Met de L.S.K. per ms "Kota Inten" naar Nederlandsch Indië

Ansichtkaart van het ms "Kota Inten" zoals die naar huis werd gestuurd

De "Kota Inten" is een van de zeven zogenoemde 'Kota's' dit waren zusterschepen welke als vrachtschip werden gebouwd. Het beschikte bij de nieuwbouw wel over een accommodatie voor het vervoer van 28 passagiers, maar het was toch overduidelijk bedoeld voor vrachtvervoer. In 1942 ging het varen voor de 'U.S. War Shipping Admini-stration', die het schip speciaal voor troepentransport liet verbouwen. In 1946 werd het overgedragen aan de Nederlandse regering, die het voor het vervoeren van haar militairen naar Nederlandsch-Indië ging gebruiken. De "Kota Inten" had de capaciteit om ruim 1750 militairen te kunnen vervoeren, het was inmiddels een redelijk oud schip en behoorlijk traag in vergelijking met een aantal andere troepentransportschepen en van enige luxe was ook al geen enkele sprake.

Toelichting

Dit verhaal is mogelijk geworden doordat de uit Rotterdam afkomstige Gerard Duvalois uitvoerig correspondeerde met zijn toenmalige geliefde Corry Gelton. Vanaf de dag van vertrek tot aan zijn terugkomst schreef hij welgeteld 268 brieven en even zoveel brieven zou hij ook terug ontvangen. Iedere brief werd genummerd en door al zijn belevenissen op papier te zetten, heeft hij er onbewust ook voor gezorgd dat dit reisverhaal zo uitvoerig kon worden geplaatst op deze site. Veel van het hieronder beschreven reisverslag heb ik dan ook letterlijk uit zijn brieven overgenomen, ook komen de meeste illustraties uit zijn archief. Na terugkomst uit Ned.-Indië zou Gerard nog ongeveer 60 jaar lief en leed delen met zijn Corry, zij had alle brieven zorgvuldig bewaard.

De hieronder beschreven reis betreft de uitreis naar Batavia, welke vertrok op woensdag 3-8 1949 vanuit Rotterdam om 17.00 uur, om 28 dagen later op woensdag 31 augustus om 7.00 uur te eindigen in de haven van Tandjong Priok. Het schip voer onder leiding van de gezagvoerder Frits J. de Jonge, de militairen stonden onder tijdelijk commando van de C.O.T. Luit. Kolonel G. Waringa.

 

Rotterdam 03-08-1949 - Tandjong Priok 31-08-1949

Woensdag 3 augustus '49: In de ochtend van 3 augustus begon de dag met opstaan al om 4 uur, dit viel niet zo makkelijk gezien de rumoerige avond er voor. Luid zingend vertrokken we na het appèl in colonne richting het station, de mensen zwaaiden ons langs de weg in hun nachtgewaad uit, ook bij het station stond een wuivende mensenmassa. Vanaf het vertrek uit Nijmegen tot de aankomst in Rotterdam stond overal langs het spoor en stations politie. Vooral op het station van Utrecht was de MP in grote getale aanwezig. In Rotterdam aangekomen steeg de spanning toen de trein het Marconiplein naderde, de hoop daar bekenden te zien werd niet vervuld, aan de Merwekade was er gelukkig wél een mogelijkheid om nogmaals afscheid te kunnen nemen.

Op de valreep staan v.l.n.r.: de soldaten Wim Loman, Gerard Duvalois, IJpma, Krooshof, van Leeuwe en Lasonder

De inscheping verliep, nadat we koffie hadden gedronken, zeer vlot en nadat de bagage op de kooien was gelegd mochten we vrij rondlopen op het schip. De L.S.K. kwam als eerste aan boord, in de loop van de dag gevolgd door de K.N.I.L. - Uitrustingstroepen - R.I.M.I. - Jagers - Verplegingstroepen - Infanterie - Stoottroepen - Mitrailleursbataljon - A.A.T. en Huzaren van Boreel. Ook kwamen er vandaag een schip van de Spido en talrijke kleine bootjes langs varen, een aantal militairen zag bekenden en familieleden aan boord. Zelf had ik een goede hoop om jullie nog aan de kade te kunnen zien, welke hoop gelukkig bewaarheid werd.

