De uitreis van het 'Tweede Mitrailleur Bataljon' met het ss "Volendam"

(Bekend van de vele protesten en paratyfus)

Het ss "Volendam" nabij de Merwehaven 

Beschrijving van de reis met het troepentransportschip "Volendam", dat op 30 juli '47 vanuit de Merwehaven in Rotterdam vertrok, om dertig dagen later op 29 augustus in de haven Tandjong Priok bij Batavia (Nederlands-Indië) aan te komen.

De "Volendam" was het eerste troepentransportschip dat net na het begin van de 'Eerste Politionele Acties' naar Ned-Indië vertrok. Volgens sommigen (vooral de communisten) voerde het schip versterkingen aan voor een wrede imperialistische koloniale repressie. Deze reis werd een rampreis, want zowel voor als tijdens de reis deden zich tal van incidenten voor. Het begon al door demonstraties langs de aanvoerroute naar de Rotterdamse havens en de arrestatie van een kikvorsman na een mijnexplosie bij Hoek van Holland. Deze mijn zou bestemd zijn geweest voor de "Volendam", maar trof een ander schip dat eerder de Nieuwe Waterweg verliet. Later volgde de weigering in Port Saïd, met als klapstuk de tyfusepidemie die aan twee mensen het leven zou kosten. 

Op reis met het 'Tweede Mitrailleur-Bataljon'  

             

Dit is het verhaal van dpl. soldaat Pieter Walraven, die van november '46 tot mei '50 in dienst was van het Tweede Mitrailleur Bataljon. Dit bataljon werd eind juli 1947 naar Nederlands-Indië gezonden om daar, na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945, 'Orde en Vrede' te brengen. Zo was de opdracht van de Regering Drees, dat met uitzondering van de CPN door het gehele parlement werd gesteund.

Op 12 november '46 kwam ik op voor mijn militaire dienstplicht in de Jan van Nassaukazerne te Harderwijk. In maart '47 werd de Tweede Divisie opgericht die bedoeld was om uitgezonden te worden naar Ned-Indië. Het Tweede Mitrailleur Bataljon was hier een onderdeel van. Zelf werd ik ingedeeld bij de 1e compagnie. Later (na twee jaren velddienst) waren zowel de 1e als de 2e compagnie door zieken en gesneuvelden dusdanig verzwakt, dat de 1e compagnie werd opgeheven en ik bij het tweede werd ingedeeld.

Bij indiensttreding was al bekend dat ons bataljon bestemd zou zijn om naar Indië te gaan, de opleiding zou dan ook grotendeels gericht zijn op deze uitzending. Als eind juni dan eindelijk bekend wordt dat het gehele bataljon met het s.s. "Volendam" naar Indië zal vertrekken, worden wij eerst met een tiendaags inschepingsverlof naar huis gestuurd, ingaande op 12 juli. Zelf heb ik er, zoals velen dat ook deden, een extra week verlof aangeplakt. De MP stond op 24 juli echter al met een vrachtwagen voor mijn deur. Dat zag ik doordat ik aan de overkant bij mijn zuster logeerde, maar liet niet aan hun merken. Maandag 29 juli moest ik daarvoor  in de bak onder arrest. We zouden op de boot ook vast moeten zitten en in Batavia worden overgedragen aan de MP, echter niets hiervan gebeurde. Wel werd in november 7 dagen soldij over 22 tot 29 juli ingehouden. Hoe klein was dat! Afijn, een lang verhaal dat in mijn dagboek staat.

Donderdag 24 juli '47. Citaat-DB470724: Woensdag de hele dag naar Wassenaar o.a. dierenpark. 's Avonds werd er gebeld, toen deed ik  open en een officier vroeg naar soldaat P. Walraven. Die is niet thuis zei ik. Hij, brutaal, loopt naar boven, waarop ik één etage hoger ga en aan mijn broer Han vraag de man te woord te staan. Ik ga ondertussen via het dakraam, op het dak zitten. Han heeft de man gerustgesteld en gezegd dat soldaat Walraven gewoon een paar extra vrije dagen heeft genomen. Ondertussen ben ik bij zuster Alie aan de overzijde gaan logeren en dat was niet tevergeefs, want de andere morgen stond de Militaire Politie aan de deur om me op te halen. Toen heeft mijn moeder ze gerustgesteld met te zeggen dat ik in Winterswijk was en dat ik me zeker a.s. zondag aan de kazerne zou melden.

Verlofpas 'Tweede Mitrailleur Bataljon' 1e compagnie, met als doel inschepingsverlof

Na terugkeer in Harderwijk zijn we op woensdag 30 juli met de trein naar Rotterdam vertrokken. Over de veel besproken reis met de "Volendam" naar Ned-Indië gaat mijn hieronder geschreven verslag.

