeeld en zo om beurten aan de beurt zullen zijn om hun ronde te doen.

Maandag 10 december 1945. Om 01.00 uur horen ze twee schoten. Ze denken dat er onlusten zijn, dus er wordt meteen een patrouille op pad gestuurd. Later zal blijken dat er enkele officieren waren die een lamp hadden ‘dood’ geschoten. Verder verloopt deze wacht rustig. De hele dag is het warm, maar tegen de avond, net als de wacht wordt afgelost, begint het te regenen. De jongens die wacht hebben gelopen en de laatste 24 uur geen rust hadden, hebben inmiddels best wel slaap gekregen. Vandaag werd er ook no 30 dollar soldij uitbetaald.

Dinsdag 11 december 1945. Er is corveedienst en dat wil zeggen: het terrein opknappen en greppels graven. Er is dan wel geen overlast meer van indringers, maar die greppels graven is meer in het kader van hun opleiding. Overal zijn ze bezig, met het herstellen van bruggen, riolering aanleggen, terrein verhogen en zelfs wegen aanleggen. Vanavond gaan ze maar weer eens lekker baden in het meertje.

Woensdag 12 december 1945. Vandaag moet er pionierswerk verricht worden, zoals lekker door het zand struinen. De jongens ondergaan het nu een stuk betere dan voorheen het geval was en zelfs de leiding is hierover tevreden. Er komt vandaag een brief uit Sydney van een gewonde soldaten, die daar in het Wilhelmina hospitaal lag. De jongens hebben daar toen 20.000 sigaretten gedoneerd aan de patiënten en hiervoor willen ze hun nu hartelijk bedanken. Ze schrijven: Vaak hebben we het nog over jullie en bij het zien van al die sigaretten, moeten we steeds weer aan jullie denken. We hopen dat jullie doel mag slagen en we wensen jullie verder het aller beste toe.

Om 18.30 uur is er eerst een avondafsluiting en daarna gaan ze nog even wandelen naar het dorp (kampong). Het weer is schitterend en de temperaturen kunnen soms oplopen tot wel 85 graden Fahrenheit. Als je bedenkt dat 90 graden Fahrenheit hier de hoogst behaalde temperatuur is, dan weet je het wel. De laagst gemeten temperatuur hier is overigens 75 graden Fahrenheit.

De laatste berichten: Kampbeul Jozef Kramer van Bergen-Belsen zal nog voor de Kerstdagen worden opgehangen en dat is natuurlijk zijn verdiende loon! Ook horen ze dat in Holland de eerste sneeuw al op zes december is gevallen en dat het er nu tien graden vriest. Op van Mook is een mislukte aanslag gepleegd en de extremisten lopen nu de kans om een hongerdood te sterven.

Donderdag 13 december 1945. Om 07.30 uur vangen de diensten aan. Eerst is er theorieles in hoe de jongens hun houding moeten aannemen tegenover de inlanders en daarna is er exercitie en als afsluiting sport. Vanmiddag is er theorieles in gezondheid en hygiëne en vanavond is er een lezing over land- en volkenkunde van Indië door sergeant Bransen.

Vrijdag 14 december 1945. Vandaag krijgen ze voor het eerst een echte tropentraining. Hierbij moeten ze oefenen in de luipaardengang, apengang en het rollen uit de vuurlinie, om vervolgens dekking te zoeken. Ook moeten ze vijf keer over bergen klauteren, dwars door dik begroeid struikgewas en mierennesten. Water en modder mogen geen belemmering zijn om alle oefeningen goed uit te voeren. Als om 12.00 uur de oefening ten einde is marcheren ze terug naar het kamp. Verder zijn ze vandaag vrij. Al deze oefeningen zijn best wel fijn en de jongens hopen zelfs op nog zwaardere oefeningen, al is het alleen maar voor de afleiding. Afijn, die zullen nog wel komen en zo worden ze tenminste goed getrainde soldaten. Vanavond om 20.00 uur gaat de kantine open, het zal een heel gezellige avond worden. Ter afsluiting wordt het Wilhelmus gezongen met een driewerf hoera voor de koningin. Als tijdens het zingen het woord Allah ten gehore komt, worden de inlanders ineens opstandig. Voor de zekerheid is hierdoor de wacht versterkt en komen er extra orders, zodat het niet in ieder geval niet uit de hand kan gaan lopen.

Zaterdag 15 t/m dinsdag 18 december 1945. Deze dagen zijn vrij rustig verlopen. Op een exercitie na zijn ze zaterdag verder de gehele dag vrij. Ze ontvangen 28 dollar soldij en post van het thuisfront. Zondag is er om 10.00 uur een kerkdienst waarin het kerstevangelie wordt gehouden. Op maandag heeft een sectie pioniersdienst en dinsdagavond is er een bijeenkomst, waarin wordt besproken of de jongens bij het gevecht- of basisbataljon willen worden ingedeeld. Ze kiezen allemaal voor het gevechtsbataljon.

Woensdag 19 december 1945. Vanochtend staat er een stevige mars op het programma. Een afstand van twintig kilometer moet in twee en een half uur afgelegd worden, met als ballast een zware kei en een volle veldfles. Bij aankomst zijn alle jongens bekaf en doordrenkt van het zweet. Omdat de dominee vanavond niet aanwezig kan zijn, wordt de dagsluiting door luitenant de Geus gedaan.

Donderdag 20 december 1945. Tijdens de theorieles komt ineens de luitenant naar binnen en zegt dat hij vijf jongens moet hebben. Deze moeten in volle looppas achter hem aan hollen en krijgen buiten een schop in hun handen gedrukt. Ze moeten al het vuil opruimen en daarna onderspitten. Die klus duurt de hele ochtend. Na de avondafsluiting gaan een aantal jongens nog even naar de kampong om een kop koffie te drinken en het horloge ophalen dat daar in reparatie was.