Precies om 17.00 uur komt de 'Kota Inten' los van de kade in de Merwehaven

Om 5 uur in de middag komt het schip los van de kade om via de Nieuwe Waterweg richting de Noordzee te varen. Net als bij de treinreis kwam je, nu langs de kade, overal wuivende mensen tegen. Eenmaal varende op de Maas voer er ook nog een motorboot met enige officieren mee, die het schip begeleidde tot aan zee. Er was bij de pier een wilde zee en de boot begon danig te slingeren, na enkele mijlen gevaren te hebben verlaat ook de loods het schip. Het is een prachtig gezicht om te zien hoe dat gebeurt. Vanuit de loodsboot, die hevig heen en weer slingerde door de golven, worden twee man in een roeibootje overboord gezet, welke handig manoeuvreerde om langszij te komen van de "Kota Inten" om de loods op te pikken.

Donderdag 4 augustus '49: De Hollandse kust was nog lang niet uit het zicht verdwenen, toen het schip plotseling stil kwam te liggen. Het was inmiddels 20.00 uur en na een poosje kregen we te horen dat een van de motoren was uitgevallen. Het schip ging voor anker en zou voor de rest van de nacht niet verder kunnen varen. In tussen liepen er al heel wat militairen met een bleke neus rond en aan alle kanten werd er overgegeven. Voorlopig was er die avond nog genoeg nieuws te bekijken op het schip en ik heb ik me dan ook geen moment verveeld. Via de overal opgestelde luidsprekers werden we van alles op de hoogte gehouden en speelde er vrolijke muziek, wat later de radio bleek te zijn. Zo konden we ook naar de nieuwsberichten luisteren en vooral de weersverwachtingen interesseerden ons het meest. Steeds passeerden er schepen van allerlei nationaliteiten, welke ons groetten door middel van de stoomfluit of door het hijsen van de saluutvlag. Vermoeid van de lange emotionele dag kropen we te kooi en vielen in een gezonde diepe slaap.

Dienstplichtig L.S.K. soldaat Gerard Duvalois liet zich staand met een reddingboei vereeuwigen

Vrijdag 5 augustus '49: Het is inmiddels 6.00 uur in de ochtend als ik wakker word, de gehele ploeg van de L.S.K. ligt bij elkaar, wat heel gezellig is. Het eten gaat hier volgens het cafetaria systeem, je pakt een groot bord wat in verschillende vakken is verdeeld en loopt vervolgens langs een balie, waar je dan de desbetreffende maaltijd van die dag ontvangt. Het ontbijt is prima, heerlijk brood en genoeg boter en beleg, heel veel koffie en chocolade pudding (zonder vel!) verder is er ook iedere morgen pap, bestaande uit een soort van cornflakes die met melk wordt overgoten, enfin op dat gebied is alles even prima! Inmiddels is ook de motor van het schip gerepareerd en de reis wordt om 10.00 uur eindelijk hervat. In de namiddag kunnen we aan bakboordzijde de Franse kust zien en aan stuurboordzijde de Engelse kust met zijn krijtrotsen. Het is inmiddels prachtig weer geworden en we kunnen ook de lichten waarnemen van het Engelse Folkstone. De gehele dag hoeven er geen orders te worden opgevolgd en we zijn zo vrij als een vogeltje.

Verder werd vandaag ons CADI-rantsoen uitgereikt en ontvingen we maar liefst 800 sigaretten van de beste Engelse Virginia merken als Capstan en Triumph. Na het ondertekenen van een ontvangstlijst kregen we ook ieder voor 10 gulden aan boordgeld uitgereikt, wat later weer van je tegoeden werd afgetrokken. Het probleem was wel dat je voor je verkregen goederen geen enkele opbergruimte had, je moest dus iedere keer weer je spullen goed opbergen in je plunjezak en deze dan goed met een hangslot afsluiten.

De ruimen waren vooral groot maar hadden geen enkele bergruimte.

Zaterdag 6 augustus '49: Terwijl wij een goede nachtrust hadden heeft het schip inmiddels de Engelse kust verlaten en varen we nu in de Golf van Biskaje en hoewel het er door het mooie weer niet spookt, schommelt de boot toch aardig. Zoet water mag aan boord alleen gebruikt worden als drinkwater, je snapt dat je met het zoute water je praktisch niet kan wassen omdat het zeep niet oplost, maar sinds gisteren is er gelukkig 'Zoutwaterzeep' verstrekt en dat schuimt uitstekend. Hoewel we al behoorlijk wat zeemijlen hebben afgelegd varen we nog steeds in de Golf van Biskaje. Wat je hier te zien krijgt is werkelijk de moeite waard, een wondermooi panorama wat je tot nadenken stemt over hoe schitterend de natuur kan zijn.