Dit verslag kan ik na 60 jaar alleen maar doen omdat ik beschik over:

1. Mijn dagboek.

2. Het gedenkboek dat ons bataljon over de periode 1947 tot 1950 uitgegeven heeft.

3. Documenten uit mijn diensttijd.

Inleidende opmerkingen

Juist tijdens mijn inschepingsverlof begon Nederland op 20 juli een militaire actie tegen de troepen die streden voor een Indonesische republiek. Het kreeg de naam Politionele actie, maar het was gewoon een militaire actie, voor een verdere bezetting van Indonesië of bevrijding van Nederlandsch-Indië of vestiging van het Nederlandse gezag. Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Opmerkelijk is dat NVV, KAB en CNV zich hadden uitgesproken tegen een staking gericht tegen de regering. De EVC had opgeroepen om elk transport naar Indonesië te boycotten. De eerste drie genoemden zijn de Algemene, Katholieke en de Christelijke vakbonden, de laatst genoemde EVC was de communistische vakbond.

Fragment uit het Vrije Volk over de uitgeroepen stakingen in '46

Op 1 augustus neemt de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin wordt verzocht de vijandelijkheden in Ned-Indië te staken. De regering stelt een communiqué op en 4 Augustus wordt de actie beëindigd. De strijd was dan officieel wel gestaakt, maar vanaf dat moment ontstond er gewoon een heel andere manier van strijden. Een strijd waarop de Nederlandse militairen toen geen antwoord wisten: de guerrilla. Grote delen van Java en Sumatra waren dan in Nederlandse handen, Djokja en omgeving bleef echter republikeins bezit. Bij die veertiendaagse actie hebben toen 74 Nederlandse militairen het leven verloren. Dit feit gaf ons een onheilspellend gevoel voor de naaste toekomst.

De bootreis

Woensdag 30 juli '47: Onze stemming was gedurende de dagen na het inschepingsverlof enigszins bedrukt te noemen, maar op de dag van vertrek was daar niets meer van over. De treinreis was prima georganiseerd en verliep volgens plan, we hebben de treinen vol gekladderd met leuzen en rollen toiletpapier hingen in lange slierten uit de ramen. Om 9.00 uur kwamen we in Rotterdam aan, de trein reed tot vlak bij de kade en ook hier bleek alles goed geregeld. De militairen van ons bataljon die in Venlo gelegerd waren kwamen een half uur later aan.

Treinen uit o.a. Harderwijk, Venlo en Bergen op Zoom arriveren volgekladderd met leuzen in de Merwehaven

Het gehele bataljon werd per compagnie in een grote loods verzameld, waar een kantinewagen stond die voor een verfrissing zorgde. Eerder hadden we ook al chocolade en sigaretten gekregen, dat was voor vertrek uit Harderwijk. Niet veel later beginnen we bepakt met onze bagage aan de embarkatie, voordat we de loopplank opgaan passeren we een tafel waar we onze rantsoenkaart ontvangen.

Mijn rantsoenkaart voor de "Volendam"

Het is inmiddels 10.00 uur als ik via de loopplank op het schip beland, het wordt een hele klim om met mijn bepakking op mijn nek via nauwe gangen en steile trappen mijn slaapplaats te bereiken. We zitten met 234 man opeengepakt in het vooronder, we zullen dus de gehele reis moeten uitzitten in een betrekkelijk kleine ruimte dat uitloopt tot een punt.

Als de embarkatie nog in volle gang is worden ook al de eerste foto's gemaakt op het dek

Nadat de bagage op de plaats van bestemming was moesten we wachten totdat er toestemming kwam om weer naar het dek te mogen. Niemand wilde natuurlijk missen wat er allemaal te zien was op het water en aan de kade, je keek je ogen uit naar alles wat rondom je gebeurde. Velen hadden nog nooit een schip van dichtbij gezien, laat staan dat ze beseften wat er allemaal tijdens zo'n reis gebeurde. Je stond dan ook met gemengde gevoelens op de dingen te wachten die gingen gebeuren.

 

Alle militairen zijn inmiddels aan boord en de trossen gaan spoedig los

Terwijl we over de reling naar beneden kijken zien we de laatste groepen militairen richting de ruimen van het schip verdwijnen en op de kade staat een muziekkorps opgesteld. Het zijn de Huzaren van Boreel die de tijdens de duur van inscheping marsmuziek spelen, vlak voor vertrek wordt het Wilhelmus ten gehore gebracht. Als de inscheping eenmaal is voltooid zijn er 2000 militairen aan boord. Vlak voor vertrek, nadat de loopplanken zijn verwijdert, zien zij de kade volstromen met familieleden, over en weer wordt er geroepen, gezocht naar bekenden en gewuifd. Op het water het zelfde tafereel, bootjes die rond dobberen met wachtende en wuivende familieleden. Ongetwijfeld zullen er ook nu weer een aantal bootjes bij zijn die het schip de gehele tocht over de Nieuwe Waterweg zullen volgen, totdat het bij Hoek van Holland het ruime sop zal kiezen.

