De laatste reizen met het  ss 'Nieuw Amsterdam" als troepentransportschip
Ter Inleiding

Tijdens het bombardement op Rotterdam voer de "Nieuw Amsterdam" in Amerikaanse wateren en dat zou mogelijk de redding geweest kunnen zijn van dit nog jonge en kostbare schip. Wel werd het gevorderd en zou gedurende WO2 als troepentransportschip dienst doen voor het Britse Ministry of War Transport. Eerst werd dit luxe passagiersschip in Halifax ontdaan van alle pracht en praal, om vervolgens in Singapore verbouwd te worden tot troepenschip. Het werd een ingrijpende verbouwing, de romp kreeg de grijze oorlogskleuren en nagenoeg alle ramen op de brug werden voorzien van stalen schotten. Er werden kanonnen geplaatst en het kon dieptebommen afwerpen tegen aanvallen van onderzeeërs. Nadat de verbouwing op 22 december 1940 was voltooid kon het 5000 militairen vervoeren, maar aantallen van 6000 kwam ook voor. Met zoveel manschappen aan boord moesten de beschikbare slaapplaatsen 24 uur per dag benut worden, zodat er in 3 etappes van 8 uur geslapen werd. Tijdens de gehele oorlog heeft het schip 323.276 manschappen vervoerd en dat was verreweg het grootste aantal dat een Nederlands schip ooit heeft vervoerd. Vanwege haar enorme staat van dienst werd het ook wel 'The Darling of the Dutch' genoemd.

The 'Darling of the Dutch' in Halifax (9 sept. '45)

Na afloop van WO2 werd de "Nieuw Amsterdam"' ontdaan van wapentuig en teruggeven aan de Nederlandse staat. Voordat het weer tot passagiersschip werd verbouwd heeft het voor het Ministerie van Oorlog nog 4 reizen als troepentransportschip gemaakt. De eerste reis begon vanuit New York naar Southampton en de tweede reis naar Halifax en weer terug naar Southampton. Omdat de Noordzee vol met zeemijnen lag werd er geen risico genomen en deed men de Rotterdamse haven voorlopig nog niet aan, dus werden de laatste twee reizen eveneens vanuit Southampton verzorgd. Het lag in de bedoeling dat deze twee reizen naar Nederlands Indië zouden gaan, maar vanwege de Engelse weigering moest het schip uitwijken naar Singapore. 

De eerste uitreis met Nederlandse militairen

Southampton - Singapore (28 oktober '45 tot 3 november '45)

Reisschema zoals het scheepslogboek vermeld

Zaterdag 27 oktober ’45: De "Nieuw Amsterdam" ligt aan de kade van Southampton klaar als de eerste regimenten arriveren. Bij aankomst in de haven maakt dit schip diepe indruk op alle militairen. Wat is dit een enorm groot schip! Het embarkeren verloopt ordelijk en bij de loopbrug werd aan iedere militair een maaltijdenkaart en hutkaart uitgereikt of een slaapplek toegewezen in een van de ruimen. Na eerst wat over de dekken te hebben rondgedwaald zoekt een ieder zijn of haar slaapplek op, om vervolgens het schip wat beter te bekijken. Al snel zou blijken dat ze nog enkele dagen nodig zouden hebben voordat ze de weg op dit kolossale schip een beetje wisten te vinden. ’s Avonds rond de klok van 22.00 uur vertrekken de meesten moe van het reizen en alle indrukken die ze hebben opgedaan naar hun slaapplek.

Drukte op en rond de "Nieuw Amsterdam"

Aan boord zitten militairen van 2-6 RI, 1-8 RI en 1-11 RI., een bataljon van het 1e Regiment Jagers, mensen van het Rode Kruis, eenheden van de Marine, MARVA, VHK (Vrouwelijk Hulp Korps) en het NICA. Slapen zullen ze op standy's die vier- tot vijfhoog zijn gestapeld. De enorme slaapzalen in de ruimen zijn bestemd voor de militairen met een lage rang en de hutten voor officieren, burger passagiers en bemanning. De maaltijden worden verspreid over drie zittingen genuttigd in grote eetzalen.