Zondag 7 augustus '49: Na de Golf van Biskaje te hebben verlaten en geruime tijd langs de Spaanse kust te hebben gevaren zijn we inmiddels langs de kust van Portugal gekomen. We zien mooie kastelen gebouwd op de hoge rotsen, waaronder blijkbaar een drukke weg loopt, want we zien auto's af en aan rijden. Verder zien we aardige vissersdorpjes en mooie stranden waarop het krioelt van de badgasten, ook is het een leuk gezicht om de vissen zo af en toe uit het water te zien springen. Het is duidelijk te merken dat we de Middellandse Zee naderen, want de temperatuur loopt al aardig op. Aan het begin van de avond zijn we met een aantal vrienden naar het dek gegaan waar om 21.00 uur een paar films worden vertoond, we genoten onder andere van de dolle avonturen van Stan Laurel en Olivier Hardy. De filmvoorstelling was natuurlijk een welkome afwisseling en toen om 22.30 uur het licht weer aanging stond je in de nuchtere waarheid: Je was aan boord van de 'Kota Inten' en zij voer nog even regelmatig als voorheen. Daarna zochten we onze kooien op en na enig geschreeuw van: Hup L.S.K en hup K.V.T. (Verplegingstroepen) vielen we in een gezonde slaap, niet wetend wat de nacht ons brengen zou, doch wat we spoedig zouden merken.

Twee laagste waardes van boordgeld, hoewel ook het Nederlandse geld oogluikend werd aangenomen

Maandag 8 augustus '49: Vannacht om 01.00 uur werd er een sloepenrol geblazen! De gezagvoerder trachtte ons wijs te maken dat we een gevaarlijke zône passeerden. Wij ons dus aangekleed en met zwemvest naar het dek gegaan. Na twintig minuten was 'het gevaar' blijkbaar geweken en na een compliment voor ons rustige gedrag mochten we weer verder slapen. Dat alles even kalm verliep kwam natuurlijk omdat iedereen slaperig rondliep! Verder is er aan boord genoeg lectuur en wordt vandaag de kantine geopend waar van alles te koop is. De limonade wordt (dagelijks twee glazen) gratis verstrekt, verder is er onder andere koek, briefpapier, sigaretten die erg goedkoop zijn en Engelse schoencrème, enfin te veel om op te noemen. En nu het typische, we hoeven niet alleen met het speciaal hiervoor bedoelde boordgeld te betalen, want het Nederlandse geld wordt ook gewoon geaccepteerd! Heel spijtig natuurlijk dat je dat niet van te voren wist, want dan zou je gezorgd hebben dat je meer geld bij je had. 

Gibraltar wordt gepasseerd

Dinsdag 9 augustus '49: Gibraltar hebben we gisteren om 3.00 uur gepasseerd. Wanneer je dat niet gezien hebt dan kan je het je niet voorstellen welk een majestueus gezicht dat is. De hoogste top licht op 1400 voet en op een soort van grote rots is de stad gebouwd. Het is ook de enige plaats in Europa waar in de omgeving nog wilde apen voorkomen, maar ondanks hevig turen konden we deze familieleden niet ontwaren. Wat de schitterende natuur betreft zou niemand deze reis willen missen! Inmiddels is het ontzaglijk warm geworden en zijn we eveneens de langs de kust gelegen schone stad La Lilia gepasseerd. Daar is een stukje niemandsland, aan de ene kant Spaanse en aan de andere kant Engelse schildwachten. Daar tussenin dus het stukje niemandsland! Vlak daarop bevonden we ons in de Middellandse Zee en dat was ook direct te merken vanwege de enorm hoge temperaturen.

Het is dusdanig warm dat het genoodzaakt is om minimaal een keer per dag te douchen, ook de kleren moesten door al dat transpireren vaak gewassen worden. Het probleem is dat er geen warm water aan boord is voor de was, dus moest het met koud water gedaan worden wat moeizaam ging en er moest flink worden geboend om de kleren goed schoon te krijgen. Na de was hing je de kleren op het dek te drogen, het was echter wel noodzaak om tijdens dat drogen in de buurt van je kleren te blijven, anders was de kans groot dat je ze gewassen had voor een ander. Tijdens het verblijf op het dek kon je nu regelmatig scholen dolfijnen rond het schip zien zwemmen. Met enorme snelheden zwommen ze vlak onder water om dan met een sierlijke sprong boven de oppervlakte te komen om daarna weer in de zee te verdwijnen.  De gevormde 'Kota Inten band' zorgde in de middag- en avonduren voor ontspanning en bij het diner werd een sinaasappel uitgedeeld welke rechtstreeks uit de grote koelcellen kwam, dat was natuurlijk een heerlijke verfrissing. s' Nacht bleef het echter zo warm dat het wel genoodzaakt was om in je zwembroek te kooi te gaan.