Eindelijk is het schip dan los van de kade

Het is 17.30 uur als de trossen worden losgegooid, de "Volendam" komt langzaam los van de kade. Met behulp van sleepboten vaart het schip de haven uit, nog een allerlaatste groet aan de mensenmassa op de kade en we beginnen aan onze lange reis. Er gaat veel in ons om, maar dat zal niet lang duren want er is te veel afleiding. We varen nog op de Nieuwe Waterweg als om 19.00 uur de scheepsfluit ons opschrikt, dit blijkt het sein te zijn voor onze eerste sloepenrol, later zouden er nog meer volgen. Een sloepenrol is een oefening in het snel naar het dek gaan, om je op de plaats bij de juiste reddingsboot die op het dek ligt vastgesjord te melden. Iedereen heeft namelijk zijn eigen vaste plaats in een sloep of reddingsvlot. Normaal is het schip berekend op 800 passagiers en wij zaten met meer dan 2000 man aan boord. Of iedereen gered zou worden bij een calamiteit lijkt me nu twijfelachtig. Als we de laatst groetende bij Hoek van Holland gepasseerd hebben zijn we op de Noordzee. Het is inmiddels 20.00 uur en de kustlijn is nu geheel uit het zicht verdwenen. Na nog even op het dek rondgekeken te hebben vertrekken we al vroeg naar onze slaapvertrekken.

Donderdag 31 juli '47: Met pijn in de ledematen voor het eerst ontwaakt op een schip, we zullen nog even moeten wennen aan onze hangmatten. Eenmaal bij de wasvertrekken aangekomen is het een gedrang bij de kranen, 16 kranen voor meer dan 400 man. Het ontbijt is prima, wittebrood en voldoende beleg. 's Morgens zijn we de Engelse kust met de krijtrotsen gepasseerd en s' middags de Kanaaleilanden, daarna alleen water en lucht. Van 14.00 uur tot 16.00 uur is het verplicht rusten en 's avonds om 21.00 uur is er dikke mist, daarom zwemvesten bij je. Er is een flinke deining en ik voel me een beetje ziek. Het zoete water aan boord mag trouwens alleen voor drinken gebruikt worden en het douchen moet met zeewater. Er is een aparte zeep beschikbaar, omdat gewone zeep niet schuimt met zoute water. Het is niet fijn douchen met dat zoute water.

Vrijdag 1 augustus '47: Het is vrijdag en we zijn in de Golf van Biskaje aangekomen. Ik ben vandaag zeeziek geworden, hier zou ik tot zaterdagavond last van hebben. We zullen twee dagen niets anders zien dan water en lucht, het is guur weer. Zaterdag om ongeveer 7.30 uur zien we land aan bakboord. Het zijn de Burlingtoneilan­den en Farilhouse, een prachtig gezicht.

Zondag 3 augustus '47: Zeer interessante dag gehad vandaag. Vanmorgen Kaap St. Vincent gezien, verder is er ook de gehele dag land te zien. Om ongeveer 18.00 uur zijn we het schiereiland Caribe gepasseerd en om 20.00 uur de prachtige steile rotsen van Gibraltar. Na Gibraltar hebben we een spiegelgladde zee en er zijn veel dolfijnen te zien, die sprongen kunnen maken van een meter hoog. Het is inmiddels mooi weer geworden.

De rotsen bij Gibraltar

Maandag 4 augustus '47: De hele dag lang de Afrikaanse kust gevaren, een leuk gezicht die kleine dorpjes tegen de bergen aan en 's avonds met de lichtjes. Vandaag begonnen met lessen, zoals land en volkenkunde, Maleisch en tropenhygiëne. Ik heb vanavond de was gedaan, alles gaat wel stumperig maar we zitten nu eenmaal in het bootje, dus moeten we meevaren.  

Dinsdag 5 augustus '47: We zijn langs de Afrikaanse kust, Algiers en Tunis gevaren. Om 10.00 uur zijn we het m.s. "Oranje" tegengekomen, die op weg is naar R'dam. Een hard gelag als je zoiets ziet. 's Avonds zijn we ook de beruchte "Zuiderkruis" tegengekomen, waarmee de A.A.T. zoveel ellende heeft meegemaakt. Vanwege de verjaardag van prinses Irene geen dienst gehad.

