Het '31e B-Hospitaal' op reis naar Medan (Noord-Sumatra)

s.s. "Volendam" (uitreis '48)

  

Emblemen en bandje van mijn onderdeel, het '31e B-Hospitaal' 

Het s.s. "Volendam" dat ons naar Ned. Indië zal brengen 

Wat aan de reis voorafging 

Dpl. soldaat Johan Neve kwam in werkelijke dienst op 1 juli 1947, bij de 4e Geneeskundige-Afdeling-Instructie-Compagnie in de Van Essenkazerne te Ede. Na de primary-training volgde een zgn. specialistenopleiding van drie maanden tot verpleger in het ziekenhuis De Lichtenberg te Amersfoort. Daarna volgde de samenstelling van het  31e B-Hospitaal, dat de aanvulling moest vormen van het personeelsbestand van het Militaire Hospitaal te Medan (900 bedden). Vanaf 30 maart 1948 was hij als verpleger werkzaam op een afdeling met ongeveer 40 t.b.c.-patiënten, waarvan 10 a 12 Nederlandse militairen. Vanaf 12 maart 1949 tot 9 mei 1950 was hij werkzaam als Hoofd Röntgenassistent, verbonden aan de poli voor Interne- en Tropische ziekten.

UIT HET DAGBOEK:  (Aanvang van onze reis)

Zaterdag 28 februari '48: Het is zaterdagochtend 03.30 uur als de reveille wordt gehouden, want de grote dag van vertrek is daar. Nadat we onze laatste bagage gepakt hebben, vertrekken we om 07.00 uur vanuit de Sypesteynkazarne met een vrachtauto naar het station Utrecht. Als we daar eenmaal aangekomen zijn worden we muzikaal onthaald door de harmonie van de van Huzaren van Boreel uit Amersfoort. Hier vandaan vertrekken we met de trein naar de havens in Rotterdam-west. De trein brengt ons tot vlak bij de kades van de Merwehaven, waar de loodsen van de New Fruit Warf zich bevinden. Eenmaal in de loods aangekomen werden we door de Cadi getrakteerd op koffie en koek. Verder ook Cadi-sigaretten (10 stuks), een reep chocolade en 20 Engelse sigaretten van het merk Three Castles.  

Het NIWIN maakte deze foto van ons tijdens het embarkeren

De inscheping begon om ongeveer 10.00 uur. Wij werden met 140 man ingedeeld op het dek C7. Daarna heb ik meteen het schip zo veel mogelijk verkend. Het viel me meteen op dat het schip een stuk kleiner was dan ik eigenlijk verwachte. Je bent er praktisch zo uitgekeken en op de dekken is alles wat je aanpakt smerig. De "Volendam" is een passagiersschip berekend op 800 passagiers, terwijl het nu aan 2300 militairen plaats moet bieden. Gevolg: veel te weinig ruimte. ’s Middags komen er steeds meer grote en kleine motorbootjes langszij varen, allemaal met familie van vertrekkende militairen. Tegen de afspraak in zijn Paps en Mams toch naar Rotterdam gekomen, terwijl ik ze zo op het hart had gedrukt om dit niet te doen. Viermaal kwam het bootje waarin ze zaten langs het schip varen. Ik kon zelfs enige woorden met ze wisselen, Paps deed me de groeten van een familie, waar ze gisterenavond op visite waren geweest. Ik maakte nog snel even ’n foto van één van die rondvarende bootjes. 

Een motorbootje afgeladen met uitzwaaiers verlaat zojuist de Merwehaven

Tegen de avond (om 17.30 uur) worden dan eindelijk de trossen losgegooid, terwijl ik vlak voor de afvaart Mams nog op de kade zag staan. Ik kon goed zien dat ze me overal aan het zoeken was, maar kon haar helaas geen teken geven, omdat het overal al druk bezet was met wuivende militairen. Ik zat op een bak gevuld met zand op het sloependek zodat ik haar wél goed kon zien, maar Paps kon ik nergens meer ontdekken. Toen de boot eenmaal wat verder van de kade was kreeg ik een beter zicht over de kade, doch kon ik hen niet meer ontdekken. Terwijl de "Volendam" op halve kracht over de Nieuwe Waterweg vaart wordt het langzaam aan steeds donkerder. Overal zie ik zwaaiende familieleden staan, sommigen met lantaarns of fakkels, die de jongens een laatste afscheidsgroet brachten. De vuurtoren van Vlaardingen seinde met lichtflitsen 'Goede reis en behouden vaart'.

Om 19.45 uur passeerden we Hoek van Holland, waarna de loods van boord gaat. Het is inmiddels nacht geworden en varen in een inktkoker, terwijl de laatste Hollandse lichtjes langzaam uit het zicht verdwijnen. Alleen het geruis van de zee en ons geroezemoes op de dekken is nog te horen. Ik sta nog een uurtje aan de verschansing op het promenadedek te staren in de nacht, terwijl ik, diep in gedachte, de koude niet eens voel. Je denkt aan wat je achterliet aan de kade, je stad en aan het werk in het ziekenhuis. Op zo’n moment maakt een gevoel van ontzettende verlatenheid zich van je meester. Het wordt vast geen plezierreisje, want daar is de boot te dicht voor bevolkt. De accommodatie is problematisch, op de dekken is het koud en in de ruimen stik je zowat van benauwdheid. M’n tong kleeft aan mijn verhemelte van de dorst, terwijl het drinkwater driemaal per dag wordt verstrekt.

De eerste dagen is alles natuurlijk nog ongeregeld en er zal geen zoetwater meer zijn voor morgenochtend 06.00 uur. Om 20.00 uur worden de hangmatten uitgegeven, tenminste zo lang de voorraad strekt. Natuurlijk behoor ik weer tot een van de 'gelukkigen' waar geen hangmat meer voor is. Een smalle stromatras zal mijn slaapplaats worden. Dek C7 is een ruimte van ± 20 bij 15 meter, waar wij dus met 140 man moeten slapen. Het is dus allerminst ‘n ruime plek die overigens vlak boven de schroefas is gelegen. Hier is ook het gedreun van de machines erger dan waar ook op de boot. Onze plunjezakken worden wegens gebrek aan ruimte in een hoek op één hoop opgestapeld, met het gevolg dat ik gedurende de gehele reis nergens de beschikking meer over heb. We hebben sinds vanochtend 03.30 uur een lange dag achter de rug en ondanks de slechte ligging op het schip heb ik toch uitstekend geslapen.