Vrijdag 21 december 1945. Vanochtend zijn een groep jongens weer de gelukkigen om met twintig man sterk pionierswerk te verrichten. De hele dag zijn ze hiermee bezig. Het werpt wel zijn vruchten af, want het kamp begint al aardig op te knappen. Alle overtollige begroeiing wordt weggekapt, zodat het zonlicht nu ook de barakken kan bereiken. De anderen hebben een mars van vijftien kilometer. Het rantsoen is vandaag 35 sigaretten en chocolade.

Zaterdag 22 december 1945. Eerst is er exercitie onder commando van G. van der Linde, Holtvluwer, C.D. Boogerd, Maldens, Nijboer en E.J. Bruls. Na deze pittige exercitie die een uur in beslag neemt is er gymnastiek. Om 13.00 uur gaan ze naar Bayan Lepas, om hun vaste chauffeur te zoeken, waarmee ze om 15.00 uur naar de wijk Georgetown rijden, in het noorden van Penang. Onderweg hebben ze nog wel een paar keer problemen met die kapotte uitlaat. In Georgetown laten ze zich maar weer eens op de foto zetten en zijn ze naar een toneelvoorstelling geweest. Het is een mooie voorstelling waarin ze Indische stukjes opvoerden. Alle spelers (inclusief klewang) zien er schitterend uitgedost uit. Om 22.00 uur vertrekken ze huiswaarts en zijn ze om 22.30 uur weer terug in het kamp.

Zondag 23 december 1945. Na de kerkdienst moet er nog even worden meegeholpen om het altaar in orde te maken voor de Kerstinwijding. In de krant van 18 december staat, dat onze mariniers vanuit Amerika zijn vertrokken en onderweg zijn naar Indië. Ze zullen ongetwijfeld ook wel naar Malakka moeten uitwijken.

Vrolijke kerstdagen en alvast gelukkig nieuwjaar!

Maandag 24 december 1945. Om 08.00 uur begint de Kerstinwijding, het ziet er overigens allemaal schitterend uitziet. Eerst wordt er een kerstlied gezongen en daarna leest sergeant Bransen het Lucas Evangelie 2:1-20 voor. Verschillende kerstliederen volgen hierop. Vaandrig Meyerink komt met een mooie declamatie, hierin zijn vier soldaten het onderwerp. De aalmoezenier en veldprediker geven ook een mooie toespraak, uiteraard staat alles in het teken van de kerstgedachte. De aangebrachte kerstdecoratie ziet er schitterend uit. Een koor staat op een heuvel met daarop een aantal hangende petroleumlampen. Zo wordt alles prachtig verlicht, ook met elektrische lampjes en verder aangevuld met palmen en sterren. Na afloop is er koffie met cake in de kantine. Klokslag 24.00 uur klinkt het 'Stille nacht, heilige nacht', in het nachtelijke donker. Ze kregen ook nog te horen dat er vandaag 2000 mariniers zijn aangekomen bij Penang.

Dinsdag 25 december 1945. Om 10.00 uur is er weer een kerkdienst. Ditmaal met een koortje van het vrouwenkorps V.K.K (vrouwenkorps KNIL). Het doet de jongens enorm goed om eindelijk weer eens Hollandse meisjesstemmen te horen. Zij zingen o.a. 'Ere zij God' en 'Het lied der engelen'.

Vanmiddag vertrekken een aantal jongens weer naar Penang, om te kijken of de mariniers werkelijk zijn aangekomen en of er misschien ook de broer van een van hen bijzit. Ze gaan naar dezelfde haven waar zij een maand geleden ook zijn aangekomen en zien daar inderdaad de 'Noordam' aan de kade liggen. De soldaat vraagt aan een paar mariniers of zij toevallig zijn broer kennen. Ja, roept er een, die zit bij de 13e compagnie van het 3e peloton. De soldaat gaat vervolgens naar een M.P. om verder te informeren. Hé, hoort hij achter zich. Dat moest de stem van zijn broer zijn en met een vuurrood gezicht van verbazing kijkt hij hem ineens midden in zijn gezicht. De soldaat dacht eigenlijk dat zijn broer bij de L.M. zou zitten en dat hij ergens anders op Malakka of misschien wel in Singapore zou zijn. Zijn broer had wel gehoord dat de G.B.I. hier ergens zat, maar wist weer niet dat hij daarbij zou zitten. Ze hebben nog enkele uren met elkaar kunnen praten en de soldaat is zelfs nog bij hem aan boord geweest. Om 17.00 uur moest hij het terrein weer verlaten, in de hoop hem morgen ook weer te zien.

De "Noordam" met mariniers aan boord ligt afgemeerd in de haven van Penang

Om 20.00 uur vertrekken de jongens naar Greenlane in het zuidelijk deel van de stad, omdat daar om 21.00 uur een kerstfeest begint. Het feest wordt gehouden in een Chinese school, een immens groot gebouw. Het feest is maar matig en het past ook niet zo erg goed bij de sfeer zoals de Hollanders die kennen. Rond het middernachtelijk uur worden ze met diezelfde oude auto weer teruggebracht naar Bayan Lepas.