Woensdag 6 augustus '47: Pantellaria en Malta gepasseerd en bij Malta is het schip minstens 3 uur blijven liggen, wat is er aan de hand? Heeft dat verband met de toestand en het boycotten? De stad Valletta dichtbij gezien. Ik heb vanavond voor het eerst op het dek geslapen, dit moest om de beurt gebeuren. 

Donderdag 7 en vrijdag 8 augustus '47: Twee dagen alleen water en lucht, ook een inenting gehad. Ik heb inmiddels erge keelpijn. Tot aan het Suezkanaal gaat de reis zonder veel bijzonderheden verder. Maar in de haven van Port Saïd wordt het spannend. Voor we de haven binnen voeren was er een toespraak van de C.O.T. (commandant overzeese troepen). De Egyptische politie komt aan boord en vaart naast ons om de orde en rust te handhaven.

Zaterdag 9 augustus '47. Citaat-DB470809: Een mooie spannende dag, mooi omdat ik post kreeg en spannend was het in de haven van Port Said. Voor we binnenvoeren kregen we een toespraak van de C.O.T. De Egyptische politie komt aan boord en vaart naast ons om de orde en rust te handhaven. In de haven een hels kabaal, wel 20 bootjes met burgers, roodwitte vlag en portret van Soekarno. Gebalde vuisten en veel geschreeuw, daarna enteren van de sleepboten waarbij de bootsman een grote bijl omhoog hief. De watertanker willen enteren, wat mislukte. Na twee uur was de orde hersteld. We kregen om 6 uur eten en een half uur daarna werd de post uitgereikt. Allen zeer blij, dit is het mooiste moment van de hele reis. De Egyptische politie in hun witte uniformen en fez blijven aan boord.

Port Saïd, bootjes met rebellen wachten hun kans af om toe te kunnen slaan

Zondag 10 augustus '47: Om 7.00 uur uit Port Saïd vertrokken, waarna we het Suezkanaal binnen gingen. In het begin leek het wel een Hollands landschap, water, riet en bomen. Later veel zand, hier en daar een Engels kampement. Mooie huizen bij stations met krotten eromheen, waar de arbeiders leven. Verder heb ik ook een karavaan met kamelen en schaapher­ders gezien. Tussen het Grote en Kleine Bittermeer een vliegveld. 's Middags de was gedaan en om 18.00 uur de stad Suez gepasseerd. 

Anton Waas (Kon. Marine) op het dek met een Egyptische politieagent

Maandag 11 en dinsdag 12 augustus '47: De Rode Zee op, het wordt nu steeds warmer. Vliegende vissen gezien, verder alleen water en lucht. Om 12.30 uur de Kreeftskeerkring gepasseerd. Volgens mensen die hier meermalen doorheen gekomen zijn, is het nog niet zo warm geweest. 's Avonds naar bokswedstrijden gekeken. De warmte is bijna ondragelijk en het zou nog zeker drie dagen duren voordat het schip de stad Aden zou naderen.

Dinsdag 12 augustus '47. Citaat-DB470812: We hebben drie dagen in de Rode Zee gevaren, het warmste stukje zee op de wereld. Ik ben daar ook ziek geworden, woensdagavond ging ik naar het ziekenrapport en ik moest het ziekenzaaltje in. Ik had hoofdpijn en koorts. Ik lig nu te bed daarom schrijf ik ook zo lelijk.

Naar het scheepshospitaal

Woensdag 13 augustus '47: Ja en toen begon een lange lijdensweg. Ik had al enige dagen hoofdpijn en ik dacht dat het door de hitte kwam. De hoofdpijn werd steeds erger, zodat ik 's avonds op ziekenrapport ging, waar ik te horen kreeg dat ik direct opgenomen moest worden in het hospitaal. Tenminste in de ziekenboeg, een als ziekenzaal ingerichte ruimte midscheeps, waarvan ik niet weet of het waard is deze naam te dragen. Later bleek deze ziekte paratyfus te zijn, een besmettelijke ziekte waar spoedig meer dan 200 militairen aan zouden lijden. Let wel, we waren ook tegen tyfus ingeënt!

Donderdag 14 augustus '47: Vandaag zijn we in Aden aangekomen, waar vele Arabieren met koopwaar te zien zijn. Voor mij is het ziekenzaaltje niet slecht, maar voor erger zieke patiënten wel. Zelf je wassen (niet voor bedlegerige), naar de wc enz. Sinds vanmorgen heb ik minder hoofdpijn, doch diarree erbij gekregen. 's Middags bezoek van Guus, hij had bananen bij zich, drie voor Snauw en drie voor mij. Hij werd echter door de majoor weggestuurd omdat hij veel te vroeg op ziekenbezoek kwam. Ook Jan Dam is vandaag op bezoek geweest.