De Rotterdammer Gerard Duvalois met zijn Groningse boezemvriend Arie Dijksterhuis

Woensdag 10 augustus '49: Terwijl ik een heerlijke Engelse sigaret (die we trouwens de gehele dag door roken) opsteek, zitten we met een lichte zeebries heerlijk in de warme zon op het dek en je begrijpt wel dat je hierdoor erg snel bruin wordt. Er is bekend gemaakt dat we vanavond de stad Algiers aan de Afrikaanse kust zullen passeren. Daarna zal het schip koers zetten richting Malta om enige dagen later Port Saïd aan te doen, alwaar gebunkerd wordt en ook de alledaagse benodigdheden zullen worden ingeslagen en natuurlijk het aller belangrijkst... De post uit Nederland! Intussen is er ook meer organisatie op de boot gekomen, de eerste dagen ging alles door elkaar naar de eetzaal. Je zult begrijpen dat men niet 1600 man tegelijk kon laten eten, het gaat nu groep voor groep. Alles bij elkaar zal het ongeveer twee uur duren voordat iedereen zijn maaltijd heeft genuttigd. Alle ruimen hebben een nummer, volgens dat nummer moet je op de aangegeven tijd gaan eten. Ons nummer is O.T.D. 3 (Onder-tussen-dek) en wij eten respectievelijk om 6.50 uur, 12.10 uur en 17.40 uur. s' Morgens pap, brood met jam, kaas en worst. s' Middags soep, brood met kaas, soms een vis zoals haring en makreel. Dagelijks worden er 800 broden gebakken en ongeveer 8 mud aardappelen geschild en gepit, wat een taak is voor de aangewezen corveeërs.

Donderdag 11 augustus '49: We varen nog steeds op de Middellandse Zee en het is ook nog bloedheet, gelukkig hebben we vanochtend ons tropentenue gekregen en lopen dus nu luchtig gekleed rond. Ondanks de hitte kregen we een opmerkelijk maar wel smakelijke maaltijd, namelijk erwtensoep, spruiten en aardappelen. We passeerden de 'Willem Ruys' die ook tot de K.R.L. behoort net als de "Kota Inten" welke uit Batavia was vertrokken met eindbestemming Rotterdam. Het is toch wel een prachtige boot en zij helde gewoon over omdat alle mensen aan een kant waren gaan staan om te zwaaien en te roepen. Over en weer werden telegrammen gewisseld zoals: "Goede reis en een prettige tropentijd". Aan de 'Willem Ruys': "Behouden vaart". Het zal vrijdag of zaterdag zijn als we in Port Saïd aankomen waar de motoren even rust zullen krijgen. Overdag is het op het heetst van de dag wel aangenaam om even een dutje te doen, terwijl het 's avonds als het wat is afgekoeld aangenaam is om over de reling te hangen en te kijken hoe de maan zijn licht over het water laat schijnen. De snelheid waarmee het schip vaart is 13 tot 14 mijl per uur. Zojuist wordt er omgeroepen dat er vanavond weer een filmvoorstelling is met twee voorfilms gevolgd door de hoofdfilm.

 De 'Kota Inten Kompas' werd regelmatig uitgebracht

Zoals op de meeste schepen werd er tijdens de reis een krantje uitgebracht, ook bij deze reis was dit het geval. Het was eigenlijk niet meer dan een stencil met als inhoud de belangrijkste wereldse gebeurtenissen, verder aangevuld met wat wetenswaardigheden die uit konden lopen van berichten van het thuisfront tot de beursberichten. Het meest belangrijke waren natuurlijk de vermeldingen welke betrekking hadden op de reis zelf, zoals oproepen en aankondigingen betreffende geplande ontspanningen, zoals film, muziek en toneel. Ook werden er spelletjes en prijsvragen in de krantjes opgenomen, het geheel werd vaak opgesierd met illustraties in de vorm van tekeningen. 