Woensdag 26 december 1945. Vandaag gaan de jongens weer naar Penang. Na een dagje rondkijken zouden ze met dezelfde oude auto met kapotte knalpijp weer naar het kamp rijden. Helaas gaat dat niet door, want de auto heeft pech. Ze hebben toen met zijn vijven 12 dollar gelapt en zijn toen met de taxi naar huis gebracht. Als heren laten ze zich rijden. Onderweg worden ze nog aangeklampt door enkele officieren, met de vraag of zij ook mee konden rijden? De jongens werden door hen zelfs ook officieren genoemd. Oh ja, dachten ze, waar zijn onze sterren dan? Ze trekken hun schouders maar op en rijden verder. In de stad hebben ze trouwens nog wel enkele bekenden gesproken: Zoals Jurrie Zwas uit Harderberg, Herman Kremer uit het gehucht Ane, luitenant van Arkel uit Harderwijk en ds. van der Weg uit Dedemsvaart. Herman Kremer is trouwens ook nog aan boord van de "Noordam" geweest.

Donderdag 27 december 1945. De dag begint met een extra zware veldoefening, die niet in de koude kleren zal gaan zitten. Hij begint als volgt: Om 08.00 uur vertrekken ze met de 3e sectie en nadat ze een klein eindje hebben gelopen, laat luitenant van Dijk een busje stoppen, ze worden er met zijn allen in gepropt. Dat busje brengt hun helemaal naar Balik Pulau en van daaruit moet dan de mars beginnen terug naar het kamp. Eerst moeten ze over een sloot springen en dan door het struikgewas. Vervolgen komen ze bij een strand, waar ze wel drie uur lang van de ene naar de andere rots moeten springen en dit alles moet wel in looppas, ook naar boven. Nadat ze 200 meter een steile en dicht begroeide rotswanden zijn opgeklommen, vallen er vier jongens uit. De klim gaat vervolgens nog eens 200 meter en nog steiler naar boven. Hoe ze dit hebben klaargespeeld is onbegrijpelijk. Als ze om 12.00 uur de top van de wand hebben bereikt en op een open en groene plek zijn, krijgen ze een uur rust, zodat ze even bij kunnen komen. De rit gaat verder, weer in looppas dwars door de rimboe, om vervolgens via het struikgewas naar beneden te glijden. Ze springen van kei naar kei en laten zich zo af en toe gewoon een paar meter naar beneden vallen. Bij een beekje drinken ze wat water dat zo uit de bergen komt, heerlijk fris water. Ze gaan verder tot ze in een dorpje aankomen. Hier besteld de luitenant weer een busje en worden ze teruggebracht naar het kamp. Fier en flink marcheren ze het kamp binnen, net op het moment dat er appèl is.

Vrijdag 28 t/m zaterdag 29 december 1945. Eerst is er exercitie en vervolgens theorieles in controlediensten en rapporteren. Vanmiddag zijn ze vrij en vanavond krijgen ze een lezing van luitenant Witte, over het politiek stelsel in Holland. Zaterdagmiddag zijn de jongens de natuur weer eens ingegaan. Nu dwars door alles heen, ook door enkele rijstvelden, ze lopen ook nog langs een stel afgedankte vliegtuigen. Als ze ergens hoog in de bergen hun weg vervolgen, komen ze langs een kali die onmogelijk is over te steken. Hij blijkt niet alleen te breed te zijn, maar zit ook nog eens vol met blubber. Ze willen echter nog niet terugkeren en zijn toen zo in de rimboe beland, die vol met slingerplanten zit en stikt van de mieren. Om de beurt moet er een vooraan lopen en het wordt zelfs zo erg, dat ze op een gegeven moment tot hun knieën door modder ploeteren. Als ze merken dat het alleen maar erger wordt, keren ze maar weer om en zijn ze om 18.00 uur terug in het kamp. Ze zijn ongeveer vier uur weg geweest en bij terugkeer moesten ze meteen hun kleren gewassen in de kali.

Zondag 30 december 1945. Toen de jongens om 10.00 uur de kerkdienst willen gaan bijwonen, blijkt dat de dominee nergens is te bekennen. Zij die willen kunnen op vrijwillige basis met de luitenant mee voor een terreinwandeling. Een aantal bedanken omdat het zondag is en dan willen ze graag doen waar ze zelf zin in hebben.

Maandag 31 december 1945. Ondanks oudejaarsdag hebben ze vanochtend gewoon dienst, maar vanaf 13.00 uur zal het een gezellig dag worden. Alle compagnies komen bij elkaar en de luitenant van de 5e sectie is ook aanwezig. Overal zijn versieringen aangebracht en tussen de bomen is het afgezet met palmbladeren en lampions die van brandende kaarsjes zijn voorzien. Er worden enkele borreltjes geschonken en er kunnen sigaren worden gerookt zoveel als ze zelf willen. Aan oliebollen ontbreekt het ook niet. De luitenant spreekt een paar woorden van dank en prijst hun voor de inzet en vastberadenheid voor de toekomst. Hij vertrouwt er dan ook op, dat als ze eenmaal hun wapens krijgen, zeker hun deel in de strijd zullen leveren. Verder hoopt hij dat het komende jaar beter zal zijn dan het afgelopen jaar. Als de luit is vertrokken worden een aantal jongens een beetje te vrolijk.

Het jaar 1946 is aangebroken

Dinsdag 1 januari 1946. Wat zal het nieuwe jaar brengen? Een hevige strijd? In ieder geval zullen ze zich als dappere strijders en goede kameraden verdedigen. Hopelijk mogen ze nu spoedig naar Indië! Wat het precies gaat worden is nog steeds niet bekend. Alleen God kan dat vertellen. Als de klok vannacht twaalf uur slaat, dan wensen ze elkaar in ieder geval stuk voor stuk een Gelukkig Nieuwjaar toe.