Hutkaart en maaltijdenkaart van de 3e zitting

Zondag 28 oktober '45: In de vroege ochtend, het zal ongeveer zes uur geweest zijn, schrikken ze plots wakker van drie luide stoten op de scheepshoorn, ze zijn blijkbaar terwijl ze nog sliepen al aan hun reis begonnen. Ze kleden zich zo snel als mogelijk aan en spoeden naar het dek, waar ze nog net zien hoe het schip op een regen- en stormachtige ochtend de haven van Southampton verlaat. De ramen op de brug zijn nog steeds met stalen schotten afgedekt en het schip vaart ook nog in grijze oorlogskleuren. Langzaam varen ze de haven van Southampton uit richting open zee. Nog diezelfde middag begint het schip behoorlijk te schommelen en al snel zullen zich de eerste symptomen van zeeziekte te openbaren.

De eerste sloepenrol is een feit 

Omdat er nog veel zeemijnen ronddrijven is de sloepenrol met name op het eerste deel van de reis een dagelijks terugkerend ritueel. Op de achterkant van de maaltijdenkaart staat bij welk emergency-station men is ingedeeld en daar moeten ze dan bij de juiste sloep aangetreden.

Maandag 29 oktober '45: De Golf van Biskaje wordt in de avonduren bereikt. Hier worden ze al meteen op een flinke storm getrakteerd, zodat zeker de helft van de mannen zeeziek wordt. Overal zijn militairen die de inhoud van hun maag niet langer kunnen verdragen en al kotsend de reling bezoeken. Tot overmaat van ramp vaart het schip ook nog een mijnenveld binnen, zodat het weer achteruit moest varen. Een Engelse kruiser die toevallig in de buurt is heeft het schip weer op de juiste route gebracht. Ongelukken bleven gelukkig uit, zodat de reis alweer spoedig kon worden voortgezet.

Dinsdag 30 oktober '45: Doordat de zee na de Golf van Biskaje weer een stuk rustiger is, knapten de meeste militairen ook alweer vrij snel op. Niet veel later varen ze langs de Spaanse- en Portugese kust. Tegen de avond passeren ze de Straat van Gibraltar met zuidelijk de Afrikaanse- en noordelijk de Spaanse kust. Hierna zullen ze de Middellandse Zee bereiken. Vandaag krijgen de militairen te horen dat ze de morgenochtend een voorschot van twee Engelse ponden zullen ontvangen. Hiermee zullen voornamelijk sigaretten en andere snuisterijen in de kantine worden ingeslagen.

Woensdag 31 oktober ’45: Vandaag varen ze de gehele dag langs de Afrikaanse kust en in de namiddag passeren ze de havenstad Algiers met haar enorme rotsbergen en schitterende witte huizen. Buiten de twee Engelse ponden die ze ontvingen wordt er ook briefpapier uitgereikt, zodat ze alvast een brief voor thuis kunnen schrijven. Bij aankomst in Port Saïd kunnen deze dan op de post.

Lekker luieren op het dek (Middellandse Zee) 

Donderdag 1 november ’45: Ze varen nog steeds op de Middellandse Zee en passeren het eiland Pantellaria, dat bekend staat om de geallieerde aanval op Sicilië. Hier zien ze ook een zevental onderzeeërs liggen.

Zaterdag 3 november '45: Vandaag komen ze de torpedojager Hr Ms "Piet Hein" tegen die ook onderweg is naar Indië en in de namiddag arriveren ze in de havenstad Port Saïd. Aan de reling wordt het meteen druk, zodat ze al varend de havenstad goed kunnen bekijken. Voor het eerst zien ze nu palmbomen en het wordt meteen duidelijk dat de oorlog ook hier goed heeft huisgehouden. Overal in de haven liggen nog steeds gezonken schepen. Als de "Nieuw Amsterdam" eenmaal voor anker ligt, wordt het al snel omringd door bootjes met handelaren die hun koopwaar aanbieden. Ze werden aan boord gelukkig al van tevoren gewaarschuwd over hun handelswijze, dus het is oppassen voor welke prijs er iets gekocht kon worden. Eerst wordt er iets uitgekozen, vervolgens wordt doormiddel van een lange lijn met een tas eraan betaald en dan pas kan de koopwaar met datzelfde touw aan boord gehesen worden. Aan boord mogen die kooplui niet komen en het blijkt zelfs noodzakelijk om alle onderste patrijspoorten te sluiten tegen eventuele indringers. Ook zwemmen er een aantal jongens rond het schip. Deze jongens kunnen heel behendig de toegeworpen muntstukken uit het water opduiken. Vandaag worden de tropenuniformen uitgereikt en de post verzorgd. Het wordt een mooie avond met schitterend weer. Wel jammer dat niemand hier van boord mag. Diezelfde nacht wordt er olie en water gebunkerd.  