Vrijdag 12 augustus '49: Op dit moment kan je mee doen aan een wedstrijd 'prijszingen', dit onder begeleiding van de scheepsband. Verder zijn er vandaag vanwege de enorme hitte zeilen gespannen op het dek. Deze tropenzeilen zorgen nu voor de nodige schaduw, want het is zo heet geworden dat je door je gymschoenen heen de hitte van het dek kan voelen. Vandaag had het schip motorstoring, de vermoedelijke oorzaak hiervan was dat er mogelijk een bruinvis in de schroef terecht was gekomen. Om 24.00 uur werd de tijd weer aangepast aan de plaatselijke tijd door de klok een uur vooruit te zetten.

Zaterdag 13 augustus '49: De eerdere verwachting om vrijdag of vandaag in Port Saïd aan te komen is niet uitgekomen, het is inmiddels bekend dat dit zondag zal gaan gebeuren. In verband met de vele te verwachten bezienswaardigheden op die dag is besloten om de kerkdienst vanmiddag al te houden. Vanavond wordt ons een cabaretprogramma aangeboden en onze lachspieren zouden regelmatig op de proef worden gesteld, het werd dan ook een gezellige avond. We gingen moe naar bed niet wetend wat de zondag ons brengen zou.

Port Said met het statige gebouw van de 'Suezkanaal Maatschappij'

Zondag 14 augustus '49: Toen we vanmorgen om 7.00 uur opstonden kwam juist de loods aan boord, om ons in de haven te brengen. Na een haastig ontbijt gingen we snel naar het dek. Je kon direct merken in het oosten te zijn. Aan de punt van de haven staat het standbeeld van Ferdinand de Lesseps, onder wiens leiding het Suezkanaal gegraven is. Verder zagen we prachtige lanen waarin we de eerste palmbomen konden zien. Nauwelijks waren de trossen aan de boeien vastgemaakt, of tientallen bootjes kwamen op ons af, gevuld met allerlei snuisterijen en bestuurd door Arabieren. Al spoedig waren zij langszij gekomen en begonnen direct met handelen. Ze waren gek op het Engelse pond sterling, die de meesten van ons helaas niet meer hadden omdat deze eerder waren uitgegeven voor sigaretten, maar Hollands geld was dan ook wel goed.  

Veel handelaren komen langszij om hun handel aan te prijzen

Ze vroegen enorm hoge prijzen voor hun waar, wel vijf keer de normale waarde. Je moest dus wel flink afdingen om niet helemaal afgezet te worden. Het was de gewoonte om het gekochte eerst te betalen, waarna de aankoop naar boven werd gehesen met aan touwen vastgemaakte tassen. Dat bracht wel een risico met zich mee, want je kon het aangekochte product niet eerst controlerenen, het kwam dan ook regelmatig voor dat de koper was opgelicht door een aankoop van bijvoorbeeld een horloge zonder een uurwerk. Ook was er een Arabier aan boord gekomen en goochelde. Fantastisch zoals hij dat deed! Om 11.00 uur kwam ook de langverwachte post aan boord.

  

Ansichtkaart verstuurd vanuit Port Saïd

Voor vertrek uit de haven heb ik bij een Arabier nog een aantal ansichtkaarten gekocht, met de voorwaarde dat hij ze dan ook zou posten. Ik was uiteraard erg benieuwd of het een en ander zou gebeuren en hierboven ziet u het bewijs.

Maandag 15 augustus '49: Om 13.00 uur vertrekt de 'Kota Inten' weer uit de haven om aan zijn reis door het Suezkanaal te beginnen. Hier zien we aan de ene kant de woestijn en aan de andere kant een verkeersweg met palmbomen. We zagen ook verscheidene Arabieren die, geknield naast hun kamelen en met het gezicht naar Mekka gericht, hun gebeden zeiden. In de verte kunnen we de berg Sinai waarnemen. De plaats waar Mozes de tafelen der wet ontving.

Biljetje van 25 cent

Dinsdag 16 augustus '49: In de ochtend zijn we bij het prachtige Bittermeer aangekomen. Deze meren zijn prima geschikt, dit dan vooral voor de wat grotere schepen, om elkaar te kunnen passeren, want dat is op het smalle Suezkanaal vaak niet mogelijk. Hier ontmoeten we dan ook de "Oranje" en het troepenschip de "Groote Beer", welke beiden afgeladen zijn met militairen die hun taak in Indië er op hebben zitten.