Vandaag gaan dertien man sterk, inclusief de luitenant, een expeditie maken. Na een uur lopen komen ze bij het strand. Hier liggen twee prauwen klaar, waarmee ze naar een eilandje varen. Die hele tocht duurt twee uur. Bij aankomst op het eiland gaan ze eerst eten en daarna beginnen ze aan een trip over dat eiland. Het is een onbewoonbaar eiland met niets anders dan een hele grote berg. Het wordt een zware tocht, vol met steile rotsen en uit de rotsspleten drinken ze heerlijk koel water. Om 16.00 uur zijn ze terug bij de prauwen en een uur later weer bij het strand.

Woensdag 2 t/m donderdag 3 januari 1946. Vanochtend is er een ‘naderingsdienst’. Ze moeten zich eerst camoufleren om vervolgens de denkbeeldige vijand op te zoeken. Dat is wel aardig om te doen. Donderdag hebben ze eerst exercitie met gevechtstraining en vervolgens gymnastiek. Vanavond is er een lezing van sergeant Bronzen over land- en volkenkunde. Eerst vertelt hij hoe allerlei volkeren ontdekkingsreizen maakten naar Indië en Amerika en zelf maar moesten uitzoeken hoe ze daar kwamen. Jan Huygen was zo’n bekend figuur, eigenlijk was hij het die de grondslag legde voor al die reizen.

Vrijdag 4 januari 1946. Om 08.40 uur vertrekken ze voor een nieuwe verkenningstocht. Ze gaan eerst richting Sungai Ara, om daarna links af te slaan en dan de kali te volgen. Om 13.00 uur zijn ze weer terug in het kamp. Ze hebben de route meteen in kaart gebracht, inclusief de bijzonderheden. De rest van de middag zijn ze vrij, omdat er om 18.00 uur alweer kampementswacht is. Dit houdt in: ’s nachts 1 uur op en 2 uur af en overdag 2 uur op en 4 uur af. Ze ontvingen vandaag 51.75 dollar soldij.

Zaterdag 5 januari 1946. Na de aflossing van de wacht kunnen de jongens die dat willen naar Penang gaan. De luitenant heeft hiervoor een auto geregeld. Enkele jongens blijven thuis omdat vandaag de radio zou komen die ze besteld hadden. Het blijkt een prachtig toestel te zijn. Dat mag dan ook wel, want de kosten hiervoor waren 550 dollar.

Zondag 6 t/m maandag 7 januari 1946. Om 11.00 uur is de kerkdienst. Tijdens de dienst wordt het Hogepriesterlijk Gebed voorgelezen. Het wordt een mooie dag en een aantal jongens zijn samen met de luitenant aan een tweedaagse tocht begonnen. Maandagochtend hebben ze een naderings- en camouflageoefening. Eerst gaan ze met drie man in dekking, om vervolgens de gecamoufleerde tegenpartij op te zoeken, daarna worden de rollen omgekeerd. Om 12.00 uur is dat afgelopen en zijn ze de rest van de dag vrij. Om 20.00 uur komen ook de jongens weer terug die aan de tweedaagse tocht hebben meegedaan.

Dinsdag 8 januari 1946. De dag begint met theorieles, dan gymnastiek en daarna theorieoefening in nachtelijk bajonet vechten. De berichten zijn, dat de mariniers die naar Batavia onderweg waren, weer zijn teruggestuurd naar Malakka. Slechts 900 van hen mochten wel aan land. Vanavond geeft luitenant Mr. P. Witte een lezing over werkeloosheid.

Woensdag 9 januari 1946. Eerst is er les in bajonet vechten en daarna theorieles in geweerkunde. Vervolgens zwemmen en aansluitend gevechtsexercitie. Vanmiddag is het weer tijd om de kleren te wassen en worden er sigaretten en chocolade uitgereikt. De hele dag is het schitterend weer en vanavond is er een mooie heldere sterrenhemel te zien. Het wordt een gezellige avond en als ze eenmaal in bed liggen, worden de herinneringen over vroeger naar voren gehaald.

Donderdag 10 januari 1946. Eerst is er oefening in granaatwerpen en dan richtoefeningen. Daarna theorieles in bewakingsdienst te velde en gymnastiek. Vanavond begint de les in nachtoefeningen, die om 19.30 uur begint en zal duren tot 22.30 uur. Er heerst dan wel algehele zwijgplicht, er mag geen enkel woord gesproken worden. De rit gaat eerst naar Sungai Ara en dan rechtsaf, hier zullen dan enige oefeningen worden gegeven in gezichts- en geluidsoefeningen. Daarna vervolgen ze de weg richting het vliegveld en komen dan via Bayan Lepas weer terug in het kamp. De commandant van de missie, luitenant de Ruyter, blijkt erg goed te spreken over deze oefening en worden ze bij terugkomst in het kamp getrakteerd op een heerlijk kop chocolade.

Vrijdag 11 t/m zondag 13 januari 1946. Op vrijdag beginnen ze met theorieles in bewaking te velde en daarna een oefening hindernissen. Vervolgens richtoefening en les in liggend handgranaatwerpen en tot slot gymnastiek. In Indië zou de regering van Sharir door de Engelsen zijn erkend. Zaterdag om 07.00 uur gaan de luitenant en 10 man naar het eiland Pulau Rimau, dat licht ongeveer 1 uur varen ten zuiden van Penang. Vanaf dit eiland hebben ze vrij uitzicht over de zee. Malakka kunnen ze goed zien liggen, maar Sumatra ligt hiervoor te ver weg. Om 16.00 uur gaan ze weer terug naar het kamp. Zondagochtend is er zoals altijd een kerkdienst. In de namiddag gaan een paar jongens een eindje wandelen. Ze komen nog langs het vliegveld en gaan daarna weer terug naar het kamp. Vanavond is er tussen de jongens een hevig debat losgebroken over Sharir en de zelfstandigheid van Indië. Nu willen sommigen zelfs niet meer vechten. Ze vinden dat Sharir voor de vrijheid strijd en dat vinden ze een rechtvaardige zaak. En al die extremisten dan, moeten die dan niet meer bestreden worden?