Zondag 29 februari '48: Om 06.00 uur is het reveille. In de ruimen staan 22 lange eettafels (zeevast), die geschikt zijn voor 11 tot 20 man. Aan het hoofd van iedere tafel zitten twee 'zeuntjes', dit zijn de zogenoemde etenhalers. Deze mannen hebben de taak om naar de kok te gaan en daar voor de mannen van hun eigen tafel het eten op te halen. Na het eten hebben Harry Meijer (opgeleid voor masseur) en ik corveedienst, want drie maal per dag moeten deze tafels geboend worden en de vloer geschrobd. Om 09.30 uur was er een kerkdienst voor de Prot. Militairen, die werd gehouden door de veldprediker Majoor Bos. Om 10.00 uur passeert de "Volendam" Southampton. De verdere ochtend bracht ik door aan dek en toen ons schip om 12.30 uur The Isle of Wight passeerde kon ik een foto hiervan nemen. 

The Isle of Wight

Het weer is schitterend en het zicht is goed, hoewel het aan de einder erg dampig is. Er vliegen vandaag bijna voortdurend meeuwen om het schip, om zo af en toe een vis uit het water op te duiken. Wat voor vissen dat precies zijn weet ik niet, maar ze lijken wel veel op kabeljauw. Als de deining van het water wat erger begint te worden, zijn er al meteen jongens die zich draaierig beginnen te voelen. Vanmiddag om 16.00 uur was er plotseling zoetwater in het waslokaal, zodat ik mij voor de eerste maal eens lekker kon opfrissen. Het eten vanavond is prima. Hier aan boord wordt het eten met veel meer zorg klaar gemaakt, dan we in de kazerne gewend waren. De hoeveelheid laat af en toe wel wat te wensen over, doch over het algemeen is over de kwaliteit van de voeding niets te klagen. Vanavond kon ik toch nog een hangmat te pakken krijgen, ook worden er nu dekens uitgegeven, maar wat het slapen betreft is het beneden in ons ruim beestachtig te noemen. Er zal nog wel enige organisatie voor nodig zijn om de slaapplaats enigszins dragelijk te maken.

Maandag 1 maart '48: Het is me vannacht in de hangmat toch niet zo goed bevallen als gisterennacht met de stromatras op de grond. De deining is de afgelopen nacht steeds heviger geworden. We zijn inmiddels in de Golf van Biskaje beland. Het weer is hier prachtig, er staat wel een stevig briesje, maar het is niet koud in de wind. De zon krijgt al meer kracht en dat is goed te voelen. Vanmorgen is er vanaf de "Volendam" getelegrafeerd naar Holland voor het Programma voor de Nederlandse Strijdkrachten van hedenavond. Vanmiddag kwam doktor van Wiegen naar C7. Het plan bestaat om van nu af iedere dag cursus Ziekenverpleging te geven. Het zal van de grootte van het '31e B.-Hos'. afhangen of dit ziekenhuis door het Departement in Batavia erkend zal worden voor de officiële cursus van de Ziekenverplegingwet. Het ligt dan in de bedoeling ons cursus te geven gedurende de gehele periode, dat wij in Medan werkzaam zijn. Zodat wij (na afgelegd examen voor 2e jaars), in Holland de studie als 3e jaars kunnen afmaken. We worden wél verplicht om deze cursus te volgen! Toon je op den duur geen interesse meer, dan wordt je in het hospitaal van de zaal 'afgetrapt'. Zo voel je ook hier weer, ondanks het feit dat je gespecialiseerd bent in een bepaalde tak van dienst (namelijk ziekenverpleging), de dwang in de militaire dienst. Zoiets voelt alles behalve plezierig aan. Op zichzelf genomen vind ik die cursus niet zo gek, dus ik zal hem met interesse volgen, maar ik vraag me wel af of ik ooit het derde jaar (als ik eenmaal weer in Holland terug ben) af zal maken. Het leven aan boord is alles behalve prettig te noemen.

Eén ding weet ik wel, het is ons allemaal (zoals altijd weer) veel mooier voorgespiegeld dan het in werkelijkheid is. Als je ’s morgens opstaat begint het al: Het ruim is vol, propvol, overal hangmatten en matrassen op de vloer, mijn broodzak met de aller noodzakelijkste behoeften steekt ergens tussen de balken van de lage zoldering - Je pakt je toiletgerei en kruipt letterlijk onder tientallen hangmatten door het ruim uit – Boven op het 'B-dek' zijn de wastafels, een goede twintig voor 144 man, je komt daar meestal niet aan bod, zoals ook vandaag weer moet ik er simpelweg vanaf zien om me ’s ochtends te kunnen wassen. In plaats daarvan ga ik dan maar gauw naar het dek om een frisse neus te halen. De prachtige zonsopgang verdrijft dan al snel het begin van een slecht humeur bij het opstaan. Even voor 07.30 uur ga ik dan terug naar het ruim, tenminste toch nog een beetje wakker geworden van de frisse zeelucht. Om 07.30 uur kunnen we aan het ontbijt. We beginnen met wat waterpap, melk hebben we nog niet geproefd aan boord. Ook zout ontbreekt in de pap, zodat onwillekeurig de laatste oorlogsjaren je weer te binnen schieten met deze pap 'Blauw Blikkie'. Daarna uitstekend witte brood, weinig boter, maar wel voldoende beleg en thee. Na het eten worden de ruimen 'verboden gebied'. De corveediensten maken daar de boel dan schoon en om 10.00 uur is er algehele inspectie op orde en netheid. Gedurende de hele ochtend ben je dus verplicht over het dek te zwabberen. Een rustig plekje is praktisch nergens te vinden. Schrijven is onmogelijk, tenzij je zo gelukkig bent om bijtijds een zitplaats in de veel te kleine kantine te veroveren.