Aden onze tweede aanlegplaats, ook hier weer veel kooplui

Vrijdag 15 augustus '47: Het schip is vanochtend om 06.00 uur uit Aden vertrokken. Flinke deining op zee. Ik heb vandaag 14 zouttabletten gehad (7x2), waarvan ik er steeds maar een opat.

Zaterdag 16 en zondag 17 augustus '47: De zee is behoorlijk wild en de golven slaan over het dek. Ik heb vanaf vrijdag dieetvoeding. De tijd gaat maar langzaam voorbij.

Maandag 18 augustus '47: Ik had het geluk dat ik een van de eerste zieken was. De eerste dagen werd ik goed verzorgd en het leek dat ik spoedig herstelde. In mijn dagboek schrijf ik: Zo goed als beter, maar het aantal zieken wordt zo groot dat er een grote ruimte als ziekenzaal moet worden ingericht, waar de lichte gevallen heen gaan. Ik mag niet van de ziekenzaal. In een brief aan mijn zus Alie schrijf ik over mijn belevenissen tijdens de reis. We zitten inmiddels op de Indische Oceaan en de brief is gedateerd op 18 augustus '47. In deze brief schrijf ik ook over mijn ziekte en de opname in de ziekenzaal. Om mijn moeder niet onnodig ongerust te maken schrijf ik met nadruk dat ze beter niet kan vertellen over mijn koorts, zie mijn citaat van 12 augustus.

De brief aan mijn zus Alie

Dinsdag 19 augustus '47. Citaat-DB470819: Reorganisatie op de 'ziekenzaal'. Patiënten met 38 graden koorts of meer mogen nu niet van bed af. Worden geholpen met ontlasting e.d. en worden gewassen. Vanmorgen door de H.H. doktoren zelf ter hand genomen. Patiënten geschoren, gewassen (helemaal) en verder meer orde geschept. Nu begint het de naam ziekenzaal waardig te worden. Thans ben ik geheel opgeknapt en heb geen dieet meer. De H.H. doktoren zijn bang voor besmetting waardoor ik wel hier moet blijven. Geruchten, geruchten, vragen en nog eens vragen. Wat is de ziekte? Is er sabotage in het spel met voedselvergiftiging? Weten ze in Holland wat er gaande is? 

Het is schokkend om 53 jaar later in De Opmaat een verslag te lezen, getiteld 'Lief en leed op een tyfusboot' van de arts Verster op de "Volendam". Hierin staat hoe slecht de militaire organisatie toen was:

De arts A.J. Verster heeft als officier van gezondheid de reis met de "Volendam" meegemaakt. Er waren 2250 man aan boord, onder wie negen artsen, onder leiding van een hoofdarts. Drie waren chirurg. Vijf waren dus beschikbaar voor het dagelijkse werk. De manschapverblijven waren te vol en te warm. Het was er benauwd en het stonk er. Op 10 augustus, kort na Port Saïd, hadden we het eerste geval van een ziekte, die verdacht veel op tyfus leek. Het was toen niet mogelijk om dit te bevestigen omdat er geen bloedkleurstoffen en andere laboratoriumfaciliteiten aan boord waren. Ook de scheepsmicroscoop bleek onbruikbaar. Als niet een van de artsen zijn eigen microscoop bij zich had gehad, had we niets kunnen doen. Alle aanwezige thermometers waren stuk toen we in Port Saïd lagen. Daar zijn toen nieuwe gekocht. Er was een tekort aan aspirine en andere koortswerende middelen, aan lysol voor desinfectie en aan Norit tegen de diarree. In totaal hadden we tien ondersteken en tien urinaals. Dat was veel te weinig. Het aantal zieken nam snel toe, aan het eind van de reis waren er 137. In Aden werd de eerste en meest zieke patiënt in het RAF-hospitaal opgenomen. Bij de meest zieke patiënt werd s' nachts door de artsen gewaakt. Ze hielpen hem met drinken, wasten hem, gaven hem de ondersteek, enzovoort. Vanuit Aden, waar nader onderzoek was gedaan, kregen we een telegram met de tekst Typhoid not proven, maybe malaria or amebic dysentery. Beide diagnoses bleken later onjuist. We vonden regelmatig miltvergroting en de voor tyfus typische uitslag bij de patiënten. Eindelijk kregen we vanuit Batavia antwoord op onze noodtelegrammen. Men dacht eerst dat we door een griepepidemie in paniek geraakt waren. Bij aankomst in Sabang kwamen twee ervaren tropenartsen en een laboratorium aan boord.