De eerste vuurdoop

Maandag 14 januari 1946. Vanochtend is er een veldoefening, als Bayan Lepas naderen krijgen ze al bij het eerste kruispunt artillerievuur en bij het volgende kruispunt weer. Een klein stukje verderop blijkt een sluipschutter te zitten die een paar schoten lost, waarbij korporaal van der Laan gewond raakt. Bruls is commandant en Terpstra commandant over de brens. Ze moeten nu met de hele groep die mitrailleur onschadelijk zien te maken en dat lukt overigens goed.

Het is een schitterende avond en er wordt ook nog even flink gelachen. Een van de jongens, die aangekleed ligt te maffen, schrikt ineens verward wakker. Kijkt om zich heen en vraagt dan of er al ziekenappèl is geblazen. Oh ja, al lang, riepen de jongens in koor. Vervolgens rent hij richting de dokterskamer, tot groot vermaak van de anderen. Even later komt hij terug en begrijpt inmiddels dat hij even niet helemaal tot deze wereld was.

Dinsdag 15 en woensdag 16 januari 1946. Dinsdag is een dag als vele andere. Theorielessen en verder is er eigenlijk niet zo veel te beleven. Woensdag daarentegen worden ze midden in de nacht om 02.00 uur gewekt voor een nachtoefening, die tot 06.00 zal duren. Volgens de berichten is de toestand op Java momenteel rustiger. Minister Schermerhoorn heeft gezegd, dat er een nieuw samenwerkingsverband moet worden gezocht tussen Indië en Nederland. Ook schijnt de Zuiderzee nu weer geheel drooggelegd. De moffen hadden hem op 17 april ’45 onder water gezet. Hierdoor zijn er van de 500 boerderijen die er waren, meer dan 400 vernield. Bij het droogmalen hadden ze wel veel hinder ondervonden van alle strobalen die door het water dreven. Nu moet er worden beslist, of ze de drie dorpen die totaal zijn vernietigd weer zullen opbouwen, of dat er maar meteen één groot dorp van wordt gemaakt. De landbouwers zijn inmiddels ook al aan een nieuw zaaiplan begonnen.

Donderdag 17 t/m zondag 20 januari 1946. De afgelopen dagen zijn er geen bijzonderheden, zodat we maar meteen doorgaan naar zondag. Er werd gedacht dat de kerkdienst eigenlijk om 10.00 uur zou beginnen, maar dat blijkt een vergissing. Hij begon al om 08.00 uur, zodat de meesten te laat zijn om de dienst bij te wonen. Volgens een kolonel die vanochtend op bezoek kwam, zullen ze tot de basistropen gaan behoren, ook zij hij dat de toestand op Java weer verslechterd schijnt te zijn.

Maandag 21 januari 1946. Eerst is er theorieles handgranaat en vervolgens handgranaatwerpen en daarna gymnastiek. Ook krijgen ze theorieles Lee-Enfield. Hierbij wordt hun geleerd hoe ze zo’n Engels geweer moeten laden en ontladen. Om een uur of zes komen de jongens terug die aan een veldtocht hebben meegedaan.

Met een grote kop in de krant staat over Sharir en het beroep dat op hem wordt gedaan door de 'United Nations Organisatie', waar van Mook afgezant van is. Zo wordt er geroepen: Dat ze veel te veel vrijheid hebben gekregen. Met inlanders is het namelijk zo: Als je ze ook maar één vinger geeft, dan nemen ze meteen je hele hand.

Dinsdag 22 januari t/m maandag 28 januari 1946. De afgelopen dagen zijn er geen bijzonderheden te melden. Het is nu maandag de 28e en de jongens gaan in de ochtend met de hele compagnie een zogeheten ‘uitrukkende dienst’ doen. Ze beginnen met een wandeling in looppas en vervolgens doen ze net of ze ergens aan land gaan, alsof ze met een landing bezig zijn. Als ze eenmaal aan land zijn gekomen moeten ze eerst de laatste verdedigingswacht uitschakelen en vervolgens de boel zuiveren. Al robbende gaan ze langzaam voort naar een oude Japanse koremat, dit is de opstelling van een oude kustbatterij. De oefening verloopt goed en de luitenant is alweer tevreden. Voldaan gaan ze terug naar het kamp. In de late middag worden er foto’s gemaakt van de compagnie en de sectie. Korporaal de Bruin wordt vandaag voor administratief werk overgeplaatst naar Green Lane.

Dinsdag 29 en woensdag 30 januari 1946. Dinsdag zijn er geen bijzonderheden. Woensdag gaan ze eerst zwemmen en daarna een hindernisbaan lopen om vervolgens knopen te leren leggen. Vanmiddag is er gevechtsexercitie. Steeds meer soldaten gaan de groep verlaten. Volgens de luitenants Everts, de Witte en de Koning zou het GBI nu niet meer bestaan. Ze zijn namelijk net teruggekomen van een onderhandeling in Kuala Lumpur en hadden dit daar gehoord. De jongens zullen dus met z’n allen worden gedetacheerd bij een ander onderdeel. Als gevechtseenheid zouden ze denkelijk nog wel bij het LIB terecht kunnen, maar of dat ook gebeurd is een tweede.

Het G.B.I. nu officieel opgeheven

Donderdag 31 t/m vrijdag 1 februari 1946. Omdat er deze twee dagen weinig is gebeurd gaan we maar meteen door naar zaterdag. Het zal een belangrijke dag worden voor het GBI!