Op den duur is het de bedoeling de uren tussen de maaltijden te vullen met gymnastiek, sport en theorielessen. Om 12.00 uur is er dan weer een broodmaaltijd, zo ongeveer hetzelfde als die we ’s morgens krijgen. De middag breng je weer aan het dek door. Van al dat lopen wordt je best moe, dus laat je jezelf zo nu en dan eens op de houten vloer vallen en blijft daar dan een poos liggen. Je uniform is met geen mogelijkheid netjes te houden, alles is smerig en vuil. Schoenen zet je zo nu en dan in de was, maar uitwrijven helpt niets, het leer is doordrongen van het water en daardoor dof en slobberig geworden. Zo zittend probeer je dan je dagboek te schrijven in een ongemakkelijke houding. Later op de middag om ongeveer 16.30 uur is het voor het eerst mogelijk dat ik me fatsoenlijk kan wassen, want op dit uur van de dag zijn er maar weinig die zich in de wasruimte bevinden, de druk op de waterleiding is nu dan ook behoorlijk. De kranen aan de wasbakken zijn erg onhandig. Het is een drukknop systeem, wat inhoudt dat er alleen water uit komt zolang je er op drukt. Dit natuurlijk met het oog op verspilling van zoet water. Gelegenheid om je fatsoenlijk te scheren is er absoluut niet. Beneden in het ruim is het verboden om je te scheren en boven in het washok kan je niets neerzetten of een spiegel ophangen. Ik loop nu dus met een baard rond vanaf afgelopen vrijdag 27 februari. Om 18.00 uur is het dan tijd voor warm eten. Tot nu toe nog met verse aardappelen en groenten. Smakelijke soep vooraf, doch alles zoutloos. 

De maaltijdenkaart waarop mijn slaapplaats in het ruim C7 vermeld staat. 

Om 19.00 uur wordt door zowel de Veldpredikant als door de Aalmoezenier een dagsluiting gehouden. Een korte preek, een kort gebed, met psalm of gezang tot slot. Om 20.00 uur is het alweer tijd om je hangmat of stromatras op te gaan zoeken en om 22.00 uur worden de lichten gedoofd. Verder naar achteren in het schip had onze slaapplaats niet gekund, véél te klein voor 144 man, maar wel aan iedere kant tien patrijspoorten, die gelukkig voor wat frisse lucht kunnen zorgen. Hiervan profiteer je echter alleen maar als je er vlak bij ligt. Lig je verder naar de binnenkant, dan is het ’s avonds wanneer je naar bed gaat niet te harden van de stank. Wij als hospitaalmensen weten natuurlijk maar al tegoed wat hygiëne betekent en hoe het op z’n minst behoort te zijn. Wij hebben beslist de aller-slechtste plek op het gehele schip. In de andere ruimtes wordt er geslapen op 'standies' met drie bedden boven elkaar. Zo zijn ook de officiers- en onderofficiershutten ingedeeld. In elk opzicht dus een stuk beter en comfortabeler. Sinds maandagnacht varen we in de Golf van Biskaje en het aantal zeezieken valt eigenlijk wel mee, hoewel de meesten zich wel gammel voelen. Het is verwonderlijk, maar ik voel mij kiplekker. De deining is niet prettig te noemen, maar ik voel me niet het minst beroerd. De meesten kunnen geen hap eten door de keel krijgen, mij maakt de zeelucht juist hongerig dus ik eet dubbele porties. De meesten onder ons bevalt de zeereis maar matig, eentonig en altijd maar water en lucht om je heen. Zo nu en dan passeert er wel een schip, zowel dichtbij of veraf, maar dit geeft ons toch weinig interesse. Dat de temperatuur langzaamaan begint op te lopen is goed voelbaar. Je kunt ’s morgens vroeg gerust in het halfdonker in je hemdsmouwen aan het dek staan. Verder op de dag wordt het in de zeewind wat koeler.

Dinsdag 2 maart '48: Vanmorgen sta ik om 06.15 uur aan de railing en kijk naar het flikkerende licht van de vuurtoren op Kaap Finisterre. We hebben de Golf van Biskaje inmiddels verlaten en de zee is meteen een stuk kalmer. Deze ochtend is prachtig en de zonsopkomst over dit bergachtige stukje Spanje biedt een fantastisch schouwspel. Vandaag heb ik mijn soldij ontvangen. Er wordt doorgaans 30 gulden in voorschot op het soldij gegeven gedurende de reis. Bij ons wordt dit voorschot in drie keer een derde gedeelte uitbetaald. Hiermee wordt bereikt dat we eenmaal aangekomen op Sabang, waar we zullen mogen passagieren, een klein bedrag over zullen hebben,om daar nog enige uitgaven te kunnen doen. Om 17.00 uur werd ons de eerste Cadi uitgereikt. Bestaande uit: Miss Blanche Virginia (Het meisje van de straat), 3 repen chocolade, 1 pakje stroopwafels, 4 zakjes met zuurtjes, 1 stuk zoutwater zeep, 1 stuk scheerzeep, 2 doosjes lucifers. Kosten voor dit alles fl. 5,45. Deze werd betaald in mindering op ons soldij van 10 gulden. Vanavond om 21.00 uur passeren we Lissabon (Kaap da Roca). Om 21.00 uur zou er een Indische vormingsfilm worden gedraaid in de kantine, maar deze werd uitgesteld tot morgenavond 20.00 uur, omdat het filmapparaat defect bleek te zijn. 

De vuurtoren bij Kaap Vincent doet mij meer denken aan een klooster op 'n rots 

Woensdag 3 maart '48: Vanochtend hebben we direct na de reveille gymnastiek. Om 08.30 uur passeren we Kaap Vincent ten zuiden van Portugal. Op de kaap zelf staat een prachtige vuurtoren, het geheel geeft mij meer de indruk van ’n klooster op een rots, met hier en daar een prachtige baai in de steile rotswand. Ik maakte hier drie foto’s van. De eerste is van de rots met de vuurtoren (met nog een kleine rots ervoor). De tweede iets verder met de steile rotswand goed zichtbaar en de laatste foto is met een klein vissersvaartuigje voor een diepe inham, met op de rotsen enige witte huisjes. Dankzij het mooie weer bied deze kust ons een fantastisch aanblik. 