Druk overleg met handelaren in Port Saïd

Zondag 4 november '45: Rond 06.00 uur begint het schip aan de doorvaart van het Suezkanaal. Omdat het Suezkanaal door achterstallig onderhoud al geruime tijd niet meer is uitgebaggerd gaat dit wel wat moeilijk voor zo'n groot schip. Fatsoenlijk passeren is bijna niet onmogelijk, wel zijn er enkele verbredingen aangebracht zodat passeren toch mogelijk is. Dit schip heeft een dusdanig formaat, dat er vooral langzaam en met veel stuurmanskunst gevaren moet worden. Langs de oever van het kanaal is een weg, een spoorbaan en een pijpleiding zichtbaar. Ook passeren ze militaire nederzettingen waarbij dan van beide kanten hartelijk wordt gegroet. Ze varen langs oversteekplekken voor pontjes en zien tussenstations die omringd zijn met woningen waar ook weer hartelijk wordt gegroet. Op een gegeven moment passeren ze de Bittermeren, waar schepen elkaar natuurlijk ook prima kunnen passeren. Vanavond bereiken ze de stad Suez, wat tevens het einde betekent van dit kanaal. Het is inmiddels donker, zodat ze van deze stad niet zo heel veel kunnen waarnemen. Het schip gaat voor anker, zodat ze hier de nacht zullen doorbrengen. Hier zien ze weer dezelfde taferelen met handelaren als in Port Saïd.

Militaire barakken langs het Suezkanaal

Maandag 5 november ’45: Rond het middaguur verlaten ze de stad Suez en varen richting de Rode Zee. Het is inmiddels snik heet geworden en de lucht en zee zijn hier helder blauw van kleur. Als ze over ruim twee dagen de Rode Zee hebben doorvaren zullen ze de stad Aden bereiken. Daarna zal de grote oversteek van de Indische Oceaan beginnen, maar zover is het nog lang niet.

Dinsdag 6 november ’45: Het is goed te merken dat ze binnenkort de Kreeftskeerkring naderen, want het wordt als maar warmer. Benedendeks is het niet meer uit te houden van de warmte, dus verblijven ze zoveel mogelijk in korte broek op het dek. Slapen doen ze ’s nachts ook steeds vaker op het dek, om zo toch nog enige verkoeling te hebben. Ze zien hier voor het eerst vliegende vissen, die eerst sierlijk uit het water omhoog springen om vervolgens een eind verder weer in de zee te verdwijnen.

Woensdag 7 november ’45: De klok wordt vandaag weer eens een uur teruggezet. Gelukkig is de wind wat opgestoken, zodat het nu in ieder geval iets koeler aanvoelt. Een arts geeft vandaag les over tropische ziektes en de nodige hygiëne die daarbij komt kijken. Enkele ziektes die ze in Ned. Indië kunnen oplopen zijn, malaria, tyfus, pokken, cholera, gele koorts, hondsdolheid, lepra enz. Genoeg ziektes dus om er het loodje bij te leggen en dan is een goede hygiëne natuurlijk van levensbelang. Ze zijn de Rode Zee bijna gepasseerd als ze tegen het schemeren land in zicht krijgen.

De stad Aden gehuld in avondschemering

Donderdag 8 november ’45: Een vuurtoren bij de stad Aden wordt als eerste waargenomen. Bij deze plaats zal het schip niet voor anker gaan en als ze eenmaal de Golf van Aden zijn gepasseerd hebben ze de Indische Oceaan bereikt.

Vrijdag 9 november ’45: Tijdens de oversteek van de Indische Oceaan is vrijwel niets te bleven en dan kan de verveling dus snel kunnen toeslaan. Zo af en toe zoeken de militairen wat verkoeling door een douche (zoutwater) te nemen, of gaan ze op het 'C-dek' naar het zwembad. Ze moeten zelf hun keren wassen en doen dit natuurlijk het liefst zo simpel mogelijk. Eerst moeten de kleren met zeewater worden natgemaakt en vervolgens ingesmeerd met zeep, daarna wordt de hele handel aan een lang touw vastgemaakt en gaat de hele handel overboord. Vervolgens wordt dat in de zee met de snelheid van schip meegesleept en wordt geruime tijd later weer aan boord gehesen. De hele handel wordt dan op het dek gehangen en met deze hitte is dat natuurlijk binnen de kortste keren droog. Vandaag kregen ze ook onderricht in de Malaise taal.