Zaterdag 2 februari 1946. Zoals eerder al ter ore was gekomen, zou het G.B.I. ophouden te bestaan. Het G.B.I. blijkt eigenlijk al in september ’45 opgeheven te zijn en nu weten de jongens het eigenlijk pas. Nu na zes maanden wordt besloten om de ‘gestorvene’ (een aangeklede pop) dan toch maar eens een officieel graf te geven. Aan deze ceremonie doen officieren en soldaten van de 1e, de 2e en de 4e compagnie mee.

Overlijdensbericht GBI

Hier het verslag van de ceremonie: Vooraan in de rij loopt korporaal Babbink en daarachter twee man met zware trommels en als laatste de ‘overledene’. De lijkstoet stelt zich op voor de Head Quarters. Alle drie compagnies marcheren voorbij, waarna de hele meute naar het voetbalveld gaat waar een graf is gedolven. Luitenant de Ruijter laat vervolgens zingen: 'Moeder onze kraai is dood' en dan wordt er een krans gelegd met de woorden: 'Laat maar rotten'. Dan doet dr. Hartman het woord. Hij pakt een stuk papier en begint voor te lezen met: Lekkere jongen I’m sorry. Verrek, roept hij ineens, dat is het verkeerde papiertje! Nou ja, laat maar gaan ook. Ook hij legt een krans bij het graf en alle jongens lachen zich rot. Sergeant Bronsen was overigens ook heel grappig en als laatste doet vaandrig Meijerink het woord: Geef vuur, roept hij uit alle macht en meteen klinken er geweerschoten. Als slot wordt symbolisch en totaal onverschillig de ‘overledene’ met een daverende knal onderste boven in het graf gezwiept.

Dit is dus het einde van G.B.I.! Vanaf nu zijn wij weeskinderen, maar we gaan natuurlijk wel moedig verder.

Zondag 3 februari 1946. Om 08.00 is er een kerkdienst met ds. Van der Weg. Hij leest voor over de Verloren Zoon, Naar aanleiding hiervan houdt hij alvast een preek met een waarschuwend en afscheidnemend woord, want het zal waarschijnlijk de laatste zondag in Bayan Lepas zijn. Na deze kerkdienst vertrekken de jongens naar Green Lane, waar inmiddels ook 85 man van hun zijn gevestigd.

Een schitterende Chinese begrafenisstoet trekt tijdens het bezoek aan Green Lane (George Town) veel aandacht

Maandag 4 t/m woensdag 6 februari 1946. Dienst is er nu niet meer en bij gebrek aan personeel is er ook geen galeriewacht meer. De jongens beginnen ook steeds rumoeriger te worden en zijn hier dan ook op gewezen. Dinsdag was er niet zo veel te beleven, alleen dat van Veen is vertrokken. Er worden sigaretten uitgedeeld en om 19.30 uur is er de dag afsluiting van ds. van der Weg. Vanavond wordt er een aardige film gedraaid en daarna hebben een aantal jongens nog tot 13.30 uur brieven beantwoord voor thuis.

Donderdag 7 t/m zaterdag 9 februari 1946. Over de eerste twee dagen is er weinig interessants te melden. Jan Bruls is inmiddels bevordert tot korporaal en gaat zaterdag weg om een cursus te volgen als motorrijder of chauffeur. Tijdens de wachtdienst vannacht horen ze enkele geweerschoten, maar daar kijken ze eigenlijk niet eens meer van op. Totdat opeens het geknetter wel erg hevig wordt. De Chinezen blijken een feestje te hebben en steken daarom wel honderd 7 klappers af. Het is een hels kabaal, maar om 17.00 uur wordt het dan eindelijk weer stil. De jongens hebben nu wel het bevel om extra alert te zijn tijdens de wacht, ook zitten er inmiddels patronen in hun geweren. Je weet maar nooit wat er kan gebeuren met al die communistische acties.

Zondag 10 t/m woensdag 13 februari 1946. Enkele dagen zijn verstreken zonder noemenswaardige belevenissen. Woensdag is er gymnastiek, handgranaatwerpen en hindernisbaan lopen. Omdat Mohammed zijn verjaardag vandaag wordt gevierd, hebben de Maleise en Brits-Indische mensen vandaag een extra rustdag. De diensten worden als maar strengen en bij het avondappèl komen nu ook de officieren mee. Ondanks alle waarschuwingen gebeurt er toch eigenlijk niet zo heel veel.

Donderdag 14 t/m zaterdag 16 februari 1946. Er zijn weer enkele rustige dagen verstreken. Het enige noemenswaardige is dat op vrijdag J. Keetebrij naar Sungai Petani vertrok. Hij gaat daar bij de telefooncentrale werken. Zaterdag is er geen dienst. Omdat het G.B.I. nu niet meer bestaat, moeten ze zich ergens anders voor opgeven. Sommige geven zich op voor de K.N.I.L. Of dat dit ook werkelijk zin heeft weet ze niet, want ze zijn nu al zo vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Wel is zeker, dat er ook nog andere mogelijkheden zijn.

Zondag 17 t/m donderdag 21 februari 1946. Dinsdag 08.00 uur gaan 12 man naar Georgetown. Als ze daar aankomen worden ze meteen bij de M.P. ingedeeld. Ze zullen daar met totaal 14 man komen te liggen. Woensdag is een dag van weinig betekenis. Donderdag hebben ze les in bajonet vechten, stengun en exercitie. Tijdens de exercitie hebben ze ‘peloton in de aanval’ en de kaderklasse ‘uitrukkende dienst’. Bij het appèl van 18.00 uur wordt bekend gemaakt wie er bevorderd zal worden tot soldaat 1e klas, korporaal of sergeant. Daarna gaan ze naar de film ‘Air war over China’, het is een schitterende film.