De tweede foto waarop de steile rots goed te zien is

De laatste foto die ik hier maakte met een passerende kleine vissersboot

Vanaf nu wordt getracht onze dagen zo veel mogelijk te vullen. Vanmorgen om 09.00 uur hebben we bijvoorbeeld gemeenschappelijk zingen op het Promenadedek. Gevolgd door een gezondheidsinspectie om 11.00 uur. Vanmiddag theorielessen, malaria bestrijding, hygiëne en een vervolg gezondheidsinspectie. Vanmiddag heb ik eens een lekkere douche warm zeewater genomen. Ik heb nu de zeep van de Cadi, dat in zoutwater ook schuimt, dus maak ik snel van de gelegenheid gebruik. Je wordt daar meteen een heel ander mens van. Vanavond was er in de kantine dus die Indische vormingsfilm, welke gisteren niet door kon gaan. Het zijn grepen uit het filmjournaal van het afgelopen jaar, over het leven en werken van de Indonesiërs. Het was beslist een interessante film. Na afloop kon men tegen betaling 6 koeken kopen. Vanavond om 20.00 uur zien we aan bakboordzijde Kaap Trafalgar en om 21.00 uur kunnen we de kust van Noord-Afrika aan stuurboord waarnemen met de vuurtoren van Kaap Farica. Het is 22.00 uur als we door de Straat van Gibraltar varen. Wel jammer dat we in het donker  langs deze kuststrook varen.

Donderdag 4 maart '48: We hebben de Middellandse Zee bereikt en hier stormt het! Dit is waarschijnlijk nog een restje van de storm, waarin het drijvende dok "Ajax" eergisteren vergaan is. Op het dek wordt je bijna ondersteboven geblazen door de wind. Vanmiddag is er niet echt iets bijzonders te beleven, maar de wind is inmiddels gaan liggen, tenminste het stormt niet meer en de zon is alweer heerlijk warm. Ik heb dan ook heerlijk een paar uur liggen luieren op het dek. Om ongeveer 15.45 uur is in de verte de kust van Afrika weer zichtbaar.

Vrijdag 5 maart '48: Vanochtend om ± 05.00 uur zijn we de stad Algiers gepasseerd en de Afrikaanse kust  bleef tot 11.00 uur goed zichtbaar. Het ziet er werkelijk schitterend uit en ik zou wensen om eens over te kunnen steken naar de wal. Vanaf de boot was o.a. een dorp met een kerkje duidelijk waar te nemen. Helaas was het te nevelig om hier een foto van te kunnen nemen. Om 09.45 uur zond ik een brieftelegram naar huis. Juist toen ik het kantoortje van de telegraaf weer uit ging, kwam er een jongen die mij heel toevallig ook een brieftelegram overhandigde van thuis.

Het telegram dat ik van thuis ontving

Vanmiddag om 16.00 uur passeren we Kaap Bougaroni. Deze kaap is het einde van het Atlasgebergte, dat zich in Italië voortzet als de Apennijnen. 

Kaap Bougaroni bij de Marokkaanse kust 

Zaterdag 6 maart '48: Hedenmorgen werd de klok een half uur vooruit gezet. Om 07.00 uur passeerden we Kaap Bon Sacrassi Het zicht is helaas niet zo best want het is wat dampig, wel twee foto’s genomen. Het eiland Pantellaria passeren we om 11.15 uur, het is nu prachtig helder weer en heerlijk warm in de zon. Het is een schitterend eiland met enige hoge toppen. Met een verrekijker kon je de rijdende auto’s goed waarnemen. Op de mooie groen begroeide hellingen staan enige honderden witte huisjes, net een blokkendoos. Ook hier heb ik weer twee foto’s gemaakt. 

De kust van Pantellaria in de Middellandse Zee 

Het is 20.45 uur als we Malta aan stuurboord  te zien kregen. In het donker konden we de honderden lichtjes goed waarnemen, het lijkt hierdoor alsof het een grote stad is.

Zondag 7 maart '48: Hedenmorgen word de klok weer een half uur vooruit gezet, zodat we nu weer dezelfde tijd hebben als in Nederland. Vandaag hebben we geen dienst, maar wel drie keer appel. De rest van de dag kan ik nu dus rustig besteden met het schrijven van mijn brieven. Het eerste gedeelte van mijn brieven zal dus wel zo klaar zijn. Dat moet ook wel want we komen waarschijnlijk dinsdagmorgen in Port Saïd aan en daar moeten alle brieven van boord.

Maandag 8 maart '48: Het is maandag, ik heb vandaag gelukkig ook de laatste brieven nog kunnen schrijven. De klok wordt wederom een half uur vooruit gezet. 

Hier zitten Harry en ik samen met een paar collega's aan bakboordzijde langs de railing 

Morgenavond om ongeveer 17.00 uur worden we in Port Saïd verwacht. We hebben dan in totaal 3300 zeemijl (± 6000 km.) afgelegd. De laatste post heb ik om 11.00 uur ingeleverd. Vanavond werd er hersengymnastiek gehouden in de O.O. Mess. Je kan je opgeven voor; aardrijkskunde, geschiedenis, militaire dienstzaken, techniek en algemeen. Ik gaf mij op voor algemeen. Het was ongeveer hetzelfde georganiseerd als bij de hersengymnastiek-radio. Het werd wel een gezellige avond. Vanavond weer 6 koeken tegen betaling ontvangen.

Dinsdag 9 maart '48:  De gehele ochtend en een gedeelte van de middag zijn normaal verlopen, dus niets bijzonders te melden. Er is nog geen land in zicht, dus mooi even tijd om een foto van Harry al lezend bij de railing te maken. 