De Grote en Kleine Bittermeren zijn voor de wat grotere schepen prima geschikt om elkaar te kunnen passeren 

Woensdag 17 augustus '49: We zijn inmiddels in een van de warmste gebieden op deze aarde aangekomen, namelijk de Rode Zee. Dit geloof ik gaarne want het is hier echt snikheet, nu zweet je geen druppels meer maar loopt het zweet met stralen langs je lichaam, elk kledingstuk dat je aan hebt is er een te veel en het is nu verboden om te zonnebaden. De meesten slapen 's nachts op het dek en zelfs dan staat het zweet nog op je lichaam, de nacht brengt dus praktisch geen verkoeling. Vanwege de hitte worden er ijsjes uitgedeeld en zelfs ook een flesje bier, die dan enige verfrissing moeten brengen, verder drink je liters water per dag wat natuurlijk het transpireren verhoogt. Gelukkig is deze hitte overmorgen afgelopen, want dan verlaten we de Rode Zee. Om 15.30 uur passeerden we de Keerkring, hetgeen wil zeggen dat we ons vanaf dat ogenblik in de tropen bevinden. Ook is er vandaag een grote houten kist van ongeveer vijf bij vijf meter op het dek gebouwd, die met een diepte van twee meter dienst ging doen als zwembad. Je kunt er aardig in spartelen, alleen is het water wel ontzettend zout, dubbel zo zout als in de Noordzee. Vanavond is er weer een filmvoorstelling waar wij in ons zwembroek heen zullen gaan, ben je snel ter plekke dan kun je een zitplaats bemachtigen op een van de luiken van het achterdek. Het was weer een aardige voorstelling en er bleven na afloop velen op het dek om daar te slapen.

De Rode Zee wordt prachtig verlicht door de maan

Donderdag 18 augustus '49: Ondanks dat je slechts in een zwembroek rondloopt, moet je verder wel steeds een handdoek bij je hebben teneinde je om de haverklap te kunnen afdrogen. Kwam je net onder de douche vandaan dan kon je er donder op zeggen dat je binnen het half uur weer kletsnat was van het zweten. Nu was er eerder al een prijsvraag uitgegeven met de vraag, hoeveel poststukken er in Port Saïd aan boord waren gekomen? Zelf had ik die geschat op 19.500 stuks, maar het juiste aantal werd vandaag bekend gemaakt, het waren er om precies te zijn 24.578 stuks, dus ik zat er slechts 5.000 stuks naast. Vannacht werd precies om 24.00 uur weer de klok een uur vooruit gezet. Daardoor zouden we een uur te laat opstaan.

Vrijdag 19 augustus '49: Zoals gezegd dus vandaag een uur te laat opgestaan, wat inhield dat we het ontbijt moesten overslaan, gelukkig hadden we geen honger dus was dat geen enkel probleem. Ook wordt er weer ijs rondgedeeld en hopelijk ook nog een flesje bier. We doen vandaag de bunkerplaats Aden aan en daar zal de loods aan boord komen om ons veilig in de haven te brengen. Hierna zullen we spoedig de Indische Oceaan bereiken om dan de grote oversteek naar onze eindbestemming Batavia te gaan maken.

Aden is bereikt en de loods zal het schip begeleiden naar zijn ligplaats

Zaterdag 20 augustus '49: Na een dag op de rede van de havenplaats Aden te hebben gelegen zijn we weer op weg en zullen we spoedig in open zee zijn. De Indische Oceaan is nog maar net bereikt of er wordt gemeld dat er slecht weer op komst is, alles aan dek moet worden vastgesjord want het lijkt een heuse storm te worden. Dat is pech hebben want meestal is het op deze oceaan behoorlijk weer. De storm zal echter niet zo lang duren en het schip zal dan zijn reis verder in mooi rustig en vooral zonnig weer kunnen voortzetten.

Op de Indische Oceaan wordt het schip al snel getroffen door een storm

Maandag 22 augustus '49: Om 6.00 uur schalde door de luidsprekers de bekende woorden; "Attentie militairen het is zes uur dus tijd om op te staan". Het is: "Overal", dat laatste is een scheepsterm voor réveille.  Waarna nog hard en schetterend een soort Samba muziek door de ruimen klinkt. Dit is bedoeld om je wakker te houden, maar dat heeft voor de meesten geen zin. Nu hadden Arie en ik geen zin om op te staan, dus ook wij sliepen gewoon door. Om 8.15 uur staan we als de hazewind op om nog op het nippertje op het appèl te komen. Uiteraard weer een ontbijt gemist, dus maar wachten tot het 12.00 uur is. Ik had me opgegeven voor een damcompetitie en na een bespreking vanmiddag kon ik gelijk beginnen. Mijn tegenstander (een korporaal) moest nog dineren, zodat we de match uitstelde tot 18.00 uur. We speelden twee partijen en wonnen er ieder één. Maar juist de partij die we als de officiële hielden verloor ik, waardoor ik meteen uitgeschakeld was. Vanavond is er weer een filmvoorstelling met als hoofdfilm de titel 'Frieda'.