Vrijdag 22 t/m zaterdag 23 februari 1946. Vrijdag verhuizen de jongens die zijn bevorderd tot korporaal en sergeant. Er is een werkuurtje met luitenant De Roy. Hij kan schitterend vertellen en hij doet hierbij ook alle instructies voor, dus zijn werkpraatjes vervelen nooit. Zaterdag zijn de jongens van 14 R.I. de hele dag bezig met inschepen. Het zijn allemaal Zeeuwen, die hoogstwaarschijnlijk morgen naar Soerabaja zullen vertrekken. Ook gaan er 25 man van de M.P. mee. Bij acties in Batavia zijn een 1e luitenant en drie mariniers gesneuveld. Ook bij Banka zijn 6 man, vermoedelijk kadetten van het K.N.I.L., gesneuveld.

Zondag 24 t/m maandag 25 februari 1946. Omdat een deel van de jongens als scheepsagent alles moeten regelen bij het inschepen van 14 R.I., zullen zij die gisteren kamerwacht hadden, ook vandaag de klos zijn. Maandag vertrekken 35 man en zullen er ook weer 27 nieuwelingen bijkomen.

Dinsdag 26 februari 1946. De dag wordt deels gevuld met exercitie, wapengymnastiek, theorieles Lee Enfield en bajonet vechten. Ook wordt er weer post uitgedeeld. Volgens de berichten van twaalf februari zijn een luitenant en twee Brits-Indiërs gedood en zijn er ook twee gewonden gevallen. Bij de vijand sneuvelden 18 extremisten en zijn er diverse gevangen genomen, waaronder 40 meelopers. Deze actie begon die nacht om 13.30 uur en eindigde pas de volgende dag om 14.00 uur.

Woensdag 27 februari t/m zaterdag 2 maart 1946. Enkele rustige dagen zijn verstreken. Het is nu zaterdag en om 06.00 uur is er reveille en een uur later ochtendappèl. Na het appèl vertrekken de luitenant en de jongens voor een veldoefening. Het is een operatie waarbij ze met Lee Enfields zijn uitgerust en de ‘tegenstander’ met karabijnen van het lichte soort. Het wordt een mooie oefening, die op en neer door het terrein gaat. Je zou bijna denken dat het echt was.

Om 12.00 uur gaan ze naar Greene Lake, waar ook de L.S.K. zit. Daar eten ze hun lunchpakket op en worden ze getrakteerd op een kop thee. Vervolgens moeten ze om 12.30 uur aantreden voor een mars. Deze mars zal anderhalf uur duren en onderweg worden ze wat opgemonterd door het zingen van marsliederen. Ondanks dat de jongens erg moe zijn van de mars, gaan ze toch naar de stad. Daar gaan ze naar de bioscoop, waar een flinke knokfilm wordt gedraaid. Van zondag tot en met dinsdag zijn het rustige dagen.

Vaarwel Penang

Woensdag 13 maart 1946. Vandaag is de grote dag aangebroken, de jongens vertrekken nu definitief van Penang. Om 07.15 uur vertrekken ze naar de pier, vanwaar ze overvaren naar het vaste land van Malakka. De inlanders helpen hun met het dragen van de bagage van boot naar trein. De eerste plaats die ze op het vaste land tegenkomen is Perai. De trein blijft hier een poosje staan. De rit zal vervolgen dwars door rubberplantages en velden vol palmbomen gaan. Als de trein op een gegeven moment over een hoge berg moet, schiet een locomotief te hulp. De trein kan de klim namelijk niet in zijn eentje af. Tijdens het daarop volgende stuk van de rit komen ze af en toe door een tunneltje, maar meest van de tijd zien ze niets anders dan bossen. Tegen het nachtelijk uur vallen de meeste dan ook in slaap.

Donderdag 14 maart 1946. Het is 10.00 uur als ze bij de stad Kuala Lumpur aankomen. Hier verlaten ze de trein en gaan naar een transitkamp om zich wat op te frissen en te eten. In de namiddag wordt er ter ontspanning een film gedraaid en rond de klok van 19.00 uur moeten ze hun bagage oppakken. Om 20.000 uur vertrekt de trein weer uit Kuala Lumpur. Tijdens de verdere reis is er niets anders dan bossen en moerassen te zien en als het donker wordt, krijgen ze het idee alsof ze door Holland rijden. Van verveling vallen ze alweer spoedig in slaap.

Vrijdag 15 maart 1946. Om 04.30 uur arriveert de trein op het station van Kluang. Nadat ze nog een poosje met hun hoofden op de bagage hebben doorgemaft, krijgen ze het sein dat ze spoedig met auto’s zullen vertrekken.  Om 11.00 uur komen er twee auto’s voorrijden met Hollandse chauffeurs. Voordat ze op de plaats van bestemming zijn, zullen ze eerst nog eens 45 kilometer moeten rijden. De eindbestemming is het hoofdkwartier van de ‘W’-Brigade, waarbij ze vanaf nu zijn ingedeeld. De Hollandse chauffeurs blijken maar al te goed te rijden. Hiermee wordt maar weer eens bewezen, dat er toch eigenlijk niets boven Hollandse chauffeurs gaat. Om 12.00 uur komen ze bij een tentenkamp aan, waar ook het 1-4 RI gelegerd is.