Zaterdag 10 november '45: Ze varen nu alweer een aantal dagen op de Indische Oceaan en regelmatig wordt het schip vergezeld door grote groepen dolfijnen die regelmatig hoog boven het water uitspringen. Vandaag wordt op het Lidodek een grote sportdag gehouden tussen een aantal onderdelen, waarbij zelfs enkele prijzen zijn te verdienen. Verder liggen ze eigenlijk ieder dag maar wat te bakken in de zon. 

Fietsen met hindernissen op het Lidodek tussen de dames van de MARVA en het NICA

En touwtrekken tussen eenheden van het NICA- en de Marine

Zondag 11 november ’45: Inmiddels varen ze al een volle week op de Indische Oceaan en nog steeds zien ze niets anders dan water en lucht. Er worden gelukkig wel filmavonden en danspartijen georganiseerd, maar de verveling neemt wel verder toe. Totdat er vanavond plotseling wordt omgeroepen dat er een man over boord is. Het schip minderde vaart en keert zelfs om, om naar de drenkeling te zoeken, maar dat is zonder resultaat. Tijdens het appèl krijgen ze te horen dat er niemand wordt vermist. Was dit dan een oefening, of zou er een grapjas zijn geweest die het nodig vond om onraad te zaaien? Ze varen weer verder en het zal minstens nog één dag duren voor ze land in zicht krijgen.

Dinsdag 13 november '45: Vandaag bereiken ze de haven van Trincomalee op oostelijk Ceylon. Deze prachtige haven is een natuurlijke haven en wordt door de Engelsen gebruikt voor de als Marine. Het verblijf hier heeft in ieder geval veel indruk gemaakt op de jongens. In eerste instantie zouden ze de gunstiger gelegen haven van Colombo aandoen, maar omdat de Engelsen dit niet accepteerden voeren ze om het eiland heen naar deze haven. Hier liggen dus veel Engelse marineschepen voor anker en komen er ook regelmatig vliegtuigen overgevlogen.

Britse kruisers in de haven van Trincomalee

Er moet vast een vliegveld in de buurt zijn, want er komt ook een bommenwerper van de Nederlandse M.L.D. overgevlogen. De piloot heeft ons ongetwijfeld zien zwaaien, want hij kwam nogmaals erg laag over het schip heen gevlogen.

Een Nederlands vliegtuig van de MLD komt laag overgevlogen

In deze haven wordt wederom gebunkerd en gaan de eerste militairen (MARVA) van boord, ook komen hier mensen van het Rode Kruis aan boord. Waar de jongens zelf van boord zullen gaan weten ze nog steeds niet! Vandaag komen er enkele hoge officieren aan boord voor een belangrijke vergadering. Zij maken bekend, dat de Engelsen het niet zullen toestaan dat een Nederlands schip in Ned. Indië gaat debarkeren. Dus er moet simpelweg een andere eindbestemming gekozen worden.

Appèl op het Lidodek

Tijdens het appèl krijgen de militairen te horen dat er een vliegtuig uit Nederland met post onderweg is naar Singapore. Deze berichtgeving wordt uiteraard met luid gejuich ontvangen. Ze zijn immers al ruim een maand van huis, zonder ook maar iets van het thuisfront te hebben vernomen. Zouden ze dan zelf misschien ook in Singapore worden afgezet?

De Engelse weigering in Ned. Indië

De meesten aan boord hadden die zich als oorlogsvrijwilliger (OVW' er) aangemeld om tegen de Duitsers of Japanners te gaan vechten. Nu de tweede wereldoorlog is afgelopen en ook Japan is gecapituleerd, zullen zij in Ned. Indië worden ingezet om daar orde en rust te gaan handhaven. De Engelsen waren toen al aangesteld om in Ned. Indië alles zoveel mogelijk in goede banen te leiden. De hele wereld was er trouwens fel op tegen dat Nederlandse militairen naar Ned. Indië gingen. De tweede wereldoorlog was immers nog maar net afgelopen en men zat nu niet op nieuwe problemen te wachten.

De Nederlandse militairen moesten dus uitwijken naar Malakka of Singapore en het zou nog tot maart '46 duren voordat ze toestemming kregen om in Ned. Indië aan land te mogen. Nederland had er al rekening mee gehouden dat er protesten zouden komen en had de militaire acties dan ook bewust Politionele Acties genoemd. Dat klonk een stukvriendelijker als oorlog voeren, maar het resultaat bleef natuurlijk hetzelfde!