Het biljet van 1 gulden

Dinsdag 23 augustus '49: Alweer ruim drie dagen zijn we op de Indische Oceaan en het is nu mooi weer, we zien niets anders dan water en nog eens water en dat zal zeker nog zeven dagen gaan duren. We hebben 's ochtends om 8.30 uur appèl, daarna mag je niet meer in de ruimen komen omdat ze dan door de corveeploeg worden schoongemaakt. Dit duurt tot 10.00 uur, daarna volgt een inspectie die wordt gedaan door de C.O.T. (Commanderend Officier Troepen). Als dat achter de rug is zijn de ruimen weer toegankelijk. Vandaag is voor de vierde keer de klok een uur vooruit gezet, op het laatste deel van de reis zal deze nog twee uur en veertig minuten in moeten lopen om op dezelfde tijd uit te komen als die in Batavia.

Woensdag 24 augustus '49: Nadat we vanavond hebben gedineerd, zijn we naar een rustige plek op het dek gegaan, waar we met een man of zes hebben zitten bomen. Trouwens, de kameraadschap (die in Nijmegen ook al uitstekend was) is prima. Dit is van een niet te onderschatten waarde. Om 20.30 uur begonnen de wedstrijden in touwtrekken, jammer genoeg werd de L.S.K. in de kwartfinale door de K.N.I.L. verslagen. Deze laatste werd uiteindelijk ook de winnaar, eigenlijk wel logisch want het waren allemaal potige kerels. Geheel onverwachts kregen we daarna als attractie nog een film en wel een documentaire. Samengesteld door het Amerikaanse 'Ministerie van Oorlog', verkregen uit de oorlogsbuit op de Duitsers. Het ging over de opmars van het Duitse leger. Je krijgt daardoor een mooie kijk op de afgelopen oorlog. We zagen de inval en alles wat daaraan vooraf ging in Holland. Onder andere het bombardement op onze goede stad Rotterdam met de brandende huizen en het stadhuis enz. Op het witte doek verscheen de Maasbrug, waarover een hoge Nederlandse autoriteit liep, gewapend met een witte vlag om te onderhandelen over de wapenstilstand gevolgd door de capitulatie. Zo werd het 24.00 uur en we vergingen inmiddels van de slaap.

Bij het 'Neptunusfeest' is het eerst goed inzepen en vervolgens onderdompelen

Donderdag 25 augustus '49: We zullen vandaag de Evenaar passeren en gaan dan het vermaarde Neptunusfeest vieren. We moeten om 8.00 uur al aantreden in onze zwembroek teneinde gedoopt te worden. Het zal me benieuwen welk een smerig goedje ze daarvoor gebruiken. Na een stevig ontbijt stonden we al om 7.30 uur op het dek, toen in het radarapparaat de officieren van de brug de periscoop van de duikboot van Neptunus zagen!! Even later verscheen de God van alle zeeën aan dek, gevolgd door zijn vrouw, dochter en lijfwacht en na een toespraak werd met de doop begonnen. Als eerste was de kolonel aan de beurt, gevolgd door de manschappen. Met kwasten werd je ingezeept met een soort erwtensoep, daarna werd je uit jeneverkruiken op een borrel (wat natuurlijk zeewater was) getrakteerd, waarna je ondergedompeld werd in met water gevulde bakken. Je snapt natuurlijk wel dat we er lekker uitzagen. Als bijzonderheid hadden ze voor sommigen ook nog een in olie gedrenkte zoute haring, of een zeepgebakje, dat je per se moest inslikken, net zo goed als die borrel die je moest opdrinken. Het was werkelijk zeer geslaagd en we hebben behoorlijk plezier gehad en onze sergeant speelde heel toevallig voor Neptunus. Hij is namelijk behoorlijk dik en heeft daardoor een prima figuur om voor Neptunus te spelen. Er was niemand die zich aan deze doop kon onttrekken en diegene die dat wel probeerde of tegenspartelde werd aan de schandpaal vastgezet. Na een lekkere douche was je weer opgeknapt en schoon. Vanmiddag werden we weer getrakteerd op een flesje bier en vanavond kregen we een prima bereide warme maaltijd. Het betrof een voortreffelijk klaargemaakte boerenkool met worst, als nagerecht kon je kiezen uit chocolade- of vanillepudding. Vanavond is er ook nog een muziekoptreden van de huisband.

