De Internationale Rijnvaart en het gebruik van waardebonnen

Inleiding

De Nederlandse binnenvaart had voor de tweede wereldoorlog een groot aandeel (60.000 schepen) in het goederenvervoer tussen de zeehavens en de havens langs de Duitse, Franse en Zwitserse Rijn. Tijdens WO2 verdwenen een groot aantal gevorderde rijnaken richting Duitsland, of werden hier verbouwd tot landingsvaartuig, zodat ze ingezet konden worden tijdens operatie Zeeleeuw (Operation Seelӧwe). Na de snelle opmars wilden de Duitsers ook Engeland snel innemen en daar was een landingsoperatie vanuit zee voor nodig. Daar was veel wapentuig voor nodig en dat moest met die verbouwde rijnaken overgezet worden. Onze rijnaken werden eerst ontkopt, waarna er een ander type voorschip inclusief oprijklep op kwam, zodat rollend materiaal als tanks ook vervoerd konden worden. Operatie Seelӧwe werd herhaaldelijk uitgesteld en uiteindelijk afgelast. De resterende gevorderde rijnaken vertrokken richting Duitsland.

Na de capitulatie in ’45 moesten de gevorderde rijnaken door Nederlandse schippers zelf werden teruggehaald. Ook het vrachtvervoer over de Duitse Rijn zou weer langzaam opgang komen. Schippers die met hun gezin en personeel vaak meerdere weken van huis waren, moesten in Duitsland voedsel en goederen kunnen inslaan en daar was een betaalmiddel voor nodig.

Herstel van het Rijnvaartverkeer en de bemoeienis met de voedselvoorziening

Vanwege het ontbreken van een Nederlands betaalmiddel en mede door het distributieprobleem van voedsel werden diverse opties bekeken om dit op te lossen. Het Duitse Rijngebied behoorde in die periode tot de Amerikaanse bezettingszone, zodat alles in goed overleg moest met de geallieerden. De Amerikanen stelden voor om voedselrantsoenen uit hun voorraad te verstrekken, maar die moesten dan wel met sterling ponden of Amerikaanse dollars betaald worden. De Nederlandse regering wilde dat geld liever voor andere doeleinden gebruiken, zodat hun voorstel werd afgewezen. Nederland zag meer in hulp van de kruideniers in Lobith, maar die weigerden hieraan mee te werken. Andere bedrijven, waaronder de Gruyter, werden toen aangeschreven, maar die hadden geen enkele ervaring met scheepsbevoorrading. Ook voor de Gruyter was het parlevinken onbekend terrein en zij handelden ook al niet in aardappelen, groenten, fruit, vlees en brood. Toch werd hen gevraagd om het eens te proberen en toen de Gruyter eenmaal door de Rijnvaartcommissie was overtuigd, werd er een plan gemaakt.

Vanaf mei 1946 zou de Gruyter de aanvoer en distributie gaan verzorgen. In een centraal depot in Keulen werden de standaardpakketten klaargemaakt, die vervolgens naar vijf uitdeelcentra langs de Rijn werden gebracht, bij Duisburg-Ruhrort, Wesseling, Wiesbaden-Schierstein, Aschaffenburg en Mannheim. Daar konden de schippers die pakketten dan zelf ophalen. Vijf plaatselijke bakkers gingen het brood bakken en bij Duisburg zou eveneens een slagerij en groentewinkel komen.

Eerst werden de voedselpakketten samengesteld onder toezicht van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening, maar vanaf september 1947 viel dit onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken. Nu kwamen overal langs de Rijn winkels, waar de schippers hun voedselpakketten konden kopen, maar nog altijd tegen inlevering van de waardebonnen.