Vrijdag 22 en zaterdag 23 augustus '47: Ondanks dat ik al dagen beter ben verblijf ik nog steeds op de ziekenzaal. Ik begin me nu echt gruwelijk te vervelen. Heb al veel brieven geschreven en lees thans wat boeken (romans). Al vier avonden geweckt-fruit als nagerecht. Mijn verlangen naar huis en Leny word nu groter. Mis ook de jongens.

Zondag 24 augustus '47: Vanochtend zijn we in Sabang aangekomen, het eerste stukje Ned-Indië. De jongens zijn al vroeg van het dek en hebben een wandeling op het eiland gemaakt. Sabang staat bekend als een der mooiste plekjes van de Archipel. Eenmaal aangekomen in de haven zijn de gevolgen van de oorlog nog duidelijk te zien. De loodsen aan de kade zijn of gedeeltelijk in elkaar, of het geraamte staat alleen nog overeind en de kade zelf is primitief. Als het ware een vlonder, een stalen geraamte bedekt met planken van welke er ook nog een paar ontbreken.

Zondag 24 augustus '47. Citaat-DB470824/25: Zondagmorgen in Sabang aangekomen. De jongens hebben een wandeling op het eiland gemaakt. Maandag blijft de boot liggen tot onze verbazing. 's' Avonds opheldering. Belangrijke mededeling voor alle militairen. Er zijn enige speciale doctoren uit Batavia gekomen om het schip te onderzoeken op ziekten die hier heersen. Met deze maatregelen zal verdere uitbreiding vermeden worden. De ergste gevallen gaan van boord. Iedere dag zal men bekend maken hoe de toestand zich verder ontwikkeld. Zal de "Volendam" nog meer rare dingen meemaken? Boycotten, besmettelijke ziekten. Wat volgt?

De "Volendam" ligt aangemeerd bij het schitterende eiland Sabang

Maandag 25 augustus '47: Wanneer we vanochtend denken dat we vertrekken dan blijkt dat niet zo. Het schip gaat midden in de baai voor anker om de kade vrij te maken voor de "Nieuw Holland", die hier verwacht wordt vanuit Tandjong Priok. Luitenant kolonel Mooy houd in de loop van de avond een toesprak waarin wordt medegedeeld dat de ernstige zieken van boord zullen gaan. Later in de avond komt er weer een bericht dat niemand van boord gaat en de zieken gewoon meereizen naar Batavia. 's Nachts om 02.00 uur wordt de reis voortgezet. We varen langs Sumatra's westkust, omdat deze route beter bevaarbaar zou zijn dan langs de oostkust.

De "Nieuw Holland" bij aankomst in de baai van Sabang

Dinsdag 26 augustus '47: Ik wilde telegrammen sturen, doch het was te druk volgens degene die het voor mij doen zou. Ik word overgeplaatst naar de recreatiezaal (z.g. lichte patiënten). de verandering niet ten gunste. Ik voel me niet op mijn gemak. Een van de vijf jongens ernstig zieken is vanmiddag overleden. 's Nachts zie ik voor het eerst een plechtigheid echt gebeuren die ik in films vaker had gezien. Het schip wordt stilgelegd, de motoren staan stil en het licht wordt grotendeels gedoofd. Op een plank schuin aflopend over de reling ligt in zeil ingepakt het lijk van de aan paratyfus overleden marinier. De aalmoezenier houdt een korte toespraak en om 24.00 uur wordt het stoffelijk overschot aan de zee toevertrouwd. 

Woensdag 27 augustus '47. Citaat-DB470827: Vannacht om 24.00 uur is het stoffelijk overschot aan de zee toevertrouwd. De jongens waren toch meegekomen. Vanmiddag van twee tot vier voor het eerst op het dek geweest, wat niet meeviel. 's Avonds bekend gemaakt dat we in Batavia in quarantaine gaan. Jan Dam is vanmorgen in het hospitaal opgenomen. Het is regenachtig weer. 

Het Neptunusfeest

We passeren vandaag de Evenaar. Dit is het punt waar onder normale omstandigheden het Neptunusfeest wordt opgevoerd. Neptunes, God van alle zeeën en wat van zijn handlangers houden een aantal onvrijwillige aanwezigen hier ten doop. Een spektakel dat met plezier wordt bijgewoond door de overige militairen, want zo'n doop gaat gepaard met veel zout water, zeep en de nodige krachtsvertoningen. Wegens de treurige toestanden na de begrafenis van marinier Pieter Kraaijenbrink wordt hier verder geen aandacht aan besteed. Wel werd ons een dokument ter herinnering uitgereikt, het diploma van Neptunus.