Harry zit ontspannen op 'n trapje een boekje te lezen 

Om 14.00 uur wordt er omgeroepen dat om ongeveer 15.00 uur land in zicht moet zijn aan stuurboord met de stad Dammiëtta en een vuurtoren, mits het zicht goed was. Om 16.00 uur voeren de eerste vissersbootjes met grote vooroverhellende, door de wind gebolde, zeilen voorbij. Nadat de loods aan boord is gekomen varen we om 16.30 uur de haven van Port Saïd binnen. Eenmaal in de haven aangekomen zie je een mast en een schoorsteen van twee schepen boven het water uit steken, waarschijnlijk zijn deze schepen in de oorlog gezonken. Het is 17.00 uur als de "Volendam" aangemeerd ligt aan de kade. De oever aan stuurboordzijde is hier buitengewoon mooi. Ik zag hier de eerste palmbomen. Voor ons zie ik het Engelse oorlogsschip "Empire Gate" op de rede voor anker liggen, met enkele torpedojagers om zich heen. 

De "Empire Gate" ligt hier voor anker

Als ik naar de rechteroever kijk, dan zie ik een imposant gebouw van de KLM midden tussen de palmen en het warenhuis van Simon Arzt. 

De oever vanaf stuurboordzijde gezien met het imposante gebouw van de KLM 

Ook het gebouw van het befaamde warenhuis Simon Arzt is duidelijk te zien 

Een groot Shell-depôt met enige tientallen bunkers geven het idee dat je in een Amerikaans oliecentrum bent. In verband met onze aankomst in Port Saïd moesten er verschillende veiligheidsmaatregelen worden genomen. Zo moesten alle patrijspoorten gesloten zijn en alle wasgoed moest van de lijn gehaald worden. In de ruimen worden wachtploegen gevormd, die om het half uur afgelost worden. Ogenblikkelijk na het vastmeren, komen van alle kanten kleine bootjes met kooplui langszij en er ontstaat al snel een levendige handel. Het is verboden om vruchten of andere etenswaar te kopen, verder zijn er geen beperkingen. Enkele overtreders werden al dadelijk door de M.P. in de kraag gegrepen en meteen vastgezet. Het handelen brengt een oorverdovend lawaai van geschreeuw over en weer met zich mee. De kooplui vragen extreem hoge prijzen voor hun handel, dus het is aan de gek die het er voor betalen wilt. Lederen tassen met Egyptische afbeeldingen worden bijvoorbeeld aangeboden voor 40 tot wel 50 gulden, maar na veel zeuren en bieden heb je zo’n tas ook voort 10 gulden.

Vooraf werden wij gewaarschuwd voor de oneerlijkheid van deze handelaren, doch daarvan hebben wij nu niets kunnen merken. Er wordt eerst een lange lijn naar een der dekken van het schip gegooid, waaraan een houten klos is bevestigd voor de zwaarte van de lijn, op de helft van zo’n lijn zit een boodschappentas. De eerste verbinding tussen militairen en handelaren is nu gemaakt. Na veel gepraat en gebarentaal worden koper en verkoper het dan eventueel eens over de prijs, de boodschappentas wordt dan door de koper eerst verder opgehaald waarna het geld in de tas wordt gedaan. Daarna haalt de man in het bootje de tas naar beneden en vervolgens gaat de koopwaar langs dezelfde weg naar boven. Er waren een paar handelaren die tussen hun koopwaar ook kalotjes (Fez) hadden. Harry en ik kochten beiden zo’n exemplaar voor slechts 2 gulden, terwijl hij er eerst 5 gulden voor vroeg. Inmiddels is het donker geworden, waardoor de handelaren olielampen hebben ontstoken op hun bootjes en bij dit schijnsel wordt de handel voortgezet tot laat in de avond.  

Harry en ik deels verkleed als Egyptenaren 

In afwachting van de post zijn Harry en ik ons lekker gaan scheren en juist toen we klaar waren was ook de post voor ons ruim net uitgezocht. Zodat wij met ons schone gezicht meteen aan het lezen konden slaan. Het is vanavond behoorlijk laat geworden, ik denk dat het zelfs al 24.00 uur was voordat alle lichten uitgingen. Het is een mooie dag geweest en we voelen ons allen weer een beetje opgelucht en gelukkig na het ontvangen van de eerste post uit Holland.

Woensdag 10 maart '48: Na de reveille van 06.00 uur ging ik al snel weer naar boven het dek op, om nog even na te kunnen genieten van de kleurrijke havenstad Port Saïd. Het is behoorlijk koud deze morgen, iets waar je wel versteld van staat, want je had hier toch wel andere temperaturen verwacht. Eigenlijk verwacht je hier de eerste warmte. Later op de dag wordt het met de zon toch wel lekker, maar de wind maakt het weer koud. Het is 07.45 uur als de "Volendam" uit de haven van Port Saïd vertrekt en langzaam het Suezkanaal binnen drijft. De vaart door dit kanaal is beslist de moeite waard. Aan bakboord liggen de Arabische landen met een dor en onvruchtbaar landschap, dat zo op het eerste gezicht eigenlijk niets aantrekkelijks te bieden heeft. Daarentegen is het aan de andere kant van het kanaal juist zo mooi. Vlak langs het kanaal loopt een verkeersweg en een spoorlijn die van Port Saïd tot aan de havenstad Suez loopt. Ik zie tijdens de reis door het Suezkanaal diverse treinen aan weerskanten passeren. 

  De trein van de Suezkanaal-Express met op de achtergrond de Nijldelta

Het kanaal heeft een breedte van ± 30 meter en is 168 kilometer lang. Er zijn over de hele lengte 9 wisselpunten, zodat de grote schepen elkaar daar kunnen passeren. Verder vind je langs de oevers 13 controleposten, waarvan de centrale controlepost zich in Ismailia bevind. 

Een van de nederzettingen langs het Suezkanaal

Deze controleposten zijn er om aanwijzingen te geven aan het scheepsverkeer. De streek rond deze posten hebben zich ontwikkeld tot complete nederzettingen. Vlak langs de oever zie je soms bomen die kennelijk aangepland zijn, omdat het verder langs de oever dor en onvruchtbaar is, maar daarachter strekken zich grote groene velden uit waarop vee graast. Ook talrijke irrigatiewerken wijzen op de grote droogte van deze schilderachtige oever. Na het meer van Timzah zie je aan de oever een herdenkingsnaald, waar ik uiteraard ook een foto heb gemaakt. 

Herdenkingsnaald 'Defense du Canal de Suez' (1914-1918) 

Ik heb van zowel de herdenkingsnaald als diverse nederzettingen en controleposten een aantal foto’s gemaakt. 