Waardebonnen t.b.v. Nederlandsch Rijnvaart Personeel

Het Bureau Internationale Vaart (B.I.V.) verzorgde de verstrekking van de waardebonnen bestemd voor Nederlandsch Rijvaart Personeel. In Nederland konden de waardebonnen in Rotterdam en Lobith worden aangeschaft en in Duitsland in Wesseling, Wiesbaden-Schierstein en Mannheim, waar kantoren van het B.I.V. gevestigd waren. In uitzonderingsgevallen kon bij een missiepost te Duisburg ook waardebonnen aangeschaft worden. Het Centraal Distributie Kantoor (C.D.K.) werkte mee aan de distributie in Duitsland en zou tevens een controlerende taak hierover hebben. Met de uitgifte van deze waardebonnen zou men ook kunnen controleren of de schaarse voedingsmiddelen alleen door Nederlandse schippers werden aangekocht en niet door Duitsers.

De waardebonnen

Drukkerij J.H. De Bussy ontwierp en vervaardigde de waardebonnen. Deze Amsterdamse drukker had al vele jaren ervaring in het vervaardigen van waardepapieren, waaronder ook de zilverbons. Een type zilverbon (die overigens al enkele jaren uit de roulatie waren) bleek prima geschikt om als uitgangspunt te dienen.

Zilverbon type 1938 keerzijde Av.Alg.BIV.1946.100 type 1

Zilverbon type 1938 keerzijde en het sterk gelijkende Rijnvaartbiljetje type 1946

Vanwege de sterk stijgende goud- en zilverprijzen werden tijdens de oorlogsjaren munten opgepot, zodat er een enorm tekort aan betaalmiddelen met een lage waarde ontstond. Om toch aan de vraag naar lage betaalmiddelen te kunnen voldoen werden de zilverbons in omloop gebracht. Op het moment dat er weer voldoende muntgeld in oploop was, werden de zilverbons overbodig en uit de roulatie gehaald. De Bussy bleef hierdoor met een behoorlijke hoeveelheid veiligheidspapier zitten. Doordat zij de opdracht kregen om de waardebonnen te vervaardigen en mede doordat de zilverbon van het type 1938 als voorbeeld mocht dienen, hadden ze het benodigde materiaal dus eigenlijk al voor handen. Het vervaardigen van de waardebonnen werd hierdoor een vrij eenvoudige klus, zodat de eerste serie biljetjes al vrij snel in omloop kwamen.

 Uitgifte eerste serie, type 1946

Er werden twee series waardebonnen uitgebracht, de eerste in 1946, de tweede in 1949. De beide series hebben overigens een blanco keerzijde. De eerste serie heeft de volgende vijf coupures: de 10 cent, de 25 cent, de 1 gulden, de 2,50 gulden en de 10 gulden. 

  Av.Alg.BIV.1946.10 type 1  Av.Alg.BIV.1946.25 Type 1  

 Av.Alg.BIV.1946.100 Type 1  Av.Alg.BIV.1946.250 Type 1

Varianten (Type 1) 

Ontwaarding

Av.Alg.BIV.1946.1000.va Type 1a

 

a.

Uitgifte tweede serie, type 1949

In 1949 kregen de waardebonnen enkele kleine aanpassingen, zoals kleur, datum en handtekening. In 1946 werden de bonnen ondertekend door slecht  1 persoon. Ook kwamen nu de waarden van 10 en 25 cent te vervallen.

Av.Alg.BIV.1949.100 Type 2

       Varianten (Type 2)

Proefdrukserie

Av.Alg.BIV.1949.100 Type 2 Proefdruk Av.Alg.BIV.1949.250.va Type 2 Proefdruk Av.Alg.BIV.1949.1000 Type 2 Proefdruk

Ontwaarding

Av.Alg.BIV.1949.100.va Type 2a

Av.Alg.BIV.1949.1000.va Type 2b

 

a.

b.

Nabeschouwing

Deze waardebonnen behoren eigenlijk niet tot de categorie boordgeld, want boordgeld werd alleen gebruikt aan boord van schepen en niet aan wal. Deze waardebonnen konden alleen verzilverd worden bij aankopen aan de wal, maar doordat ze wel tijdens scheepsreizen over de Duitse Rijn werden gebruikt, passen ze het best onder deze categorie.