Mijn Neptunusdiploma

De stemming is goed te noemen, doch de kloof tussen officieren en manschappen aan boord werd niet overbrugd, wat ik wel verwachte. Nog steeds dat kinderachtige gedoe van veel officieren. 

28 augustus '47: DB470828 

Dat er in de media veel aandacht werd besteed aan de paratyfusepidemie en de vele protesten tijdens onze reis, blijkt wel uit mijn verzamelde krantenknipsels. Zowel de Ned.-Indische als Nederlandse kranten hielden de gebeurtenissen op de "Volendam" nauwlettend bij.

 

Een aantal bewaarde krantenknipsels 

Batavia

Vrijdag 29 augustus '47. Citaat-DB470829: Om ongeveer 14.00 uur in Priok aangekomen. 's Middags op de post gewacht en toen het werd uitgedeeld moesten we plots debarkeren, waardoor ik vandaag geen post ontving. Per Rode Kruis-auto naar Batavia vervoerd en naar het hospitaal gebracht. Vanavond dunne kost, soep en pap. Radio in de zaal. Waar zouden de andere jongens en Jan Dam zijn?

Ambulances van het Rode Kruis staan al klaar op de kade 

Nasleep

We komen in Tandjong Priok aan, de reis is na 30 dagen ten einde. Als het schip om 15.00 uur aan de kade ligt kan met het debarkeren begonnen worden. De bootreis was dan wel ten einde, maar we waren nog niet van de ellende af. De zieken werden als eerste in ambulancewagens naar het Militaire Hospitaal I te Batavia gebracht. Ik word als lopend patiënt begeleid door een verpleger. Het hospitaal was een verademing. Mooie ruime zalen met alles op de begane grond. Bekwaam en vriendelijk personeel. De artsen ongedwongen in de omgang. Spoedig werd het dieet van iedereen aan zijn omstandigheden aangepast en kreeg ik al na een paar dagen vast voedsel in plaats van pap, pap en nog eens pap. Ook roken is toegestaan. Ik mis wel de jongens van mijn eigen peloton want de 77 zieken van ons bataljon zijn over de vele paviljoens verspreid. Op 5 september vind ik mijn vriend Jan Dam veel zieker dan ik.

Oproep voor extra hulp in de verpleging

Op 6 September overlijdt het tweede slachtoffer van de tyfus, korporaal Oldenburg van onze compagnie. Soldaat Lakeman is ernstig ziek. De post uit Holland die in Priok werd uitgedeeld ontvangen wij zieken pas later en erg ongeregeld. Pas op 9 september sinds Port Saïd ontvang ik de eerste brief van mijn moeder. En post uit Holland is zo belangrijk. 's Avonds ga ik bij de bedlegerige zieken Dam of Peerenboom gezellig praten. De dagen schieten wel altijd op.

In mijn dagboek schrijf ik: v. Genderen terug naar de grote zaal. Nog steeds 3 man op kamer 6. Ik ben gewogen en erg licht bevonden n.l. 55 kg. 30 sigaretten geruild voor 10 pisangs.

Nu 2010 denk ik dat het een heel dure ruil is geweest, want een week later ruil ik 10 sigaretten voor 10 bananen. Regelmatig worden ontlasting en urine onderzocht en bloed afgetapt. Wat zal de uitslag zijn? Het slikken van een slangetje was wel zeer onaangenaam. De slang ging tot in je maag om daar gal af te tappen. De reis blijft ons bezighouden.

In mijn dagboek noteer ik: Zondag door de radio gehoord, dat de tank­boot die 30 Juli op een mijn was gelopen op een magnetische mijn liep en daardoor aan sabotage gedacht werd. Na onderzoek is gebleken dat het waarschijnlijk voor het s.s. "Volendam" bestemd was daar het een kwartier voor die tijd gepasseerd was doch iets buiten de lijn. Ook is er een Duitser gearresteerd in kikvorsen­pak. 

Bezoek van de jongens in het hospitaal, ik zit vooraan rechts

Ons bataljon wordt direct van de boot naar de kazerne in Buitenzorg per trein vervoerd. Vrij spoedig wordt ook onze compagnie ingezet op de buitenpost. Op 20 sept. sneuvelt sergeant van de Togt in de strijd tegen de TNI. Volgens mijn dagboek heb ik in de nacht van 20 op 21 september zeer slechte nacht gehad en ben pas om 5 uur in slaap gevallen en om 6 uur weer wakker geworden. Volgens de zusters heb ik liggen ijlen en zeer onrustig geslapen.