Aanlegstation El-Teranea  

Een van de dertien controleposten 

Nog tien mijl varen en we komen aan bij het Grote Bittermeer. Aan de ingang van dit meer lag vroeger de laatste dam, die de verbinding tussen de wereldzeeën verbrak. 

Controlepost bij het Grote Bittermeer 

Nog twaalf mijl varen scheiden ons van Suez. Deze moderne stad met 40.000 inwoners bereiken we hedenavond om 21.15 uur. We hebben vanavond film aan boord, in de open lucht nog wel. Eerst kregen we twee kleine muziekfilmpjes en daarna de hoofdfilm Zijn mensen dwazen? Een banale film, zoals we dat voor de militairen gewend zijn. Het is 21.30 uur als de “Volendam” in de haven van Suez ligt afgemeerd. De haven is een bunkerhaven en het stinkt er ontzettend. Later op deze avond, als wij al liggen te slapen, is het schip alweer vetrokken.

Donderdag 11 maart '48: We varen in de Golf van Suez, dit is iets breder dan het Suezkanaal, maar het vasteland is nog steeds goed zichtbaar aan weerskanten. Het begint nu echt warmer te worden, zodat vanochtend het zomertenue werd uitgereikt. Rond 10.00 uur zijn we het laatste eiland in de Golf van Suez gepasseerd en varen zo de Rode Zee op. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel en is brandend, doch de wind is nog steeds fris en blijft er voor zorgen dat het lang niet zo warm aanvoelt als we bij ons thuis gewend zijn tijdens een warme zomer. Vandaag ook weer gezondheidsinspectie gehad en vanmiddag theorieles ziekenverpleging van Dr. van Wiechen. De klok wordt morgen weer een half uur vooruit gezet, morgen ook het tropentenue aan.

Vrijdag 12 maart '48: Er valt momenteel weinig bijzonders te beleven, alle dagen zijn eender. In de Rode Zee is niets anders dan water en lucht te zien. De dagen worden vrijwel met niets doen doorgebracht, hoewel alle uurtjes, die wij vrij zijn, benut worden met brieven schrijven in de mess. Vanmorgen hebben we ons allemaal voor het eerst in het tropentenue gestoken. Dat is dan ook hard nodig, want de temperatuur, met name in het ruim, is ondragelijk geworden. Toch schijnt het gedurende onze reis niet zo warm te zijn als het vaak is hier in de Rode Zee. Vanwege de enorme hitte, mag er nu ook op het dek geslapen worden ’s nachts, maar het is wel verboden om matrassen mee te nemen naar boven. Daar ik in een hangmat niet kan slapen en er ook niets voor voel om op een deken op het dek te slapen, houd ik het maar bij mijn stromatras in het ruim. De klok wordt wederom een half uur vooruit gezet.

Zaterdag 13 maart '48: Vandaag rantsoen van de Cadi ontvangen. Inhoud; 220 sigaretten Miss Blanche, 4 repen chocolade, 2 doosjes lucifers, 4 pakjes Sweets, zeep en een blikje met 50 Gold Flake sigaretten, die in Port Saïd voor ons werden ingeslagen. Vandaag over een week hopen we in Colombo te zijn en vier dagen later in Sabang, waar we eindelijk van boord mogen om te passagieren. Verder heb ik niets bijzonders te melden, alleen dat het erg warm en benauwd is. Vandaag werd weer eens de klok een half uur vooruit gezet, zodat we nu 2 uur voorlopen op de Nederlandse tijd.

Zondag 14 maart '48: Met ingang van vandaag ben ik ingedeeld als 'zeuntje'. Het is nu de tweede zondag dat we op zee zijn en we zitten inmiddels op de helft van de reis. Er is vandaag geen dienst, behalve dan, dat ik mijn plichten als corveeër heb te vervullen. Deze dag besteden Harry en ik met schrijven en het bijhouden van m’n dagboek. We zitten op zondagmiddag dus in het ruim C7 aan mess 65 om onze brieven te schrijven. 

 

Opnames gemaakt tijdens het schrijven van brieven voor thuis, Harry op de bovenste foto en ik op de onderste

In de loop van de avond zijn we de stad Aden gepasseerd en meteen een schitterende opname van Perim en de Golf van Aden kunnen maken. 

We passeren Perim 

Maandag 15 maart '48: Door mijn bezigheden als corveeër valt er weinig bijzonders te beleven. Ik ben vanavond wel naar een lezing over fotografie in Indië geweest. Deze lezing ging ook over het bewaren van films, afdrukken, negatieven enz. Het was best interessant en ik heb er een hoop van opgestoken. Ook vanavond heb ik weer 6 koeken gekocht bij de Cadi.

Dinsdag 16 maart '48: Vanmorgen passeren we het eiland Sokrota, even buiten de Golf van Aden. Dat betekent dat we nu op de Indische Oceaan zijn beland en voorlopig geen land meer zullen zien tot Colombo. Vanmiddag pakte ik m’n kitbag helemaal uit en maakte het grote blik Haverstro-Pastilles leeg. Keyzer, een burgercorveeër op de "Volendam", neemt voor Harry en mij een pakje mee naar Holland, tenminste op zijn terugreis dan. We willen allebei graag onze fez oversturen en als het kan ook wat sigaretten. Ze passen prachtig in dat lege blik. We betalen Keyzer alvast de verzendkosten en geven hem wat voor de moeite. Ik heb mijn blikje koekjes en chocoladehagelslag nu ook aangebroken. Het werd wel tijd dat we er aan begonnen want de hagelslag begon al zacht en dof te worden. Het beleg dat we aan boord krijgen is van dien aard, dat ik best iets extra’s kan gebruiken. De klok gaat weer een half uur vooruit.

Woensdag 17 maart '48: Vanmiddag verzond ik om 03.15 een telegram (vast te laat) naar huis voor pap z'n verjaardag. Het meenemen van het pakje door Keyzer gaat overigens niet door, dit in verband met de douanevoorschriften. Vanmiddag 50 Virginia sigaretten ontvangen van de Cadi. De klok gaat weer een half uur vooruit.