Overal zie je nu Japanse krijgsgevangenen lopen, die hier te werk zijn gesteld. Iedere keer als ze passeren moeten ze je groeten, ook als ze een hogere rang hebben. Ze doen dit dan ook heel plichtsgetrouw. Het beroerde is wel, dat je ze iedere keer terug moet groeten. Als je bijvoorbeeld een vuurtje wilt voor je sigaret, dan staan ze vliegensvlug voor je klaar. Het kamp waar ze nu zitten is vrij groot en de bezigheden bestaan nu voornamelijk uit veldoefeningen en lessen in motorrijden.

Zaterdag 16 maart 1946. Vanochtend om 08.00 uur rukken de jongens en de luitenant uit voor een schietoefening met Lee Enfields. Ditmaal schieten ze voor de eerste keer ook daadwerkelijk met dit wapen. Met tien schoten kan je maximaal 40 punten halen. De hoogste scoren die vandaag wordt gehaald is 27 punten, met als beloning een pakje sigaretten. Vanaf nu zijn ze uitgerust met de witte banden van de M.P. en een stengun. Vanmiddag is er inspectie van de commandant Kolonel Remer en om 17.00 uur is het weer schietbaan met de stengun. Het regent inmiddels dat het giet, hierdoor lekt het behoorlijk in de tenten. Elektrisch licht is er niet, dus als je een dagboek wilt bijhouden, moet dat bij een oliepitje.

Piet Hommelberg (rechts) met twee collega's van de M.P. in vol ornaat

Zondag 17 t/m vrijdag 22 maart. De afgelopen dagen verliepen rustig en zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Maandag zijn ze nog wel even naar de stad geweest om pasfoto’s te laten maken voor hun identiteitsbewijs van de M.P. Ze moeten hiervoor dan wel 50 kilometer afleggen. Verder is hier het gebruikelijke wachtlopen, wat overigens aan de orde van de dag is. Ze zijn hier maar met 35 man en als er voor iedere wacht 10 man nodig zijn, dan kan je wel nagaan hoe vaak ze aan de beurt zijn.

Vertrek uit Singapore

Zaterdag 23 maart 1946. De jongens vertrekken nu definitief naar Indië. Midden in de nacht klokslag 03.00 uur worden ze gewekt. Omdat een aantal jongens gisterenavond nog tot laat brieven hadden geschreven, hebben ze maar 1 uur kunnen slapen. Alle bagage wordt op Engelse trucks geladen en om 04.30 uur vertrekken ze. Eerst gaat het richting Kluang-Johor, om vervolgens om 10.15 uur in de stad Singapore aan te komen. Al meteen bij aankomst begint het te regenen als nooit tevoren, het komt werkelijk met bakken tegelijk uit de lucht vallen. Ondanks dat de trucks zijn voorzien van zeilen, worden ze toch drijfnat, ook de bagage.

Eenmaal in de haven, krijgen ze rond 12.00 uur toestemming om aan boord te gaan van de "Nevasa". Nou dit schip haalt het bij lange na niet vergeleken met de "Stirling Castle". Het is een oud vervallen schip en alles aan boord is even bekrompen. Slaapplaatsen zijn er niet voor iedereen, dus moeten ze zich maar zien te behelpen met wat er voorhanden is. Naar later zal blijken, lukt dat slapen ondanks alles wel. Met een deken, een zeil en een reddingsvest dat als hoofdkussen dient, lukt het toch om een goede nachtrust te hebben.

Met het s.s. "Nevasa" naar Batavia

De "Nevasa" 

Zondag 24 maart 1946. Om 08.30 uur wordt de 'Nevasa' met behulp van een sleepboot uit de haven getrokken. Na eerst een poosje voor anker te hebben gelegen, verlaten ze uiteindelijk om 11.30 uur het havengebied. Vanavond om 18.30 uur is er een kerkdienst, die wordt voorgegaan door een dominee van het 2-5 RI. Omdat drie soldaten van 2-5 RI tijdens hun verblijf op Malakka dodelijk zijn verongelukt met de auto, blijkt deze dienst meteen bedoeld voor een lijkpreek. Zo begint hij zijn preek: Nu wij hier varen, gaat onze gedachten uit naar die eenzame bomen en kruizen in Kluang. Daar liggen onze drie jongens. Eenzaam en verlaten door een noodlottig ongeval. Ver van huis en geliefden. Een van hen was gehuwd en had een kind. Een ander riep stervende: God mag mij wel heel veel vergeven. Vraag aan mijn ouders en meisje of ook zij mij willen vergeven. (Vier dagen later, op 28 maart, zou een vierde slachtoffer aan zijn verwondingen overlijden).

Twee Brits-Indische bemanningsleden (Gurkha's) van de "Nevasa"

Maandag 25 maart 1946. Om 07.00 uur staan ze op en is er vandaag net als gisteren corveedienst. De "Nevasa" vaart nu ter hoogte van de Riouwarchipel, dat is een gebied omringd met enorm veel kleine eilandjes.

Dinsdag 26 maart 1946. Nadat ze om 06.00 uur opstaan en vervolgens aan dek gekomen, kunnen ze in de verte al iets van Java onderscheiden. Tenminste, de bergen zijn waarneembaar. Om 12.00 uur vaart de "Nevasa" de haven van Tandjong Priok in. Dit havengebied bij Batavia ligt vol met gezonken schepen. De eerste indruk die je krijgt is in een gestorven stad te zijn aangekomen, overal zijn hier vernielde loodsen en verwaarlozingen te zien, veroorzaakt door de Jappen.

De "Nevasa" aan de kade

Om 14.30 uur vertrekken ze richting Meester Cornelis, een staddeel van Batavia. Als ze daar aankomen worden ze gehuisvest in verlaten gebouwen, waar eerder een geweermakerij in heeft gezeten.