Ondanks de Engelse weigering was er één uitzondering.  Ze lieten de "Noordam", die op 17 november '45 met mariniers uit Norfolk (USA) was vertrokken en op 30 december in Tandjong Priok aankwam, wel debarkeren. Er zaten 2044 mariniers aan boord, waaronder 105 officieren en 1939 soldaten. Allemaal goed opgeleide militairen, die zojuist een zware training hadden voltooid in Camp Lejeune.

Pasje van marinier Marius de Jong  

Nadat de "Noordam" was gedebarkeerd kreeg het alsnog de opdracht om te vertrekken, maar nu met nog 1100 militairen aan boord. De overige mariniers (een bataljon groot) mochten wel blijven. Dus de "Noordam" vertrok uiteindelijk richting Malakka en kwam met de "Bloemfontein" (ook met mariniers) op 7 januari '46  gelijktijdig aan in Singapore. De mariniers die op Java waren achtergebleven werden door de Engelsen gebruikt als hulpje, want ze mochten alleen maar wacht lopen voor hun!

Terug bij de reis

Woensdag 14 november '45: De "Nieuw Amsterdam" had inmiddels de haven van Trincomalee verlaten, wetende dat ze koers moest zetten naar Malakka. Vanaf de Indische Oceaan bereiken ze de Straat van Malakka met aan stuurboordzijde Sumatra en aan bakboordzijde Malakka. Hier zal het eerst drie tussenstops maken voordat het Singapore bereikt. De eerste stop is Penang, dan Port Swettenham en als laatste het zuidelijker gelegen Port Dickson.

De Straat van Malakka met zuidelijk Sumatra en noordelijk Malakka

Vrijdag 16 november '45: In de late avonduren komen ze bij het eiland Penang aan en zal het schip op de rede voor anker gaan en drie dagen blijven liggen. Voorafgaand aan de debarkatie moeten alle betrokken militairen hun dekens inleveren, waarna een klamboe werd uitgereikt. Deze zullen ze straks hard nodig hebben als beschermen tegen de muskieten. Ook kregen ze vandaag een toespraak van de gezagvoerder. Hij bedankte de militairen hartelijk voor hun goede gedrag tijdens de overtocht en wenste iedereen veel geluk toe voor de komende tijd.

Zaterdag 17 november ’45: Vanochtend werd een deel van de militairen gedebarkeerd met behulp van Engelse landingsvaartuigen. Het is 1-11 RI die op Malakka als eerste van boord gaat en vanmiddag zal 1-8 RI volgen.

De overstap een landingsvaartuigen kan beginnen

Zondag 18 november ’45: Vanochtend debarkeerde eerst het 1e Regiment Jagers en rond 17.00 uur zal het NICA aan de beurt zijn. Van de infanterie is nu alleen 2-6 RI nog aan boord.

Het 1e Regiment Jagers stapt over op een landingsvaartuig in de baai bij Penang

Een laatste groet naar de achtergebleven jongens aan boord als ze vertrekken

Drukte op het landingsvaartuig

Maandag 19 november '45: Vanochtend heeft het schip nog enkele uren  voor de kust van Malakka gelegen, daarna zette het koers richting Port Swettenham. Als ze daar in de namiddag arriveren zal het schip wederom op de rede voor anker gaan.  Hier zal 2-6 RI debarkeren.

Maaltijdenkaart met op de keerzijde enkele notities van een militair van 2-6 RI 

Eerst was er nog even paniek toen er ‘Man overboord’ werd geroepen. Het bleek dat een jongen (overmand door heimwee) gekleed en al vanaf het laagste dek in het water was gesprongen. Reddingboeien toewerpen mocht niet helpen, want hij zwom gewoon weg. Nadat een reddingsboot te water was gelaten kon de 'drenkeling' alsnog uit het water worden gevist.

Dinsdag 20 november ’45: Rond de klok van acht uur gaat dan eindelijk ook 2-6 RI van boord. Terwijl het schip alweer richting Port Dickson vaart worden zij met behulp van een landingsvaartuig aan wal gezet.

Donderdag 22 november ’45: Nadat ook in Port Dickson mensen van boord gingen komt het schip een dag later op haar eindbestemming aan. Hier in Singapore gaat het schip alweer op de rede voor anker en vertrekken de laatste passagiers van boord. De "Nieuw Amsterdam" zal hier blijven liggen tot het op 8 december '45 met voornamelijk oorlogsslachtoffers uit Ned. Indië aan de thuisreis zal beginnen.