Harry op een onbewaakt moment gefotografeerd

Vrijdag 19 maart '48: Vanmiddag om 15.45 uur passeert ons de "Willem Ruys" die op weg is naar Nederland. Even voor deze ontmoeting werd de Nederlandse vlag in top gehesen. Bij het op korte afstand langs varen werden van weerskanten groeten gewisseld, door middel van de stoomfluit. Deze "Willen Ruys" vaart belangrijk sneller dan onze schuit, ze was dan ook zo voorbij gevaren. Dat was ’n kort moment van oplaaiend enthousiasme onder de jongens. Eén klein moment van ontroering, die ondanks de warmte een koude rilling over je rug deed lopen. Duizenden kilometers ver van huis en haard, vaart daar dan zo’n trots stuk drijvend vaderland voorbij. Bijna op het zelfde moment werd me een telegram overhandigd van thuis, in verband met pap z'n verjaardag.

Alweer een telegram van thuis, wel met het verzoek om hem vandaag pas af te leveren 

Zaterdag 20 maart '48: Een dag zonder veel vermeldingen. Mijn filmrolletje raakt bijna op, ik moet er dus zuinig mee omgaan. Ik heb besloten om de rest dan maar te bewaren voor als we mogen passagieren op Sabang. De klok wederom een half uur vooruit, we lopen nu al 4½ uur vooruit op Nederland.

Zondag 21 maart '48: Ik ben vanmorgen al vroeg opgestaan. De reden hiervoor is een ontzettende warmte in het ruim, veroorzaakt door een kapotte luchtververser. Ik zat dus om 05.30 uur al aan dek. Vandaag is er eindelijk land te zien. In de verte zijn honderden lichtjes waarneembaar, afkomstig uit de haven van Colombo. Om 06.45 uur plaatselijke tijd komt de loodsboot "James Stuart" aanvaren. Met behulp van de loods liggen we om 07.45 in de haven van Colombo. Hier waait een lekkere koele wind, waardoor het zelfs in de zon goed uit te houden is. Al dadelijk komen een paar bootjes met koopwaar langzij, met hoofdzakelijk houtsnijwerk, olifantjes, dozen ingelegd met parelmoer en ivoor, boekensteunen enz. Ook komen een aantal bootjes met fruit als ananas, kokosnoten en pisang aanvaren. De ananas en kokosnoten kosten één gulden per stuk, de pisang 1gulden per 10 stuks. Het handelen hier is niet te vergelijken met dat in Port Saïd. De kooplui vragen aanvankelijk wel te hoge prijzen, bijvoorbeeld een kam van 10 bananen kost in de stad Colombo zelfs slechts fl. 0,22, bij deze lui betaal je hier wel 5 keer de normale prijs. Er valt ook niet zo veel af te dingen als in Port Saïd het geval was. Ondanks het verbod om fruit te kopen werd er opvallend veel gegeten vandaag. De dekken liggen vol met basten en schillen die afkomstig zijn van ananas, bananen en kokosnoten. De middag heb ik verder besteed met het schrijven van brieven naar huis. Om 16.15 uur vertrekt de "Volendam" uit de haven voor haar laatste etappe door de Indische Oceaan richting Sabang en vervolgens naar Belawan. De klok gaat wéér een half uur vooruit.

Maandag 22 maart '48: Vandaag de eerste sportdag. Ik nam zelf alleen deel aan het touwtrekken. Verder de dag gevuld met brieven schrijven. ’s Avonds naar de film Luchtheld tegen wil en dank van Joel Brown gekeken. De klok is weer een half uur vooruit gezet, we hebben nu dus al een verschil van 5½ uur met Nederland.

Dinsdag 23 maart '48: Vandaag de tweede sportdag. Op de klok een half uur vooruitzetten na heb ik eigenlijk niets te melden.

Sabang

Woensdag 24 maart '48: Dit is de dag dat we het eiland Sabang zullen bereiken. Wij verheugen ons natuurlijk enorm op het moment dat we mogen passagieren. Dat zal de eerste keer zijn dat we in aanraking komen met Indisch grondgebied. De "Volendam'" loopt om 18.30 uur de haven binnen. Hier zit de 1e compagnie infanterie, waardoor we erg hartelijk worden ontvangen. Zij zitten hier pas vijf weken en hebben het wat eten en sigaretten betreft niet al te best. Tot mijn verrassing en grote vreugde ontvang ik hier post uit Holland. Er was voor ons schip namelijk een extra zending post met een vliegtuig meegekomen vanuit Holland.

Donderdag 25 maart '48: Na een goede nachtrust is het dan zo ver, we mogen van boord. Om 6.30 uur was het de beurt aan het '31e B.-Hospitaal'. De andere onderdelen moesten met hele compagnieën tegelijk in gesloten formatie passagieren. Bij ons is het echter ingedeeld in groepjes van 7 man, onder leiding van een der doktoren. Deze lieten ons echter vrij om te gaan waar we wilden, waar we uiteraard dankbaar gebruik van maakten. We krijgen twee uur de tijd en moeten uiterlijk om 09.30 uur weer terug aan boord zijn. Harry en ik zijn alleen op stap gegaan en toen we enige minuten aan het wandelen waren kwam ons een jeep achterop met een Onderluitenant van het K.N.I.L. Hij stopte naast ons en vroeg of we zin hadden om een wat grotere rit te maken, zodat we wat meer te zien zouden krijgen van Pulau-Weh dan de anderen. Daar waren Harry en ik natuurlijk best voor te vinden. De officier vertelde dat hij al 8 jaar dienstplichtig is bij het KNIL en nu richting de zuidkant van het eiland naar de baai Blangkuala moest, om daar de 'Commissie van Goede Diensten' af te halen, welke uit Atjeh was overgekomen. Het is een fantastisch mooie rit geworden. Alles is hier zo nieuw voor ons, dat we onmogelijk alles in ons op konden nemen.