Het Neptunusdiploma, ditmaal uitgevoerd in kleurige tinten

Zaterdag 27 augustus '49: Gisteren werden er aan dek verschillende stands gebouwd voor de kermis, die 's avonds plechtig werd geopend door de gezagvoerder. Een reuze aardige maar ook drukke boel, je kunt bussen werpen en een kans wagen bij het rad van avontuur. Door de L.S.K. werd er een Amerikaanse verkoping op touw gezet, ten bate van de actie voor de rimboekisten. Er was letterlijk van alles te koop zoals sigaretten, chocolade, blikken geconserveerde pruimen en abrikozen, mooie en lekker uitziende taarten en gebakjes, enz. Arie had bij de Amerikaanse verkopen behoorlijk mazzel, want voor een kwartje had hij twee blikken abrikozen, een Margrietspeldje en een routekaart Rotterdam-Batavia bemachtigd. Natuurlijk werden de abrikozen gelijk geproefd! Verder was er vandaag een probleem met de aardappelschilmachine, waardoor er ruim 45 kisten aardappelen door 40 man van de corveedienst met de hand moesten worden geschild.

De hoogste waarde dat tijdens deze reis in omloop was 

Zondag 28 augustus '49: Corry is vandaag jarig en er heerst verder een spanning aan boord. Citaat: Een van onze jongens, ook een Rotterdammer, lag met een buikvliesontsteking in het scheepshospitaal. Direct werd aan Batavia telegrafisch verzocht om een chirurg, die per watervliegtuig zou moeten komen, dit zou minstens zes uur gaan duren, wat te laat zou zijn. De heren doctoren (majoors) durfden zelf namelijk deze riskante operatie niet aan, totdat er een jonge dokter ('n 25 jarige 1e luitenant) het wilde riskeren. De gangen werden afgesloten en er heerste uiterste stilte aan boord. Ondanks de primitieve middelen is de operatie goed geslaagd, dus een groot geluk voor zowel de patiënt als de doctoren.

Maandag 29 augustus '49: Hedenmiddag om 16.00 uur sluiten de postzakken en dit zal dan ook de laatste brief worden die vanaf de "Kota Inten" verzonden zal worden. Vandaag kregen we de diploma's van de Neptunusdoping uitgereikt, het zijn best aardige dingen om te zien.

Aankomst Tandjong Priok

Woensdag 31 augustus '49: Vandaag arriveren we dan eindelijk om 7.00 uur met de 'Kota Inten' in de haven van Tandjong Priok. Na het debarkeren krijgen we te horen dat we voorlopig worden ingedeeld bij de Militaire Luchtvaart, dit tot nadere indeling bij de 2e Compagnie Luchtvaarttroepen. We vertrekken met legertrucks in colonne naar Kamp Kramat Djati, waar we met twaalf man per tent zullen verblijven, vandaar zullen we de nodige trainingen krijgen op de vliegbasis Tjililitan.

Dienstplichtig soldaat Gerard Duvalois

Gerard werd onder legernummer 29.12.29.086 als dienstplichtig soldaat opgeroepen bij het Commando Luchtvaarttroepen. Hij werd per 01-04-1949 in de Generaal Snijderskazerne te Nijmegen verwacht, alwaar zijn opleiding zou starten. Na deze opleiding van drie maanden werd Gerard overgeplaatst naar de Staf Compagnie met bestemming Nederlandsch-Indië. Op 03-08-1949 werd hij ingedeeld bij de L.S.K. om diezelfde dag nog richting Indië af te reizen. Na aankomst in Tandjong Priok ingedeeld bij de Militaire Luchtvaart en de eerste twee weken verbleef hij in Kramat Djati, met oefeningen op de vliegbasis Tjililitan. Daarna vanuit barak 1 kampement Berenlaan te Meester Cornelis uiteindelijk terecht gekomen op het Hoofdkwartier Militaire Luchtvaart, afdeling A.I.B. (Aeronautisch Informatie Bureau) te Batavia, gevolgd door een functie als assistent H.V.V. (Hoofd Vliegvelden). Een verlenging van zijn diensttijd bij de voorlopige militaire missie, met een bevordering tot sergeant, wees hij van de hand, hij verkoos het samenzijn met zijn geliefde boven deze aantrekkelijke promotie. Op 23 juli 1950 vertrok Gerard met de Skaugum richting Nederland.

Gerard, bedankt voor je medewerking en het mogelijk maken van deze pagina!