Voorafgaand schrijf ik in mijn dagboek onder andere: 's Avonds in bed. Door de stilte van de avond geïnspireerd en tot de volgende gedachten gekomen. Om 2  jaar in militaire dienst te zijn en nog niets voor het militarisme te voelen. Is een krachtproef op het karakter. Om 2 jaar uit het normale leven gehaald te worden en toch er toe terug keren is een krachtproef op het stellen van een levens­doel.

Zo gaat het nog enige alinea's verder en dan eindigt mijn geschrift en ben ik hier waarschijnlijk is slaap gevallen. De gehele volgende dag was ik slap en had ik hoofdpijn. Op 22 september heb ik voor het eerst mijn verjaardag niet thuis gevierd. 's Morgens hij het ontwaken stond er een bos (21 stuks) bloemen op mijn kastje met een gedicht van de nachtzusters. Ik was er van onder de indruk. een dag later vertrekken drie lotgenoten en op 25 september word ik ontslagen en tijdelijk gelegerd in de KWIII-kaderschool. Hier ligt van alles afgekeurde, ontslagenen uit het hospitaal, alle militairen die om allerlei redenen nog niet naar hun onderdeel terug kunnen gaan of die op inscheping naar Holland wachten. Hier zijn van allerlei slag jongens. OVW'ers, '7 Decembers', 'Palmbomers'. Nette, schoftige, onverschillige, dronken thuiskomende, naar de hoeren gaande, syfilis patiënten, ex gewonde en afgekeurde. Hier hoor je tenminste nog eens wat!

Kamp Tjililitan

Alle militairen moesten na aankomst in quarantaine, zowel in Buitenzorg als Tjililitan. Deze beide kampen lagen niet ver buiten Batavia, in laatst genoemde zaten hoofdzakelijk mariniers die dagelijks veel aan sport deden.

Ik moest in Batavia blijven omdat ik nog regelmatig op medische controle moest komen. Het voordeel was dat ik naar de stad kan gaan en verder vrij was in mijn doen en laten. 

In mijn dagboek schrijf ik: De hele week Batavia bezocht, een rotstad, pasars met tawarren (afdingen) wat wel aardig is. Een paar maal naar de bios en bier gehaald wat we direct verkochten voor f. 10,? 5 flessen en natuurlijk geen post, maar 1 October hoera, brieven zelf gehaald bij 't hospitaal. De post is slecht georganiseerd. Liften hoofd­zaak. Een week vol nieuwe dingen, vol nieuwe gedachten. 3 October. ' s avonds naar de schouwburg. Een Frans stuk (een beetje veel politiek) Pakket met zeep etc. besteld om naar Hol­land te laten sturen. 

Opmerkelijk dat ik zeep naar Holland stuur. In oktober moet ik nog eens 'slangetje slikken' en spoedig als genezen verklaard. Ik ga op 12 oktober nog naar de schouwburg en een concert door 't Omroeporkest van Radio Batavia. Het is 14 oktober als we per trein naar Buitenzorg vertrekken en weer bij ons eigen onderdeel zijn. Ik ben blij de bekenden weer te zien. De verandering valt best mee. Hier is het niet zo warm.

Slotwoord en dankbetuiging

Dpl. sld. Pieter Walraven (rnr: 260922154)

Het hierboven vermelde reisverhaal is met behulp van de gegevens en de medewerking van dhr. Walraven tot stand gekomen. Dhr. Walraven werd opgeroepen op 12 november 1946 om zijn dienstplicht te vervullen. Hij werd ingedeeld bij het Tweede Mitrailleur Bataljon 1e compagnie en kreeg zijn opleiding op de Jan van Nassaukazerne in Harderwijk. Na zijn herstel in Batavia is hij herenigd met zijn onderdeel en per landingsvaartuig "Tropenvogel" naar Soerabaja vertrokken. Op Oost-Java heeft hij meegestreden tijdens de tweede politionele actie (aanvang 19 dec. '48). Na bijna twee jaar velddienst waren de eerste en tweede compagnie zo zwak geworden door zieken, gewonden en gesneuvelden, dat per 1 juli '49 de 1e compagnie (De Ongelikte Beren) is opgeheven en bij het tweede (De Grafklauwen) werd ingedeeld. Ruim drie jaar later op 5 februari '50 is hij in Soerabaja ingescheept op de "van Outhoorn" en naar Batavia afgereisd, waar hij op 9 februari 1950 aan kwam. Vandaar is hij naar Tjimahi vertrokken,waar hij moest wachten tot de demobilisatie. Op 20 maart ingescheept op de "General Stuart Heintzelman" en op 20 april in Amsterdam gedebarkeerd.