Onze gids was een verduveld aardige kerel, was erg belangstellend en heeft ons veel verteld, wat in de toekomst voor ons van belang zou kunnen zijn. Het is bijna onmogelijk te beschrijven, deze weelde van bomen, bloemen en planten. De prachtigste exotische bloemen bloeien hier zo langs de weg, net als de paardenbloemen bij ons in Holland. Ik plukte enkele mooie bloemen en stuurde deze tussen vloeipapier met brieven mee naar Holland. Nadat de luitenant bij de baai van Blangkuala uit de jeep was gestapt, hebben we hem als dank volgestopt met sigaretten. Zijn chauffeur heeft ons daarna keurig teruggebracht tot vlak bij de ligplaats van onze boot. Lopend op de terugweg hebben we een schitterend uitzicht over de baai. We kunnen de "Volendam", afgemeerd aan de steiger, goed zien liggen. Een prima plek om mijn rolletje vol te schieten.

De "Volendam" aan de steigers in de baai van Sabang 

Harry en een collega kijken vol bewondering uit over de baai

We zijn erg voldaan over deze trip, maar de tijd was helaas veel te kort. We waren om 09.30 uur, dus precies op tijd, terug aan boord. De meeste jongens hebben op het eiland ontzettend veel gekocht. Drie dagen voor onze aankomst konden de inwoners van het eiland al geen bananen meer kopen. Deze werden liever bewaard voor de jongens uit Holland, want die betaalden er veel meer voor. Om 10.00 uur moesten alle Hagenaars op de boot naar het voorschip komen, omdat daar door de fotograaf Presser een groepsfoto wordt gemaakt voor  'Het Binnenhof'. Van iedereen die gefotografeerd werd is ook de naam opgeschreven, zodat alle namen van links naar rechts onder de foto in de avondkrant komen te staan. We vetrekken om 11.00 uur en de klok is alweer een half uur vooruit. Nu dus al 6½ uur voorsprong op de Nederlandse tijd. 

 De groepsfoto die inclusief onze namen in de avondkrant komt

Vrijdag 26 maart '48: Vanochtend zijn we om ongeveer 08.00 uur plaatselijke tijd aangekomen op de rede van Belawan. Meteen werd er begonnen om ons aan land brengen met behulp van twee landingsvaartuigen. ’s Avonds om 19.00 uur zou het '31e B.-Hospitaal' aan de beurt zijn, maar dat werd pas 22.00 uur. Het was 22.45 uur eer we allemaal op de kade stonden. Hier werd ons heerlijke koffie en chocolade aangeboden, waarna het hele zaakje op de trein werd geladen. Alles bij elkaar werd het 01.45 uur voordat de trein in beweging kwam en richting Medan vertrok, waar we na twee uur arriveerden. In de kantine van het Militaire Hospitaal aan de Boolweg werd ons al heel snel brood met jam en kaas en koffie verstrekt. Daarna moesten we de vrachtwagen met kitbag en overige bagage afladen. Het '31e B-Hos'. is hier ter aflossing van de '6e HupVa'. Wij worden a.s. dinsdag ingedeeld en de jongens van het 6e vetrekken dan naar Pematang Siantar (ongeveer 100 km zuidelijker), waarna wij hun witte villa’s kunnen betrekken. Tot zolang verblijven wij in een tentenkamp aan de Boolweg.

Er komt in deze vroege morgen van aankomst niets meer van slapen. De veldbedden moesten eerst nog aangedragen en opgesteld worden in de tenten. Wij komen met zes man in een tent te liggen. Om half zes ben ik wel even onder de klamboe gedoken, maar ik was veel te moe om in slaap te kunnen vallen. Dus ben ik me maar heerlijk gaan opfrissen. Het water in de mandikamers is heerlijk koud, maar niet geschikt om te drinken. Daarna heb ik schoon ondergoed en uniform aangetrokken, want mijn kleren die ik op de boot heb aangehad zijn enorm vies. Hier wordt onze was verzorgd door de wasserij van het hospitaal, waarvan ik mijn kleding keurig gewassen en gestreken terug krijg. Maandag konden we voor het eerst de was brengen, daarna is dat iedere dag mogelijk. Gratis en binnen twee dagen weer terug. Toen we op de rede van Belawan lagen, kwam met het eerste landingsvaartuig Trudy Ramspek aan boord. Zij is de zus van een oude schoolvriend van mij en tevens doktersassistente van het VHK , bij de arts Dr. Kamberg. In de loop van de avond kwam ze mij verwelkomen. We hebben toen een poosje gepraat over mijn bootreis.

Zaterdag 27 maart '48: Het is zaterdag en de ochtend wordt besteed met het inrichten van de tent en het ordenen van de bagage. Om 12.00 uur is het dan eten in de grote kantine, wat tevens onze eerste kennismaking wordt met het Indische eten, dachten wij, maar het was een hakkieprakkie van bruine bonen, sojabonen, vlees, vis en gedroogde aardappelen. Ik zal hier nog aan moeten wennen. Tenminste deze eerste keer vond ik dit eten niet zo erg lekker. Vanmiddag ging ik samen met een collega ook voor het eerst op verkenning in Medan. Nog maar net op weg, reed ons een auto achterop, die ons meteen al een lift aanbood. De chauffeur bracht ons naar de Witte Sociëteit, waarin het A.M.V.J. is gehuisvest. Een mooi gebouw in een schitterende omgeving. 

De Witte Sociëteit in Medan waarin het AMVJ is gevestigd

Het is flink warm, we zijn dan ook allemaal loom en ellendig van de warmte en de slaap. Vanavond moesten we onze wapens inleveren, deze worden na de acties hier niet meer nodig geacht. Zouden we onze wapens blijven houden, dan is de kans groot dat deze 'gerampokt' worden. Onze wapens worden opgeslagen in een open cel, die uiteraard ook s’ nachts bewaakt diende te worden. Ik was al meteen de sigaar van 22.00 tot 24.00 uur middernacht. Naast het wapenkamertje is de banketbakkerij gevestigd, zodat ik mij te goed kon doen aan roomhorens en ander gebak, om 00.30 uur lag ik alweer onder mijn klamboe. Dit is het einde van mijn dagboek over de reis naar Indië, dat ik afsluit op het moment van aankomst van ons onderdeel bij het hospitaal in Medan.

(Jo Neve Medan, 27 maart 1948) 

Sergeant Jo Neve (legernummer: 271002141)

Jo, hartelijk dank voor de medewerking en het ter beschikking stellen van je reisverslag